Nederland is ziek

Dit kabinet houdt niet van zijn burgers

Het kabinet behandelt het zieke Nederland als een ouderwetse arts die nog gelooft dat een zieke alleen beter wordt als de behandeling pijn doet.

Het kabinet noemt het een «zware griepaanval». Maar wie de begrotingen van de departementen doorpluist op de symptomen van de ziekte waaraan Nederland lijdt, kan niet anders dan concluderen dat dit een understatement is. Er moet een ouderwetse dokter aan het woord zijn die de patiënt niet recht voor zijn raap durft te vertellen dat hij kanker of een andere levensbedreigende ziekte heeft.

Om bij de bloemlezing van kwalen die wij Nederlanders onder de leden hebben maar met onze daadwerkelijke gezondheid te beginnen: we eten te vet, we bewegen te weinig en we roken te veel. Voor al dat ongezonde gedrag draaien we niet eens zelf op. We gaan maar naar de dokter en het ziekenhuis en hebben geen idee wat dat allemaal kost. Komt nog bij dat we lekker thuis in de ziektewet blijven hangen als we al lang weer aan de slag hadden gekund. Alsof dit alles niet erg genoeg is, laten we ons ook nog eens veel te gemakkelijk arbeidsongeschikt verklaren.

Niet denken: ik werk, dus dit gaat mij niet aan. Nee, ook met de werkende Nederlander is veel mis. Ten eerste werken we gedurende de dag niet hard genoeg voor het hoge loon dat we betaald krijgen. Verder maken we in de loop van een week niet genoeg uren. Tot overmaat van ramp stoppen we na al dat luie gedoe ook nog eens op veel te jonge leeftijd helemaal met werken. Klinkt dat al tamelijk ernstig, zij die eventueel nog wel een paar uur van hun leven aan de slag zijn, pakken dat bovendien dom en niet vernieuwend aan. Die verspillen hun talenten, omdat ze ziekelijk geobsedeerd zijn door het eerlijk verdelen van alle welvaart die er ondanks alles is.

Voordat we gaan werken, tijdens onze studietijd, gaat het ook al niet goed met ons. Dan werken we juist te veel en besteden we al die uren waarin we geld verdienen dus niet aan onze studie, waardoor we niet het onderste uit de kan halen. Mochten we al onze studie boeken inkijken, dan zijn het bovendien de verkeerde. We blijken allergisch te zijn voor bètavakken en technische studies en ons er gemakkelijk van af te maken met een studietje psychologie of communicatie, terwijl juist natuurkunde of waterbouwkunde onze levensvatbaarheid vergroot.

Wie lekker in huis zit met het idee dat het nog steeds niet over hem of haar gaat, is te snel. Waarschijnlijk woont u te goedkoop en verdomt u het om te verhuizen. Wie tegensputtert met het argument dat er geen andere, duurdere huurwoning te vinden is, heeft gedeeltelijk gelijk: we bouwen ook nog eens te weinig.

Klinkt dit allemaal al vrij ernstig, toch zijn het nog steeds niet alle ziekteverschijnselen. We staan te veel stil. Op de weg. Bij het milieu staan we juist weer niet genoeg stil. Onze uitbundige aandacht voor schoon en helder van een aantal jaren geleden dreigt te verslappen, waardoor we het gevaar lopen te vervuilen. Dat ligt aan onszelf, zou u kunnen zeggen, zeker, maar ook op dat punt is er met ons iets niet in orde. We zijn zo onzelfstandig als de pest. Voor elk wissewasje snellen we naar de overheid, waarvan we eisen dat ze al onze grotere of kleinere problemen oplost. We zijn zelfs zo ziek dat we niet meer accepteren dat een leven zonder risico’s niet bestaat.

Met dat laatste in het achterhoofd is het begrijpelijk dat het kabinet ons een zware griep voorspiegelt; we zijn niet sterk genoeg om de echte diagnose onder ogen te zien. Het moet gezegd, in zijn aanpak van de zwaar zieke trekt het kabinet de opstelling van ouderwetse dokter heel consequent door. De behandeling die het ons voorschrijft is die van een arts die nog gelooft dat een zieke alleen beter wordt als de behandeling pijn doet.

Wie volgend jaar vaak naar een echte dokter gaat, zal het voelen in zijn portemonnee, ook degenen die een ziekte hebben die niets te maken heeft met hun leefstijl. Wie het geluk heeft gezond te zijn, krijgt geld terug. Een werkgever, tenslotte ook Nederlander en dus lijdend aan dezelfde kwaal, moet langer het loon doorbetalen voor een zieke werknemer. Dat zal hem leren die werknemer zo lang thuis te laten zitten. Niet het hele loon natuurlijk, de zieke zelf moet het ook voelen. Spreken ze onderling af zich hier niet aan te houden, dan zal het kabinet ze dat betaald zetten.

Ook het vroeg willen stoppen met werken wordt bestraft: geen belastingvoordeeltjes meer voor de spaarcenten die bedoeld zijn voor vut of prepensioen. Werklozen krijgen eveneens een harde behandeling: je moet langer gewerkt hebben voordat je in aanmerking komt voor een uitkering. Om ons uit onze goedkope huurhuizen te krijgen, mogen de huren omhoog. En studenten die denken dat hun studietijd eeuwig kan duren, moeten collegegeld terugbetalen, voor een tweede studie moeten ze sowieso het collegegeld betalen, en mochten ze na hun dertigste nog willen studeren, dan is het helemaal dokken geblazen.

Eigenlijk zegt het kabinet: eigen schuld, dikke bult. Vandaar dat het aantal keren dat het woord «verantwoordelijkheid» in de begrotingen voorkomt niet te tellen is. Het strijdt om de eerste plaats met een ander woord dat past bij de visie die achter diagnose en behandeling schuilgaat: kiezen. Wie ervoor kiest ziek te zijn, kan er immers ook voor kiezen beter te worden.

Als je het zo allemaal achter elkaar benoemt, bekruipt je het gevoel: Balken ende en de zijnen, ze houden niet van ons. De Raad van State heeft dat haarfijn door, al is het hoogste adviescollege te beleefd om het in zijn jaarlijkse analyse van de Miljoenennota zo te verwoorden. Maar de kritiek is er niet minder hard om. Waarom snoeit het kabinet maar in de sociale zekerheid, zonder de Nederlander te zeggen waar dat ophoudt? Vergeet het kabinet met zijn geklaag over onze studiementaliteit niet om iets te doen voor degenen die het helemaal niet in zich hebben te studeren, de laag opgeleiden? En waarom hakt het zo in op de werkenden en hun spaarcenten voor het prepensioen, maar kijkt het niet naar de portemonnee van de mensen die nu al genieten van een «goudomrande» oude dag? Strookt het uitsluiten van de grote groep huidige 65-plussers al niet met de opvatting dat al die maat regelen nodig zijn om het financiële draagvlak voor collectieve voorzieningen te verbreden, nog erger vindt de Raad van State dat het kabinet niet kijkt naar de hypotheekrenteaftrek. Leidt uitstel van het afbouwen daarvan in de toekomst niet tot een veel ingrijpender behandeling?

De Raad van State vindt de behandeling die de patiënt krijgt voorgeschreven er een van pappen en nathouden. Nergens een wenkend vergezicht, geen enkele creatieve oplossing, nooit een opbeurend idee. Van een dokter die niet van zijn patiënten houdt is dat ook niet te verwachten. Bovendien is die dokter niet in staat, vreest de Raad van State, zijn eigen zieke toko gezond te maken. Het college heeft er een zwaar hoofd in dat de aanpak van de sterk uitgedijde bureaucratie leidt tot een kleiner ambtelijk apparaat, minder nota’s en regels. Eigenlijk is dat niet verwonderlijk: want de overheid, dat zijn wij.