Dit ben ik niet

De vrouw op het podium kleedt zich uit. Helemaal. Ze draait zich een beetje af van de toeschouwers, naar het provisorische kapstokje aan de wand van de speelruimte. Dan komt ze naar voren. Vlak voor de neus van het publiek gaat ze op een stoel staan. Met een hand verbergt ze haar naakte kruis voor de blikken van de toeschouwers. Met de andere zou ze het liefst de rest van haar lichaam bedekken - ze staat helemaal ineengedoken van schaamte - maar ze moet ook nog een papiertje vasthouden. Daarop staat de tekst die ze wil voorlezen. Ze kijkt de toeschouwers aan. Met blozende wangen, maar een vastberaden blik. ‘Dit ben ik niet’, zegt de vrouw.

Ze doelt op haar lichaam. Haar mollige blote lijf met de zware borsten en de stevige benen, dat we in een oogopslag hebben gezien en beoordeeld lang voordat we Ruth Bachrach zelf hebben leren kennen. Dus hebben we nog niets gezien, stelt Bachrach. In een geestige, genadeloze verklaring distantieert ze zich van haar lichaam, dat ze omschrijft als een zak die iemand ergens in een hoek heeft gevonden. Ze spreekt over haar lichaam als een ding, met gebruiksaanwijzingen en behoeften. Zij is verplicht deze op te volgen en te vervullen omdat ze ‘het’ tevreden moet houden.
De eerste twee delen van de 'performance’ Corrosief (More about Love), die Ruth Bachrach de afgelopen week uitvoerde in de studiozaal van de Brakke Grond, demonstreren overtuigend de kracht van het medium. De performance zoals die in de jaren zeventig als kunstvorm is ontstaan, is in z'n beste vorm een directe confrontatie tussen kunstenaar en publiek. Het lichaam van de kunstenaar wordt ingezet als materiaal voor een samengebald drama, dat zich in een enkele (of enkelvoudige) handeling voltrekt. Je ontkleden en een verklaring voorlezen. Of, zoals Bachrach doet in het eerste deel van haar performance, de toeschouwer beelden voorschilderen met woorden. Bachrach zit recht tegenover haar toehoorders, en beschrijft in korte, beeldende zinnen een reeks taferelen die je onmiddellijk voor je ziet. Het is geen schilderij wat ze vertelt, eerder een videofilm. Kleur, ritme en compositie nemen een belangrijker plaats in dan het verhaal van deze vertelde video. Verbindend element is het druppelen van verdunde gele verf in een wasbak.
Bachrach voerde deze twee scenes een paar maanden geleden 'kaal’ uit in het programma Know your City. Ze kreeg toen met deze ingetogen scenes een jong, onrustig publiek aandachtig aan het luisteren. In de kleine studiozaal, waar Bachrach niet om de aandacht hoeft te vechten, verbinden de beelden uit de vertelde video zich met elementen waarmee de kunstenaar de ruimte heeft ingericht. Grote glazen druppels op sokkels. Een losse wasbak, gevuld met vloeibare, gele verf. In dat toneelbeeld vinden nog meer scenes plaats die met elkaar de performance de duur van een korte theatervoorstelling geven. Helaas hebben niet alle handelingen van Bachrach de helderheid en de kracht van die eerste twee scenes. Dan zie je meteen de performance in z'n meest zwakke vorm: een reeks losse bedenksels die voor de kunstenaar betekenis hebben maar die niet genoeg communiceren. De davidsterren die Bachrach als oorbellen aandoet, zullen ongetwijfeld de jiddische of Israelische teksten die ze vervolgens zegt, kracht bijzetten. Maar je begrijpt die teksten niet, noch de reden waarom Bachrach ze zegt.
Wat niet klopt aan deze performance is het geheel, de optelsom. Er zijn namelijk genoeg elementen die in principe betekenisvol zijn, mede omdat ze terugslaan op die eerste twee scenes. Dat geldt bijvoorbeeld voor de intrigerende jongen op de (werkelijke) video: een sprankelende, energieke jongen die prachtig beweegt, en die blijkbaar in korte tijd enorm is afgevallen - zijn bovenlichaam hangt letterlijk als een zak om hem heen.
Op het einde van de performance laat Bachrach de verf uit de wasbak in een patroon op de grond schenken, in een liefdevol uitgevoerde handeling. Zo eindigt haar peformance toch nog in een schilderij, met de verf die ze in haar eerste vertelde beelden heeft geintroduceerd.