CONTEMPORARY ISTANBUL

‘Dit heeft niets met 2008 te maken’

De Biënnale van Istanbul is een van de meest interessante ter wereld. Maar is er ook echt belangstelling voor actuele kunst in Turkije? De beurs fungeert als graadmeter.

GROTE ORANJE EN WIT gestreepte verkeerskegels versperren de weg naar de hoofdingang van Contemporary Istanbul. Leden van een bewakingsdienst bestuderen nauwlettend de passerende voetgangers. Glanzende Audi’s en BMW’s rollen langzaam aan. Iedereen wordt gefouilleerd. Even de benen iets uit elkaar en de armen spreiden. Veel bezoekers hebben zich extra mooi aangekleed. Mannen zijn in pak, vrouwen in mantelpak. Anderen zien er juist kunstzinnig uit, in zwartleren jassen, broeken en rokken. Kinderen in donkerblauwe schooluniformen rennen heen en weer of hangen giechelend in groepjes op een van de grote banken in de hal.
‘Dit is nog maar het begin’, zegt Ali Güreli (53), terwijl hij vanuit zijn koele VIP-ruimte neerkijkt op de drukte in de hal. Güreli is ondernemer en ‘chairman’ van Contemporary Istanbul. ‘Dit is het derde jaar dat wij de beurs in deze vorm organiseren. Voorheen heette het Art Istanbul en werkten we samen met de Galerievereniging. Die doen nu niet meer mee. Het bleek moeilijk om met hen een internationaal evenement te organiseren. We willen dat Contemporary Istanbul een must wordt voor verzamelaars uit omliggende landen en dat het een van de toptien-kunstbeurzen in de wereld wordt. We mikken hoog. Dat blijkt ook uit de slogan die we hebben uitgekozen om deze beurs te promoten: The New Art Destination.’
Contemporary Istanbul is iets anders dan de Biënnale Istanbul, waarvan volgend najaar de elfde aflevering gepland staat. Dat is meer een prestigieuze ontmoetingsplaats voor de internationale kunst-scene dan een verkoopbeurs. De Biënnale wordt door particulieren in Turkije gefinancierd, maar heeft ook de steun van de Mondriaan Stichting, de British Council, de Verenigde Staten, enzovoort. In 2005 was Charles Esche – directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven – een van de curatoren; in 2009 is dat het WHW-collectief (What, How and for Whom), vier vrouwen uit Kroatië.

De ambitie van Güreli en zijn team is bewonderenswaardig. Het is het zevende jaar dat hij zich inzet voor hedendaagse kunst in Istanbul, maar hij heeft nog een lange weg te gaan, want wie bij het begrip ‘contemporary’ denkt aan kunst zoals wij die kennen van de internationale beurzen in West-Europa of de Verenigde Staten – met nieuwe schilderkunst, video, installaties en conceptueel werk – komt bedrogen uit. Van de circa zestig galeries op de beurs zijn er vijftig Turks. Zij tonen vooral decoratieve schilderijen en objecten in forse formaten die qua beeldtaal en kleurgebruik, veel donkere tinten, bruin en grijs, herinneringen oproepen aan beroemde stijlen en stromingen uit de twintigste eeuw. Allerlei stilistische verwijzingen komen langs, van vroeg kubisme, figuratief expressionisme en surrealisme tot magisch realisme, pop-art en fotorealisme.
De Zwitserse videokunstenaar Marck, die is meegekomen met zijn galerie Licht Feld uit Basel, is ontgoocheld. ‘Het is goed om iets in Istanbul te doen, dit is een fantastische stad, maar wat ik hier zie, heeft niets met 2008 te maken, meer met 1980.’ Dit deert de Turkse bezoekers niet. Ze zijn enthousiast en laten dat merken: ze kopen veel, maar uitsluitend bij Turkse galeries.
Het handjevol buitenlandse galeries is door de organisatie merendeels ondergebracht in het souterrain van het beursgebouw. Ze klagen over de plek van hun stand, over de organisatie, de gebrekkige bewegwijzering, over de informatie tijdens de voorbereiding van de beurs, over het ontbreken van vrijkaarten voor klanten… Maar galerie-eigenaren klagen altijd. Is het hier echt zo veel slechter dan elders?
Galeriehouder Maurits van de Laar uit Den Haag meent van wel. Hij is hier de enige Nederlander. Hij heeft twijfels over de kwaliteit van het werk dat hij ziet. Of hij volgend jaar weer komt, is zeer de vraag. In zijn stand toont Van der Laar werk van onder anderen Dieter Mammel, Zeger Reyers en Ed Pien. In een groot stuk zijdepapier (136 x 182 cm) heeft Pien ragfijn de contouren van een bosrand uitgesneden, hij suggereert virtuoos een wirwar van stammetjes en takken. In het struweel zijn vormen van vogels en mensen te zien. Het is een technisch hoogstandje. De ginnegappende scholieren, de hooggehakte dames met de Dolce & Gabbana-zonnebrillen in het lakhaar en de gezette mannen aan hun zijde slenteren zonder te kijken voorbij. De Spaanse galerie Centre d’art la Real tegenover Van der Laar heeft hetzelfde probleem. La Real toont opvallend en vrolijk werk van videokunstenaar Javi Cadavieco en schitterende foto’s van Juan Carlos Rego. Aina Aguilo loopt voor haar stand heen en weer en nodigt passanten uit om een kijkje te nemen, maar zonder resultaat. De andere buitenlandse galeries hebben vergelijkbare ervaringen en allemaal verkopen ze niets.
Ilke Yilmaz (30) weet wel hoe dat komt: ‘Het publiek dat op deze beurs komt, is slecht op de hoogte en niet echt geïnteresseerd in hedendaagse kunst.’ Yilmaz is zelf conceptueel kunstenaar en voorziet in haar onderhoud als medewerker van het Istanbul Art Center. Dit is een door het bedrijf Borusan gefinancierde instelling die studioruimte ter beschikking stelt aan kunstenaars. Zij volgde kunstopleidingen in Ankara en Stuttgart en is duidelijk in haar oordeel: ‘Wat je hier ziet is de commerciële kant van de kunst. De Turkse galeries laten zien wat ze denken dat verkoopt. Dit is niet het echte beeld van de hedendaagse kunst in Istanbul. Het is mainstream, een slechte imitatie van oudere West-Europese kunst. Er gebeurt in Istanbul veel meer. Vooral onder jongere kunstenaars zijn veel goede initiatieven, waarvan je hier op de beurs niets ziet.’
Levent Calikoglu (39), sedert begin 2008 hoofdcurator van het Istanbul Museum of Modern Art, bevestigt dit. Hij benadrukt tegelijkertijd dat hedendaagse kunst in Turkije zeer pril is en dat de markt nog klein is: ‘Contemporaine kunst in z’n westerse verschijningsvorm is hier nieuw. Mensen zien het voor het eerst.’ Calikoglu schat dat er niet meer dan tien serieuze verzamelaars zijn. Zijn museum is nog geen vier jaar oud, tekenend voor het vroege stadium waarin de hedendaagse kunst in Turkije zich bevindt.

Er zijn bovendien twee belangrijke complicerende factoren. De eerste is dat de overheid niets doet om hedendaagse kunst te stimuleren. Anders dan in West-Europese landen ontbreekt in Turkije een infrastructuur en ontbreken fondsen. De enige financiële steun komt van bedrijven en particulieren. Het Istanbul Modern is geheel gefinancierd door de familie Eczacibasi, die eigenaar is van een grote farmaceutische onderneming. Ook andere rijke families doen een duit in het zakje, zoals de families Sahenk (Garanti Bank), Sabanci (Akbank) en Kazim Taskent (Yapi Kredi Bank). Hoe belangrijk de bijdrage ook is, er bestaat altijd de kans dat de financiering wordt gestaakt. Continuïteit is nooit gegarandeerd.
Een tweede remmende factor is Artikel 301, dat belediging van de Turkse identiteit verbiedt. Curator Calikoglu meent dat dit artikel wel degelijk in de hoofden van kunstenaars speelt: ‘Er is hier een vorm van zelfcensuur. Kunstenaars vragen zich af: wat denken anderen ervan? Wat gebeurt er als ik iets verkeerd doe? Iedere kunstenaar in Turkije denkt daaraan.’
Deze bezorgdheid is voelbaar in de contacten met kunstenaars, fotografen, ontwerpers en curatoren. Steeds weer komt het gesprek op Hrant Dink, de journalist die in januari 2007 werd doodgeschoten. Is het toeval dat moord een belangrijk thema is in het werk van veel Turkse kunstenaars, zoals de groep die exposeert in galerie Galerist in Beyoglu? Deze galerie – niet aanwezig op Contemporary Istanbul – is een van de weinige onafhankelijke podia voor jonge Turkse kunstenaars. Ik bezocht er een groepstentoonstelling met de veelzeggende titel You Can’t Kiss Away a Murder. Met video-installaties, ruimtelijk werk, schilderijen en tekeningen wordt op ironische manier verwezen naar militair geweld. Er is een schitterende serie tekeningen van Asli Cavusoglu, uitgevoerd in zwart conté van militairen die onwezenlijke – bijna Don Quichotte-achtige – gevechtshandelingen verrichten in een verlaten sneeuwlandschap. De klassieke oorlogsfilm Casablanca met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman is in een nieuw jasje gestoken door Bengisu Bayrak. Hij heeft er een beeldroman van gemaakt, een lekker laagdrempelig medium, makkelijk voor wie het verhaal nog niet kent.

Kunstenaars in Istanbul die geen eigen galerie hebben en toch een plek willen om werk te laten zien, verenigen zich in kunstenaarsinitiatieven. Daarvan zijn er nogal wat in Istanbul. Het collectief Daralan is er een. In een onverlicht straatje niet ver van de Galata-toren hebben Sesil Beatris (28), Dilan Gumus (28) en Erdinc Gumus (28) een leegstaande drukkerij gehuurd en ingericht als expositieruimte. Ze stellen de ruimte ter beschikking aan bevriende kunstenaars en twee keer per jaar tonen ze eigen werk. Om de huur van duizend lira per maand te betalen, verdienen ze bij als ontwerpers. Daralan betekent ‘kleine ruimte’ en verwijst naar het gebrek aan bewegingsruimte voor kunstenaars in Turkije. In hun kleine kantoortje met rood geverfde muren vertellen ze over de plannen voor hun komende tentoonstelling.
Ook in Daralan is geweld een belangrijk onderwerp. In de Koran en de Bijbel zoeken de kunstenaars naar verwijzingen die te maken hebben met moord en oorlog. Ze willen erachter komen hoe geweldssystemen werken. Niet alleen in Turkije, maar wereldwijd. Nee, ze zijn niet politiek bezig, maar al dat geweld, dat mag wel wat minder, vinden ze.

www.contemporaryistanbul.com
www.mauritsvandelaar.com
www.galerialareal.com
www.lichtfeld.ch
www.istanbulmodern.org
www.galerist.com.tr
www.daralan.com.tr