Do It Ourselves: Lombok werkt zichzelf omhoog

Dit is geen wijk, maar een gevoel

In Utrecht leek de neergang van de wijk Lombok enkele jaren terug niet te stuiten. De overheid deed na de stadsvernieuwing een stapje terug. Daarna ontwikkelde Lombok zich snel tot een modelwijk. ‘Wij zijn Lombok, daar kan Den Haag niets aan veranderen.’

Achter het Centraal Station van Utrecht, tussen de Merwede en het spoor, ligt Lombok. Ooit was het de thuishaven van Lood- en Zinkpletterij Hamburger. Voor de fabrieksarbeiders werd een wijkje aangelegd, om de hoek van het Merwedekanaal. In de jaren zestig en zeventig, toen het smelten en walsen van zink geen gat in de markt meer was, liep Lombok leeg. De Turken en Marokkanen kwamen en lieten hun familieleden overkomen. Leegstand en een overpopulatie van laagopgeleide bewoners maakten de buurt onguur.

De gemeente begon met ingrijpende stadsvernieuwing in de vroege jaren tachtig. Het werkte. De bewoners raakten bevlogen door de eerste duw van de gemeente en namen de fakkel over. Tot op de dag van vandaag is de Kanaalstraat het kloppend hart, een kleurrijke aaneenschakeling van Turkse slagerijen, Marokkaanse groentemannen, belwinkels en restaurantjes.

Nu, in 2012, is het een gemengde buurt waar jonge starters huizen kopen. Basisscholen worden gemengder en Lombok wordt geroemd om de positieve uitstraling. De Kanaalstraat is levendig en ondernemend, dorps en grootstedelijk tegelijk. En daar heeft geen grootscheepse aanpak van de overheid aan ten grondslag gelegen. Meer aandacht en geld gaan naar probleemwijken als Kanaleneiland en Overvecht. Want in Lombok kunnen ze het zelf. De gemeente volgt de bewoners, niet andersom. Geld van de gemeente komt pas als initiatieven zijn ontstaan. Een groep van pakweg vijftig assertieve mensen neemt die initiatieven. De wijk heeft veel te danken aan de actieve nieuwkomers. Maar het gevoel is ouder, het Lombok-gevoel, zegt Endie van Binsbergen van het buurtcafé: ‘Lombok bestaat gewoon.’

Een kenmerkend voorbeeld van de assertiviteit in de wijk is een initiatief uit 2003 van twee hoogopgeleide moeders. Elle Petit en Esmeralda Francino besloten hun kinderen tegen de stroom in op de ‘zwarte’ Parkschool te plaatsen. Ze begonnen een actie om zo veel mogelijk ‘witte’ ouders mee te krijgen in een poging om de Parkschool gemengd te maken. Een actie die werd ondersteund door de gemeente, want het idee viel in de smaak. Er kwam geld vrij om de lobby gaande te houden. ‘Wij zagen bij de witte scholen lange wachtlijsten’, vertelt Francino. ‘Alle witte kinderen gingen naar die scholen, terwijl ze veel verder uit de buurt lagen. Wij wilden een school in de buurt, zodat onze zoon zelfstandig naar school zou kunnen gaan en vriendjes om de hoek zou hebben.’ Francino en haar man besloten de waarschuwingen over de Parkschool te negeren, en hun oudste zoon in te schrijven. ‘Toch wilden wij het liefst een gemengde school. Toen zijn we hier samen met wat andere ouders uit de buurt voor gaan lobbyen.’

Het ouderinitiatief werd een groot succes. Zelf zegt Francino behoorlijk naïef te zijn geweest. ‘We wilden van deur tot deur gaan om witte ouders op te roepen hun kinderen op de Parkschool te doen. We dachten dat ze vanzelf wel overtuigd zouden worden als ze het met eigen ogen zagen. Dat bleek iets complexer te liggen. Ouders waren bang voor leerachterstanden en gebrek aan aansluiting met de allochtone kinderen. Het waren frustrerende jaren, we kregen in het begin niet veel mensen mee. Maar gelukkig is het toch gelukt: de Parkschool is een goede school, met kleine klassen en een mooie speel- en leeromgeving voor alle kinderen.’

Directrice Annet Baart kwam uit Amsterdam om de ontwikkeling van de Parkschool tot gemengde school door te zetten. Op haar school hangen in de gang aankondigingen van kinder­yoga en de komst van een voorleesexpert op het prikbord. De muren zijn behangen met portretten van leerlingen. Trots vertelt Baart over haar Peuterpark, waar allochtone tweejarigen taalles krijgen zodat ze niet met een enorme achterstand op school komen. ‘Soms moet je gewoon het heft in eigen handen nemen. In Lombok staat de overheid niet altijd met oplossingen klaar, en dan ga je het vaak toch maar zelf doen.’

Baart vertelt over een probleem van vorig jaar, toen Marokkaanse hangjongeren in het parkje bij de school overlast veroorzaakten. ‘Ze hingen letterlijk in de wieken van de molen en omdat zij ex-leerlingen van onze school waren keken bewoners ons aan.’ De bewoners benaderden de gemeente en de politie.

‘Wij kwamen hier twee jaar geleden wonen omdat we het altijd zo gezellig vonden op de Kanaalstraat’, zegt een bewoner die anoniem wil blijven. ‘Maar al gauw werd de sfeer verpest door groepen jongeren, soms wel vijftien bij elkaar, die recht voor onze deur zaten te blowen. Ze kwamen hier al om tien uur ’s ochtends met hun brommers, en lieten dan aan het eind van de dag een spoor van plastic wietzakjes, pizza­dozen en lege blikjes achter. Ik maakte me zorgen om mijn eigen kinderen. Pubers heb ik, en ik vreesde voor het slechte voorbeeld dat die blowende nietsnutten gaven. Het ging van kwaad tot erger. Op het dieptepunt liepen ze tegen ons huis te plassen en werden onze ramen met stenen bekogeld. Gelukkig hebben we het toen samen met de Parkschool opgelost. Directrice Baart heeft ons enorm geholpen.’

Baart probeerde de overheid te benaderen, om samen een oplossing te verzinnen. Maar herhaalde pogingen om de wijkagent en de wijk­manager te bereiken mislukten. Baart: ‘Ze namen niet op, belden niet terug, of hadden gewoon geen tijd. Toen hebben we zelf een middag georganiseerd. We hebben ­buurtbewoners, leerkrachten en ouders bij elkaar gezet en Hans Kaldenbach gevraagd een workshop te geven. Kaldenbach is een expert in assertiviteit, en hij hielp de bewoners weer in het zadel.’ Toen dit plan er lag, reageerde de gemeente wel. Meteen was er geld om Kaldenbach te betalen.

Tegenwoordig zitten de hangjongeren verder­op, op een bankje dat ze van de gemeente zelf moesten aanleggen. ‘We zijn niet weg­gejaagd hoor, maar we zijn nu wel iets rustiger’, zegt Achmed (14). Samen met Ousama (16) zit hij op hun bankje een sigaretje te roken. Ousama: ‘Ik zit hierachter op school. Ik kom hier graag, maar niet om overlast te veroorzaken. Ik wil hier gewoon kletsen en van het weer genieten. Wij doen geen vlieg kwaad.’ Achmed zit nu op het roc. Vroeger zat hij op de Parkschool. ‘Dat incident met die bewoners, daar was ik niet bij. Wat ik weet is dat je geen alcohol mag drinken in het park. Dat vind ik niet erg, want Marokkanen drinken niet.’

De Parkschool staat midden in Lombok. Vlak naast de school, uitkijkend over het park, wonen Wendy Kremer en Robin Berg. Zij staan model voor de Lombokse assertiviteit. Kremer vertelt vanaf haar dakterras over haar wijk en over de eerste jaren in Lombok. Hun eerste behoefte was snel internet, voor hun net opgerichte weblog, Lombox.net. De suggestie dat het wijkblog de saamhorigheid in de buurt zou versterken, was voor de gemeente reden genoeg om de website financieel te onderhouden. Lombox.net werd een succes. ‘We wilden ook filmpjes van RTV Utrecht in de stukjes verwerken. Maar daarvoor had je sneller internet via glasvezelkabels nodig. De gemeente vond het niet nodig, wij wel. Toen zijn we het maar zelf gaan doen. We organiseerden inspraakavonden en stuurden nieuwsbrieven door. Uiteindelijk hadden we draagvlak, en toen hebben we zelf een aannemer betaald om het hele proces in gang te zetten. De gemeente kwam toch maar met een vergunning. Nu hebben we al dertig straten aangesloten.’

Wendy Kremer is een betrokken moeder van de Parkschool. Op het moment dat de gemeente taallessen aan Marokkaanse moeders wegbezuinigde, nam ze het samen met directrice Baart over. Later besloot de gemeente Kremer toch maar weer subsidie te geven. Baart: ‘Voor ons is het essentieel dat kinderen thuis Nederlands kunnen spreken. Het gaat hier nog vaak zoals in die film Shouf Shouf Habibi. Een leerkracht roept de moeder van het jongetje op school, maar de moeder spreekt geen Nederlands. Het jongetje moet de klachten van de boze leerkracht vertalen in het Arabisch. In zijn vertaling doet hij het heel goed op school. De moeder gaat voldaan weer naar huis, en de leraar blijft verbouwereerd achter. Toen de subsidie voor taallessen wegviel, was ik dolblij dat Wendy het oppikte. Ik betaal haar nu vanuit de eigen middelen van de school, gewoon omdat we het belangrijk vinden. Zo doen we dat in Lombok. Als de regering inburgeringscursussen wegbezuinigt, verzinnen wij gewoon iets nieuws.’

Om de hoek op de Kanaalstraat weet Alpay Demirci hoe het is om de integratie aan te pakken. Op de kop van Lombok wordt sinds twee jaar gebouwd aan de grootste moskee van Nederland. De Ulu Moskee, die nu nog in een voormalig badhuis is gehuisvest, barst uit zijn voegen. De moskee is het centrum van de Turkse gemeenschap van Lombok. Secretaris Demirci is de ongekroonde baas. ‘Ik woon al dertig jaar in Lombok. Ik heb het hier zien veranderen van verlaten arbeiderswijk tot onveilige allochtonenbuurt. En toen, later, van zwarte wijk naar yuppenbuurt.’ In de vergaderruimte van de moskee is het druk. De aanleg van de nieuwe moskee genereert veel energie, maar ook veel verwarring. Demirci is behalve moskeebestuurder ook de makelaar van het project. En hij is de contactpersoon naar de gemeente. Hij was het die in 1993, toen Lombok vaak in het nieuws was als toonbeeld van rampzalige segregatie, samen met twee anderen besloot een jongerencentrum op te richten. ‘De straten zaten vol met hang­jongeren. Onze jongens. Lombok kreeg een slechte naam en niemand deed er wat aan. Toen hebben we het Ulu Jongerencentrum opgericht. Daar geven we de oudere jongens de verantwoordelijkheid om de jongere gasten bij de les te houden. Zij runnen het helemaal zelf, ik heb alleen een waar­nemende functie.’

Het centrum groeide uit tot een belangrijke plek in de buurt. Destijds reageerde de politie laaiend enthousiast op het initiatief. ‘De politie had zijn handen vol aan die jongens die maar op straat hingen’, zegt Demirci. ‘Toen wij die verantwoordelijkheid op ons namen, waren ze opgelucht.’ Het enthousiasme van de jonge Turken sloeg over naar de gemeente. De Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling voorzag het jongerencentrum van huisvesting. Demirci: ‘Nu, ruim vijftien jaar later, bestaan we nog steeds, en geven we sollicitatietraining aan de nieuwe generatie jongeren uit de buurt.’

Tegenover het Turkse jongerencentrum ligt De Wijkplaats, een kerkelijk buurtcentrum. Of, zoals coördinator Marja Bakker het noemt, ‘een ontmoetingsplek’. ‘Wij worden betaald door de rooms-katholieke en protestantse kerk hier in de wijk’, vertelt ze. ‘Er zit geen cent subsidie of gemeentesteun bij.’ De Wijkplaats organiseert activiteiten voor de buurt. Behalve een kringloop voor tweedehands kleding en een eetgroep wordt ook de voedselbank vanuit hier gerund. ‘En dan hebben we nog een bustocht voor mensen die niet vaak met vakantie gaan, en een wandeling die door de kerk, de synagoge en de moskee samen wordt georganiseerd.’

De Wijkplaats geniet faam om zijn multiculturele ochtendgymnastiek. ‘Op die ochtenden hebben we een bewegingscoach die aan allochtone huisvrouwen gymlessen geeft. Dat blijft een opmerkelijk gezicht.’ Bakker is duidelijk over het ontbreken van overheidssteun: ‘Ik vind het heerlijk. We kunnen alles zelf doen en zelf bepalen. Wij hoeven niets van de politiek en zij hoeven dus ook niets van ons. Ik zie het echt als een voordeel dat we niet afhankelijk zijn van gemeentelijke potjes en subsidies.’

Als De Wijkplaats de ontmoetingsplek is, dan is koffiebar Kopi Susu de huiskamer van Lombok. Het café ligt midden op de Kanaalstraat, op de hoek van de J.P. Coenstraat. Achter de bar staat Endie van Binsbergen, een fameuze Lombokker. ‘Wij zijn trots op onze wijk’, vertelt ze achter de koffiemachine. ‘De mensen hier vormen echt een hechte groep. Lombok zit vol met mensen van verschillende culturele achtergronden, die gewoon de leiding durven nemen. Iedereen doet net even iets extra’s. De school­directrice, de Algerijnse intellectueel, de imam, de priester, de winkeliers, de zzp’ers.’

Ook Van Binsbergen weet wat het betekent om het zelf te doen. Haar café dreigde ten onder te gaan, omdat de inkomsten overdag lang niet genoeg waren. De gemeente weigerde haar keer op keer een avondvergunning. Zo kon het café nooit genoeg verdienen om de huur te blijven betalen. ‘Terwijl onze rol in de wijk behoorlijk belangrijk is’, merkt ze droogjes op. ‘We organiseren culturele avonden, lezingen, exposities en wijkavonden. Iedereen komt hier om even bij te kletsen.’ Terwijl de eigenaar van het pand al ‘Te Koop’-borden op de ramen had geplakt, besloot de buurt spontaan in actie te komen. ‘Half Lombok kwam opeens op de koffie, in een soort ongeorganiseerd protest. De gedachte was dat als iedereen hier zou komen lunchen de omzet vanzelf omhoog ging. En dat lukte.’

Op het terras van Kopi Susu praten de bewoners elkaar bij. Vanaf dit terras zullen volgend jaar links de minaretten van de nieuwe Ulu Moskee te zien zijn. Rechts, aan het andere uiterste van de Kanaalstraat, torent de kerk fier boven de wijk uit. Wat maakt deze kleine wijk zo bijzonder? Beate Volker, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, bevestigt dat Lombok de verpaupering heeft teruggedrongen en dat bewoners buitengewoon veel eigen verantwoordelijkheid nemen: ‘Maar om actief te blijven moeten er wel hulpbronnen en ruimte zijn om iets extra’s te doen. De gemeente staat wel degelijk vaak klaar om bij te springen.’

Volgens Volker is Lombok inmiddels een redelijk welvarende wijk geworden: ‘Maar welvaart alleen is niet voldoende. Er zijn ook heel rijke wijken waar helemaal geen cohesie is. In Lombok is de binding groot. Onderzoekers zeggen dat het komt door de contacten onderling en door de keuze van mensen om daar echt te gaan wonen. In wijken waar de zelfredzaamheid hoog is, gaat het aan alle kanten beter. Er is bijvoorbeeld minder criminaliteit, doordat buurt­bewoners ingrijpen als ze zien dat er iets misgaat. Dat het zo goed gaat in Lombok komt ook omdat er veel overeenstemming is tussen bewoners over wat beschouwd moet worden als overlast. Dat geeft een Lombokgevoel.’

Moskeebestuurder Demirci merkt op dat de contacten tussen verschillende groepen in de wijk steeds hechter worden: ‘Wij moeten hier voortdurend uitleggen dat de kwetsende geluiden van de regering in Den Haag over onze allochtonen niet zo bedoeld zijn. Mensen worden hier gek van die man van de pvv. Maar het huidige vijandige klimaat maakt ons alleen maar sterker. Wij zijn Lombok, daar kan Den Haag niets aan veranderen.’

De overheid deed na de stadsvernieuwing een stapje terug. Toch ontwikkelde Lombok zich tot een modelwijk. De vraag blijft of dit ondanks het terugtreden van de overheid is, of juist daardoor. Veel bewoners vinden dat de gemeente op een lagere versnelling zit dan zij. Annick Driessen, woordvoerder Economische Zaken van de gemeente, nuanceert dit beeld: ‘Er heerst bij de gemeente niet het idee van “jullie redden het wel”. We gaan uit van samenwerken en stimuleren en niet van pamperen. We kijken welke behoeften er in de wijk zijn en focussen daar heel gericht op.’ De politiek doet haar best om het beeld neer te zetten van een overheid als stimulerende factor, als een partner. Raadslid Khadija Bouazani van de pvda, zelf een graag geziene gast in Lombok, prijst de bewonersparticipatie die juist ook dankzij de meedenkende overheid groot is: ‘Misschien dat we niet meer bij iedereen op de stoep staan. Maar de toename van koopwoningen, zoals op de Kop van ­Lombok, wordt door de overheid geregeld.’ Het Wijkbureau wordt volgens haar door bewoners niet meer gezien als een politieke instelling, maar als een buurtgenoot: ‘De gemeente is tegenwoordig meer een partner, maar nog net zo betrokken.’ In het Wijkbureau kunnen bewoners een beroep doen op het leefbaarheidsbudget. Het wijkbudget werd in 2006 verhoogd van 250.000 euro naar een miljoen. Doel was om de wijken meer zelf op te laten knappen. Met de huidige bezuinigingen is het leefbaarheidsbudget teruggebracht naar 750.000 euro per wijk. Wijkmanager Jacolien Rutten: ‘Bij aanvragen tot twintigduizend euro mag ik zelf beslissen. Tussen twintig- en vijftigduizend euro neemt de wethouder de beslissing. Boven de vijftigduizend beslist het college.’

Hoogleraar Volker is sceptisch: ‘Ik zou graag een onderzoek willen zien dat de effecten van het leefbaarheidsbudget in kaart brengt. Ik vraag me af of het geven van een buurtfeest of een buurtbarbecue nou meer blijvende binding tussen bewoners oplevert. Wel denk ik dat het bewoners het gevoel geeft dat de overheid meedenkt en hen ondersteunt. Als de overheid het signaal afgeeft dat zij er voor de buurt is, geven mensen ook meer om elkaar en de buurt.’ Wijkmanager Rutten nuanceert: ‘Het beeld dat het alleen maar voor buurtfeesten en buurtbarbecues is klopt niet. Dit is slechts vijf procent van het totaal.’ In haar visie is het leefbaarheids­budget de centrale kracht achter de assertiviteit van de Lombokkers: ‘De bewoners zijn de deskundigen in een wijk. Zij weten vaak beter wat het beste is voor hun buurt.’ Het leefbaarheidsbudget is geen goedgevulde ruif waaruit bewoners zich vol kunnen eten. Rutten zegt over haar eigen paradepaardje: ‘We willen geen Sinterklaas zijn. Het budget moet de bewoners stimuleren om zaken zelf op te lossen. Het is echt een politieke keuze geweest om bewoners meer zeggenschap te geven over de wijk. Bedenk het zelf en doe het vooral ook zelf. Prima als dat zonder financiële hulp van de gemeente kan. Als dat niet mogelijk is, bieden wij uitkomst.’

Terug op de Parkschool twijfelt directrice Annet Baart over deze rolverandering van de overheid: ‘Het is voor mij een dilemma. Ik heb veel moeite met de terugtredende overheid, maar als je gaat dansen naar het pijpen van de gemeente wordt het misschien minder flitsend en actief. Ik ben er nog niet helemaal uit. Aan de ene kant wil je meer steun, die we ook echt nodig hebben. Aan de andere kant kunnen we het ook zelf, dat hebben we al laten zien.’

Voor Wendy Kremer, de webdesigner, is het geen vraag: ‘Wij doen wat wij het beste vinden voor onze buurt. Dat zal nooit veranderen, of de gemeente nou meedoet of niet. Toen wij in Lombok kwamen wonen besloot ik: dit is mijn wereldje nu, en van mijn kinderen. Daar wil ik het meeste van maken en daar gaat het om.’


Leefbaarheidsbudget

Utrecht is verdeeld in tien wijken met elk 750.000 euro ter beschikking. Lombok maakt deel uit van de wijk West. In 2010 zijn in totaal in Utrecht 3162 leefbaarheids­initiatieven aan de wijkbureaus voorgelegd. 2819 daarvan zijn gehonoreerd (89,2 procent), 343 zijn afgewezen. In de wijk West zijn 299 initiatieven voorgelegd waarvan 256 zijn gehonoreerd (85,6 procent). Van die 256 initiatieven waren er 27 voor straat- of ­buurtfeesten. Dat is elf procent van het totaal.