Met de NAVO-opperbevelhebber mee naar Afghanistan

«Dit conflict is uiterst complex»

Joeri Boom en fotograaf Jeroen Oerlemans reisden met Navo-opperbevelhebber generaal James L. Jones mee naar Afghanistan.

KABOEL/KANDAHAR – De C17 Globemaster is het paradepaardje van het Amerikaanse militaire luchttransport, brult een Britse luchtmachtofficier. We zitten nu al bijna drie uur in de reusachtige buik van het vliegtuig, met oordopjes in. Gesprekken worden half schreeuwend gevoerd om boven het geraas van de vier straalmotoren uit te komen. «Dit vliegtuig kan twee Apache-gevechtshelikopters vervoeren, een Abrahams-tank, of meer dan honderd parachutisten», gilt de officier. «En dat allemaal met de snelheid van een straalvliegtuig. Het kan bijgetankt worden in de lucht, dus je kunt er de hele wereld mee beslaan.»

Toe maar. Inmiddels begint ons exemplaar van dit hooggeprezen type transporttoestel wortel te schieten op de militaire luchthaven van Brussel. We hadden al lang in de lucht moeten zijn. De navo-reis naar Afghanistan begint slecht, maar de bemanning in kaki vliegoveralls laat zich niet uit het veld slaan en blijft vrolijk frisdrank en snoep uitdelen aan de passagiers. In het laadruim van de c17 zijn vliegtuigstoelen aangebracht. Van binnen lijkt het toestel op een uit de hand gelopen Boeing 737: bijna twintig meter langer en veel hoger en breder.

De Brit stopt met schreeuwen. Ook hij begint te vermoeden dat hier iets mis is. Hij wijst. Twee bemanningsleden zijn bezig wandpanelen los te schroeven om te zien wat zich daarachter bevindt. Het blijft niet bij één paneel. Ze doen er zeker vier aan de linkerkant van het toestel, kijken elkaar verbaasd aan, en zetten hun werk voort aan de rechterkant. Ze krijgen aanwijzingen van een bemanningslid dat rondloopt met een opengeklapte laptop. Daarop staat de handleiding van het vliegtuig. Hij vertelt dat zijn mannen op zoek zijn naar een veiligheidsklep. Maar die blijkt zich niet te bevinden op de plek die in de handleiding staat. Moeten we ons ongerust maken? «Nee hoor, gevaarlijk kan het nooit worden. De boordcomputer weigert het vliegtuig te laten opstijgen als er iets niet in orde is.» Een half uur later – de nacht is reeds flink gevorderd – krijgen we te horen dat we vandaag niet meer zullen vertrekken. Er moet een reserveonderdeel worden aangevoerd, en dat is er pas de volgende dag. Wie dat wil, kan met een militaire bus worden vervoerd naar een zelf te bekostigen peperduur Brussels hotel.

Hoe zou het gezicht van generaal James Jones nu staan? We hebben er heel wat voor over om hem in de ogen te kijken, maar we krijgen de kans niet. De generaal en zijn lijfwachten werden als laatste passagiers aan boord gebracht. Nu worden ze als eerste weer afgevoerd.

De Amerikaanse mariniersgeneraal James L. Jones is supreme allied commander Europe (saceur) van de navo, de militaire baas van de Alliantie. Een selecte groep journalisten mocht met hem meereizen naar Afghanistan, waar hij zich op de hoogte zou stellen van de situatie. Op 1 augustus neemt de navo het commando over Zuid-Afghanistan op zich. De oorlogsmissie Operation Enduring Freedom (oef), gevoerd door de Amerikanen, met steun van onder meer Britten en Canadezen – de Coalitie – zal zich vanaf dat moment beperken tot het oosten van het land.

Aan het einde van de volgende dag landen we op het vliegveld van Kaboel. In Brussel zagen we ’s ochtends een c17 landen, afkomstig van de grote navo-basis in het Duitse Ramstein. Een van de bemanningsleden van ons kapotte vliegtuig vertelde dat het enorme toestel het benodigde reserveonderdeel ter grootte van een schoenendoos vervoerde. De c17 uit Ramstein diende als back up, mocht ons toestel niet meer op te lappen zijn. De reis afgelasten zou gezichtsverlies betekenen. Tot nog toe heeft de navo het bevel over troepen in het rustige noorden en midden van Afghanistan. Er zijn grote belangen gemoeid met de uitbreiding naar het gewelddadige zuiden, niet in de laatste plaats voor de Alliantie zelf, die haar bestaansrecht opnieuw wil bewijzen met een succesvolle operatie buiten het Noord-Atlantische verdragsgebied. Een negatieve pers, waarin het uitvallen van de onfeilbaar geachte C17 Globemaster symbool zou staan voor de uitvoering van de Afghaanse missie, wil de navo koste wat het kost voorkomen.

Het hoofdkwartier van de navo in Afghanistan bevindt zich aan de rand van Kaboel. Hiervandaan worden de operaties gecoördineerd van de multinationale troepenmacht isaf (International Security And Assistence Force) die onder het bevel staat van de Alliantie. isaf is een wonderlijk conglomeraat van troepen uit 37 navo- en niet-navo-landen.

Wie zijn telefoon niet uitzet in het zenuwcentrum van het hoofdkwartier, kan hem weggooien. Een in Scandinavië ontwikkeld systeem zorgt ervoor dat de chip van een mobiele telefoon wordt «gegrild», zoals de militairen ons hier waarschuwen. Het is geen fabeltje. Een Nederlandse marinevrouw die ons begeleidt, daagde het systeem uit en moest een nieuwe telefoon aanschaffen.

We bevinden ons in een ondergrondse zaal met computerschermen, waarop geheime informatie over isaf-operaties te zien is. Er is een chatsysteem voor commandanten van de verschillende regio’s en er zijn telefonische hot lines. Binnen luttele minuten kunnen vliegtuigen en helikopters opstijgen om luchtsteun te bieden aan eenheden die in het nauw zijn gekomen, wordt ons verzekerd. Op een van de computers wemelt het van de «F16 NL»’s. «Dat zijn jullie f16’s», vertelt de Duitse kolonel die de baas is van de vliegbewegingen. «Er is een konvooi op weg van Kandahar naar Tarin Kowt in Uruzgan. Jullie willen graag beveiligd worden door je eigen toestellen. Die zijn nu in de lucht. Maar er staan ook Franse Mirages klaar. Nationaliteit is niet het uitgangspunt in dit hoofdkwartier. We zijn allemaal isaf.»

Er zijn al zeker acht zwaar bewaakte konvooien met Nederlands materieel op weg gegaan naar Uruzgan. Tot nog toe werden ze niet aangevallen, mede dankzij de imposante aanwezigheid van f16’s en Nederlandse Apache-gevechtshelikopters. Nu al zijn honderden militairen in de provincie bezig met de opbouw van twee grote legerkampen. Begin augustus zal de hoofdmacht arriveren. Dan bevinden zich in de gevaarlijkste provincie van Afghanistan zo’n veertienhonderd Nederlandse militairen. Onlangs werd bekend dat Nederlandse commando’s tot zes keer toe zware strijd hebben geleverd met Taliban-eenheden of andere opposing military forces, zoals «de vijand» wordt genoemd in navo-taal. Volgens kolonel Henk Morsink, die de opbouwmacht vanuit Kandahar aanvoert, zouden daarbij tientallen doden zijn gevallen aan vijandelijke kant, onder wie een belangrijke Taliban-commandant. De Nederlanders bleven gespaard. Er vielen zelfs geen gewonden.

Over commando-acties wordt doorgaans geheimzinnig gedaan, maar uit gesprekken tijdens ons verblijf wordt stukje bij beetje duidelijk hoe hard de gevechten geweest zijn. Soms kwamen verkenningspatrouilles van de commando’s onder vuur en schoten zij terug. Maar bij minstens één gelegenheid was er sprake van een offensieve actie. Eind mei vielen Taliban-eenheden het dorpje Chora binnen, in de door hoge bergen omringde Chora-vallei. Ze verdreven de Afghaanse politie, de dorpsoudsten en de burgemeester. Samen met Amerikaanse special forces zetten de commando’s de aanval in. Ze vochten zich zeker een dag lang een weg door het dorp en wisten uiteindelijk de Taliban op de vlucht te jagen. Die hergroepeerde zich op de bergtoppen, waarvandaan ze de commando’s met mortieren onder vuur namen. De troepen zaten in het nauw en riepen de steun in van Nederlandse Apaches. Die maakten korte metten met de vijandelijke mortieropstellingen.

De gevolgen van het gevaar voor journalisten om onafhankelijk te opereren in Uruzgan blijken uit de aanvankelijke berichtgeving over de actie: namelijk geen. Het enige wat begin juni in het nieuws kwam, was dat enkele honderden Taliban-strijders Chora hadden ingenomen na urenlange gevechten, en dat ze de volgende dag weer waren vertrokken. Pas toen kolonel Morsink meende dat de tijd rijp was, werd bekend dat het Nederlandse commando’s waren die dat vertrek hadden bespoedigd. Defensie wil meer openheid betrachten, en neemt momenteel journalisten mee naar Uruzgan. Maar zij vallen onder de hoede van de Nederlandse militairen en kunnen niet zelfstandig opereren.

In het diepgaande debat over de Uruzgan-missie werd van regeringswege steeds benadrukt dat het hier ging om een stabilisatiemissie, met als doel de wederopbouw van de verwaarloosde provincie mogelijk te maken. Dat ook offensieve acties tot het mandaat van isaf behoren (hoe kun je anders een gebied dat wemelt van de Taliban «stabiliseren») werd keurig gemeld in de Artikel-100-brief die voorafgaande aan elke crisisoperatie aan de Tweede Kamer wordt gestuurd, maar in het debat werd het vechtkarakter gebagatelliseerd. Pas vorige maand zei minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken in De Groene Amsterdammer dat er «desnoods zeer robuust» zou worden «opgetreden» en «stevig geknokt». In het parlement roerden zich de tegenstanders van de missie, en defensieminister Henk Kamp verkondigde zelfs dat de Nederlandse troepen, die de missie voor een periode van twee jaar zijn aangegaan, voortijds kunnen worden teruggetrokken als de tegenstand te groot blijkt.

Nu blijkt dat die tegenstand inderdaad groter is dan verwacht, heeft de politiek het een en ander uit te leggen. De Nederlandse krijgsmacht kan deze missie aan, zo wordt ons van alle kanten verzekerd, maar een Britse officier op de militaire basis in Kandahar, waar het gevolg van generaal Jones een dag verbleef, legde de vinger op de zere wond toen hij zich afvroeg of de Nederlandse samenleving hier wel klaar voor was.

Generaal David Richards is de commandant van isaf. Vanaf 1 augustus vallen ook de Nederlanders in Uruzgan onder zijn bevel. Nu nog worden zij formeel aangestuurd door de Canadese generaal David Fraser, de bevelhebber van Region Command South, die opereert binnen de bevelstructuur van Operation Enduring Freedom. In de praktijk houden de Nederlanders zich afzijdig van oef-missies. Aan Mountain Thrust, het grote tegenoffensief waarmee de Taliban-tegenstand gebroken dient te worden, nemen zij niet deel.

Generaal Richards is zeer te spreken over de gevechtsacties van de Nederlanders. «Misschien dachten sommigen dat er tijdens deze missie geen schot gelost zou worden, maar dat is nooit de filosofie geweest», zegt hij. Het is voor het eerst dat Richards reageert op de Nederlandse gevechten: «Als de Taliban in onze gebieden de bevolking terroriseren, zullen we ze opzoeken en vernietigen. De Nederlanders zijn daar al mee begonnen. Ze hebben uitstekend werk geleverd.»

Ook navo-generaal James Jones, Richards’ baas, is enthousiast over de Nederlanders. «Niemand van ons heeft ooit getwijfeld aan de capaciteiten van jullie krijgsmacht», zegt hij als we hem in Kandahar, vlak voor de terugvlucht naar Brussel, eindelijk te spreken krijgen. «Jullie commando’s zijn zeer competent. En de manier waarop jullie de Apaches gebruiken is voortreffelijk.»

Jones wil niet om de werkelijkheid van de isaf-missie heen draaien. «Wij hebben een andere benadering dan oef. Die missie is gericht op contraterrorisme, wij houden ons bezig met counter-insurgency. Wij hanteren een andere filosofie en hebben de capaciteit om stabiliteit te brengen en de wederopbouw in gang te zetten. Maar de navo kan ook vechten, en dat zullen we doen om stabiliteit en wederopbouw te garanderen. Ik besef dat er een limiet is aan de publieke tolerantie. We hebben de laatste vier jaar in de VS de publieke opinie zien omslaan over de oorlog in Irak. Laten we er dus voor zorgen dat we goed blijven communiceren met het thuisfront.»

Tijdens het Uruzgan-debat was er veel te doen over de commandostructuur. Het leek erop dat Amerikaanse eenheden in Uruzgan op eigen houtje jacht konden maken op Taliban- en al-Qaeda-aanhangers. Hun doorgaans hardhandige optreden zou daarbij schade kunnen berokkenen aan de stabiliteit die de Nederlandse troepen juist nastreven. Nederland hoeft niet bang te zijn dat zoiets gebeurt, legt James Jones uit: «Na 1 augustus vallen alle eenheden die opereren in het zuiden onder bevel van generaal Richards. Als er speciale operaties tegen terrorisme plaatsvinden, wordt dat overlegd met Richards.»

Generaal Richards, aangeschoven bij het gesprek, vertelt dat zijn hoofdkwartier de procedures voor zulke operaties uitvoerig heeft getest: «Contraterreuroperaties mogen niet conflicteren met het doel van isaf. Als dat wel het geval is, kan ik ze afblazen.»

Ook de bestrijding van de opiumhandel en de papaverteelt is een heikel punt binnen de isaf-missie. Richards is daar heel duidelijk over: «Je zult mijn troepen niet aantreffen terwijl ze papavervelden vernietigen. Wat we moeten doen, is de mensen een alternatieve economie bieden.»

Generaal Jones is het met Richards eens, al rept hij van de war on drugs, een uitdrukking die Richards zorgvuldig vermijdt. Maar Jones’ filosofie blijkt een andere dan die van Washington, waar men nog altijd de filosofie aanhangt dat drugsbestrijding een oorlog is tegen arme boeren die uit lijfsbehoud coca of papaver verbouwen. «We moeten het drugsprobleem in zijn geheel aanpakken. Vernietiging van de oogst alléén is niet de oplossing, zoals we hebben kunnen zien in Colombia. De navo zal de antidrugscampagne van de regering ondersteunen. Maar we denken daarbij internationaal en op de lange termijn.»

De navo-officieren belast met de perscontacten beginnen nerveus te worden. De generaals begeven zich op politiek terrein. «Dit conflict is uiterst complex», zegt James Jones nog. «Er is geen militaire oplossing. Het is niet goed om te veel aan de militairen over te laten in dit land.»

Dan wordt de pers haastig afgevoerd. Er staan terreinwagens klaar om ons naar de andere kant van het kamp te brengen, waar onze opgelapte c17 al weer gretig staat te brullen. Als we instappen, blijkt generaal Jones al aan boord te zijn.

«De generaal is altijd sneller», brult de Britse luchtmachtofficier die net als op de heenreis naast ons zit.

Maar van het werkelijke Afghanistan, het mooie, gevaarlijke land buiten de beschutting van de militaire basis, heeft de generaal niets gezien. l