Interview Faraj Bayrakdar

«Dit is een leven van de nacht»

Eind mei reikte ex-minister Neelie Kroes de Free Word Award 2004 uit aan de dichter Faraj Bayrakdar. Bayrakdar bracht veertien jaren door in Syrische gevangenissen. Zijn dichtbundel ‹Spiegels van afwezigheid› gaat over die tijd.

Van zijn 36ste tot zijn 50ste heeft hij gevangen gezeten: de Syrische dichter Faraj Bayrakdar (1951). Toen hij in 1987 werd opgepakt, was hij een van de leidende figuren van de opposi tionele Communistische Partij van de Actie, die op vreedzame wijze democratische hervormingen zei te willen bereiken. In 2000 kwam hij pas vrij.

In de cel schreef hij al die veertien jaren gedichten op sigarettenvloeitjes, met uiensap. Die werden de gevangenis uit gesmokkeld. Toen ze in Libanon en Frankrijk werden gepubliceerd kreeg hij internationale aandacht. In 1998 ontving hij bijvoorbeeld de Hellman/Hammet Free Expression Award en in 1999 de Barbara Goldsmith Freedom-to-Write Award van Pen. In 2000 verleenden de Syrische autoriteiten hem uiteindelijk amnestie.

Momenteel verblijft Bayrakdar als writer in residence in Nederland. Eind mei reikte ex-minister Neelie Kroes hem in Rotterdam de Free Word Award 2004 uit van Poets of All Nations (Pan), een organisatie die dichters ondersteunt die te maken hebben met censuur en vervolging. Bij diezelfde gelegenheid verscheen voor het eerst zijn werk in het Nederlands: Spiegels van afwezigheid.

Faraj Bayrakdar: «Ik heb een ware gevangeniscarrière, want in totaal ben ik drie keer gevangen gezet. De eerste keer werd ik met enkele vrienden gearresteerd omdat we een literair tijdschrift uitgaven. De tweede keer omdat ik zogenaamd lid was van een linkse groep, wat niet het geval was. De derde keer ten slotte werd ik opgepakt als actief lid van een oppositiepartij. Dat ik gearresteerd werd, verbaasde me niet: niemand in Syrië voert oppositie zonder opgepakt te worden. Wat me wél verbaasde was de manier waarop men me arresteerde. Ik had nooit gedacht dat mijn werk meer dan honderd politieagenten op de been zou brengen. Ze waren overal, in de straten, op de daken van de huizen, en ze bestormden mijn huis.

Gedurende het eerste jaar was ik totaal afgesloten van wat er buiten gebeurde. Dat jaar werd ik verhoord en vrijwel dagelijks gemarteld om informatie los te krijgen. Na een jaar werd ik samen met een aantal anderen naar Tadmur getransporteerd, ook wel Palmyra genoemd, midden in de Syrische woestijn. Bezoek was niet toegestaan. Geen papier en pen. Geen krant, geen radio, niets. Er vonden vrijwel dagelijks martelingen plaats. De vijf jaar die ik in Palmyra doorbracht, wist niemand van mijn familie en vrienden waar ik was. Na deze tijd werd ik met een groep medegevangenen naar Saydnaya gebracht, in de buurt van Damascus, omdat de autoriteiten hadden besloten ons een proces te geven. Daarvoor was er geen proces geweest, we moesten alleen maar wachten. We waren totaal geïsoleerd. We werden geblinddoekt, zelfs in onze eigen cel. We mochten niet met onze bewakers praten. Als je maar één woord durfde te zeggen, kostte je dat een dag van martelingen. In Saydnaya werd het iets anders. Ze stonden toe dat onze familie op bezoek kwam. En wij slaagden erin wat informatie naar buiten te smokkelen, geschreven op sigarettenpapiertjes. Onze familie kon ook informatie naar binnen smokkelen. Later mochten we een radio in onze cel hebben. Zo kwamen we erachter dat de Sovjet-Unie niet meer bestond, dat Ceausescu ter dood was gebracht en dat de eerste Golfoorlog had plaats gevonden.»

Waardoor kon u al die jaren geestelijk overleven?

Faraj Bayrakdar: «Ik moet eerst zeggen dat ik er niet zeker van ben dat ik al mijn geestelijke en fysieke mogelijkheden heb behouden. Ik heb wel gemerkt dat mensen verbaasd waren dat ik eruit kwam zoals ik was. Ik weet niet in welke mate ik consistent ben en dezelfde ben als degene die in de gevangenis verdween. Ik denk dat mijn geloof in de mens, in de poëzie en het woord, en het geloof dat vrijheid een recht is voor ieder individu, is gebleven. Er waren twee mogelijkheden: óf ik gaf me gewonnen en plooide me naar het regime en de manier waarop dat wenste dat ik me gedroeg, óf ik hield vast aan mijn vrijheid en moest daar alle gevolgen van dragen. Ik koos voor het laatste. Uiteindelijk is er niets heldhaftigs aan wat ik heb meegemaakt.»

Hoe ging u na uw vrijlating om met de dingen die u in gevangenschap had moeten ontberen?

«In het begin moest ik de vrijheid met kleine teugjes leren drinken. Toen ik vrijkwam, verdronk ik in de blauwheid. In de veertien jaren van mijn gevangenschap had ik de lucht niet gezien. Soms, als we buiten kwamen, zag ik de hemel, maar door prikkeldraad. Er is een groot verschil tussen de lucht door een raster van prikkeldraad en de vrije lucht, de open ruimte. Ik moest weer leren lopen. In het begin wist ik niet hoe ik schoenen moest dragen of kleren moest aantrekken. We brachten de tijd blootsvoets door en we droegen altijd pyjama’s of korte broeken.»

Die periode beïnvloedt uw leven vandaag?

«Van wat er in de gevangenis is gebeurd, ondervind ik nog altijd hinder omdat dingen van toen soms mijn gedachten doorkruisen. Diep in mezelf heb ik een aantal verbrande gebieden, en ik denk dat het lang zal duren voor die weer helemaal in orde zijn. De kans bestaat dat ik ooit opnieuw word opgesloten, want ik hecht aan mijn recht op vrije meningsuiting en mijn recht om de regering te bekritiseren, en dat blijft riskant. De reden waarom ze me tot nu toe niet opnieuw hebben opgepakt, is dat de autoriteiten rekening houden met de internationale reacties.»

Probeert u na veertien jaar gevangenschap iets in te halen?

Faraj Bayrakdar: «Op het ogenblik probeer ik daar niet te veel over na te denken. Ik probeer rustig op te schrijven wat er nog in mijn geheugen zit. Ik wil de poëziebundels publiceren die ik in de gevangenis heb geschreven. Ik wil een boek schrijven over die eenzame jaren. Eerder zal ik niet afgerekend hebben met die fase in mijn leven. En natuurlijk wil ik veel boeken lezen, om te weten wat er allemaal gebeurd is in de tijd dat ik er niet was. Met name in de internationale culturele wereld.»

Uw meest recente bundel heet «Spiegels van afwezigheid»…

«Het zijn bespiegelingen uit de gevangenis. Ik schreef de gedichten in de laatste drie jaar. Elk gedicht toont een beeld, een gezicht van de gevangenis. Het is geschreven in een vrije stijl, anders dan de meeste van mijn gedichten, die rijmen. Het is bijna onmogelijk een beeld van een zweep te geven, het korte moment in de lucht, als longen die zich volzuigen. Het geluid van een zweep die op een lichaam neerkomt, lijkt op inademen en uitademen.

Ik heb nog niet veel geschreven sinds ik vrijkwam, omdat het meeste werk kruipt in het voltooien, veranderen en verbeteren van wat ik in de gevangenis heb geschreven. Er waren ook zo veel ontmoetingen en interviews dat er maar weinig tijd overbleef om te schrijven. Toch heb ik al nieuwe gedichten geschreven: gedichten in de soefitraditie van de Arabische literatuur, gedichten over de liefde, over de filosofie van het bestaan. Maar ze zijn nog niet helemaal klaar. Ik zal ze pas afwerken als ik mijn rekeningen heb vereffend.»

De Verenigde Staten zien uw land als een onderdeel van de As van het Kwaad.

«Ik ben het er niet mee eens dat Syrië tot de As van het Kwaad zou behoren. De machthebbers berokkenen wel kwaad aan de bevolking, maar niet aan de rest van de wereld. Ik denk dat de dagen van deze regering geteld zijn, het is alleen nog wachten op het doodsbericht. Zo’n regering hoort niet langer thuis in deze wereld. De regerende Baath-partij is een restant van het verleden, ze past niet in het heden. Ze moet zichzelf totaal veranderen. Geen oppervlakkige verandering, zoals een slang van huid verwisselt, maar een diepgaande verandering van de hele politieke en wettelijke structuur. Daar kijken we allemaal naar uit.»

Vertaling: Richard van Leeuwen

Faraj Bayrakdar

Spiegels van afwezigheid. Gedichten

Beta Imaginations / Novib, 28 blz., € 10,-