Dit is een flus

Joke van Leeuwen, Ik ben ik. Uitgeverij Zwijsen, 28 blz., f13,50
Tijdens Poetry International werd de Cees Buddingh’-prijs dit jaar uitgereikt aan Joke van Leeuwen. De prijs is bedoeld voor beginnende dichters, de bundel heet Laatste lezers. Op het moment van haar poeziedebuut had Van Leeuwen (1952) al een tiental succesvolle kinderboeken op haar naam, waarvoor ze zowel de tekst als de tekeningen maakte. Haar grillige geest voert de lezers/kijkers onveranderlijk langs vreemde paden en er is altijd wel iets om over de gniffelen of te grinniken. De uitstap naar het dichterschap is niet verbazingwekkend, want de auteur formuleert heel precies en is zelden op een overbodig woord te betrappen.

Dat maakt haar vooral ook onnavolgbaar als schrijfster van boekjes voor pas beginnende lezers. Het oudste is Sus en Jum, waarin de aarzelende speller aan de hand van de komische tekeningen door de minimale tekst heen wordt gesleurd. Naast de hoofdpersonen treedt er nog een groot wit dier met zwarte vlekken op. Het is geen koe, maar een kie en die zegt dan ook geen boe, maar bie. In Fien wil een flus vragen alle vrienden zich af wat jarige Fien in vredesnaam met haar hartewens bedoelt. Alleen Maartje heeft het antwoord: ze geeft een tekening van een nondescript voorwerp, waarnaast staat ‘dit is een flus’. Het lijkt symbolisch voor Van Leeuwens visie op het schrijverschap: op papier bestaat alles.
Het flinterdunne meesterwerk niet wiet, wel nel analyseert in ongeveer zeshonderd eenlettergrepige, hoofdletterloze woorden de problematiek van het samenwonen en bezorgt mij bij herlezing onverminderd de slappe lach. Wiet en Nel willen altijd lief zijn voor elkaar, maar 'vaak lukt het niet’. De ruzie gaat bijvoorbeeld over de wederzijdse lectuur: 'wat jij leest is kul, dat boek van die roos en die nies’, vindt Wiet. Hij leest een ingewikkeld boek over 'het al’. De woordenwisseling barst los, tot Nel om het goed te maken 'soep met luf’ gaat koken. Volgt onenigheid over het opruimen van de keuken en de te dragen uitgaansjurk. Nel loopt weg: 'wiet pakt het boek van het al. maar hij weet niet wat hij leest. wat moet hij nou met dat al? nel is weg! wiet pakt de jas van nel. de jas ruikt naar nel. maar ze zit er niet in. de jas is te leeg.’
Uiterlijk lijkt dat al een beetje op een gedicht en onlangs verscheen een heus poeziebundeltje, met tekeningen en met de fraaie titel Ik ben ik. Uitgeverij Zwijsen, die al jaren lang series met een precies gedefinieerde leestechnische moeilijkheidsgraad produceert, brengt als novum zes deeltjes Versjes voor beginnende lezers. Joke van Leeuwen bijt de spits af voor lezers die ongeveer vier maanden leesonderwijs achter zich hebben. 'Dit is poezie’, lijkt de schrijfster te willen zeggen, 'soms doet de taal ongewoon, maar dat went wel.’
Dat ongewone zit in af en toe rijm en in het herhalen van een zin of een 'strofe’, in het feit dat het 'verhaaltje’ binnen vier tot vijftien regels is verteld en in de onverwachte manier van zeggen: 'ik zit op schoot./ ik maak je schoot vol met mij./ ik voel me niet meer los.’ Ook voor deze lezer met zo'n vijfhonderd maanden leeservaring achter de rug is dat poezie.