Dit kan zo niet langer

Ik schrijf dit na een kleine anderhalve week Olympische Spelen. Dat mega-sportspektakel waar dit jaar 206 landen aan meedoen.

Nog vijf dagen te gaan. Eigenlijk ben ik er zo één die niet eens de openingsceremonie wil missen, uit angst om iets te missen dus. Ik weet niet meer waarom ik dit jaar die ceremonie niet zag, ik weet nog wel dat ik in de Eifel was. Vlak erna gingen vriend Henk, hondje Bas en ik op vakantie. Naar Luxemburg stad en Verdun. Maar liefst drie nachten. En drie avonden en ochtenden natuurlijk en zo nu en dan zetten we de tv aan, want Luxemburg noch Verdun is een erg bruisende avond- of nachtstad. We zagen heel wat zenders langskomen, uit allerlei landen. Het was ronduit onverdraaglijk. Je moet niet als je op vakantie bent naar de Olympische Spelen willen kijken. Elk land heeft zo zijn eigen voorkeuren, zijn eigen favoriete sporten, dat is punt één. Dat betekent bijvoorbeeld dat een wegwedstrijd wielrennen voor mannen totaal niet boeiend is voor Duitsers. Die laten doodleuk twee judoka’s zien terwijl Tom Dumoulin afstapt. Punt twee is veel erger, punt twee is de reden dat ik het helemaal niet erg vind dat ik niks zie omdat ik niet kijk. Elk land schreeuwt voor zijn eigen sporters. En dat is, zoals al geschreven, maar twee keer het woord gebruiken is helemaal niet erg, onverdraaglijk. Ik vroeg me ineens af: voor wie zijn die Olympische Spelen nou eigenlijk bedoeld? Of wat is ervan de bedoeling? Ik meen te weten dat de OS een verbroederende functie zouden moeten hebben, Pierre de Coubertin was een groot voorstander van de versterking van vriendschapsbanden tussen volkeren, en de sportieve krachtmeting zou ‘edelmoedigheid’ en ‘ridderlijkheid’ aankweken bij de sporters én respect voor de prestatie van tegenstander en het Olympische credo luidt: ‘Het belangrijkst bij de Olympische Spelen is niet de overwinning, maar de deelname, zoals ook in het leven niet de overwinning, maar het streven naar een doel het belangrijkst is. Het belangrijkst is niet, om veroverd te hebben, maar om goed gevochten te hebben.’

Als je naar de Franse, Britse, Duitse, Belgische of Luxemburgse tv kijkt – tijdens onze vakantie troffen we op geen enkele hotel-tv een Nederlandse zender aan – zie je daar weinig van terug. Elk land is geheel op eigen wijze bezig met de OS. En niet bedeesd of objectief, maar voluit schreeuwend, aanmoedigend of huilend. Een Vlaamse commentator van de zender VRT zei na de nederlaag van de Nederlandse hockeymannen: ‘Dit is waar sport om draait, huilende Nederlanders.’ En wij zeggen hetzelfde over de Belgen en de Brazilianen schimpen op de Cubanen, en Azerbeidzjanen op Chinezen. Ik werd er misselijk van. Kotsmisselijk. Ik kon en wilde niet meer kijken, de Britten zijn bezig met een wedstrijd zo veel mogelijk medailles binnenslepen, de meeste ooit. Waar slaat dat op? Tot nu toe zag ik alleen gisteravond een kwartiertje vrouwenvloerturnen (waar gelukkig geen Nederlandse aan meedeed), en besefte ik dat ik mijn grote liefde Hans van Zetten ontrouw was geweest de afgelopen dagen. Wat kan je toch lachen met die man. Toen Epke van de rekstok viel zat ik op een Zeeuwse strozolder te repeteren voor een toneelstuk (vandaar slechts dat kwartiertje vrouwenvloerturnen) en als ik al iets jammer vind, áls, is dat hoogstens dat ik de ontzetting gemist heb die zich ongetwijfeld van Hans van Zetten meester gemaakt zal hebben.

Dit kan zo niet langer, echt niet. Er zou een soort internationale tv-zender opgericht moeten worden, speciaal voor de OS. Een onafhankelijke zender – wat omdat de hele wereld meedoet wel eens lastig zou kunnen zijn – met onafhankelijke, rustige, objectieve commentatoren. Elk land mag buiten dat natuurlijk doen wat het wil, praatshows, ontbijtprogramma’s, heel misschien achtergrondreportages, maar de sporten zélf, de wedstrijden, daar moet elk afzonderlijk land met zijn tengels van afblijven. Of, een nóg revolutionairder idee: landen elkaars sportprestaties laten uitzenden. Dat bijvoorbeeld die vermaledijde VRT gedwongen wordt de prestaties van de Britten te verslaan. Dat zou nog eens fijne televisie opleveren, televisie van een onvoorspelbaar karakter wellicht, want wie kan voorspellen wat er gebeurt als de NOS de Peruaanse vier zonder stuurman moet verslaan terwijl de Zwitserse staatstelevisie de Hollandse vier zonder stuurman die ook meedoet voor haar rekening neemt? Ik zou dit graag in een of ander praatprogramma (die beginnen toch zeker binnenkort wel weer eens?) uitvoerig komen uitleggen en verduidelijken.

Nog een dag of vijf. Ik heb werkelijk geen flauw idee of er voor ‘ons’ nog medaillekansen zijn, wat er allemaal nog afgewerkt moet worden. Ik schrijf dit omdat ik een dagje vrij ben van het repeteren, even van Zeeland naar Amsterdam op en neer ben. Vanaf morgenavond zit ik weer op een strozolder, met een bak licht erop, allerlei geluiden op band om me heen, mooie muziek, en natuurlijk toneelteksten. Dan denk je niet eens aan zoiets als de Olympische Spelen. Maar omdat ik niet veel te doen heb in het stuk, bijna anderhalf uur lang op een dekentje op mijn rug lig, kan ik wel heel diep nadenken over dat revolutionaire televisie-idee, dat het oorspronkelijke ideaal van Pierre de Coubertin weer terug zal brengen in het nu uit 206 minispektakels bestaande sportevenement.