De DENK-stemmer

‘Dit hebben we nodig in de Tweede Kamer’

Naar verwachting richt DENK zich de komende maanden vooral op het gekleurde electoraat. In Rotterdam-Noord lijkt de partij te kunnen rekenen op de migrantenstem.

Medium hh 57774921

In de krappe wachtruimte van een kapperszaak in de Iskender Pasa, een Turks sociaal-cultureel centrum in Rotterdam-Noord, zit de Turks-Nederlandse hbo-student Ali (20) te wachten op een knipbeurt. Op de vraag op wie hij bij de aankomende verkiezingen gaat stemmen antwoordt Ali sarcastisch: ‘Ik ga op Wilders stemmen.’ De kapper kan erom lachen en vult Ali aan: ‘Hij zegt tenminste wat hij denkt, dat moet je Wilders wel nageven.’ Ali vervolgens op serieuze toon: ‘Natuurlijk stemmen we op DENK, op wie anders? Dan weet je tenminste dat je stem gehoord wordt. Al die anderen zijn binnenvreters, hypocrieten. Marcouch, Aboutaleb, noem ze maar op.’

Niet ver van het cultureel centrum bevindt zich de Turkse hulporganisatie Hasene, die zich internationaal inzet voor de minder bedeelden, met name in Afrika. Voor de ingang hangt een grote Turkse vlag naast de Nederlandse. Mehmet Yaramis (43), de landelijke vertegenwoordiger en voorzitter van de organisatie, ontvangt mij gastvrij op zijn kantoor. Yaramis weet nog niet op wie hij zal stemmen: ‘Ik heb me er eerlijk gezegd niet in verdiept. Wel ben ik zeer teleurgesteld geraakt in de houding van de Nederlandse regering na de mislukte coup in Turkije.’ Of daarmee een stem op DENK voor de hand ligt? ‘Ik overweeg het, maar ik moet me nog inlezen. Voorheen stemde ik op de linkse partijen. pvda, sp. Als er maar werd opgekomen voor minderheden.’

Tegen de verrechtsing, verruwing en verharding van de politiek en samenleving. Met deze woorden vatten Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk in februari 2015 het belang van hun nieuwe politieke beweging DENK samen. In de publieke optredens die daarop volgden werden de woorden als een politieke slogan herhaald. Het moest voor de achterban meteen duidelijk zijn: DENK is het antwoord op de rechtse verschuiving van de gevestigde politiek, de toenemende moslimhaat en xenofobie en de dubbele maat, het idee dat er in het publieke debat een andere maatstaf wordt gehanteerd als het gaat om de rechten van met name Nederlandse moslims.

Ongeveer een jaar later opende de beweging haar partijkantoor in Rotterdam. De keuze voor de havenstad is niet geheel toevallig. Rotterdam kent het hoogste aantal inwoners met een niet-westerse achtergrond en de lokale problemen en sentimenten lijken vaak een goede graadmeter van de stemming in de rest van het land. Zo begon de Fortuyn-revolte in Rotterdam, met de grote overwinning van Leefbaar Rotterdam tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2002. Het bleek een voorbode van een landelijke trend: de boze witte burger werd geboren.

Wat toen voor rechts gold zou ook de andere kant op kunnen werken, moeten Kuzu en Öztürk hebben gedacht toen zij besloten hun hoofdkwartier in de Maasstad te vestigen. Want als er ergens in Nederland sprake is geweest van een verrechtsing, verruwing en verharding, dan is het wel in Rotterdam, valt er op de site van DENK te lezen.

Maar hoe breed is dat sentiment onder de potentiële stemmers van DENK? Het gekleurde electoraat blijkt voor opiniepeilers lastig te bereiken. Nederlanders met een niet-westerse achtergrond zijn doorgaans niet de mensen die een enquête invullen of zich aanmelden voor een opiniepanel. De bekende opiniepeilers schatten DENK inmiddels op twee à drie zetels; DENK mikt zelf op minstens vijf.

Een kleine rondgang in Rotterdam-Noord geeft een idee van wat er leeft onder de potentiële DENK-stemmer. De ‘rode’ partijen waren van oudsher dominant in de Agniesebuurt en het Oude Noorden, de oude volkswijken in Rotterdam-Noord. Ook toen de bevolking van deze wijken in de loop van de tijd sterk van samenstelling veranderde, konden pvda en sp rekenen op de stem van de nieuwe inwoners. Maar daar lijkt verandering in te komen.

‘De tijden van rozen uitdelen bij de moskeeën zijn voorbij’, zegt Sercan Arslan (25), eigenaar van een fanshop van de grote Turkse voetbalclub Galatasaray aan de levendige, multiculturele Zwart Janstraat. ‘Weet je, DENK is de eerste echte partij voor ons allochtonen. Voorheen was het gefragmenteerd, de allochtonenstem ging overal naartoe: pvda, sp, cda. Maar al die partijen zijn naar de rechterkant gaan schuiven. Dit is het moment om een vuist te maken tegen rechts.’ Arslan voorspelt daarom een succes voor DENK. ‘Ik zie ze zeker wel vier zetels halen, minimaal. De Turken gaan sowieso stemmen, de Marokkanen ook. Met Sylvana erbij zal ook de Surinaamse en Antilliaanse stem binnengehaald worden.’ De voormalige rechtenstudent ziet nog wel een obstakel. ‘De opkomstcijfers zijn nogal laag onder allochtonen. Daar maak ik me wel zorgen over.’

Pal naast de winkel van Arslan zit de fanshop van de grote voetbalrivaal Fenerbahçe. Achter de kassa zit de negentienjarige Onur, die op 15 maart voor het eerst zijn stem mag uitbrengen. ‘Mijn ouders stemden altijd op de pvda, maar sinds dat onderzoek met Lodewijk Asscher, waarin werd beweerd dat tachtig procent van de Turkse jongeren achter IS stond, heeft de partij afgedaan. Daarom stem ik op DENK.’ Hij heeft nog wel een klein bezwaar tegen DENK-voorman Kuzu. ‘Hij is voor Galatasaray, dat is wel minder. Maar het is hem vergeven.’

‘Dat hele gedoe met Zwarte Piet en wat er met Sylvana allemaal gebeurt, daar moet ik me wel over uitspreken’

In een stad waarin de jonge bevolking grotendeels bestaat uit nazaten van migranten hangt succes sterk af van de participatie van de jonge kiezers. Partijen die zich in het verleden nadrukkelijk op migranten richtten, waren vaak moslimpartijen die in landelijke verkiezingen nooit een zetel wisten te bemachtigen, ondanks een groot potentieel electoraat met een islamitische achtergrond. De opkomst was laag en de oudere migranten stemden trouw op de hoogst geplaatste kandidaat met eenzelfde achtergrond op de lijst van de bestaande volkspartijen. Met idealen en emancipatie had het weinig te maken.

De jonge generatie is politiek bewuster en mondiger en eist een volwaardige plek op in de Nederlandse samenleving. Zo wist nida, de op de islam geïnspireerde partij, na een korte verkiezingscampagne in 2014 onverwacht twee zetels in de Rotterdamse gemeenteraad te bemachtigen. De partij sprak een jong en divers electoraat aan, kiezers die nooit of zelden stemden.

Een stem op DENK zal straks waarschijnlijk ten koste gaan van de allochtone kandidaten op andere lijsten. Politici met een Turkse of Marokkaanse achtergrond, van wie sommigen dankzij voorkeurstemmen uit de migrantengemeenschap in de Kamer zijn terechtgekomen, worden steeds vaker gewantrouwd. Eenmaal op het pluche zouden ze alleen maar aan hun eigen (vervolg)carrière denken. Het idee als stemvee gebruikt te worden is dus niet alleen een wilderiaanse plaagstoot naar linkse partijen, maar ook een gepercipieerde ervaring bij een deel van het migrantenelectoraat.

Sinds het opstappen van Kuzu en Öztürk wordt dit idee alleen maar versterkt. Zo sprak Kuzu over een omgekeerde wasstraat: ‘Je gaat er schoon in en je gaat er besmeurd uit als je niet doet wat ze van je eisen.’ Hiermee impliceerde Kuzu dat politici met een migrantenachtergrond zelfcensuur toepassen om hun broodheren vooral niet tegen de haren in te strijken. Populair zijn de berichten en video’s op de Facebook-pagina van DENK (ruim zestigduizend likes) waarin deze politici ‘ontmaskerd’ worden.

Neem het filmpje Marcouch blaft, maar bijt nog steeds niet, waarin het pvda-Kamerlid in de media het ene standpunt inneemt en in de Kamer het andere stemt. Of het meest recente voorbeeld, waarin Mustafa Amhaouch van het cda door Kuzu aan de virtuele schandpaal werd genageld nadat die tegen de motie van de erkenning van een Palestijnse staat had gestemd. Kuzu verdedigde de aanval door te wijzen op het standpunt van Amhaouch voordat hij Kamerlid werd, toen de cda-politicus zich nog sterk maakte vóór een erkenning van Palestina door de Nederlandse regering.

Collega-politici en media hebben geen goed woord over voor deze tactiek, maar op sociale media kan het onder veel gebruikers met een niet-westerse achtergrond op goedkeuring rekenen. Met DENK lijkt er bovendien een nieuwe dynamiek te ontstaan die de verschillen binnen de diverse minderheidsgroepen overstijgt. De toenemende moslimhaat, het ‘Marokkanendebat’, het wantrouwen tegenover ‘Nederturken’, etnisch profileren en natuurlijk het Zwarte-Pietendebat: DENK spreekt zich over al deze onderwerpen uit en wil de onvrede en onmacht bij de betrokken groepen kanaliseren. Dat DENK zich niet louter profileert langs religieuze of etnische lijnen vergroot het bereik van de partij. Met de komst van Farid Azarkan en Sylvana Simons heeft DENK ook meteen twee bekende gezichten voor de Marokkaanse en Caribische Nederlanders.

Volgens de Marokkaan Fouad (31), een jongerenwerker in de gemengde Provenierswijk, zullen veel Marokkaanse Nederlanders uit de buurt op DENK stemmen. ‘En dan wel op Farid Azarkan. Dat is een man van de straat, populair onder de jongeren. Heb je zijn televisieoptredens gezien? Die man kan praten. Dat hebben we nodig in de Tweede Kamer, mensen die voor ons opkomen. Die Turken zijn ook goed hoor, daar niet van.’ Fouad stemt zelf niet. ‘Ik heb geen Nederlandse nationaliteit, dus ik mag niet stemmen. Maar ik zal anderen wel aansporen om dat te gaan doen.’

De gunfactor kan de komende verkiezingen zomaar doorslaggevend zijn voor DENK. In de gesprekken met potentiële DENK-stemmers gaat het vooral over afkomst en vertrouwen. Hoewel Kuzu en Öztürk al geruime tijd onderdeel zijn van de gevestigde politiek lijken zij genoeg krediet te hebben opgebouwd bij hun achterban. Azarkan en Simons hebben als nieuwkomers in de politiek een streep voor.

De sympathy vote voor Simons is straks wellicht het grootst. ‘Ik heb verder echt helemaal niets met politiek’, zegt de Surinaams-Nederlandse mbo-studente Johanna (22). ‘Maar dat hele gedoe met Zwarte Piet en wat er met Sylvana allemaal gebeurt, daar moet ik me wel over uitspreken.’ Haar studiegenoot Arsiema (20), een Eritrese Nederlander, is juist meer betrokken geraakt bij wat er in de maatschappij speelt. ‘Sylvana heeft mijn interesse in de politiek vergroot. Dankzij haar ben ik me meer bewust geworden van racisme in Nederland. Het gaat echt niet alleen om Zwarte Piet. Wist je dat er straten in de Afrikaanderwijk naar racisten zijn vernoemd?’

Voor Mehmet Yaramis, de voorzitter van hulporganisatie Hasene, draait het niet alleen om het integratiedebat. ‘Wat ik de afgelopen jaren het meest zorgwekkende vind zijn de bezuinigingen op kunst en cultuur. Het gaat nu goed met de economie, zeggen ze. Maar met de beschaving niet zo, denk ik dan. Geld is niet alles. Ik ben benieuwd of DENK in cultuur wil investeren.’


Beeld: Betoging bij de Erasmusbrug in Rotterdam tegen de mislukte staatsgreep in Turkije, 16 juli (David van Dam / HH)