Televisie: ‘Ik vertrek’

‘Dit is het paradijs’

Nergens op tv zie je zoveel botsingen en irritaties met de mantel der liefde toegedekt worden als bij Ik vertrek. Leedvermaak vormt de basis van de succesformule.

Het stormt in Heerhugowaard als Ingrid en Inma voor de laatste keer hun viskar uit de garage rijden. ‘Wat een wind!’ roept Ingrid terwijl ze de aanhanger op z’n vaste standplek sjort. ‘Ik ben hier zó klaar mee!’ Aan de klandizie ligt het niet; vishandel ‘De meiden’ loopt ‘als een tierelier’. Maar fysiek houden de middelbare meiden dit niet vol tot hun pensioen. Ze gaan naar Spanje. Een B&B runnen in de zon. ‘Het is daar stukken relaxter. Hier is het altijd druk, druk, druk.’ Op het afscheidsfeestje bij de viskar zegt een vaste klant tegen de aanwezige cameraploeg zéker te weten dat het de meiden gaat lukken. Zo’n optimistische voorspelling krijgt in de montage van Ik vertrek een omineuze bijklank. Het programma dankt z’n enorme populariteit aan de zorgvuldige selectie van vertrekkende landverhuizers op overmoed, impulsief gedrag, een onrealistisch inschattingsvermogen en bij voorkeur een minimale voorbereiding.

Leedvermaak vormt de basis van de succesformule. De kijkers verkneukelen zich bij voorbaat om wat er allemaal mis zal gaan. Verbouwingen die hopeloos uitdijen vanwege gebreken die bij de enthousiaste aankoop over het hoofd zijn gezien. Instortende daken. Ontploffende verwarmingsketels. Uitvallende elektriciteit. Corrupte aannemers, uitblijvende vergunningen en werklieden die niet op komen dagen. In de vaste chronologie van de begintaferelen – nog een keer naar het opgezegde werk, bevlogen gesprekje over de plannen, afscheidsfeestje met huilende achterblijvers en uitgezwaaid vertrek per (vracht)auto vanaf de leeggehaalde woning – benadrukt de toon van het programma licht satanisch de overgang van mooie droom naar wrede werkelijkheid. Opgewekte Spaanse gitaarklanken begeleiden de door de viskar-meiden zelf gefilmde autorit die in Hollandse regen begint. ‘Welkom in Spanje, Ingrid en Inma’, feliciteren de avonturiers zichzelf bij het passeren van de landsgrens. Als de vrouwen het terrein van hun gehuurde landhuis oprijden, meldt de warme commentaarstem, vanaf de start in 2005 op één seizoen na radio-dj Edwin Diergaarde, dat er met de verhuurster ‘duidelijke afspraken’ zijn gemaakt over de inboedel en over de tuin. Het vrolijke muziekje sterft weg bij de aanblik van het opgestapelde achtergelaten meubilair en de enorme troep in het omringende groen. Een geschokte Ingrid: ‘Er is nog geen flikker aan gedaan!’

Vanaf de tv-bank leven de kijkers mee met elke tegenslag, blij dat zij er zelf van gevrijwaard zijn. En reuze tevreden met hun eigen verstand bij obstructies die iedereen zag aankomen: zó onvoorbereid ga je toch niet naar een ander land? De onnozelheid van de landverhuizers wordt in de montage aangedikt, zo blijkt uit verontwaardigde reacties van hoofdpersonen die zichzelf niet in de uitzending herkennen. Twintigers Sjors en Lieke werden op sociale media voor lui en verwend uitgemaakt nadat vorig seizoen zo’n 1,8 miljoen kijkers zagen hoe zij vanuit Haarlem klaagden over de lokale krachten die op Bali hun pompeuze yoga-retreat aan het bouwen waren, en meenden dat ze protesterende achterburen die hun uitzicht verloren wel even konden inpalmen. Dat modepopje Lieke zich eenmaal op Bali, net nadat surfdude Sjors verzuchtte dat ze amper rond konden komen, heerlijk liet verwennen bij de pedicure terwijl ze de tent overliet aan het personeel was pure ‘framing’, aldus het woedende stel in een tegenoffensief. De pedicure was een idee van de programmamakers geweest en door hen betaald. De verzuchting had Sjors drie maanden eerder gedaan. De opnames van Lieke die wel degelijk stond te schilderen waren in de montage gesneuveld. En het programma had de informatie achterwege gelaten dat buitenlanders op Bali geen werkzaamheden mogen doen die lokale bewoners een inkomen kan verschaffen. Over de streek waar de vertrekkers belanden, de demografie of de cultuur hoor je niks in Ik vertrek. Het is emo-tv over Nederlanders die in den vreemde vooral zichzelf tegenkomen.

Gelukkig zijn er emigranten genoeg die zich zo holderdebolder in hun levensveranderende avontuur storten dat er geen framing aan te pas hoeft te komen. Die hun huis verkopen en met schoolgaande kinderen en al naar een exotisch oord vertrekken terwijl het koopcontract van het beoogde B&B-resort nog getekend moet worden. Een restaurant beginnen met Hollandse specialiteiten in een uitgestorven dorpje, met een man des huizes achter de pannen die amper een eitje kan bakken. Die geen woord over de grens spreken en in hilarische bewoordingen hun klussers proberen aan te sturen, terwijl de kijkers uit de ondertiteling aflezen dat die hun opdrachten totaal verkeerd begrijpen. Morgenmiddag om één uur belooft de Spaanse tuinvrouw die Ingrid en Inma inschakelen met haar werk te beginnen. ‘Una Espanjolla?’ probeert Ingrid aan te geven dat zij Nederlandse stiptheid op prijs stelt.

De kijker is reuze tevreden met zijn eigen verstand: zó onvoorbereid ga je toch niet naar een ander land?

De noodsituaties waar Hans en Karin uit Capelle aan den IJssel zichzelf in brachten waren zo illuster dat er twee afleveringen van Ikvertrek aan werden gewijd. Het onstuitbaar opgewekte duo van middelbare leeftijd, bijgenaamd ‘de Scheetjes’, omdat ze elkaar continu liefdevol ‘scheet’ noemen, vertrok naar Bonaire met in een container een prefab-chalet. En de complete inventaris voor een ‘adventure-minigolfbaan’ die op het eiland nog schijnt te ontbreken (‘een gat in de markt’), waaronder kunststoffen beelden van de Eiffeltoren, een olifant en een piraat die ze naar eigen zeggen ‘als een kip zonder kop’ hadden aangeschaft. Ter plekke zouden ze wel de nodige hectares grond zoeken waar dat alles moest komen te staan. Maar elk braakliggend stukje grond waar hun oog op valt, blijkt bij navraag bestemd voor woningen of agrarisch gebruik. ‘De oude tennisbanen lijken hun wel wat’, ronkt de commentaarstem geamuseerd, terwijl Karin uitmeet hoeveel banen ze ongeveer nodig hebben: ‘Ik zie het helemaal zitten. Aan beide kanten.’ Waarna Hans na het zoveelste telefoontje zijn hoofd schudt.

Vier maanden later is het spaargeld op en treffen we de inmiddels zongebruinde avonturiers aan in een tweepersoonstentje naast de container. ‘Van een huis met een zwembad naar een tent op een industrieterrein’, beschrijft Karin vrolijk hun wooncarrière op het eiland. Na een tropische hoosbui is alles in de tent doorweekt en zit het duo koffie te drinken aan de waterplas die hen omringt. ‘Hebben we toch nog een zwembad!’ Tot overmaat van ramp wordt er ingebroken in de container en wordt alles van waarde weggeroofd. Karin huilt om de foto’s van haar dochter uit een eerder huwelijk. ‘Gewoon doorgaan met ademen’, is het advies van Hans. Een half jaar later is er weliswaar een geschikt perceel gevonden, maar toestemming om te bouwen is er niet. ‘In m’n hoofd is het al gewoon af’, verzucht Karin, vermagerd van de zorgen, over haar onvervulde droom. Je dagen doelloos doorbrengen in het zonnetje op het strand gaat toch wel vervelen.

Maar onderschatting van de veerkracht en de ondernemingslust van de landverhuizers hoort óók bij de kijkervaring waar Ik vertrek op aanstuurt. Tegen de opgeroepen verwachtingen in slagen de meeste hoofdpersonen erin om uiteindelijk hun naaktcamping in Slowakije, pannenkoekenhuis in Gambia of biodanza-cursusoord in Denemarken op poten te zetten. De adventure-minigolfbaan ziet er aan het eind van de tweede Scheetjes-aflevering geweldig uit. En, mede geholpen door de gratis reclame van het tv-programma, blijken veel stuntelaars bij een latere ‘Hoe is het nu met…’-update prima van hun nering te kunnen bestaan. Al duurde dat vaak langer dan de gefilmde opstartperiode. Kwaaiige meegesleepte puberkinderen blijken zich thuis te voelen in hun nieuwe land. De lokale bevolking heeft de hardwerkende nieuwkomers, die bijdragen aan de plaatselijke economie, omarmd. Bij ons zou Ik vertrek ‘een waardevol onderdeel van inburgeringscursussen kunnen vormen’, constateerde journalist Gerry van der List onlangs in Elsevier, omdat het ‘Hollandse waarden’ uitdraagt als doorzettingsvermogen, durf en ondernemingszin.

Een minderheid is teruggekeerd, maar is toch trots dat een langgekoesterde vertrekdroom werd nagejaagd. Daar hebben de bankzitters voor de tv niet van terug. Maar in wezen is het al of niet slagen van het buitenlandse avontuur de kapstok voor iets essentiëlers: een intiem inkijkje in de onderlinge verhouding van geliefden, vrienden of gezinsleden die het onder hoogspanning en ver van thuis met elkaar moeten rooien. Niet voor niets kregen de Meilandjes en de Scheetjes een eigen spin-off-programma. Gecast op hun kleurrijke karakters zijn de uitgekozen vertrekkers in hun omgang met elkaar ook uitgesproken. Nergens op tv zie je zoveel botsingen en irritaties met de mantel der liefde worden toegedekt. Martien Meiland mag dan een cultheld heten met zijn zwierige voorkomen en zijn voorkeur voor bloemetjesbehang, het bijzondere gezin van een homoseksuele vader, een bouwvakkende moeder en een daadkrachtiger dochter die gedrieën de kleindochter opvoeden toont hoeveel warmte schuilt in het ongezouten gekanker waarmee ieders eigenaardigheden worden benoemd én geaccepteerd.

De aflevering over Ingrid en Inma is niet alleen legendarisch omdat de viskar-meiden vier weken na hun landverhuizing weer terugkeerden naar Heerhugowaard. In het slim opgebouwde script wordt Ingrid aanvankelijk neergezet als de aanpakker van het liefdeskoppel. ‘Soms ben ik jaloers op haar’, zegt Inma, die bij de voorbereidingen voortdurend in tranen is. ‘Als Ingrid een doel heeft, ontstaat bij haar een bepaalde mate van zekerheid.’ Bij aankomst in Spanje is het niet de onzekerheid over het uitblijven van reserveringen voor de B&B in het uitgestorven stadje dat de avonturiers doet terugkeren. Heimwee veranderde de stoere Ingrid in een emotioneel wrak. Dus zitten ze aan het eind van de aflevering in hun nog lege rijtjeshuis, dat gelukkig nog niet was verkocht. ‘De Bed & Breakfast is niet eens begonnen, alleen wij zijn er geweest.’ Inma heeft werk gevonden op de kaas- en vleesafdeling van de Albert Heijn, Ingrid als lokale marktmeester. En ze zijn dolgelukkig. Ze moest ingrijpen, vertelt Inma, die nu getuigt van rust en beschermingsdrang ten aanzien van haar geliefde. ‘Als je van iemand houdt, wil je diegene zien lachen en lekker gelukkig zien.’ Op achtergebleven plastic tuinstoelen drinken ze een wijntje. ‘Als jij er maar bent’, verzucht Ingrid, ‘al wou ik op sommige dagen dat er je niet zou zijn.’ ‘Dat geldt omgekeerd ook hoor’, antwoordt Inma, ‘maak je maar geen illusies.’ Dan breekt zowaar het zonnetje door. ‘We hebben geluk met het weer.’ Geen bergen, maar huizen van buren, wijst Inma naar het uitzicht. ‘Maar dit is óns huis. En dit is het paradijs.’