Dit is géén komedie

Wie denkt dat het wonderlijk is dat een Argentijnse film het festival van de Nederlandse film kan afsluiten, zal zich over de film zelf nog meer verbazen. Alejandro Agresti in filmisch wonderland.

Ik zag El Viento se llevo lo que of Wind with the Gone niet in Utrecht, maar in San Sebastian. Daar kon het voornamelijk uit Spaanse pers bestaande publiek de film zeker in het begin wel waarderen en er werd regelmatig gelachen. Tegen het einde waren de toeschouwers kennelijk toch de draad kwijtgeraakt, want een warm applaus kon er niet meer af. Heel wonderlijk is dat misschien niet. Agresti lijkt een behoorlijke hoeveelheid rancune te hebben opgebouwd tegen zijn professionele publiek. Zijn vorige film La Cruz plaatste al een raaskallende filmcriticus in het centrum van het verhaal en nu gaat Agresti nog een stapje verder.
Dat de film uiteindelijk de prijs van San Sebastian won, kun je alleen maar een verrassing noemen. Aanvankelijk lijkt de toon van El Viento… veel luchtiger dan die van La Cruz. Agresti introduceert een Marquez-achtig dorpje in een vergeten gedeelte van Patagonië. Het gehucht kent radio noch televisie. Het heeft één bioscoopje en dat bevindt zich aan het absolute einde van een lange distributieketen. Tegen de tijd dat de afgedraaide films in het dorpje arriveren, zijn ze verminkt en onvolledig. De operateur van de bioscoop zet de fragmenten op goed geluk achter elkaar en is zo verantwoordelijk voor het onlogische wereldbeeld van zijn toeschouwers. De verhaspelde vertelling is hun norm en de werkelijkheid wordt daaraan aangepast. Goed beschouwd bestaat het dorp daarom uit gekken met de plaatselijke filmcriticus Pedro als de grootste zot.
Pedro analyseert virtuoos de verknipte toevalsfilms en ontwikkelt zich tot een groot liefhebber van de verzonnen filmster Edgard Wexley. De avonturen van Wexley worden samengesteld uit oude Franse films met Jean Rochefort. Agresti verwerkte enkele van die zelfgemonteerde ‘Wexley-films’ en kreeg daarmee nog de lachers op zijn hand. Tot zover bestaat de film uit een aardig idee dat profiteert van het contrast met zijn realistische locatie. Het verhaal is in het begin een parabel over een gemeenschap die zich door een wonderlijk gebruik van media en communicatie verre houdt van de verschrikkingen van de echte wereld.
Op het moment dat de echte Jean Rochefort in het dorpje verschijnt, verliest de film zijn lucide absurdisme en verzandt hij in ondubbelzinnige kluchtigheid. De wondere, denkbeeldige wereld van de dorpelingen die werd veroorzaakt door hun unieke films, wordt opgeofferd voor het aanvankelijk spectaculaire effect van de verschijning van Wexley in levenden lijve. Het ongerijmde opduiken van Wexley/Rochefort werkt even als een goede grap. Hoe langer echter een overdadig acterende Wexley/Rochefort de film in de richting van de slapstick trekt, des te verder dwaalt de film af van zijn originele uitgangspunt. Een zijlijn moet redding brengen.
Hoewel daar in het dorpje zelf niets van te merken valt, speelt de film zich af in de tijd van de militaire dictatuur. Eén van de dorpelingen ontwikkelt een utopisch rekenmodel dat het mogelijk moet maken om de rijkdommen op aarde rechtvaardig over alle bewoners te verdelen. Zijn dorpsgenoten zien er wel wat in en maken een reis naar de stad voor hem mogelijk, zodat hij steun voor het plan kan zoeken. Als hij terugkeert, kan hij alleen vertellen van zijn martelingen. Zijn plan stond de militairen blijkbaar niet aan.
El Viento… lijdt niet alleen onder de te concrete aanwezigheid van Rochefort en aan omstandige zijlijnen in het verhaal, maar ook onder de improviserende filmstijl van Agresti. Zijn losse en nonchalante manier van werken blijkt wel te functioneren bij urbaan-absurdistische drama’s als Buenos Aires vice-versa en La Cruz, maar een plattelandskomedie, die El Viento… in aanzet is, vraagt kennelijk om een meer afgemeten, uitgewerkte en scherp gesneden stijl. Misschien om dit probleem te bezweren wordt in het begin van de film te pas en te onpas geroepen: 'Dit is géén komedie.’
Het heeft niet geholpen. De film bleef een komedie, al werd het dan geen goede. In een laatste poging om de heilzame werking van de cinema weer terug te brengen in het dorp, maken enkele dorpelingen zelf een film. Daarin geen vervolgavonturen van Edgard Wexley, maar een zwenking naar een nog groter realisme. Een oude man vertelt documentair zijn levensverhaal. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee, maar het brengt de zo magisch-humoristisch begonnen film definitief te dicht bij de grond.