Het pleinprotest, nu in New York

‘Dit gaat niet over links of rechts’

In New York protesteren activisten tegen de sociale ongelijkheid en de invloed van het bedrijfsleven. Ze hopen dat de bezetting van Wall Street het begin is van een brede beweging. ‘De krachten waartegen we moeten strijden zijn immens.’

JE KUNT EEN HOOP zeggen van de honderden activisten in Zuccotti Park in Manhattan, enkele straten verwijderd van het beursgebouw op Wall Street, maar niet dat ze geen doorzetters zijn. Al sinds zaterdag 17 september bivakkeren ze in het kader van de actie Occupy Wall Street onafgebroken in het park, waar ze ook tijdens de hevige regenbuien van afgelopen week de nacht doorbrachten.
Vanaf Broadway gezien doet het tafereel op deze donderdag nog enigszins onwerkelijk, bijna komisch aan. Met de rug naar het verkeer staat schouder aan schouder een rij politieagenten, wijdbeens, nors voor zich uit kijkend, de handen steeds in de nabijheid van knuppel en pistool. Aan de andere kant van het trottoir, boven aan de trappen naar het lager gelegen stadspark, staan enkele tientallen demonstranten. Zij kletsen, dansen en houden borden op met leuzen als ‘Bedrijven zijn geen mensen’ en 'Armoede = winst voor de rijken’. Een enkele voorbijganger betuigt steun, hoewel de gemiddelde New Yorker gehaast doorloopt. Toeristen houden daarentegen halt om de vele op de grond uitgespreide kartonnen borden te fotograferen.
Wie de leuzen tot zich neemt, ziet hoe uiteenlopend de hartenkreten zijn van de overwegend jonge activisten. Het groeiende gat tussen rijk en arm. De invloed van het bedrijfsleven op politiek en rechtspraak. De schade die een door consumptie gedreven economie berokkent aan het milieu. Het 'breken’ van vakbonden. Ongereguleerd kapitalisme. Hebzucht. Oorlog. Amerikaans imperialisme. De doodstraf. Racisme. Het gevangeniswezen. De oorlog tegen drugs.
De boodschap van de 23-jarige ingenieur Chris Scully, in korte broek onder een ontbloot bovenlijf, is simpelweg een uitnodiging aan de voorbijgangers: 'Sluit je bij ons aan. Wij houden van jullie!’ De meeste mensen kijken hem meewarig aan. Het deert Scully niet. 'Het is nog niet tot iedereen doorgedrongen dat ze dagelijks genaaid worden’, zegt hij. 'Ook wie niet werkloos is of niet zijn huis wordt uitgezet, wordt door Wall Street genaaid.’ Zelf valt Scully onder geen van die categorieën, want hij zal 'nooit een huis kopen en slaaf worden van een of andere bank’. Over werk hoeft hij zich geen zorgen te maken, want als ingenieur hebben 'ze’ hem nodig. 'Ze’ zijn 'de bedrijven die onze democratie hebben overgenomen’.

IN HET PARK, weg van de drukke straat, is de sfeer gemoedelijk. De bouwvakkers die aan een nieuwe kantoortoren op het World Trade Center-terrein werken, eten hun lunch tussen de activisten die hun uitleggen dat ze 'strijden voor betere lonen voor mensen als jullie, en hogere belastingen voor het volk op Wall Street’ - waarin de bouwvakkers zich best kunnen vinden. Een ensemble speelt moderne versies van oude activistenliederen als We Shall Overcome en This Land is Your Land, waarop wordt meegezongen en gedanst.
Aan alles is te zien dat deze protesten in logistiek opzicht goed georganiseerd zijn. In het hart van het park bevinden zich een provisorische keuken, een medische post, een 'slaapzaal’ en een mediacentrum, waarvandaan de activisten een live stream van de gebeurtenissen verspreiden via hun websites. Er is zelfs een bewakingsdienst, bestaande uit geblokte activisten die geen slecht figuur zouden slaan als nachtclubportier. De actie Occupy Wall Street was er dan ook niet van de ene op de andere dag. Het begon met een oproep tot actie van het Canadese anticonsumentistische blad Adbusters op 13 juli. In advertentiestijl blogde het blad: ’#BezetWallStreet - ben jij klaar voor jouw Tahrir-moment?’ De bezetting zou moeten beginnen op de willekeurig geprikte datum van 17 september. In de East Village van New York nam een groep die zichzelf de General Assembly noemt de oproep serieus. Na wekenlang vergaderen in openbare parken togen enkele honderden activisten richting Wall Street, die echter door de politie uit voorzorg al was afgesloten. De groep week daarop uit naar Zuccotti Park, een paar straten verderop, en doopte het parkje om tot Liberty Square.
Tweemaal daags houden de activisten hier hun algemene vergadering, een overblijfsel uit die voorbereidingsweken. De bijeenkomsten zijn een oefening in egalitarisme: iedereen mag spreken en niemand wordt onderbroken, ongeacht de boodschap. Dat wordt versterkt door het verbod van de New Yorkse politie om geluidsversterkers te gebruiken, wat de activisten hebben opgelost met de people’s mic: elke uitgesproken zin wordt door de dichtstbijzijnde vergaderaars luidkeels herhaald, opdat iedereen op het plein kan meeluisteren. Het is een gekmakend tijdrovende wijze van communiceren, maar desondanks slagen de honderden vergaderaars erin om zo de dagelijkse taken te verdelen, werkgroepen op te richten die ideeën en eisen moeten formuleren en, niet onbelangrijk, nieuwe acties te plannen. Want naast de dagelijkse protestmarsen tegen 'Wall Streets hebzucht’ organiseert Occupy Wall Street bijvoorbeeld ook protesten tegen te hoge collegegelden of een mars uit solidariteit met het personeel van veilinghuis Sotheby’s, dat zijn werknemers verbiedt zich in een vakbond te organiseren.
Zo komen mooi de verschillende drijfveren van de activisten tot uiting. Sommigen worden gemotiveerd door woede over hun persoonlijke situatie. 'Als ik straks afstudeer heb ik tienduizenden dollars studieschuld zonder uitzicht op een goede baan’, zegt de 21-jarige Amanda Clarke. Anderen worden gedreven door empathie, zoals de 28-jarige juwelierontwerpster Andrea Cobb uit Brooklyn. 'Eén op de vijf Amerikaanse kinderen leeft in armoede, terwijl de één procent rijksten bijna de helft van het land bezit’, zegt Cobb. 'En de inkomensongelijkheid blijft groeien. Kan dan niemand dat wat schelen?’
Opmerkelijk is dat de activisten het zelden hebben over specifieke politici. Ook de naam Obama valt zelden. Er wordt geageerd tegen abstracte grootheden als corporatisme, consumentisme of corruptie. Democraten zitten net zo diep in de zak van het bedrijfsleven als Republikeinen, zo luidt de algemene perceptie. 'Dit gaat niet over links of rechts’, zegt de 'groene anarchist’ Richard Degan, een door de wol geverfde activist van tegen de zestig. 'Het gaat over hiërarchie versus autonomie. Over boven en beneden.’ Een bezoek aan het park van David Patterson, de Democratische oud-gouverneur van New York, bekijkt hij dan ook met argwaan: 'Die is vast op zoek naar een nieuwe baan.’

ONDANKS steunbetuigingen van bekende figuren als de progressieve intellectuelen Noam Chomsky en Naomi Klein, en bezoeken aan Liberty Square van Princeton-professor Cornel West, actrice Susan Sarandon en filmmaker Michael Moore kregen de activisten gedurende de eerste tien dagen tot hun chagrijn nauwelijks aandacht van de nationale media. Het nadrukkelijk scanderen van de frase 'De hele wereld kijkt toe!’, in navolging van de actievoerders ten tijde van de Burgerrechtenbeweging, de moeder aller sociale bewegingen in naoorlogs Amerika, kon daar niets aan veranderen. De protesten zouden te klein zijn - de standaardbezetting in het park varieerde van tweehonderd tot vijfhonderd mensen, de marsen trokken iets meer mensen - en 'inhoudelijk te onsamenhangend’, zo concludeerde bijvoorbeeld The New York Times in een neerbuigend artikel. Pas toen de protesten vorige week zaterdag tot gewelddadige arrestaties leidden en een video rondging waarin een agent nadrukkelijk over de schreef ging door vier jonge vrouwen te peppersprayen, was er enige aandacht van kabelzender MSNBC. Juist dat uitblijven van media-aandacht was volgens veel actievoerders de reden dat de protesten in die eerste dagen maar niet uitgroeiden tot massa-evenementen: de gemiddelde Amerikaan had er domweg geen weet van.
'Raak niet gedemoraliseerd door de media’, hield schrijver-activist Chris Hedges enkele gefrustreerde jongelui voor tijdens een bezoek aan het park in de tweede week van de acties. 'Dat is precies wat ze willen bereiken. Onthoud wie hun eigenaren zijn: Vacom, Disney, General Electric, Rupert Murdoch - dat zijn niet je vrienden.’
Een economisch systeem dat wordt gedomineerd door grote bedrijven, zoals het Amerikaanse, noemde Hedges een 'systeem des doods’. 'Bedrijven veranderen alles in handelswaar; ze zullen mensen en de natuurlijke wereld exploiteren totdat ze uitgeput zijn.’ Het is zaak de consumentenmaatschappij te breken, maande Hedges zijn gehoor, want 'de planeet kan dit consumptieniveau niet overleven. Dat wordt een lange strijd, die we misschien niet zullen winnen. De krachten waartegen we moeten strijden zijn immens. Maar je niet verzetten is je overgeven aan wanhoop.’
'Jullie hebben nu al levens beroerd’, vervolgde Hedges. 'Denk aan de steunbetuigingen tijdens de marsen. Die mensen kunnen het zich niet veroorloven te protesteren, want ze hebben banen en gezinnen, maar ze voelen zich gesteund door jullie.’ Hij was in zijn element. 'Ik zit in een park tussen de enige vrije mensen in New York. Dit is waar Amerika’s hoop ligt. De pogingen tot intimidatie en het buitensporige geweld van de New Yorkse politie illustreren hoe bang de machtselites zijn. Bang dat een beweging als deze groeit.’
Aan Hedges’ praatje met het groepje activisten komt een einde als de dagelijkse algemene middagvergadering wordt afgeroepen. Vanaf de straat kijken twee mannen in pak, zo op het oog leden van de stam waartegen de protesten in naam gericht zijn, geringschattend toe. De oudste van de twee, die niet bij naam wil worden genoemd, vindt het een 'verspilling van ieders tijd’. Hij begrijpt ook niet wat ze willen. 'Het gaat geloof ik over hebzucht. Wat voor zin heeft het om daartegen te protesteren? Hebzucht is een van de zeven zonden, daar is iedereen tegen.’ Nee, in werkelijkheid gaat het ze om iets anders, weet hij: 'Ze willen meer sociale voorzieningen. Onzin. Iedereen heeft genoeg te eten in dit land. Niet iedereen kan rijk zijn. Geen systeem is perfect.’
Als de vergadering op het plein twee uur later is afgelopen, zet een groepje muzikanten aan voor het lied We Are Not Taking It Anymore.

OP VRIJDAG was het opeens gedaan met de kleinschaligheid van de protesten, mede dankzij de 38.000 leden tellende Transport Workers Union, die haar mensen die ochtend had opgeroepen om deel te nemen aan het protest tegen politiegeweld later op die dag. Toen de vakbondsleden, herkenbaar aan hun T-shirts, met honderden tegelijk op Liberty Square arriveerden, brak het toch al afgeladen plein in euforisch gejoel uit. Aan de mars namen uiteindelijk tweeduizend mensen deel. De dag daarop marcheerden al weer drieduizend demonstranten door de stad, waarvan er zevenhonderd werden gearresteerd op de Brooklyn Bridge omdat ze het verkeer blokkeerden.
Op maandag werd de progressieve Take Back the American Dream-conferentie in Washington geopend met - zowaar - de eerste officiële verklaring van Occupy Wall Street, het resultaat van talloze algemene vergaderingen op Liberty Square. In het document, geheel in de stijl van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, verklaarden de activisten in staccato onder meer:
'Ze hebben de voedselketen vergiftigd middels nalatigheid en de landbouwsector ondermijnd middels monopolisering. (…) Ze hebben de rechtbanken beïnvloed om dezelfde rechten te verwerven als natuurlijke personen, naar dan zonder de strafbaarheid of verantwoordelijkheid. (…) Ze hebben onze privacy als handelswaar verkocht. (…) Ze gaan door met het blokkeren van alternatieve energievormen om ons afhankelijk te houden van olie.’ De verklaring eindigt met een oproep aan 'de mensen op aarde’ om 'jullie macht aan te wenden’.
Dit is geen revolutionaire taal, het is hoogstens de taal van een groep mensen die 'het niet langer pikt’ en die bereid is te strijden voor een wereld waarin burgers gelijkwaardig opereren binnen een economisch model dat niet gebaseerd is op hebzucht, maar op samenwerking en solidariteit. En die dit wil bewerkstelligen door zich op vreedzame wijze te doen gelden, met gebruikmaking van de middelen die de democratie haar toestaat - met hier en daar een snufje burgerlijke ongehoorzaamheid.
Zoiets. Waartoe het allemaal precies zal leiden, zal in de komende weken, maanden, jaren blijken. De harde kern van de activisten op Liberty Square heeft al aangegeven niet te wijken, ook niet als het straks winter wordt en de temperatuur in New York met gemak vijftien graden onder het vriespunt zakt. Vooralsnog lijkt de beweging alleen maar te groeien. Woensdag 5 oktober krijgen de duizenden activisten van Occupy Wall Street steun van de Working Families Coalition en het linkse online platform MoveOn.org. Vergelijkbare protesten, gemodelleerd naar de bezetting van het Egyptische Tahrir-plein waarop ook Occupy Wall Street is geïnspireerd, zijn inmiddels van start gegaan in financiële centra als Atlanta, Boston, Chicago en Los Angeles. Het begin van een brede, progressieve protestbeweging in de Verenigde Staten? Als de tijd er ooit rijp voor was, dan nu.