Tien oplossingen voor falende banken

Dit hoeft niet waar te zijn

Nooit eerder leek de verontwaardiging over de financiële sector zo groot. Helaas geldt dat ook voor het gevoel van machteloosheid. Waarschuwing: van de volgende tien oplossingen kun je onversneden optimistisch worden.

Medium groene economie 1

Het aantal verkochte exemplaren staat op het punt de magische grens van 200.000 te doorbreken. De reactie van al die lezers op Joris Luyendijks Dit kan niet waar zijn lijkt steevast dezelfde: dit is schandalig. Maar er is iets vreemds aan de hand. De woede leidt amper tot actie. Ze zorgt voor defaitisme. Een gevoel van machteloosheid grijpt om zich heen. Vertwijfeling, die de auteur zelf bij zijn zoektocht ook geregeld voelt opkomen, ‘als een soort misselijkheid’. Zó enorm en zo diep geworteld schijnen de door Luyendijk beschreven misstanden, dat het alle hoop op verandering tenietdoet.

Het zal niet zijn bedoeling geweest zijn. Zoveel pessimisme is bovendien niet gerechtvaardigd. Want hoe diep de rot ook zit in de financiële wereld, hoe effectief haar politieke lobby is, er zijn alternatieven te over. De afgelopen jaren is de ene na de andere radicale oplossing gepresenteerd. Nu eens door academici, dan weer vanuit activistische groeperingen en burgerinitiatieven. Ook belangrijk: ze zijn verkrijgbaar in alle verschillende politieke smaken, van meer staat tot meer marktwerking. Voeg er een stevige dosis volkswoede aan toe, zet de gevestigde politieke partijen onder druk, en je hebt een serieuze menukaart voor werkelijke verandering.

1. Verhoog de financiële dijken

Het is de meest voor de hand liggende oplossing: verplicht banken om veel meer eigen vermogen aan te houden. Dan worden ze vanzelf gedwongen minder risico’s te nemen. In de jaren voorafgaand aan de kredietcrisis hadden sommige banken kapitaalbuffers van slechts twee procent van de uitstaande activa. Zij leenden, met andere woorden, vijftig keer zo veel geld uit als ze in huis hadden. De reden ligt voor de hand. Hoe groter deze zogenoemde ‘hefboom’, hoe meer winst banken kunnen maken op hun kapitaal. Maar ook: hoe zwaarder de verliezen zijn als het plotseling tegenzit.

Dat is precies wat er in 2008 gebeurde. Een lange stoet van economen, politici en toezichthouders prijst dan ook strengere kapitaalseisen aan als het ultieme medicijn tegen wankele banken en excessieve risico’s. Het is als met water. Tegen mogelijke overstromingen werp je dijken op. Tegen een nieuwe financiële tsunami helpen alleen aanzienlijk hogere kapitaalbuffers.

Dat blijkt minder eenvoudig dan het klinkt. Het nieuwe Basel III-akkoord, opgesteld door de verzamelde nationale toezichthouders, schrijft voor dat banken drie procent eigen kapitaal moeten aanhouden. Iets meer dan voorheen, maar nog altijd bar weinig: het betekent dat zij voor elke euro die ze bezitten er 33 mogen uitlenen. Nederland heeft de lat op eigen houtje hoger gelegd: vier procent.

Schandalig, vinden banken als ABN Amro en ing. Nog altijd veel te weinig, oordelen veel economen terecht. Aan de door hen bepleite financiële deltawerken kleeft één nadeel: plannen voor hogere kapitaalbuffers vallen al snel ten prooi aan de bankenlobby. Op haar aandringen wordt er niet alleen gesleuteld aan percentages, maar bijvoorbeeld ook aan de definities van wat precies onder dat eigen kapitaal verstaan mag worden. Voor je het weet is het eindresultaat nog slechts een schim van wat de politiek oorspronkelijk voor ogen stond.

En toch is dat geen reden om het erbij te laten zitten, vindt Harald Benink. ‘We maken het onszelf moeilijker dan nodig is’, meent de Tilburgse hoogleraar banking and finance, tevens lid van de kritische denktank Sustainable Finance Lab. ‘We praten over zaken als bonussen, maar het gaat er gewoon om de buffers te vergroten. Dat lijkt misschien niet zo spannend. Het is niet iets radicaal nieuws, maar waarom zou je ook als er zo’n simpele oplossing voorhanden is?’

–Makkelijke prooi voor financiële lobby

  • Politiek haalbaar

2. Marktwerking

Anders dan we doorgaans denken, heeft de financiële sector weinig op met marktwerking. Als grote bank kun je niet failliet gaan – de overheid zal je immers overeind houden met belastinggeld. Winst maken is geen kunst zolang centrale banken vrijwel gratis geld verstrekken. En nieuwkomers maken amper een kans, zó hoog is de drempel die tegenwoordig wordt opgeworpen door alle eisen rond risicobeheer en compliance.

Zo bezien is het (ook door Joris Luyendijk omarmde) idee om banken zo klein te maken dat ze failliet kunnen gaan ronduit revolutionair. Van too big naar small enough to fail: het zou een enorme vooruitgang zijn. Maar kleiner alleen is niet genoeg. Banken moeten ook veel minder complex worden. Pas dan kun je erop vertrouwen dat ze niet andere delen van de financiële sector meeslepen in hun val.

Klein probleem: banken zijn sinds de kredietcrisis niet gekrompen. De top tien grootste banken zijn alleen maar groter geworden. Hen failliet laten gaan, is voorlopig geen optie. Ook over het binnen de Europese Unie ontwikkelde alternatief van een herstructurering inclusief bail-in, waarbij niet burgers maar aandeel- en obligatiehouders opdraaien voor de schade, heerst scepsis. ‘Zo’n herstructurering is een buitengewoon complexe operatie’, weet hoogleraar Harald Benink. ‘Bovendien bevatten de Europese richtlijnen veel te veel uitzonderingen. Politici zullen er daarom al gauw voor terugschrikken, zeker als het om een systeembank als ing gaat en er besmettingsgevaar is voor de rest van de financiële sector. Dan heb je toch weer de belastingbetaler nodig.’

Gelukkig lopen er meer initiatieven om banken te onderwerpen aan de tucht van de markt. Zoals het loskoppelen van ‘risicovolle’ zakenbankactiviteiten en ‘saaie’ consumentenbanken. Alleen die laatste worden dan streng gereguleerd en beschermd door overheden. Voor de eerste categorie wordt echte marktwerking ingevoerd. Helaas moest het Europarlement onlangs een voorstel hiertoe terugsturen. Onder invloed van de bankenlobby was het plan te sterk verwaterd. Maar: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

– Grote banken worden groter, niet kleiner

  • Marktwerking: daar moet zelfs de vvd toch voor zijn?
Medium groene economie 3

3. Financiële disruptie

Stel je voor: wat de verzamelde regeringen en toezichthouders van de wereld de afgelopen jaren niet lukte, krijgt de techniek wel voor elkaar. Het einde van de bankensector as we know it. Een waanidee? Integendeel. Vrijwel alle deskundigen lijken het erover eens dat de financiële sector, als een van de laatste, de komende jaren in de war zal worden geschopt door slimme start-ups. Financiële disruptie dus.

De investeringen in zogeheten fintech-_ondernemingen verdriedubbelden in 2014, volgens een rapport van consultant Accenture. Ook Nederland doet mee. Het afgelopen jaar werd hier 306 miljoen dollar gestoken in deze snel opkomende sector. Die kan op vrijwel alle gebieden de strijd aanbinden met de traditionele grootbanken. ‘Ik denk dat we nog niet half in de gaten hebben hoe dit de hele financiële sector op z’n kop gaat zetten’, schreef econoom Arnoud Boot eerder deze maand in het _FD. ‘Allerlei alternatieven zullen ontstaan en de traditionele onmisbaarheid van banken zal verdwijnen.’

Nu al kunnen consumenten hun financiële zaken regelen met handige, nieuwe apps. Bedrijven halen steeds vaker geld op voor investeringen door middel van crowdfunding of peer-to-peer lending. Dat laatste principe wordt ook ingezet op de hypotheekmarkt. Via sites als lendinvest.com kunnen mensen die een lening willen afsluiten om een huis te kopen zich melden. Alle informatie die nodig is om hun kredietwaardigheid in te schatten komt online te staan. Beleggers, van klein tot iets groter, kunnen op basis daarvan geld verstrekken. De site schermt met een gemiddeld rendement van 6,25 procent – heel wat meer dan je op je spaarrekening krijgt. De rente wordt ook nog eens in maandelijkse termijnen uitgekeerd.

Zelfs de zakenbanken krijgen concurrentie, bijvoorbeeld rond de nu nog immens lucratieve begeleiding van beursgangen. Via initiatieven als OpenIPO zou ABN Amro in principe nu al naar de beurs kunnen worden gebracht.

De toekomst van de grote banken hangt af van hoe zij hierop reageren. Lukt het ze zich aan te passen aan de nieuwe tijd? Of gaan zij roemloos ten onder, zoals eerder al zo veel reisbureaus, videotheken en platenmaatschappijen overkwam? Voor het grote publiek is nog een heel andere vraag van belang: zullen straks, behalve het bankenlandschap, ook de regels van het spel veranderen? Of blijft wat dat betreft alles bij het oude?

  • Voordeel: alles wordt anders

– Nadeel: wordt het ook beter?

4. Weg met de aandeelhouders

Gokken met andermans geld. Dat is wat bankiers doen, want afgezien van hun bonus staat er weinig op het spel. Hun concerns zijn meestal in handen van aandeelhouders. En die zien ze zelden, misschien wel nooit. Een perverse prikkel. Zou het niet schelen, vraagt Joris Luyendijk zich af in zijn boek, als het geld waarmee bankiers speculeren van henzelf zou zijn? Of ten minste van hun directe baas?

Banken geleid door partners kwamen vroeger veel vaker voor. In sectoren als de advocatuur en de accountancy is het nog altijd gebruikelijk. Partners delen in de winst – maar ook in eventuele verliezen. Dat kan hen aanzetten om strenger toe te zien op risico’s.

Het zou wel betekenen dat de banken afscheid moeten nemen van het aandeelhoudersmodel. Hoeft geen probleem te zijn: de druk om het aandeelhouders naar de zin te maken, is funest voor elk gezond langetermijndenken. Met de mogelijkheden om vreemd kapitaal aan te trekken ingeperkt, zouden deze banken ook stukken kleiner worden. Prima: dan komt tenminste de reeds genoemde marktwerking in zicht.

Maar helpt het ook? Zijn banken die geleid worden door partners werkelijk veiliger? Dat is allerminst zeker. Ook als het hun eigen geld betreft, nemen sommige mensen onverantwoorde risico’s. Het probleem is dat ze er zelf van overtuigd zijn dat ze volkomen verstandig handelen. Als het vervolgens misgaat, zal de schade zonder twijfel hun eigen financiële vermogen te boven gaan. Dan betaalt de samenleving alsnog het gelag.

Nog één kanttekening: ook in de huidige financiële wereld zijn partners geen onbekende diersoort. Hedgefondsen worden er vaak door geleid, net als private-equityfirma’s. Niet de meest behoudende organisaties, kortom. Zelfs de omstreden zakenbank Goldman Sachs kent partners, al vormen die sinds de beursgang in 1999 slechts een aanvulling op de aandeelhouders.

  • Minder risico’s

– Helpt het wel voldoende?

5. Knijp de banken hun zuurstof af

De voorgaande oplossingen mikken allemaal op de banken zelf. Maar waarom zou je in plaats daarvan niet de omgeving aanpakken waarin ze gedijen?

Het is een aantrekkelijk idee. Als je last hebt van muizen in huis kun je ze op alle mogelijke manieren bestrijden. Maar wat heeft het voor zin zolang er overal heerlijke broodresten en stukken kaas rondslingeren? Iets soortgelijks geldt voor een te grote, te risicovolle financiële sector. Doe iets aan de berg schulden en spaargeld waarop zij floreert, en haar rol wordt vanzelf kleiner.

Dat kan ook in Nederland, met zijn enorme bankensector, geen kwaad. Daarbij moet je zowel naar de vraag- als de aanbodkant kijken, legt Ewald Engelen uit, financieel geograaf en prominent criticaster van de financiële wereld. Schulden én besparingen dus. De private schuld is in Nederland met 278 procent van het bbp erg hoog. Het grootste probleem zijn wat Engelen betreft de hypotheken. ‘Nu is bijna zestig procent van de Nederlandse woningen in eigen bezit. De overheid moet definitief stoppen met dat te stimuleren. Het is veel beter als zestig procent van de mensen gebruik maakt van door de staat gefinancierde volkshuisvesting. Huren dus.’

En aan de spaarkant? Dan raak je onvermijdelijk aan de Nederlandse pensioenpotten. ‘Minder sparen, dat betekent dat we opnieuw naar ons pensioenstelsel moeten kijken’, meent Engelen. Lange tijd werd beweerd dat we het beste pensioenstelsel ter wereld hadden. Vergrijzings_-proof,_ bovendien. Maar het Nederlandse kapitaaldekkingsstelsel, waarbij massaal geld voor later opzij wordt gezet, heeft grote nadelen. Al die euro’s moeten belegd worden. Dat vereist een omvangrijke financiële bureaucratie, van pensioenfondsen tot pensioenbeleggers. ‘Het werkt ook financiële innovatie in de hand’, merkt Engelen op. ‘En dat brengt grote risico’s met zich mee. Je kunt zeggen wat je wilt van een omslagstelsel, maar dat probleem heb je dan in elk geval minder.’ Aan zo’n stelsel, waarbij de pensioenen betaald worden uit de lopende middelen, kleven wel andere nadelen. Zeker als er steeds minder werkenden zijn om premies te betalen en steeds meer gepensioneerden. ‘Bij een krimpende bevolking dwingt het tot investeringen in hogere arbeidsproductiviteit’, geeft ook Engelen toe. ‘Maar dat zou sowieso niet verkeerd zijn.’

  • Buiten de banken om

– Je krijgt ruzie met zowel de pensioen- als de huizenlobby

Medium groene economie 2

6. Slow banking

Het beste argument voor dat het anders kan met de financiële sector is het verleden. Het gíng namelijk jarenlang anders, en hoe. Tijdens de naoorlogse ‘gouden decennia’ van het kapitalisme groeide de economie als kool – en gold bankieren als slaapverwekkend. Het vaak genoemde voorbeeld is de ‘3-6-3-regel’. Bankiers zouden spaargeld hebben aangetrokken voor drie procent rente. Dat leenden ze uit tegen zes procent. Een simpel klusje, dat hen in staat stelde rond drie uur ’s middags te vertrekken richting golfbaan.

Los van de vraag of het werkelijk op die manier ging, is het een feit dat bankieren veel saaier was. Veel risicovolle financiële activiteiten kónden simpelweg niet plaatsvinden. Lange tijd was het bijvoorbeeld verboden om in een groot aantal derivaten te handelen. Of neem de internationale valutamarkten, recentelijk in het nieuws door grootschalige fraude en miljardenboetes. Tegenwoordig gaat in die handel dagelijks 5,3 biljoen euro om. Maar in de naoorlogse decennia was het doorgaans een dooie boel op de internationale valutamarkten. De belangrijkste reden? Het systeem van vaste wisselkoersen. Speculeren op een iets hogere of lagere koers had weinig zin.

Het gebruikelijke bezwaar luidt dat dit alles in onze geglobaliseerde wereld geen optie meer is. Maar mondialisering is geen natuurkracht. Het is mensenwerk, en als zodanig kan het dus ook weer teruggedraaid worden. ‘Demondialisering’, noemen Franse economen als Frédéric Lordon dit. Zo’n term riekt al gauw naar nationalisme en chauvinisme, maar het zou niet verkeerd zijn als nationale democratieën weer meer grip krijgen op de financiële sector.

Ewald Engelen heeft er een term voor die waarschijnlijk beter aansluit bij de tijdgeest: ‘Saai bankieren is een vorm van traag bankieren’, zegt hij. ‘Slow banking, daar moeten we naartoe.’

  • De geschiedenis toont: het kan

– Stimuleert mogelijk nationalisme

7. De geldkraan is van ons allemaal

Banken worden vaak voorgesteld als tussenpersonen. Ten onrechte, want ze doen veel meer dan alleen bemiddelen tussen aanbod en vraag naar geld. Liefst 97 procent van al het geld is gecreëerd door banken. Dat doen ze elke keer dat ze leningen verstrekken – zie de bij oplossing 1) genoemde hefboom. Aan die geldschepping verdienen banken goed. En als ze te veel verliezen, springt zoals gezegd de overheid bij.

‘Valse bankbiljetten drukken is illegaal, maar privaat geld creëren niet’, merkte de gezaghebbende _FT-_commentator Martin Wolf hierover op. Waarom, vroeg hij zich af? Zou het niet veel beter zijn om de geldschepping publiek te organiseren?

Een overheid die geld verstrekt – daar lijken steeds meer mensen wat voor te voelen. Het burgerinitiatief Ons Geld bood eerder dit jaar 113.878 handtekeningen aan de Haagse politiek aan. Dat is genoeg om het onderwerp geldschepping op de agenda van de Tweede Kamer te zetten. Het uiteindelijke doel: ‘Dat de overheid het exclusieve recht op geldschepping herneemt door het in circulatie brengen van schuldvrije euro’s.’

De voordelen zijn legio. Mits goed uitgevoerd, verkleint het de kans op financiële zeepbellen. De schuldenberg wordt verkleind. Inflatie kan beter gecontroleerd worden. En in plaats van dat het geld kost, kan het Nederland zelfs tientallen miljarden euro’s opleveren. Want zoals gezegd: geldschepping is een lucratieve business.

Dan de nadelen. Dat de kredietverlening aan het bedrijfsleven zal opdrogen, zoals vaak beweerd wordt, staat gelukkig niet vast. De Groningse econoom Dirk Bezemer heeft erop gewezen dat slechts dertig procent van de uitstaande leningen in Nederland uit bedrijfskredieten bestaat. Serieuzer is de vraag wie die publieke geldschepping precies moet organiseren. Ongekozen technocraten, net als bij centrale banken? Dat lijkt niet erg aantrekkelijk. Dan toch liever politici met een democratisch mandaat. Maar kunnen zij omgaan met die enorme macht? Kijk naar hoe de Nederlandse huizenzeepbel kon ontstaan, hoe de politiek keer op keer instemde met het verruimen van de leennormen, en je ziet: ook overheden zijn allerminst immuun voor financiële euforie.

Dat is geen reden om niet serieus te praten over geldschepping. Het belooft een razend interessant debat te worden. En anders dan bij de kapitaalbuffers – door sommigen als een light-versie beschouwd van publieke geldcreatie – ontneem je hiermee de financiële sector een groot deel van zijn macht. Exit bankenlobby.

  • Gratis en voor niets!

– Overheid is wispelturig

8. Maak van banken nutsbedrijven

Schoon drinkwater is een publiek goed in Nederland. Net als rechtspraak. We zijn niet bereid dat uit te besteden aan private bedrijven. Als het mis zou gaan, zijn de gevolgen niet te overzien. De overheid zou erop aangekeken worden – en voor de schade moeten opdraaien. Dus doet zij het liever zelf.

Het lijkt een open deur. Maar waarom geldt dat dan niet voor de banken?

Omdat staatsbanken een ramp zijn, zeggen de tegenstanders. Zij kunnen wijzen op de Duitse Landesbanken. Deels daartoe gedwongen door de Europese Commissie waren zij in de jaren voorafgaande aan de crisis steeds grotere risico’s gaan nemen. Zij gingen daarmee enorm de boot in. Of neem het Spaanse Bankia. De staatsbank was een speeltje in handen van politici van de conservatieve partij. Met als gevolg vriendendiensten, megalomane investeringen en, uiteindelijk, ook hier miljardenverliezen.

Voorstanders kunnen daar net zo makkelijk tal van succesvoorbeelden tegenover stellen. Zoals de Duitse Sparkassen, die de crisis zonder al te veel kleerscheuren doorstonden. In Nederland was het de Postbank die voor tal van waardevolle innovaties zorgde: van het eerste landelijke girale betalingssysteem tot bankieren via de computer met girotel.

De vraag waar het eigenlijk om moet gaan is daarom niet óf, maar hóe nutsbanken het beter kunnen doen dan commerciële instellingen. Belangrijk is in elk geval dat zij zich, onafhankelijk van de grillen van de politiek, kunnen richten op een duidelijk omschreven publieke taak. Zo’n bank kan in staatshanden zijn, maar dat hoeft niet per se. Wat te denken van coöperatieve banken? In Europa bestaan er daar al 4200 van, met in totaal 159 miljoen klanten. Natuurlijk kan het ook hier mis gaan – kijk maar naar de Rabobank. Maar geen enkele coöperatieve bank in Europa hoefde na de crisis te worden genationaliseerd, blijkt uit een rapport van de New Economics Foundation, een progressieve Britse denktank. Hun verliezen waren bovendien aanzienlijk kleiner.

Het idee om van banken nutsbedrijven te maken is ook helemaal niet zo radicaal. In een land als Duitsland hebben commerciële banken nu al slechts iets meer dan een derde van het spaargeld in handen. Een kwart is ondergebracht bij maatschappelijk georiënteerde banken en veertig procent bij staatsbanken. Als die werkelijk zo rampzalig zouden functioneren, mag je aannemen dat de Duitse economie inmiddels aan de grond zit.

Volgens de laatste berichten valt dat wel mee.

  • Veiliger.

– Staatsbanken worden soms speeltjes van politici

Medium groene economie 4

9. Kweek een nieuwe, kritische generatie

Geen andere oplossing voor de financiële sector vergt zo’n lange adem. Maar als het eenmaal zo ver is, dan heb je ook wat.

Dit is het plan: hervorm het economie-onderwijs, kweek een nieuwe generatie van kritische economen, laat ze een lange mars door de instituties maken en voilà: over een jaar of twintig is het nieuwe denken overal. Dat zou niet voor het eerst zijn. Tot de jaren tachtig was het keynesiaanse gedachtegoed dominant onder toezichthouders, ambtenaren en politici. Zij werden afgelost door een veel liberaler denkende generatie, met alle gevolgen van dien.

De tijd lijkt nu rijp voor een nieuwe ideologische ommezwaai. Die bevindt zich voorlopig nog in de eerste fase. Het begon enkele jaren geleden op de Britse universiteiten. Onder de naam ‘post-crash economics’ dragen studenten daar concrete alternatieven aan voor het in hun ogen achterhaalde economie-onderwijs. Ze willen meer aandacht voor geschiedenis, voor de weerbarstige actualiteit en voor de snel aan populariteit winnende, alternatieve denkrichtingen binnen de economische wetenschap.

Hun initiatief slaat aan. Binnen Groot-Brittannië zelf, waar onder meer de deftige Bank of England het debat over het economie-onderwijs aanjaagt. Maar ook internationaal. Zelfs in Nederland gebeurt er het nodige. In Maastricht organiseren studenten deze maand een symposium over ‘hervormingen in het economisch onderwijs’. Daarbij zullen zij ook een rapport presenteren met concrete voorstellen voor hun eigen faculteit. Landelijk is vorige week vanuit vier universiteitssteden een heus ‘studentennetwerk voor pluralisme in de economie’ gelanceerd.

Of al die activiteiten genoeg zijn om blijvend iets te veranderen, moet afgewacht worden. Maar als het zo ver zou komen, mag de financiële sector zich opmaken voor een nieuwe, kritische generatie politici, ambtenaren en toezichthouders. Die zullen zich heel wat minder meegaand betonen dan hun voorgangers.

  • Kritischer economisch onderwijs laat diepe sporen na

– Je merkt er pas jaren later iets van

10. Het zilveren salvo

De laatste oplossing ligt voor de hand. ‘Er is niet één silver bullet’, stelt hoogleraar Ewald Engelen. ‘Om de financialisering te lijf te gaan, heb je een combinatie van maatregelen nodig.’

Hij heeft gelijk. Waarom zouden we ons beperken tot één van bovengenoemde negen maatregelen? Die ene zilveren kogel kan zijn doel missen. Hij kan door een effectieve lobby onschadelijk gemaakt worden. Of het bleek toch een losse flodder. Met een zilveren salvo maak je meer kans.

Daarom: wijs alle uiteenlopende plannen om de financiële wereld te beteugelen niet te snel af. Discussieer erover, bekritiseer ze, experimenteer ermee en verfijn ze. Laat duizend bloemen bloeien. Maar geloof alsjeblieft niet dat verandering niet mogelijk is.