Willy Decker regisseert Verdi’s La traviata

‘Dit gaat alleen maar over sterven’

Het is bij voorbaat de meest opwindende operavoorstelling van dit seizoen: La traviata in de regie van Willy Decker bij De Nederlandse Opera. Deckers Traviata, modern, tijdloos, aangrijpend, was in 2005 een groot succes in Salzburg. ‘Het Muziektheater is er misschien nog geschikter voor.’

‘LA TRAVIATA van Giuseppe Verdi is een ongelooflijk subtiel psychologisch werk. Het gaat zozeer om emotie en de bewegingen van de ziel dat het belangrijk is om de persoonlijkheden te zien van de zangers die het doen. Dat is heel anders dan een expressionistische opera als Wozzeck van Alban Berg. Toch, in beide gevallen gaat het erom ruimte te scheppen voor een persoonlijke invulling door de zangers. Als ik begin met regisseren heb ik meestal een helder idee over het toneelbeeld en hoe de zangers zich daarin zullen bewegen. Maar het is erg belangrijk dat je mogelijkheden openhoudt voor hun spontane persoonlijke reacties op het toneel.’
Willy Decker (58) neemt tussen twee repetities de tijd om te praten. De première van La traviata in Amsterdam is in zekere zin een tweede première na het grote succes in Salzburg in 2005, met andere zangers, een ander orkest, andere dirigent. De Duitse operaregisseur heeft een nauwe band met Amsterdam sinds hij in 1994 Wozzeck regisseerde. Dat geldt als een modern en moeilijk werk. In zijn versie domineert in het decor het motief van een huis waar Wozzeck zich buitengesloten voelt. De uitvoering was helder, open, menselijk en een groot publiekssucces. Dat is zo gebleven met een reeks andere opera’s: Werther van Massenet, Elektra van Richard Strauss, Kat’a Kabanová van Janácek, Boris Godoenov van Moessorgski, Lear van Reimann, Die Soldaten van Zimmermann, Don Carlo van Verdi en Die tote Stadt van Korngold. Veel moderne opera’s, veel Duitse opera’s, maar altijd die heldere benadering, duidelijke symbolen, en ruimte voor de zangers om hun persoonlijke interpretatie te vinden.

DECKER WERKT bijna altijd met een vast team, onder wie dramaturg Klaus Bertisch en ontwerper Wolfgang Gussmann. Regieconcept en decorontwerp vallen bij hen volledig samen. Het is soms eigentijds, soms historisch, vereenvoudigd, maar vol betekenis. In Don Carlo waren er bijvoorbeeld geen tuinen, geen paleizen en was er geen gevangenis. De opera speelde zich af in een grafkelder waarin de monumentale graven stonden van de illustere voorgangers van Philips II en zijn zoon Carlos. De opera wordt meer dan het verhaal van een vader en een zoon die elkaar benijden, vrezen en verraden; de opera plaatst hen in historisch perspectief en geeft meer gewicht aan hun beslissingen.
Toch was het verrassend dat Peter Ruzicka van de Salzburger Festspiele Decker vroeg La traviata van Giuseppe Verdi te regisseren. La traviata is een opera die zich moeilijk aan zijn moment van ontstaan kon onttrekken. Het is het enige eigentijdse werk van Verdi, naar een bijna autobiografisch toneelstuk van Alexander Dumas fils, La dame aux camélias. Verdi’s opera werd in 1853 voor het eerst opgevoerd, zes jaar nadat Marie Duplessis was overleden, op wie roman en toneelstuk van Dumas zijn gebaseerd. Dumas schreef zijn boek uit schuldgevoel tegenover een vrouw die hij had verlaten.
In de opera is Violetta een gevierde courtisane die verliefd wordt op een jonge jongen, Alfredo, die haar in stilte heeft aanbeden. Samen brengen ze drie gelukkige maanden door op het land, dan verstoort de vader van Alfredo de idylle. Hij vertelt Violetta een ontroerend verhaal: zijn dochter, Alfredo’s zuster, kan alleen trouwen als Alfredo zijn relatie met een vrouw van lichte zeden opgeeft. Violetta besluit Alfredo te verlaten en terug te gaan naar haar leven van feesten, Alfredo is woedend en behandelt haar afschuwelijk. Pas aan het einde van de opera, als Violetta stervende is, vinden ze elkaar terug.

ALS DIT WERK volkomen naturalistisch wordt uitgevoerd, vol feestvierende dames in wijd uitstaande crinolines, is het in onze ogen al heel romantisch. Maar Willy Decker en zijn ploeg hebben voor een andere benadering gekozen. Het decor is simpel: een halfronde muur, een lange bank, een enorme klok. We zien Violetta in een vurig rood jurkje wanhopig als enige vrouw tegenover een massa mannen die haar opjagen, bedreigen, optillen. Er is niets feestelijks aan. Haar relatie met Alfredo en zijn vader is even heel persoonlijk, daarna is haar dood op dat grote, lege toneel erg eenzaam. Waar haalt Decker zo’n originele benadering vandaan?
Decker: ‘Wolfgang Gussmann, de ontwerper, en ik beginnen altijd vanaf het nulpunt. Wat hij doet en wat ik doe is onscheidbaar. We sluiten ons voor een behoorlijk lange periode op, wisselen ideeën met elkaar uit, passen ze aan en komen dan te voorschijn met een visueel concept dat al in belangrijke mate gecombineerd is met een idee over de personages en hoe ze in dat raamwerk bewegen. Het is niet alleen een esthetisch concept, ik probeer altijd te vragen waarom het zo moet, ook als het om details gaat. Een kamer is niet alleen maar een kamer, het is een ruimte waarin de innerlijke betekenis van het werk zich kan ontvouwen. Sommige collega-regisseurs doen het anders. Die accepteren dat de decorontwerper met zijn ontwerp komt en zetten daar iets in. Dat zou voor mij niet mogelijk zijn.’
Het is bij Deckers regie net alsof hij zich niets aantrekt van de traditionele manier waarop een werk altijd is gespeeld. Is dat omdat hij steeds bij het nulpunt begint? ‘Het komt uit een diep gevoel dat er al is als ik naar de muziek luister. Vaak maak je allerlei omwegen en kom je weer terug bij je allereerste reactie. Mijn eerste gevoel toen ik naar de muziek van La traviata luisterde was dat het alleen maar gaat over sterven, over de dood. Ik werd sterk gegrepen door die atmosfeer van sterven. Je kijkt naar een vrouw die naar haar einde toe gaat. Ik werd herinnerd aan de schilderijen van de Zwitserse schilder Ferdinand Hodler, die toen zijn vrouw ongeneeslijk ziek was elke dag een schilderij van haar maakte, tot zij dood was, heel aangrijpend. Het zijn ruim vijftig schilderijen en ze ziet er elke dag anders uit. Dat wilde ik nu ook laten zien, hoe Verdi met heel zijn hart deze vrouw volgt en ziet hoe zij ten slotte naar een andere dimensie gaat.’
In zijn regie plaatst Decker Violetta als enige vrouw tegenover een grote groep mannen. Ook de vrouwen in het koor en de kleinere rollen zijn als mannen gekleed. Het maakt grote indruk. Hoe komt hij op zo’n idee? ‘Ook dat was een eerste gevoel. Ik stond vanaf het allereerste moment zozeer aan haar kant, ik had het gevoel dat dit het verhaal was over een vrouw tegenover een mannenwereld. De andere vrouwen in de opera zijn er alleen om muzikale redenen, omdat Verdi behoefte had aan vrouwelijke stemmen in het ensemble. Maar het conflict gaat om deze ene vrouw en een wereld die door mannen wordt beheerst. Dus ik bedacht dat het fantastisch zou zijn als er tegenover haar alleen maar mannen zouden zijn. Met één uitzondering: haar oude huishoudster Annina, de enige naast Alfredo die echt om haar geeft.’
Oppervlakkig gezien lijkt het simpel feministisch: een vrouw tegenover de mannenwereld. ‘Het gaat om meer’, zegt Decker, ‘maar het heeft ook dat feministische aspect. De mannen in deze opera zien liefde als een waar, iets wat je kunt kopen. De vrouw wordt in die rol gedwongen. Maar het portret van Violetta gaat verder dan dat. Uiteindelijk is zij niet alleen een vrouw die sterft door de rol die haar is gegeven. Zij sterft omdat zij de enige is die werkelijk op een heel complexe manier, zonder voorbehoud, kan liefhebben. Violetta haat het leven dat zij leidt, vanwege de grootheid van haar innerlijk leven, en misschien is dat de geheime reden dat ze sterft. Ze is ziek, tuberculose, maar je kunt ziekte zien als een metafoor, zoals Susan Sontag zegt. Ziekte heeft een reden. Misschien had ze eroverheen kunnen komen als haar teruggetrokken leven met Alfredo door had kunnen gaan. Maar als ze van hem weggaat, wil ze sterven. Ze wil dat de tijd sneller gaat, dat het snel voorbij zal zijn.’
Decker laat dat zien met een vrij grof symbool, een enorme klok. Soms gaat de tijd heel snel, soms staat hij stil, soms wil Violetta de voortgang van de tijd tegenhouden. Daarnaast is er een geheimzinnige oude man. Hij is de dokter die haar de dood heeft aangezegd, maar hij kan ook de Dood zijn, of zelfs God. Decker: ‘Het is soms interessant om kleinere rollen, zoals in deze opera de dokter, een grotere betekenis te geven om daarmee dingen duidelijker te kunnen maken. Iedere keer als zij hem ziet, wordt ze herinnerd aan haar situatie. Het is de rol van een dokter bij een dodelijk zieke patiënt.’
Het is alsof de overbekende, prachtige muziek van Verdi in deze voorstelling een andere betekenis krijgt, universeler wordt. Decker: ‘De destructieve kracht in Violetta’s leven is de wereld van feesten die almaar doorgaan. Die feesten vernietigen haar, maken haar innerlijke leven kapot. Dat geeft het koor een sterke macht op het toneel, het koor is hier niet alleen maar een achtergrond. Een van de dingen die ik vanaf het eerste moment voor ogen had, was het moment dat Violetta in elkaar klapt. Zij ligt daar op de grond en het koor deinst achteruit. De dokter duwt het koor als het ware met zijn ogen naar buiten. Ook dat was zo’n eerste gevoel.’
Lukt het hem altijd om tot een nieuwe visie op een opera te komen? ‘Als ik die visie niet heb, doe ik het niet’, zegt Decker. ‘Ik zou Wagners Lohengrin doen in Bayreuth. Maar ik kon er geen grip op krijgen. Ik kwam er niet dichterbij. Ik kon me nergens mee identificeren, ik kreeg een steeds grotere hekel aan die Lohengrin. Ook van dat militarisme in de muziek kreeg ik een steeds grotere afkeer. Ik moest het afzeggen, dat was niet gemakkelijk om te doen, maar ik moest het doen om trouw te blijven aan mijzelf. Ik kon het niet alleen maar doen op basis van mijn vakkennis.’
Decker is zelf ook ziek geweest, niet lang na de première van La traviata in Salzburg: ‘Dat was niet zo dramatisch. Het was meer een kwestie van uitgeput zijn. Misschien was het werken aan La traviata in Salzburg zo intens geweest dat ik daarna geen kracht meer over had om Mozarts Idomeneo te doen voor de opening van het Mozartjaar in Wenen. Ik had een jaar nodig om weer terug te kunnen komen, eerst met een bijzonder en klein stuk in een fabriekshal op de RuhrTriennale, Le vin herbé van Frank Martin. Bijna niemand kent dat stuk. Daarna in Barcelona Death in Venice van Benjamin Britten.’
Vanaf dit jaar is Decker intendant van de RuhrTriennale. ‘Het thema van de volgende drie jaar is spiritueel: de relatie tussen kunst en religie. Dit jaar gaat het om de joodse traditie. Laat in de zomer doen we Moses und Aron van Schönberg. In 2010 staat de islamitische traditie centraal. In 2011 gaat het om het boeddhisme. Ik ben persoonlijk leerling van een Japanse zenmeester en ik hoop dat we een theatervorm kunnen vinden voor de koan, de relatie tussen meester en leerling in de vorm van een raadsel dat je niet met je intellect kunt oplossen. De relatie tussen gevoel en intellect is belangrijk voor mij. Vanaf mijn vroegste jeugd is er altijd een conflict in mij geweest tussen het hoofd en het hart. Ik ben begonnen met muziek, dat was het hart, toen kwam de literatuur, dat was meer het hoofd. Ten slotte kwam ik terecht bij het muziektheater als een manier om hoofd en hart te integreren.’
Voorlopig heeft hij de moeilijke klus het succes van La traviata uit Salzburg over te brengen naar Amsterdam. ‘Ik zie het meer als een volgende stap in een ontwikkeling. De zangers zijn andere persoonlijkheden en daar houden we rekening mee. De jonge Russische sopraan Marina Poplavskaya is een Violetta die opstandiger is dan Anna Netrebko, en dat op een heel interessante manier. Ismael Jordi is nog jongensachtiger dan Rolando Villazón, werkelijk bijna een jongen.
Wat ook belangrijk is: de zaal van het Muziektheater is er misschien nog geschikter voor dan het Grosse Festspielhaus in Salzburg. Omdat de zaal halfrond is vormt die met het halfronde decor een volledige cirkel, waar het publiek met de zangers in zit. Dat zou sterker kunnen werken dan in Salzburg.’

La traviata door De Nederlandse Opera. Regie Willy Decker, muzikale leiding Paolo Carignani, met Marina Poplavskaya, Ismael Jordi en Andrzej Dobber. Muziektheater Amsterdam, t/m 5 mei, www.dno.nl. De voorstellingen zijn uitverkocht, maar wat is écht uitverkocht? De dvd van de productie uit Salzburg (dirigent Carlo Rizzi, met Anna Netrebko, Rolando Villazón en Thomas Hampton) is voor € 25,- te koop in de platenwinkel