De laatste volks-commune van China

‘Dit is zoals Mao het bedoelde’

De Chinese president Xi Jinping wil dat zijn land van het kapitalisme leert, maar het marxisme trouw blijft. In het dorp Nanjie doen ze dat al decennia.

Medium anp 53963381
Nanjie, China © Peter Parks / Getty Images

In het huis van de gepensioneerde schoonmaakster Wang Chun Yu hangt een groot portret van Mao Zedong aan de muur en eronder staat een beeldje van de voorzitter. Boven het dressoir hangen de spelregels van het dorp Nanjie. Mevrouw Wang Chun Yu (64), die de regels zonder moeite volgt, is een modelburger. Ze sust haar vijf maanden oude kleinzoon Li Zhang Lin, die gekleed in een broekje met open kruis op haar schoot zit. Uit een van de slaapkamers klinkt de hoest van kleindochter Li Yi Ke (7). ‘Vroeger moesten we boer zijn’, vertelt Wang. ‘Het land kregen we toegewezen. Nu hoeven we ons nooit meer zorgen te maken of we wel genoeg te eten hebben.’ Wang wijst naar het dressoir, de televisie, de blazende airconditioning in de hoek. Alles hebben ze gekregen.

Nanjie is een bijzonder dorp. Volgens de inwoners zelf is dat om één heel belangrijke reden: alles is er gratis. Iedere inwoner heeft een baan en een klein inkomen en krijgt een huis en inboedel van de gemeente. Op een soort pinpas krijgen ze maandelijks boodschappengeld gestort en met een andere kaart halen ze het rantsoen rijst en noedels op bij een verdeelpunt. In ruil daarvoor stellen ze zichzelf in dienst van de lokale economie.

De inwoners leggen de toeristen uit alle delen van China maar wat graag uit hoe hun dorp in elkaar zit. Het maoïstische dorp staat bekend als de laatste volkscommune van China. In de straten klinken uit luidsprekers communistische strijdliederen, volksliedjes, citaten van Mao en voorschriften hoe gezond te leven. Nanjie is een modeldorp. Oudere bezoekers vinden er een uitlaatklep voor nostalgie en melancholie, jongere bezoekers, soms kaderleden van de cpc, putten er inspiratie uit.

In de lente en zomer van 1958 legden lokale leiders overal in China waterreservoirs aan. De opdracht van het hoofdbureau van de Partij had de boeren van de velden gehaald en veel plaatsen kampten met een groot tekort aan arbeidskrachten. De oplossing vonden lokale leiders in enorme communes bestaande uit verschillende landbouwcoöperaties. Op bezoek in de provincie Henan zag Mao Zedong er voor het eerst een. De volkscommune van het dorp Zeven Li maakte veel indruk op hem. ‘Deze naam “volkscommune” is prachtig! Onze boeren hebben, op weg naar het communisme, als politieke en economische organisatie de volkscommune in het leven geroepen. De volkscommune is geweldig!’ Het was die laatste uitroep die talloze andere dorpen in het land ertoe aanzette hun arbeidskrachten op dezelfde manier te organiseren.

Mao zou in zijn nopjes geweest zijn met Nanjie, net zoals het dorp in zijn nopjes is met de voorzitter. China houdt nog steeds van de man die het land verenigde, maar waar elders de mate van persoonsverheerlijking fors is bijgesteld, is die hier nog overal te vinden.

‘Mao was een groots man’, zegt Wang Jing Jing (12), een scholiere met een ronde bril en een spijkerbloes. Ze leert over hem tijdens een speciaal vak, waarvoor de lokale basisschool zelf een lesboek ontwikkelde. De school heeft twee verdiepingen en Jing Jings klaslokaal ligt op de begane grond. Een overdekte galerij loopt langs de hele lengte van de school. De regen klatert op het dak wanneer Jing Jing opdreunt wat ze tijdens de lessen leerde. ‘China was vroeger een onontwikkeld land. Dankzij Mao ontwikkelde China zich. Hij is de reden dat China zoveel kan bereiken.’

Bij de poort van de school staat een beeld van Feng Lei, de jonge communist die vele offers bracht voor de Partij en stierf in 1962. Uit de luidsprekers klinkt het lied Leer van Leng Fei! dat iedere Chinees op de basisschool leert. Jing Jing weet nog niet wat ze later wil worden, zegt ze. Misschien wel journalist. ‘Ik wil veel reizen.’

In de Communistische Volksrepubliek is er bijna geen mooier succesverhaal denkbaar dan dat van Nanjie. Bij de eerste hervormingen, begin jaren tachtig, werden een steenfabriek en een graanmolen geprivatiseerd. Toen beide bedrijven op het randje van een faillissement terechtkwamen, gooide Wang Hongbin, lokaal partijleider sinds 1977, het roer om. Hij kocht namens de gemeente de bedrijven terug. Het was het begin van de collectivisering van het hele dorp. De economie van het dorp werd tussen 1980 en 1995 maar liefst duizend keer zo groot. Terwijl in diezelfde periode het bruto binnenlands product van China met factor 6,74 groeide, ging dat van Nanjie honderden keren over de kop.

Ondertussen ging het dorpsbestuur best met zijn tijd mee, vertelt Wang Hongbin in een zitkamer van het gemeentehuis. De inmiddels 66-jarige geboren en getogen Wang (geen directe familie van de vele Wangs in het dorp) ging zoals zoveel Chinezen van zijn generatie na de basisschool op het land werken. Meer onderwijs kreeg hij niet. Als zestiger is Wangs huid bruin en opvallend glanzend, terwijl de theeblaadjes tussen zijn tanden bij iedere glimlach de aandacht vragen. Dat het partijbestuur in Beijing zijn communistische volharding op prijs stelt, bleek uit zijn lidmaatschap van de Partijcongressen 14 (1992) tot en met het recente 19de Partijcongres.

Zijn motto is dat van ‘de cirkel aan de binnenkant en het vierkant aan de buitenkant’, vertelt Wang, het Chinese gezegde Wai Yuan, Nei Fang parafraserend. ‘De cirkel is bedoeld om ons te verbinden met de markteconomie, terwijl het vierkant ons verbindt met de belangen van ons dorp.’ Als partijlid beloofde hij lang geleden om te streven naar een communistische gemeenschap. Dat doel is er nog steeds, zegt hij terwijl hij van zijn groene thee slurpt. Inmiddels telt het dorp, ook wel de Nanjie Groep genaamd, 26 bedrijven. ‘Uiteindelijk is ons doel dat niemand meer eigen spaargeld heeft. Dat wil zeggen, de inwoners van Nanjie zijn dan natuurlijk eigenaar van alles, ook van de productiemiddelen.’

Aan de rand van het dorp staan de golfkarretjes in een nette rij opgesteld. De hongse luyou, rode tours, vertrekken om de haverklap. Het dorp, dat naar eigen zeggen jaarlijks vijfhonderdduizend bezoekers trekt, kwijt zich met grote ijver van zijn propagandataak.

‘China was een onontwikkeld land. Dankzij Mao ontwikkelde China zich. Hij is de reden dat China zoveel kan bereiken’

De eerste stop gaat naar het centrale plein waar toeristen het standbeeld van Mao en de regenboog over de weg, geflankeerd met enorme beeltenissen van Marx, Lenin en Stalin, mogen bewonderen. Meeneuriënd met de muziek uit de luidsprekers stapt een meneer uit met een grote gele zonnebril op zijn neus. ‘Dit is zoals het vroeger was. Zo zou het bij ons in Guangdong ook moeten zijn’, zegt hij. De man is 79 en hij is op vakantie met zijn vrouw en een bevriend echtpaar. Zijn vrouw zeult met tassen vol verse noedels waar het dorp erg trots op is. Terecht, vindt ze. ‘We hebben ze geproefd. Heerlijk!’

De tour gaat verder naar een tentoonstelling over het dorp. Aan de muur hangen foto’s van hoogwaardigheidsbekleders die op bezoek waren. Verder rijden de wagentjes naar de beroemde noedelfabriek. Vanachter het raam kijken de toeristen naar de lopende band waar de kronkelende noedels in zakjes verdwijnen. Tot slot voert de rondleiding langs de botanische tuinen waar het klapstuk wacht: het huis waarin Mao Zedong opgroeide. Er zijn nauwelijks meubels bewaard gebleven, het merendeel is nagebouwd. Net als het huis trouwens, want tot grote spijt van het dorp was Mao nooit écht in Nanjie. Het is een replica van zijn geboortehuis in Shaoshan, geeft de tourleidster toe.

Even ontstaat er een kleine opstopping wanneer een jonge vrouw in een paarse jurk de tourleidster aanspreekt. Ze wil weten hoe mensen van de 250 yuan (dertig euro) die ze per maand verdienen een auto kunnen betalen. Met een vaag antwoord neemt ze geen genoegen. Wat rijdt de leidster zelf? ‘De wensen en waarden van het moderne leven zijn niet dezelfde als die in 1980’, zegt ze. ‘Toen Nanjie werd opgericht hadden mensen nog niet zoveel eisen. Het land is sindsdien hervormd en kan niet worden teruggebracht tot het systeem dat ze hier gebruiken.’

De commune is een anomalie in een toch communistisch land. Een belangrijke anomalie, vindt de vrouw in de paarse jurk. ‘Het is goed om hier te komen en te herinneren waar China ook al weer over gaat.’

Wie na de tour geïnspireerd raakt kan bij de sieradenwinkel, naast de kassa’s van de lokale supermarkt, zijn hart ophalen aan de serieuzere Mao-parafernalia. Hier geen rode boekjes of T-shirts met zijn beeltenis, maar gouden beeldjes en zwaar vergulde zegelringen waarop een jonge dan wel een oudere Mao prijkt. Ze kosten al snel een paar duizend euro. Populairder is dan ook het simpele speldje, vertelt Li Ting Ting (25) die achter de toonbank staat. ‘Je kunt het overal bij dragen.’ Haar iele meisjesstem steekt af bij het grote leren jack dat ze draagt. Ze zou nergens anders willen wonen dan in Nanjie, zegt ze. ‘Je krijgt alles. Je hoeft alleen te werken om kleding te kunnen kopen.’

Werkt het maoïstische systeem echt? Alle productiemiddelen, dat wil zeggen: alle 26 fabrieken, zijn in dienst gesteld van het dorp. De fabriek waar bijvoorbeeld verse noedels worden gemaakt is niet meer dan een productiefaciliteit van de joint venture tussen de Henan Nanjie Group en de Japanse TOM Company. De ontwikkeling van producten gebeurt in Japan. De innovatie die China zo hard nodig heeft, is niet terug te vinden in de papierfabriek, de voedselverwerkingsfabriek, de bierbrouwerij, de drukkerij of de verpakkingsfabriek. Er is een farmaceutische fabriek, maar het is onduidelijk wat daar geproduceerd wordt.

In de lokale kliniek toont ambtenaar Lei Xiujuan – tevens journalist voor het lokale televisiestation en de krant – de medische faciliteiten. Het is vooral Chinese traditionele geneeskunde die hier gebruikt wordt. Niet voor niets, want in de hal hangt een beroemde uitspraak van voorzitter Mao, zelf een groot voorstander van traditionele gezondheidszorg: ‘Chinese geneeskunde is één van de drie bijdragen aan de wereld!’ Er zijn warmtelampen tegen pijnlijke gewrichten, een stoomkamer en er is een massagetherapeute die met een stralende lach op een patiënt staat in te beuken.

‘Alles is gratis!’ is de mantra van de begeleidster, de directrice van de kliniek en iedere inwoner die ik spreek. Is er iets aan de hand dat traditionele Chinese geneeskunde niet kan oplossen, dan mag de patiënt naar een ziekenhuis in de stad. Op rekening van Nanjie, natuurlijk.

Terwijl masseuse Bi Xiaofang (34) mij op het krukje dirigeert zodat ze mijn rug onder handen kan nemen vertelt ze dat ze zelf niet uit het dorp komt. Net als haar man woont en werkt ze er al jaren. Ze voelt zich wel degelijk onderdeel van het dorp. In de lokale krant schrijft ze over haar leven als moeder van een achtjarige dochter. Ooit hoopt ze een lokale hukou te krijgen, een soort paspoort, zodat ze kan meeprofiteren van al die gratis voorzieningen.

Bi Xiaofang is niet de enige die wel in NanJie werkt maar een ‘gewoon’ salaris krijgt. Volgens Lei telt het dorp 3700 inwoners (onder wie duizend fabrieksarbeiders) en ongeveer zevenduizend arbeiders ‘van buiten’. Dat leidt tot een sluimerende ongelijkheid. De duizenden migrant-arbeiders werken in een soort parallel kapitalistisch systeem, leggen onderzoekers Shizheng Feng en Yang Su van de Volksuniversiteit in Beijing en de Universiteit van Californië uit in hun rapport uit 2013. De arbeiders krijgen geen gratis huis of boodschappenpasje, maar wel een hoger salaris. In tegenstelling tot de inwoners met een Nanjie-hukou profiteren ze echter niet mee van de meerwaarde die ze met hun arbeid creëren. Deze kapitalistische uitbuiting blijft grotendeels verborgen achter het egalitaire imago van het dorp, schrijven de onderzoekers.

Twee van die arbeiders ‘van buiten’ zijn Zhang (59) en Wang (64) die in een fabriek voor kartonnen verpakkingen met een soort riek proberen om restkarton en papier in een persmachine te stouwen. Ze zijn eigenlijk boer, vertellen ze. ‘Maar tegenwoordig doet een machine ons werk binnen een paar dagen.’ In de tijd die ze over hebben werken ze hier. Twee keer per jaar haalt de machine de rijst en maïs van het land af. Het levert ze duizend yuan per oogst op. ‘Hier verdienen we duizend yuan per maand.’

‘Ik bouw liever een gouden berg voor de gemeenschap dan een halve baksteen voor mezelf!’

Als de persmachine eindelijk een mooie baal maakt van het papierafval is het tijd voor de evaluatie. De arbeiders, in blauwe overalls, stellen zich op in twee rijen, waarna de afdelingschef de dag doorneemt aan de hand van de productiekwaliteit, incidenten op de werkvloer en veiligheid. ‘Er ging vandaag een mobieltje bij een van de machines. Maar jullie weten dat er geen telefoons op de werkvloer zijn toegestaan!’ klinkt het. Uit de rijen komt geen reactie.

In iedere Chinese stad berusten migranten in hun lot omdat ze in de stad meer verdienen dan op het platteland. Het is een bewezen succesformule die de regering graag kopieert naar het grote aantal nieuwe stedelijke gebieden. In het geval van Nanjie ligt de situatie net even anders. Terwijl migranten in de steden andere rechten hebben dan de inwoners hebben ze wel dezelfde kansen. Nanjie biedt migranten geen enkele mogelijkheid om hogerop te komen, meer te verdienen, meer inspraak te krijgen in het dorpsbestuur of in de bedrijven.

Achter het raampje van Wang Chun Yu’s voordeur verschijnen twee lachende gezichten. De deur is niet op slot en met een hoop gekakel komen twee vrouwen binnen, gevolgd door nog meer dames en een enkele man. Het is een bont gekleurd gezelschap; hun blauwe en oranje sjaaltjes, rode petjes, grote zonnebrillen en modieuze tunieken en T-shirts steken af bij de bescheiden dorpse mode. De voorbeeldstatus van mevrouw Wangs burgerschap leidt wel vaker tot spontane bezoekjes van toeristen, beaamt ze gelaten. Nieuwsgierig neuzen de vrouwen door haar bezittingen, ze steken hun hoofd om de hoek van de keuken en de kinderkamer.

Ze komen uit Wuhan, zegt de man met het grootste fototoestel om zijn nek. Met weemoed vertelt hij hoe Mao dit soort leven altijd heeft voorgestaan. De kloof tussen arm en rijk is hier veel kleiner dan op de meeste andere plekken in China. ‘Dat is wat Deng Xiaoping wilde bereiken.’

Hij zou maar wat graag zien dat het marxistische systeem ook in zijn thuisstad zou worden ingevoerd. ‘De mensen van mijn generatie missen die tijd van vroeger. Die zou hersteld moeten worden.’ Traditionele ideeën kunnen samengaan met economische openheid en ontwikkeling, denkt hij. ‘Maar dat kan alleen als de centrale regering dit systeem ook goedkeurt.’

Over het plein waar de toeristenbusjes vertrekken, galmt een toespraak van een jonge Wang. Hij grossiert in op Mao geïnspireerde citaten als ‘Ik bouw liever een gouden berg voor de gemeenschap dan een halve baksteen voor mezelf!’ en ‘Geef je hele leven aan de Partij!’ Wang is de held van het dorp.

Hij houdt zijn dorpelingen bij de les door ze te verplichten wekelijks een studiegroep bij te wonen. Iedere groep bestudeert de uitspraken van Mao om ze in het communistische gareel te houden. Wat als iemand het niet met die uitspraken eens is? Wat als iemand ambities heeft waar het dorp niet op zit te wachten? Of een onderneming wil opzetten of de politiek in wil? ‘Het is onmogelijk om iedereen onze ideeën te laten overnemen. Maar als de meeste mensen het ermee eens zijn, is dat het bewijs dat we het bij het rechte eind hebben’, zegt Wang.

Wie niet in Nanjie wil wonen, kan natuurlijk gewoon weggaan. Maar andersdenkenden wegsturen, is een stuk ingewikkelder. Binnen het Chinese systeem van huishoudenregistratie is het moeilijk om het inwonerschap van Nanjie in te trekken. De lokale overheid werkt daarom met een sterrensysteem. Iedere familie krijgt tien sterren die bij slecht gedrag één voor één worden ingenomen.

Waar Mao voor staat? ‘Loyaliteit, eerlijkheid, hard werken…’ Verkoopster Ting Ting slaat met een vuist op haar borst als ze het zegt. En waar praat je dan over in zo’n studiegroep? Ze haalt haar schouders op. ‘Ik ga eigenlijk nooit.’ Het ergste wat er kan gebeuren is dat haar begeleider haar bekritiseert en haar een ster afneemt. Verlies van een ster betekent verlies van een privilege – gratis noedels bijvoorbeeld. Wat als je geen sterren meer hebt? ‘Dan komen ze misschien bij mij thuis controleren of ik goed schoongemaakt hebt.’ Het is maar een half grapje van Ting Ting, want er zijn wel degelijk controles.

Nanjie is een archaïsch voorbeeld van hoe de Volksrepubliek China had kunnen functioneren als voorzitter Mao zijn zin had gekregen. Maar Nanjie speelt vals om een economisch succesverhaal te blijven. Zonder de arbeiders van buiten en de grote sommen geld die de landelijke overheid tot nu toe in het dorp ‘investeerde’, was het maoïstische systeem in Nanjie al lang ingestort.

Tien jaar geleden daalde de omzet van de Nanjie Groep, en in hun rapport schrijven onderzoekers Shizheng Feng en Yang Su dat verreweg het grootste deel van de fabrieken geen winst maakt. Het lijkt erop dat méér samenwerking met de liberale markten buiten het dorp de economie van Nanjie heeft gered. ‘We hebben de markt nodig, de ontwikkeling van Nanjie’s bedrijven gaat niet zonder de markt’, zegt Wang. Hij prikt de mythe van het zelfvoorzienende maoïstische dorp zelf maar alvast door.

Wang Chun Yu draagt hem op handen. Ze ziet hoe hij het dorp veranderd heeft. ‘Mijn familie had geen geld, ik ben niet naar school geweest. Wat moet ik nu van de politiek vinden?’ Wat voor haar boekdelen spreekt zijn de volle voorraadkasten en de studie medicijnen die haar dochter in de grote stad kon doen. Haar dochter, de moeder van de baby op haar schoot en het hoestende meisje in de slaapkamer, werkt nu bij de farmaceutische fabriek. Ze kwam terug naar Nanjie dankzij het vooruitzicht van gratis levensonderhoud, en vanwege het plichtsbesef ten opzichte van haar ouders.

De mensen zijn hier gelukkig, zegt mevrouw Wang. ‘Zelfs als ik hier maar gewoon zit, ben ik al gelukkig.’ Ze lacht een paar zwarte stompjes bloot. Haar kleinzoon heeft de toeristen met luid gekrijs het huis uit gejaagd en snikt nog wat na. Nu doet hij op haar schoot een plasje dat gelukkig op de met vinyl bedekte vloer terechtkomt.