Wereldgeschiedenis

Dit is een groots moment

Polybios
Wereldgeschiedenis
Vertaald door Wolther Kassies, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1585 blz. (2 delen), € 85,-

Het is ongebruikelijk boeken te recenseren die je niet gelezen hebt, althans, dat neem ik aan. Toch doet zich nu de situatie voor dat ik een boek moet aanprijzen waar ik niet doorheen heb kunnen komen. Het gaat om de integrale vertaling van alles wat is overgeleverd van de Griekse historiograaf Polybios (ca. 200-120 voor Christus), de auteur van een veertig delen tellend werk over de ingrijpende geopolitieke omwentelingen van zijn tijd. Het was de periode waarin de Romeinen, na in 202 Hannibal verslagen te hebben, ook stap voor stap greep kregen op Griekenland en de Balkan, geïnvolveerd raakten in conflicten tussen Pergamum, Syrië en Egypte, totdat ze in 146 zowel Karthago als Korinthe met de grond gelijk maakten. Vanaf dat moment was Rome de onbetwiste grootmacht in het mediterrane gebied, en dat zou een half millennium zo blijven. Polybios maakte het allemaal mee en was diep onder de indruk. Hij nam zich voor niet de geschiedenis van afzonderlijke staten te behandelen, maar het gehele internationale krachtenveld in kaart te brengen. Van zijn titanenarbeid resteert ongeveer een derde, maar dat beslaat nog altijd ruim dertienhonderd bladzijden. Een deel daarvan bestaat uit moeilijk te duiden fragmenten.

Laat er geen twijfel over bestaan dat Polybios een zeer belangrijk historicus is. Als protégé van enkele vooraanstaande Romeinse families – hij was in 168 als adellijke gijzelaar naar Italië gebracht en daar in contact gekomen met de intellectuele politicus Scipio Aemilianus – zat Polybios dicht bij het vuur. Hij kreeg niet alleen de gelegenheid ooggetuigen te interviewen, maar reisde ook mee met militaire of diplomatieke missies. Bovendien had hij van huis uit goede contacten met de elites van veel Griekse steden. In 146 stond hij samen met Scipio bij het brandende Karthago. De veldheer ‘pakte mijn rechterhand vast en zei: “Polybios, dit is een groots moment, zeker, maar toch, wanneer ik aan de toekomst denk, bevangt mij een onbestemde vrees dat iemand eenmaal ditzelfde bevel zal geven – maar dat het dan mijn eigen vaderland zal betreffen.”’

Polybios was niet alleen goed geïnformeerd, hij is inderdaad een van de eersten die geprobeerd hebben grote historische ontwikkelingen in hun samenhang te begrijpen, bovendien is hij voor een deel van de gebeurtenissen de eerste, zo niet de enige bron. De Romeinse geschiedschrijver Livius maakte anderhalve eeuw later dankbaar gebruik van Polybios’ werk. Wanneer je passages bekijkt die Livius aan zijn voorganger heeft ontleend – Livius deed geen zelfstandig bronnenonderzoek, zoals hij eerlijk bekent – ontdek je al gauw dat Polybios doorgaans uitvoeriger en genuanceerder is. Daar komt bij dat Polybios een scherp oog heeft voor politieke verhoudingen en bijzonder geïnteresseerd is in staatkundige processen op de lange termijn. In dat opzicht is Livius een absolute amateur.

Veel lof dus voor Polybios als historiograaf. Ook de vertaling van Wolther Kassies, die eerder de dichters Hesiodos en Apollonios vertaalde, is heel goed, terwijl de uiterste zorg is besteed aan inleiding, noten, registers en landkaarten. Deze twee delen dient iedere historicus in de kast te hebben staan. Men kan vertaler en uitgever niet voldoende danken voor het doorzettingsvermogen dat ze gehad moeten hebben om dit project tot stand te brengen.

Waarom kom ik er dan toch niet doorheen? Het antwoord is vrij simpel: Polybios kan niet schrijven. Het werk begint met een inleiding van maar liefst twee boeken (170 bladzijden), aan het eind waarvan de auteur nog eens samenvat wat hij tot dan toe gezegd heeft, om aan het begin van boek III nog een keer samen te vatten wat er in de eerste twee boeken staat. Op tientallen plaatsen in het werk legt hij uit wat zijn methode is, hoe de boeken gestructureerd zijn, waarom hij de eerste historiograaf is die écht begrepen heeft hoe je geschiedschrijving moet bedrijven en waarom al zijn voorgangers en collega’s hopeloos onbetrouwbare broddelaars zijn. Na een keer of vijf begin je oprecht medelijden te krijgen met schrijvers als Theopompos, Phylarchos en Timaios, van wier werk nauwelijks iets is overgeleverd en die keer op keer genadeloos met de grond gelijk worden gemaakt. En dit alles in een moeizame, omslachtige stijl waarvan niemand enthousiast zal worden – gelukkig is de vertaling heel wat leesbaarder dan het Grieks.

Een ander probleem schuilt in de overvloedige aandacht die Polybios besteedt aan de intern-Griekse conflicten tussen de Achaiers (op de Peloponnesos) en de Aitoliërs (ten noorden van de Golf van Korinthe). Die zijn minstens zo ingewikkeld als de Hoekse en Kabeljauwse twisten uit onze eigen historie, en wekken vanuit ons perspectief al evenzeer een indruk van totale futiliteit. Hoe goed ik ook mijn best doe, ik slaag er niet in al die wisselende coalities uit elkaar te houden, en eigenlijk wil ik dat ook niet.

Het wonderlijke effect van de lectuur van Polybios is dat je van de weeromstuit van Livius gaat houden. De brave Romein mag een pover denker en historicus zijn, hij is wel een beter schrijver. Polybios’ weergave van de slag bij het Trasumeense Meer (217 voor Christus) is zakelijk en redelijk helder, al kan hij zich er niet van weerhouden een potsierlijk lange uitweiding over de kwaliteiten van de ideale bevelhebber in te lassen. Maar lees je Livius, die overduidelijk elk inzicht in de dynamiek van het krijgsbedrijf ontbeert, dan ontvouwt de veldslag zich als een dramatisch gebeuren van epische allure, niet in de laatste plaats doordat op kritieke momenten de directe rede is toegepast. Polybios analyseert, Livius brengt tot leven.

Daarmee is niet gezegd dat het werk van Polybios niet hier en daar prachtige anekdotes bevat. Een hoogtepunt is zeker ook zijn op Plato gebaseerde beschouwing over de eeuwige cyclus van staatsvormen, waarbij monarchie, tirannie, aristocratie, oligarchie, democratie en anarchie elkaar wetmatig opvolgen, waarna er een nieuwe ronde begint. De kwaliteit van de Romeinse staatsvorm berust op haar ingenieuze combinatie van monarchistische, aristocratische en democratische elementen.

Mijn advies is dus: koop dit boek, raadpleeg het om Livius te controleren, maar doe vooral geen poging het integraal te lezen. Dat mislukt geheid.