Detlev van Heest

Dit ben ik, meer is er niet

Detlev van Heest, De verzopen katten en de Hollander, € 25,-
Detlev van Heest, De verzopen katten en de Hollander, € 45,-
Detlev van Heest, Pleun, € 25,-
Detlev van Heest, Pleun, € 45,-

Autobiografisch schrijven is volgens Detlev van Heest een superieure vorm van schrijven. ‘Je moet voortdurend opboksen tegen het verlangen de zaken mooier voor te stellen dan ze zijn.’

‘We kunnen niet tongzoenen, want ik heb een koortslip.’ Detlev van Heest (1956), tenger postuur, zwart krullend haar, zorgt bij de eerste ontmoeting meteen voor ontregeling - een eigenschap die contrasteert met de ordelijkheid van zijn huis en de nauwgezetheid waarmee hij zijn dagboeken bijhoudt. Vorig jaar debuteerde hij met het autobiografische tweeluik De verzopen katten en de Hollander en Pleun. De eerste roman beschrijft de periode waarin Van Heest en zijn vrouw Annelotte vlak bij Tokio wonen. Wanneer ze na twaalf jaar hun Japanse woning verruilen voor een Nieuw-Zeelandse boerderij slaat het noodlot toe. In Pleun ontaardt de kersverse vriendschap met het echtpaar Pleun en Annemieke in een crisis die Van Heest uiteindelijk zijn huwelijk kost. Beide romans zijn gebaseerd op dagboekaantekeningen. De verzopen katten haalde de Libris-longlist. Pleun niet. Van Heest: 'Jammer dat de boeken niet met elkáár kunnen wedijveren.’
Van Heest werkt vier dagen in de week als parkeercontroleur. 'De mooiste baan van de wereld: buitenlucht, beweging, aardige collega’s maar ook een oefening in weerbaarheid. Vrijwel dagelijks schreeuwt iemand: “Ik sla je de volgende keer helemaal in elkaar.” Ik denk dan altijd: waarom niet nú?’
Zijn rustige, afgewogen betoogtrant wordt doorbroken door zenuwlachjes. Stiltes voorziet hij steevast van commentaar: 'Interviewster pakt vest’ - 'Van Heest zet verwarming een graadje hoger.’
Wanneer er niets te eten in huis blijkt te zijn, schiet hij zijn jas aan. 'Ben zo terug!’ en op mijn verbijsterde blik: 'U mag alles inkijken hoor!’ Ik aai de kat Kootje, wier aanwezigheid als een rode draad door acht jaar dagboek loopt. 'Je zit op Annelotte’s vaste plaats’, zegt hij wanneer hij terug is. Aan de muur hangt een foto van mevrouw Suzuki uit De verzopen katten en de Hollander.
Na lezing van uw boeken is er het vreemde gevoel u te kennen. Een boek als bijsluiter voor de omgang met Detlev van Heest?
'Nou nee. Het is onmogelijk om iemand te kennen. Ik vind het al verdomd moeilijk om mezelf te begrijpen. Hoewel autobiografisch schrijven een vorm van therapie is, vormt het geen enkele garantie voor de toekomst.’
U wilde óf beide delen uit laten geven óf niets.
'Hoewel De verzopen katten en de Hollander op het eerste gezicht een verzameling portretten van buurtbewoners lijkt, gaat het eigenlijk over Annelotte en mij, en vormt het de opmaat voor het huwelijksdrama in Pleun. Ik was bang dat Van Oorschot alleen in Pleun geïnteresseerd zou zijn vanwege het snelle tempo. Ten onrechte, zo bleek. Maar ik acht de kans klein dat De verzopen katten en de Hollander de Librisprijs wint; zo'n jury moet in korte tijd achttien boeken lezen en dan is zo'n verstild boek misschien niet goed te plaatsen.’
U laat uw vrienden uw dagboeken lezen omdat u het moeilijk vindt gevoelens direct te verwoorden. Toch lijkt u niet iemand die een blad voor de mond neemt.
'Annelotte verweet me altijd dat ik naar buiten toe anders was; oppervlakkiger, impulsiever. Dat heeft te maken met een “vlucht naar voren”: als er iets enerverends of onaangenaams moet gebeuren, wil ik dat het liefst zo snel mogelijk achter de rug hebben; ik ben iemand die ’s ochtends als eerste in de tandartsstoel wil zitten. Wanneer mensen dichtbij komen, kan ik een gevoel van onmacht ervaren dat omslaat in: het ligt aan mij. Pas in mijn “dagbrieven” - brieven die ook ten grondslag liggen aan mijn boeken - kan ik sommige gevoelens plaatsen. Dat je naasten je als gesloten ervaren, komt ook doordat je in een rolpatroon bent terechtgekomen waarin je elkaar zelden confronterende vragen stelt. Zoiets kan enorm isoleren. Over dit onvermogen gaat Pleun: over hoe moeilijk het is om je te uiten naar degenen om wie je het meeste geeft.’
U vergelijkt uw schrijfprocedé met een proces-verbaal.
'Ik schrijf zo onopgesmukt mogelijk om niet te bezwijken aan de verleiding de dingen te duiden. Bij het uitschrijven van parkeerbonnen werk ik precies zo: ik noteer wat ik waarneem om zo dicht mogelijk bij de waarheid te blijven. Maar ook autobiografie vervormt de werkelijkheid door de keuzes die je maakt. Dingen die buiten het verhaalbestek vallen laat ik weg, behalve als ze functioneel zijn. In Pleun voer ik boeren op voor wie schapen minder waard zijn dan een garnaal om mijn ontheemdheid daar te accentueren.’
Vanwaar die drang naar autobiografie?
'Het bestaan is net iets minder zinloos wanneer je het leven van je katten bijhoudt. Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in de achterliggende psychologie, maar alles wat je in een theorie perst, kun je met een andere ongedaan maken. Ik vind het onnatuurlijk om over het schrijven zelf te praten. Schrijven is iets primairs, vergelijkbaar met erotische verlangens of de noodzaak je te ontlasten. Ik wil zelf ook verslagen lezen van mensen die eerlijk proberen te zijn. Neem de dagboeken van Victor Klemperer of de memoires van Rudolf Höss. Over hen is secundaire literatuur, maar waarom zou ik die lezen als ze al over zichzelf geschreven hebben? Ik wil niet beweren dat fictie secundaire literatuur is, maar ik heb het gevoel dat daarin iets wezenlijks verdraaid wordt. Mensen hebben al de neiging sprookjes te vertellen, en sommigen ontdekken dat ze er hun brood mee kunnen verdienen. Prima, maar het blijft boerenbedrog. Wat zeggen de oplagecijfers van Herman Koch, behalve dat hij knappe, gladde boeken schrijft?’
Is autobiografie niet ook een profane vorm van biechten: anderen de volmacht geven te oordelen?
'Ik kan alleen zélf oordelen of veroordelen. Pleun is de volledige afbraak van mijn karakter, afbraak in scheikundige zin: jezelf reduceren tot het onscheidbare, de kern. Mensen doen autobiografisch schrijven vaak af met egocentrisme. In Japan is het iets voor verliefde bakvissen, en in Nederland moet je minstens een Homerus-achtig epos van je gestuntel maken, wil je serieus genomen worden. Toch is het een superieure vorm van schrijven, waarin je voortdurend moet opboksen tegen het verlangen de zaken mooier voor te stellen dan ze zijn. Maar het gáát wel ergens over. Hoe kan een mens zich optrekken aan zoiets versluierends als een gedicht?’
Autobiografen hebben iets bedreigends: je loopt bij hen zomaar de kans personage te worden.
'Die kans bestaat. Het is goed mogelijk dat ik vanavond over u ga schrijven.’
Wat voor bescherming heb ik daartegen?
'Weet ik niet. Geen. De beste bescherming is uiteraard dat u ook schrijft. In eerste instantie moet ik bang voor u zijn, omdat u een stuk over mij gaat schrijven.’
Bent u nooit benieuwd naar wat er gebeurt als u fictie gaat schrijven?
'Ik sprookjes schrijven? Ik schrijf al parkeerbonnen. Dat vind ik al meer dan genoeg.’
Bevat fictie niet ook altijd iets autobiografisch, al was het maar omdat het door niemand anders geschreven had kunnen worden?
'Dan moet je als lezer dus een soort psychoanalyticus worden. Mij interesseert alleen de persoon, niet zijn fantasie, belezenheid of spitsvondigheid. Kafka schreef weliswaar fictie, maar bij hem merk je dat iedere zin geschreven moest worden. Ik vind het jammer dat A.F.Th. van der Heijden zijn indrukwekkende autobiografie is gaan verknoeien. In vergelijking met Asbestemming is De Movo Tapes volstrekt oninteressant. Als je als succesvol auteur eenmaal onderdeel wordt van de machinerie van uitgevers komt er een enorme hypotheek op je te staan. Ik heb ooit met hem gecorrespondeerd. Toen ik hem schreef dat ik moeite had met zijn barokke taalgebruik werd het stil. Jammer dat hij niet inzag dat die kritiek uit genegenheid voortkwam.’
Waarom zou fictie niet uit innerlijke drang kunnen ontstaan?
'Dat is dan een innerlijke drang naar humbug. Neem Grunberg. Een briljant schrijver en tegelijkertijd de allergrootste verstopper van de Nederlandse literatuur. Een enkele keer komt de mens Grunberg te voorschijn tussen de barrels van zijn cynisme, zoals in die prachtige Volkskrant-stukjes over zijn zieke moeder. Ik hunker naar een boek waarin hij zichzelf blootgeeft.’
Pleun werd in de pers bestempeld als een wraakoefening.
'Hoe kan wraakzucht de motor zijn van dagboeken die ver vóór Pleun werden bijgehouden? Natuurlijk heb ik wrok gekoesterd, maar uiteindelijk ben ik een vergevingsgezind mens. Pleun leverde het kader waarin dagboeknotities over mijn huwelijk reliëf kregen. Gehaat heb ik hem nooit, daarvoor boeit zijn persoonlijkheid me te veel. Daarom stuurde ik hem ook een exemplaar van Pleun. Toen ik het ongeopend retour kreeg heb ik het boek aan Pleuns vader gestuurd opdat hij het voor zijn zoon kon bewaren.’
Wat zou Pleuns ideale reactie geweest zijn?
'Dat hij aangaf dat hij het gelezen had.’
En zou zeggen: 'Nu begrijp ik alles.’
'Ik had er behoefte aan míjn kant van het verhaal te vertellen. Het zal hem verrassen hoe goed hij ervanaf komt, ondanks het feit dat door zijn toedoen twee huwelijken zijn gesneuveld. Het zou me ook niet verbazen wanneer lezers partij voor hem kiezen. Ik had natuurlijk moeten inzien dat vriendschap met Pleun niet goed zou aflopen. Zo'n superrationeel en direct mens had ik nooit eerder ontmoet; voor mij was hij een ideaalbeeld.’
De ideale vader.
'Ik houd niet van psychologiseren, maar feit is dat ik nooit heb willen bestaan uit de bouwstenen waaruit ik opgebouwd ben. Op school schaamde ik me voor mijn Duitse naam. Zonder dat iemand het thuis wist, noemde ik me daar Hans. Mijn vader was een intelligente man met een neiging tot zelfdestructie. Op mijn elfde ging hij ervandoor met zijn negentienjarige secretaresse. Mijn Duitse moeder was een naïeve vrouw die iedereen in haar leven toeliet om daarna gedesillusioneerd te raken. Verwerping van ouders leidt onvermijdelijk tot zelfverwerping. Misschien schrijf ik wel om mezelf opnieuw op te bouwen.’
U hebt weinig moeite gedaan om Pleun onherkenbaar te maken: een minuutje googlen en je hebt zijn echte naam.
'Beroemde mensen zijn in autobiografisch proza niet onherkenbaar te maken zonder de waarheid geweld aan te doen. Ik heb overwogen om Pleun Teun te noemen - maar vanwege zijn solozeiltocht rond de wereld was hij traceerbaar, of ik hem nu Pleun of Teun noemde.’
Pleun is opgedragen aan Han en Lousje Voskuil.
'Toen ik kennismaakte met de boeken van Voskuil was ik plotseling minder alleen. Ik schreef hem om mijn dankbaarheid te tonen. Ik herkende me ook in de voortvarendheid die op gespannen voet stond met zijn solitaire inslag. Dat hij daarover tot in de pijnlijkste details durfde te schrijven, vond ik indrukwekkend. En het klikte, zoals dat heet. Ik word treurig van recensies waarin men mij labelt als “Voskuil-epigoon”, ook al voegt men daar het woord “goede” aan toe: er bestáán geen goede epigonen, net zo min als er goede dierenbeulen of kinderverkrachters bestaan.’
Hebt u door de goede ontvangst van uw boeken het gevoel dat alles op een of andere manier zinvol is geweest?
'Als ik de boeken zie denk ik vooral: dit ben ik, meer is er niet. De voldoening zat ’m in het schrijven zelf. Zolang er één of twee lezers zijn die geïnteresseerd zijn in hoe ik de wereld waarneem, kan ik blijven ademen.’

Detlev van Heest, De verzopen katten en de Hollander, Van Oorschot, 607 blz., € 25,-;
Pleun, Van Oorschot, 496 blz., € 25,-