De Groene Live #25: Zijn corona-complotten waanzin? Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Corona: Geen binnendringer

Dit is de normale orde

De maatregelen tegen corona zijn veelal identiek aan de maatregelen waar klimaatactivisten al decennia om vragen: minder verplaatsing, minder werken, minder uitbuiting van de planeet. Ineens kan het wél.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

We zien twee kaarten van China. Op de linkerkaart, van begin januari 2020, zien we hoe oranje stikstofwolken zich uitstrekken over het land. Op de rechterkaart, van anderhalve maand later, zijn diezelfde wolken verdwenen. Wat is er gebeurd? Het was de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour die deze satellietbeelden deelde in een tweet en erop wees dat een virus de politieke maatregelen wist af te dwingen die de Chinese staat aanvankelijk voor onmogelijk hield. Het rechterplaatje toont namelijk een China na het stopzetten van intensief verkeer, als gevolg van de quarantaine die de Covid-19-pandemie moest indammen.

Latour heeft gelijk. Het coronavirus is net als de mensen en instituties in ons ecosysteem een echte politieke actor. Maar we moeten veel verder durven gaan: we moeten ook kijken welke rol ons politieke systeem zelf speelde in het tot stand brengen van deze nieuwe actor.

In een mondiale economie die steeds dieper ingrijpt in het ecosysteem, is het niet verwonderlijk dat er nieuwe virussen opduiken die vervolgens razendsnel van de ene naar de andere kant van de wereld migreren. Anders dan we geneigd zijn te denken, is daar helemaal niets ‘puur natuurlijks’ aan. Niet alleen de snelheid waarmee het virus zich verspreidt wordt gedreven door de economische globalisering en geleid door sociaal-economische ongelijkheid. Dat geldt ook voor de manier waarop virussen zoals Covid-19 in onze maatschappij terechtkomen. Zoals de bioloog Rob Wallace, auteur van Big Farms Make Big Flu, onlangs fijntjes opmerkte: naarmate we ons bewegen richting een planeet waarop oerbossen en millennia oude ecosystemen moeten wijken voor geïndustrialiseerde landbouw, en de handel in wilde dieren exponentieel toeneemt, zullen de ‘ziekteverwekkers die tot nu toe onder controle werden gehouden door de ecologie van het woud vrijkomen en de hele wereld bedreigen’.

Het is deze catastrofale verwikkeling van mondiaal kapitalisme en ecokolonialisme die ons zowel de urgente ecologische dreiging van het coronavirus heeft opgeleverd als de bredere klimaatontwrichting die al het leven op deze planeet bedreigt.

Dat inzicht dwingt ons om op een andere manier over de coronacrisis na te denken dan we tot nu toe hebben gedaan. Het is namelijk een illusie om te denken dat dit virus een indringer is die ons van buitenaf bedreigt.

Dat is echter wel hoe er tot nu toe over het coronavirus wordt gedacht. President Donald Trump noemde het een ‘foreign virus’ en vervolgde met een sluiting van de grenzen. Het is typerend voor de gefixeerdheid op het buiten en op de Ander die ook onze politiek al twintig jaar in een wurggreep houdt. Het virus wordt verbeeld als een indringer, een bioterrorist die ‘onze manier van leven’ tijdelijk maar radicaal verstoort. Dus in plaats van het virus te begrijpen als een politieke actor die voortkomt uit de manier waarop we het ecosysteem verregaand beïnvloeden, in plaats van te concluderen dat dit virus letterlijk en figuurlijk een mutatie is in het mondiale neoliberaal kapitalisme, presenteert de politiek het als een externe vijand.

Maar het virus is niet de afwijking of het monster: het toont alleen de monsterlijkheid van business as usual.

De maatregelen die de overheid aanvankelijk nam vielen bovendien volkomen binnen de neoliberale orde en gingen helemaal uit van het idee dat Covid-19 een indringer is waar we zelf geen enkele schuld aan hebben. Eerst was er het volstrekt vrijblijvende en geïndividualiseerde appèl: was je handen en ga verder met werken en consumeren. Daarna trof de regering stapsgewijs meer omvangrijke maatregelen, die de productie echter zo veel mogelijk moesten ontzien.

De scholen zijn inmiddels dicht, de horeca heeft de deuren gesloten en niet-vitale activiteiten zijn gestaakt. De ernst van de situatie is doorgedrongen. Maar nog steeds zijn we niet bereid om werkelijk op een andere manier over dit virus en onze verhouding tot het ecosysteem te denken. ‘Nederland is nu een patiënt’, verklaarde premier Mark Rutte. De maatregelen vormen kortom een uitzonderlijke behandeling om het virus koortsachtig uit het maatschappelijk lichaam te verdrijven. Het doel is de binnendringer weer buiten te sluiten en de normale orde te herstellen.

Het probleem is alleen: dit is de normale orde, maar dan in extremis.

Natuurlijk is het niet toevallig dat deze neoliberale strategie de politieke bestrijding van het virus zo veel mogelijk privatiseert en kapitaalaccumulatie wil beschermen tegen de uitval en weigering van arbeid. Het leidmotief van de neoliberale politiek is altijd al geweest om werkelijk politiek handelen, gebaseerd op collectieve solidariteit, zo veel mogelijk in te dammen. Net als het virus zijn politiek en democratie bovenal een bedreiging voor de marktorde. Friedrich Hayek, de oervader van het neoliberalisme, liet er geen misverstand over bestaan: ‘De politiek moet worden onttroond’, schreef hij in Law, Legislation and Liberty (1979). De afgelopen decennia werd het leeuwendeel van ons politieke bedrijf door dat devies geleid.

We denken nog steeds: we hebben zelf geen enkele schuld aan Covid-19

Elke poging tot een omslag in ons politieke denken, elke poging om de urgentie van de klimaatcrisis of de mogelijkheid van een solidair handelen te doen landen bij de bestaande politieke orde, werd smalend weggelachen. Van links tot rechts, het was altijd weer: there is no alternative. Ook pvda’er Jeroen Dijsselbloem liet bijvoorbeeld weten de neoliberale begrotingsregels als metafysische noodzaak te zien: ‘Ook zonder vvd zou ik bezuinigen.’

Maar klopt dat wel, dat er geen alternatief is? Paradoxaal genoeg werpen de maatregelen die nu genomen worden om de coronapandemie in te dammen een heel ander licht op de zaak.

Experts lijken het over één kwestie eens te zijn: sociale isolatie is de enige en beste manier om de verspreiding van het virus in te dammen of te vertragen. In praktische zin betekent dit dat een van de belangrijkste levensaders van onze economie tijdelijk moet worden afgesneden, of volkomen herdacht moet worden: de gestroomlijnde werkdag van negen tot vijf.

Dat leidt tot scenario’s en adviezen die verstrekkende gevolgen hebben voor het sociale leven, dat nu in verregaande mate wordt stilgelegd. Dit is niet enkel een historisch unieke situatie. Het is welbeschouwd ook een uniek moment voor het herdenken van onze politieke situatie. De maatregelen die nu worden genomen, zijn immers in veel opzichten identiek aan de maatregelen waar klimaatactivisten al decennia om vragen: minder verplaatsing, minder werken en minder exploitatie. Kortom: het terugdraaien van de eeuwige economische groei om op die manier de ontwrichting van het klimaat een halt toe te roepen, juist door werkenden te emanciperen.

De afgelopen weken zagen we dat wat altijd als onmogelijk werd voorgesteld, nu wel degelijk mogelijk blijkt. We zijn in toptempo omgeschakeld naar een flexibeler werkregime waarin thuiswerken de regel is en waarin mensen potentieel weer meer controle krijgen over hun eigen tijd. We accepteren ook met z’n allen dat er minder gewerkt zal worden. Iedereen lijkt bereid dit alles boven op een aantal persoonlijke maatregelen in acht te nemen, om op die manier als maatschappij een wezenlijk verschil te maken. Hier wordt als nooit tevoren duidelijk dat de organisatie van ons werk een door en door politiek en ecologisch thema is. En het is precies deze herinrichting van werk die nodig is om deze kleine ecologische crisis het hoofd te bieden, die ook nodig is om de grote ecologische ineenstorting te bestrijden.

Als de situatie maar als urgent beleefd wordt, blijken de sociale maatregelen die vanuit progressieve bewegingen al lang geëist worden plots wel degelijk haalbaar. Op Twitter worden volop overzichten bijgehouden van wat er nu allemaal mogelijk blijkt in de Verenigde Staten. Een lukrake greep: politie van Louisiana zet tijdelijk geen mensen meer uit hun huis, Detroit sluit water weer aan voor wanbetalers, telefoonmaatschappijen sluiten de komende zestig dagen niemand meer af, bedrijven regelen betaald ziekteverlof voor werknemers. Het zijn levensnoodzakelijke maatregelen voor economisch kwetsbare groepen. Ze zijn mogelijk als de urgentie maar duidelijk is.

En het is helaas ook echt nodig. Want ook in Nederland bleek de afgelopen week hoe ontzettend kwetsbaar vele groepen in onze samenleving zijn geworden door decennia van neoliberaal beleid. Steeds meer mensen hebben een nulurencontract, werken met flexibele of tijdelijke contracten, of werken als zzp’er. Het zijn beproefde methodes om bedrijfsrisico’s af te wentelen op de werknemers. Het feit dat deze precaire arbeiders nu met de gebakken peren zitten is daarom een feature, geen bug. Minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes laat echter laconiek weten dit als een eigen risico te zien: werknemers met flexibele contracten hebben die toch zelf afgesloten? Het staat in schril contrast met de welwillendheid waarmee zijn kabinet luistert naar de smeekbeden van grootvervuiler klm.
Tegen het neoliberalisme hebben we geen indamming, maar juist een uitbraak van politiek nodig. De coronapandemie is een menselijke en maatschappelijk tragedie, maar juist in dat opzicht kan het ook een echt omslagpunt zijn. We moeten deze gebeurtenissen politiseren. Door in de bestrijding van Covid-19 verregaand te leunen op solidariteit heeft de neoliberale politiek de deur op een kier gezet. We vangen een eerste glimp op van wat mogelijk is. Het komt er nu op aan om de deur in te trappen.

Dat doen we om te beginnen door anders na te denken over de verhouding tussen onze maatschappij en ons ecosysteem. We kunnen het ons eenvoudigweg niet langer veroorloven om dat ecosysteem als een buitenstaander en indringer te zien, waar we ondertussen eindeloos op kunnen vrijbuiten. De uitbraak van het coronavirus vraagt om een andere houding. Zoals Bruno Latour al duidelijk maakte: ons ecosysteem is in al zijn complexiteit een politieke actor die net zo’n wezenlijk deel uitmaakt van onze samenleving als de gemiddelde burger dat doet. Cultuur en natuur staan dus niet tegenover elkaar, maar zijn onherroepelijk met elkaar vervlochten.

Zoals het coronavirus deel uitmaakt van onze samenleving, zo is de manier waarop we ons gemeenschappelijk leven en werk organiseren onlosmakelijk verbonden met een veelomvattender ecosysteem. Het is de grote les die we uit deze ecologische catastrofe moeten trekken. Willen we dus ontsnappen aan de neoliberale indamming, dan moeten we onze democratische en politieke macht inzetten om twee thema’s met elkaar te verbinden: onze verhouding tot het ecosysteem en de organisatie van leven en werk daarbinnen. Concreet betekent dit een grootschalige transformatie van onze samenleving, via wat in de Verenigde Staten de Green New Deal heet en wat wij het Ecosociaal Deltaplan willen noemen. Geen bail-out van het grootkapitaal, maar van werkenden en van de planeet. Oftewel, omvangrijke publieke investeringen om onze samenleving klimaatneutraal te maken, terwijl we de baten en lasten daarvan eerlijk verdelen en een alternatieve organisatie van arbeid realiseren.

De Covid-19-pandemie maakt duidelijk dat het kan. En als we het doen, kan het neoliberaal kapitalisme als een stikstofwolk boven ons land wegwaaien.


Bram Ieven is universitair docent aan het Leiden University Centre for the Arts in Society. Jan Overwijk is promovendus sociale filosofie aan de Universiteit van Amsterdam