Een Green New Deal voor Nederland

‘Dit kabinet weigert hardnekkig zelf keuzes te maken’

Afgelopen weekend klonk vanaf de Dam in Amsterdam een schreeuw om doortastende klimaatactie. Is het Amerikaanse Green New Deal-plan, waarin zowel de CO2-uitstoot als de economische ongelijkheid radicaal wordt teruggedrongen, in Nederland mogelijk?

Robin Utrecht / HH © De klimaatmars in Amsterdam trok ruim 35.000 bezoekers

Wat hebben gezondheidszorg, economische ongelijkheid en huisvesting te maken met klimaatverandering? Alles, gelooft het Amerikaanse Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez en daarom maakt het allemaal deel uit van haar voorstel voor een Green New Deal. De doelstellingen van dat plan zijn behoorlijk ambitieus. Binnen tien jaar moeten de Verenigde Staten de CO2-uitstoot hebben teruggebracht naar nul. Alle energie moet duurzaam worden opgewekt, elk gebouw energiezuinig gemaakt en de autovloot vervangen door openbaar vervoer of elektrische wagens. Dat vergt een grondige make-over van de economie en dat biedt kansen, betoogt Ocasio-Cortez. Kansen om fatsoenlijke banen te scheppen, armoede uit te roeien en de volksgezondheid te verbeteren. Om de samenleving rechtvaardiger te maken, kortom.

Daarvoor zijn massale overheidsinvesteringen nodig. Vandaar de verwijzing naar de New Deal, het stimuleringsprogramma van Franklin D. Roosevelt dat de Amerikaanse economie in de jaren dertig uit de Grote Depressie moest halen. Het oorspronkelijke idee voor een groene variant van zo’n New Deal stamt dan ook niet geheel verrassend uit 2008. Kort na de financiële crash kwam de Britse New Economics Foundation met een routekaart om zowel de economische als de ecologische crisis te verhelpen.

Pas nu, meer dan tien jaar later, lijkt het idee eindelijk de politieke wind in de zeilen te hebben. Dat is vooral te danken aan de stormachtige opkomst van Ocasio-Cortez, die de boel in Washington opschudt met een uitgesproken linkse agenda. Ze wil een banengarantie voor iedereen. Universele gezondheidszorg. Gratis onderwijs. Hogere lonen en betere arbeidsomstandigheden. Een wensenlijstje dat vervat zit in haar concept-versie van een Green New Deal. Dat levert uiteraard hevige weerstand op van de Republikeinen die haar ervan betichten een socialistische heilstaat te willen stichten, maar ook grote steun onder het electoraat. Bijna alle Democraten die in 2020 een gooi willen doen naar het presidentschap hebben het plan, of in ieder geval de achterliggende gedachte, inmiddels omarmd.

Ook in Nederland zijn er partijen, met name ter linkerzijde, die de koppeling maken tussen sociaal beleid en klimaatmaatregelen. Bij GroenLinks zit die verbinding al in de naam vervat, de SP zet sinds kort in op ‘klimaatrechtvaardigheid’, het wetenschappelijk bureau van de pvdapubliceerde vorig jaar een dik boek over ‘rood-groene politiek voor de 21e eeuw’ en de Partij voor de Dieren noemde haar verkiezingsprogramma ‘Plan B’, omdat ze een systeemverandering willen. Maar een krachtig gedeeld visioen à la een Green New Deal ontbreekt voorlopig. Aan de klimaattafels, die het ‘groenste kabinet ooit’ in het leven heeft geroepen, worden wel stappen gezet, maar zeker geen reuzensprongen. Zelfs een CO2-belasting, een maatregel die vrijwel iedere econoom aanraadt, blijft een brug te ver. Dat was de reden dat afgelopen zondag in Amsterdam meer dan 35.000 mensen de onophoudelijke regen trotseerden en zich verzamelden op de Dam voor de ‘eerlijke klimaatmars’: het was een schreeuw om drastische actie. Hoe zou een Green New Deal voor Nederland eruit kunnen zien?

‘De kracht van een Green New Deal’, zegt politicoloog Hein-Anton van der Heijden, ‘is dat de gemiddelde burger ervan zou profiteren. In ons land hebben we het alleen maar over de kosten van de transitie. In de dagbladen gaat het over de stijgende energierekening en verkondigt Frits Bolkestein dat we een adempauze nodig hebben in het klimaatbeleid. Een adempauze? We zijn nog niet eens begonnen!’

Toen Van der Heijden in 2017 afzwaaide als universitair hoofddocent politicologie aan de UvA publiceerde hij het boek Na het neoliberalisme: Klimaatverandering, sociale bewegingen en politiek. ‘De reden dat we niet verder komen, is dat we in Nederland nog steeds gevangen zitten in het neoliberale verhaal’, zegt hij aan de eettafel van zijn appartement op de Westelijke Eilanden in Amsterdam. ‘Je ziet het aan de hardnekkige weigering van dit kabinet om zelf keuzes te maken. Dat laten ze liever over aan de polder.’

In plaats van nadrukkelijk te sturen verschuilt de overheid zich achter de mysterieuze macht van de markt. Kijk naar de discussie over het vliegen, zegt Van der Heijden. Het wordt steeds duidelijker dat de groei van de luchtvaartsector onhoudbaar is, dat innovatie geen uitweg biedt en dat er, zeker in welvarende landen, niets anders opzit dan minder vaak het vliegtuig te pakken. Alleen lijkt dat besef maar niet door te dringen tot beleidsmakers. Er wordt voorzichtig gesproken over een vliegtaks, maar er is niemand die voorstelt om het vliegverkeer echt aan banden te leggen. ‘Er is vorige week eindelijk besloten dat er niet meer gevlogen mag worden tussen Amsterdam en Brussel. Hartstikke goed natuurlijk, maar dat is het enige schamele resultaat tot nu toe. Waarom gebeurt zoiets niet op meer trajecten? Frankfurt en Londen kun je prima per trein bereiken. Investeer in een goed Europees netwerk van hogesnelheidslijnen, zodat korte vluchten overbodig worden.’

Zulke plannen vergen Europese coördinatie, benadrukt Van der Heijden, want in veel duurzaamheidsdossiers vallen de belangrijke beslissingen nu eenmaal in Brussel. ‘Neem landbouw. Dat is de grootste uitgavenpost van de EU en iedereen begrijpt dat die sector hervormd moet worden om de klimaatdoelen te halen. We moeten af van het idee dat Europa de wereld moet voeden. Een verandering in het subsidiebeleid zou zo’n omslag kunnen bespoedigen. Nu komen die subsidies vooral ten goede aan grootschalige agrarische bedrijven die produceren voor de export.’

Dat wil niet zeggen dat de handen van de nationale regering compleet gebonden zijn. Er zijn genoeg laagdrempeligere maatregelen te bedenken waarmee zowel het klimaat als de hardwerkende Nederlander geholpen zijn. Zo pleit Van der Heijden voor een programma om woningen te isoleren, waarbij de minder kapitaalkrachtige huishoudens financiële hulp krijgen van de overheid. ‘Dat kun je bekostigen met een heffing op CO2-uitstoot. Het helpt om broeikasgassen terug te dringen én de burger krijgt een lagere energierekening.’

Aan de klimaattafels worden wel stappen gezet, maar zeker geen reuzensprongen

Nu stuit elke suggestie voor een CO2-belasting onmiddellijk op verzet van de zware industrie. Vorige week waarschuwden de captains of industry in een open brief in de Volkskrant nog maar eens voor de economische malaise die ons dan te wachten zou staan. Bedrijven zouden failliet gaan en banen verdwijnen. En het klimaat schiet er niets mee op als de vervuilers naar het buitenland verhuizen of als wij ons staal straks moeten importeren. Op het spel staat niets minder dan ‘de goede reputatie van Nederland als veilige en voorspelbare investeringsplek’, aldus de ondernemingsraden van zeventien bedrijven uit de chemie- en staalsector.

Het is moeilijk in te schatten of dit reële risico’s of loze dreigementen zijn, zegt Heleen de Coninck, universitair hoofddocent innovatiestudies en duurzaamheid bij de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Er is sprake van een informatie-asymmetrie. De overheid weet relatief weinig over de reductiemogelijkheden van de zware industrie en welk prijskaartje daaraan hangt. Bedrijven willen daar geen inzicht in geven. Dat maakt het ingewikkeld om beleid te maken.’

Terwijl veel studenten buiten genieten van een van de warmste februaridagen ooit gemeten, vertelt De Coninck in een sober vergaderzaaltje over haar werk voor het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc), het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Ze was een van de samenstellers van het vorig jaar verschenen rapport. Dat bracht het verschil in kaart tussen een opwarming van anderhalve graad Celsius – het streefdoel zoals dat in het Parijs-akkoord werd vastgelegd – en een opwarming van twee graden, algemeen gezien als de absolute rode lijn. Die halve graad maakt een wereld van verschil, zo bleek. Het is het verschil tussen een gedeeltelijk of een compleet verlies van koraalriffen. Tussen elke eeuw een ijsvrije noordpool, of elk decennium. Tussen vervelende verstoringen of een gevaarlijke chaos.

Volgens sommige klimaatwetenschappers is het onbegonnen werk om opwarming nog onder de anderhalve graad te houden. Maar de samenstellers van het ipcc-rapport houden hoop. Het blijft mogelijk, alleen moet er wel rigoureuze actie worden ondernomen. Een transitie van ongekende omvang, waarbij haast is geboden, weet De Coninck: ‘Laatst reed ik over de Maasvlakte en dan zie je kilometer na kilometer fossiele industrie. Dat moet binnen dertig jaar allemaal anders. Dat is ongelooflijk.’

Zo’n transitie heeft alleen kans van slagen als de overheid de regie durft te nemen, gelooft ze. Met enkel bottom-up initiatieven gaan we het, hoe belangrijk en sympathiek ook, niet redden. Voor een duurzame energievoorziening zijn gigantische windparken op de Noordzee nodig en een complete transformatie van ons elektriciteitsnetwerk. De aanleg daarvan vergt investeringen die niet opgehoest kunnen worden door lokale energiecoöperaties. ‘Door de lijnen uit te zetten kan de politiek een opwaartse spiraal creëren.’ Al zal niet iedereen automatisch worden meegenomen in die opwaartse spiraal, waarschuwt ze. Een breuk met het fossiele tijdperk kent onvermijdelijk verliezers. Het is ook aan de overheid om te zorgen dat kwetsbare mensen niet aan hun lot worden overgelaten, vindt De Coninck. ‘We moeten voorkomen dat duurzaamheid een elitezaak wordt, want zonder breed maatschappelijk draagvlak komen we nergens.’

Volgens politicoloog Van der Heijden kunnen we wat dat betreft nog wat leren van onze oosterburen. ‘Een maand of twee geleden presenteerde een brede en gezaghebbende commissie in Duitsland een rapport over het afbouwen van de kolenindustrie. Uiterlijk in 2038 moet de laatste centrale gesloten zijn. Dat heeft enorme gevolgen voor regio’s waar de kolenindustrie de economische motor is. Het goede aan dat rapport is dat het gedetailleerde plannen bevat voor compensatieregelingen en omscholingsprogramma’s om mensen die werkloos raken klaar te stomen voor banen in andere, duurzame sectoren.’

Zo’n sociaal vangnet is ook een van de eisen van de Nederlandse vakbonden, die zich steeds actiever bemoeien met het klimaatbeleid. Niet door dwars te liggen om ‘vieze’ banen te beschermen, maar door te pleiten voor een rechtvaardige omschakeling. Dus liep de fnv samen met de milieuorganisaties weg van de klimaattafels toen bleek dat de zwaarste lasten niet worden gedragen door de sterkste schouders. En hielp de vakbond mee met het organiseren van de ‘eerlijke klimaatmars’ op de Dam. >

‘We moeten klimaatverandering letterlijk de oorlog verklaren’, schreef de gerenommeerde klimaatjournalist Bill McKibben vorig jaar in The New Republic. Van alle kanten worden we aangevallen: de dode koraalriffen en brandende bossen vormen het bewijs van de vernietigingsdrang van de vijand, die zelfs ‘biologische wapens inzet om psychologische terreur te zaaien’ (besmettelijke ziektes zoals het zikavirus verspreiden zich sneller door klimaatverandering). En zoals altijd gaat ook dit gewelddadige conflict gepaard met geopolitieke instabiliteit en grote groepen vluchtelingen. ‘De Derde Wereldoorlog is in volle gang’, concludeerde McKibben. ‘En we zijn aan de verliezende hand.’

De Green New Deal biedt een strijdplan om terug te vechten. Niet voor niets spreekt het voorstel van Ocasio-Cortez over een tienjarige ‘mobilisatie’. Ook het stimuleringsprogramma van Roosevelt kwam pas echt op gang nadat de VS besloten zich in de Tweede Wereldoorlog te mengen. Ditmaal zouden fabrieken geen tanks produceren, maar zonnepanelen. Voor deze oorlogen zijn geen gevechtsvliegtuigen nodig, maar hogesnelheidstreinen. De historische vergelijking met de oorlog laat zien dat het wel degelijk kan, zo’n razendsnelle economische omschakeling, als er maar genoeg op het spel staat. En wie de rapporten van het ipcc leest, weet dat dit bij klimaatverandering het geval is.

‘Dat 'greed' niet altijd goed is, daar zijn de meesten het wel over eens. Maar dat 'growth' niet altijd goed is, daar willen we niet aan’

De architecten van de Green New Deal zijn dan ook niet onder de indruk van critici die beweren dat dit plan onrealistisch, want onbetaalbaar is. Op de frequently asked question hoe we dit in hemelsnaam kunnen betalen hebben ze een antwoord paraat: op dezelfde manier als in 2008 de bank bailout werd betaald en oorlogen werden gefinancierd. Door een combinatie van monetair beleid, belastingen en overheidsleningen. Alleen zouden de sterkste schouders ditmaal wel de zwaarste lasten dragen.

‘Vergeet ook niet dat de economische schade van klimaatontwrichting vele malen groter zou zijn dan de uitgaven die nodig zijn om dat te voorkomen’, zegt Rens van Tilburg. ‘Natuurlijk gaat het om een serieus bedrag, maar je moet het wel in perspectief plaatsen. De energietransitie in Nederland zou een paar procent van het bbp kosten. Dat kunnen wij als welvarend land zeker dragen.’

Van Tilburg is directeur van het Sustainable Finance Lab, een club economen die in de nasleep van de crisis van 2008 begonnen na te denken over de verduurzaming – in de brede zin – van de financiële sector. Hij heeft best wat aan te merken op het wetsvoorstel van Ocasio-Cortez, maar het onderliggende idee juicht hij toe: ‘Het is belangrijk dat we een gedurfd en holistisch plan formuleren om klimaatverandering tegen te gaan.’

In een café in Amsterdam-Noord legt hij uit hoe zo’n plan gefinancierd kan worden. ‘Door gerichte belastingheffingen, onder andere op CO2, kun je de transitie op gang helpen en tegelijkertijd met de opbrengsten financiële ongelijkheid tegengaan. Maar er is een aanvullende mogelijkheid: green quantative easing.’ De Europese Centrale Bank (ecb) voert op dit moment al een monetair verruimingsbeleid in een poging de inflatie op te krikken en de economie aan te jagen. Zonder veel succes: de inflatie is amper gestegen, ondanks de 2600 miljard nieuwe euro’s die de ecb sinds 2015 bijdrukte om bestaande schulden op te kopen. Het probleem, zegt Van Tilburg, is dat die nieuwe euro’s nauwelijks in de reële economie terechtkomen. ‘Beleggers geven het vooral uit aan aandelen en vastgoed, waardoor de beurskoersen en de huizenprijzen stijgen. Dat vergroot het risico op financiële zeepbellen.’

Als alternatief stelt Van Tilburg voor dat de ecb die miljarden rechtstreeks aan de Europese Investeringsbank (eib) geeft. ‘Dan weet je zeker dat het geld in de echte economie terechtkomt, via investeringen in het onderwijs, energiezuinige woningen of windparken. Beleidsmakers zijn ervan doordrongen dat de economie hervormd moet worden om de klimaatdoelen van het Parijs-akkoord te halen. Er zal heus nog wel eens een snelweg worden aangelegd, maar de bulk van de investeringen zou ongetwijfeld naar een duurzame infrastructuur gaan.’

Het grootste obstakel is dat centrale bankiers als de dood zijn om politiek te bedrijven, zegt Van Tilburg. ‘Dat is ook wel begrijpelijk, je wil geen centrale bank die volledig aan de leiband van de overheid loopt – in de geschiedenis zijn er genoeg voorbeelden te vinden waarbij dat misliep, met hyperinflatie en economische chaos als gevolg. Daarom willen monetaire beleidsmakers zo onafhankelijk en apolitiek mogelijk blijven. Maar dat brengt ze in een schizofrene positie, want of ze nou willen of niet: alles wat ze doen heeft politieke gevolgen. Hun beslissingen werken door in de werkloosheidscijfers en vermogensverdeling. Ik snap wel dat ze geen ideologische visie uitdragen, ze zijn immers niet democratisch gekozen, maar ze mogen niet blind zijn voor de sociaal-economische effecten die hun keuzes onvermijdelijk hebben.’

Bovendien zijn er in de geschiedenis ook genoeg voorbeelden te vinden waarin centrale banken wél op een constructieve manier met de overheid samenwerkten. De New Deal van Roosevelt werd gefinancierd door de Federal Reserve. En tijdens de wederopbouw in Europa was de hulp van centrale banken onmisbaar. Met de vergroening van de economie staan we voor een vergelijkbare opgave, zegt Van Tilburg. ‘We zitten vast in het denken dat alles via de markt moet. Terwijl in het verleden publieke investeringsbanken een belangrijke rol speelden tijdens grote maatschappelijke omwentelingen.’

Zodra de overheid eenmaal over de brug komt met investeringen, volgt het private kapitaal vanzelf, gelooft hij. ‘Veel beleggers zeggen: “We willen wel, maar we vinden het risico te groot.” Iedereen is op zoek naar zekerheden en zodra overheden gaan mee-investeren, kan dat andere investeerders over de streep trekken. Dan komt de transitie in een stroomversnelling terecht.’

Dat is wat de Green New Deal zo aantrekkelijk maakt: het breekt met het sobere verhaal van de klassieke milieubeweging. De overgang naar een groene economie vraagt geen opofferingen, maar biedt vooral investeringskansen. Niets consuminderen. Het klinkt bijna als te mooi om waar te zijn en misschien is het dat ook wel, denkt politicoloog Hein-Anton van der Heijden: ‘Het plan blijft gevangen in het paradigma van economische groei. In mijn somberste momenten denk ik aan de analyse van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck. Hij betoogt dat het kapitalistische systeem op zijn laatste benen loopt en dat elke stimulans slechts uitstel van executie is. Het zou best kunnen dat een Green New Deal een impuls zou geven aan een economisch systeem dat gedoemd is.’

‘Persoonlijk geloof ik wel dat er grenzen aan de groei bestaan’, zegt Heleen de Coninck op de Radboud Universiteit. ‘Alleen is dat verhaal natuurlijk minder makkelijk te verkopen. Dat greed niet altijd goed is, daar zullen de meeste mensen het inmiddels wel over eens zijn. Maar dat growth niet altijd goed is, daar willen we niet aan. Hoe je zoiets vertaalt naar een politiek programma… dat moet nog uitgevonden worden, volgens mij.’

Misschien helpt het dat de Green New Deal vooralsnog eerder een aantrekkelijk ideaal dan een vastomlijnd plan is. Met de huidige politieke machtsverhoudingen in de Verenigde Staten is het nagenoeg uitgesloten dat het voorstel van Ocasio-Cortez doorgang vindt. Maar de roep om ambitieus en rechtvaardig klimaatbeleid zal niet verstommen. Nu de klimaatcrisis ons dwingt om onze economie opnieuw in te richten, kunnen we dat maar beter op een eerlijke manier doen. Een kant-en-klare blauwdruk daarvoor ontbreekt, maar wellicht is dat eerder een zegen dan een vloek. Zoals Franklin D. Roosevelt ten tijde van zijn New Deal-programma zei: wat we nodig hebben is ‘bold persistent experimentation’.


Dit is het eerste deel van de reeks Een Green New Deal voor Nederland, waarin De Groene verslag doet van de inspanningen om ons land klimaatvriendelijker te maken