Frankrijk en de moord op Theo van Gogh

Dit kon overal gebeuren

Had een aanslag zoals die op Theo van Gogh ook elders in Europa kunnen gebeuren? De Franse media gaan in ieder geval elke parallellie met de situatie in hun land uit de weg.

PARIJS – Kwart voor negen ’s ochtends, op de fiets. Klinkt in Nederland soms de verbazing door «dat die man op dat uur van de dag al in touw was», de rest van de wereld is verbaasd over het vervoermiddel. Everyone rides a bike in Holland. Maar de verwondering in het buitenland om die twee fietsen staat voor iets anders. Al dringt de vraag zich op waarom juist in Nederland voor het eerst een moordenaar met de naam en in de naam van de Profeet is opgestaan om een specifiek figuur uit het openbare leven te doden, die fietsen hebben er niks mee te maken. Net zo min als het feit dat Theo van Gogh verre familie is van de schilder.

Beheadings Are on the Rise Around the World, aldus The New York Times vorige week in een artikel dat de poging van Mohammed B. om Van Gogh de keel door te snijden plaatste in een rijtje copycat crimes waarvan de trend in Irak is gezet. Ook in Thailand en op Haïti komt het plotseling voor, soms zelfs onder de naam Operation Bagdad, zij het dat de slachtoffers daar willekeurig gekozen waren. Voor het overige hebben de meeste westerse media nagelaten méér aan de moord te doen dan het melden van de feiten. Acht dagen na de moord wijdt Le Monde er een commentaar aan. Het «Nederlands laboratorium», is de strekking. Als «Den Haag er niet in slaagt de gemoederen te kalmeren en tegelijkertijd ferm op te treden, dan zou dat een slecht signaal aan de rest van Europa zijn», aldus de krant. Maar een lijn naar Frankrijk trekt Le Monde niet.

Er is ook weinig vergelijkingsmateriaal of literatuur op dit gebied. In Frankrijk bestaat een schat aan informatie over zelfmoordterroristen die zich opblazen op plaatsen waar zij hopen zoveel mogelijk dood en verderf te zaaien, maar nou net níet over hun geestverwanten die er op uit gaan om een specifiek persoon het leven te benemen. Met het eerste heeft Frankrijk ervaring, met het tweede niet.

Uit de brief van Mohammed B. mogen we opmaken dat hij bereid, ja van plan was om zelf bij zijn actie te sterven. Maar wie de moord daarom een terroristische aanslag noemt en dus de doodzaaiers en de levennemers op een lijn stelt, vergist zich. Voordat het plan voor een terroristische aanslag ten uitvoer kan worden gebracht, hoeft aan slechts twee voorwaarden te zijn voldaan: er moet een potentiële dader zijn, haatziek en stervensbereid, en er moeten geschikte omstandigheden zijn. Die doen zich voor zodra een mensenmassa zich door een niet geheel te beveiligen ruimte begeeft, dat wil zeggen tijdens ieder spitsuur in elke grote stad. Het plan van Mohammed B. voldeed aan nog een derde voorwaarde: er was een precies gekozen slachtoffer. Niet twee maar drie factoren dus, die samen tot de mini-clash of civilizations hebben geleid. Voor Nederlanders is het extra verontrustend dat zich zo’n bijzondere combinatie voordoet. Voor de omringende landen is het juist een geruststelling. Alsof de buurman een heel zeldzame vorm van kanker krijgt.

Dat de Franse media iedere interpretatie van de moord of parallellie met de situatie in eigen land tot nog toe uit de weg gaan, is omdat zij de heimelijke gedachte koesteren dat minstens één van de drie constituerende elementen van de moord – de dader, de omstandigheden die hem de kans boden en het slachtoffer – een dusdanig «typisch Nederlands» karakter heeft dat het in geen ander West-Europees land zo ver had kunnen komen. In Frankrijk gaat het steeds over de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Als we ervan uitgaan dat één op de twintig moslims «radicaal» is (wat is dat overigens; Van Gogh was ook radicaal, maar ongevaarlijk), dan zijn dat er in Frankrijk een slordige kwart miljoen. De dreiging van een terroristische aanslag wordt in Frankrijk met een kleurrijke risicobarometer aangegeven. Hij staat al jaren op onbestendig.

Maar is dat terecht? Is dader Mohammed B. typisch Nederlands? Niet méér dan Richard Reid, de «bomschoenman» typisch Engels is of Abd-Samad Moussaoui, «de twintigste terrorist» typisch Frans. Was Theo van Gogh typisch Nederlands? Zijn naïviteit over het gevaar dat hem bedreigde misschien wel. Maar zijn «geitenneukers», dat hem nu in alle talen wordt nagedragen, steekt bleekjes af bij wat Michel Houellebecq over moslims heeft beweerd. Toch leeft Houellebecq nog. Evenals de uitgever van Oriana Fallaci, wier boek als eerste in het Frans verscheen. En Claude Imbert, oprichter en hoofdredacteur van weekblad Le Point, die vorig jaar verklaarde dat hij «een tikkeltje islamofoob» was: «Ik denk (en ik ben niet de enige in dit land) dat ik het recht heb te denken dat de islam (ik zeg met nadruk: de islam, ik heb het niet eens over de fundamentalisten) als religie een zekere debiliteit in zich draagt die mij inderdaad islamofoob maakt. Er is geen reden om, onder het mom van tolerantie, zo diep te buigen dat je je diepste overtuigingen ontkent.» Een «Franse Theo van Gogh» bestaat niet, net zo min als een Franse Jan Blokker, die met een simpele woordgrap («die geitenneukers waren Van Goghs grootste zondebok») de angel eruit wist te halen. Sommige dingen zijn gelukkig inderdaad «typisch Nederlands». Maar kamikazepiloten en dorpsgekken heb je in Frankrijk eveneens. Dus ook het slachtoffer was niet een plaatsgebonden fenomeen.

De enige hoop voor landen die willen blijven geloven dat zo’n moord niet in hun hoofdstad had kunnen gebeuren, zijn dus de omstandigheden waaronder de moord op Van Gogh plaatsvond. Waren die dan wel «typisch Nederlands»?

Wie daarover afgelopen week tegenover Fransen begon, kreeg geheid een vergelijking te horen tussen het Nederlandse beleid van assimilatie met behoud van eigen identiteit en de Franse aanpak van republikeinse waarden. In een iets andere context onderzocht Frankrijk vorig jaar nog de verschillen met Nederland. Tijdens de voorbereiding van het «hoofddoekjesverbod» (voluit «wet op het dragen van nadrukkelijk religieuze tekenen in openbare scholen») stuurde de Franse staat een delegatie op onderzoek naar andere landen. De commissie-Stasi, die dit onderzoek leidde, rapporteerde over Nederland: «De verschillende bevolkingsgroepen hebben elk hun eigen buurten. Immigrantenkinderen bezoeken allemaal dezelfde scholen, die ‹zwarte scholen› worden genoemd. Deze scheidslijnen in de stedelijke ontwikkeling verontrusten, in een land waar de bevolkingsdichtheid ruimtelijke indeling tot een belangrijk politiek instrument maakt.»

Niet dat het in Frankrijk alles oecumenische vrede is wat de klok slaat. Zaterdag nog zorgde een demonstratie tegen racisme en antisemitisme in Parijs voor meer verdeeldheid dan solidariteit toen joden en moslims weigerden in dezelfde stoet te lopen. De islam-bashers hebben ook elk hun dreigbrieven ontvangen, Houellebecq is niet voor niets verdwenen in de Ierse mist. Maar als er een verschil is in de omstandigheden waaronder potentiële daders en slachtoffers met elkaar of langs elkaar heen leven, dan zit dat hooguit in de mate van naïviteit van de politiediensten. De formulering van het voor het proces cruciale punt in de tenlastelegging jegens Mohammed B., «deelname aan een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk» is niet toevallig afkomstig van de Franse rechter Jean-Louis Bruguière (rechter van instructie die strafrechtelijk onderzoek leidt, vergelijkbaar met de Nederlandse rechter-commissaris), die daarmee veel in zijn ogen «radicale» moslims achter de tralies zette.

Frankrijk en de rest van West-Europa moeten de illusie opgeven dat dit alleen in Nederland kon gebeuren. Precies zoals op 11 maart West-Europa begreep dat zelfmoordterrorisme niet alleen de VS raakt. Doordat de moord uitgerekend in Nederland, «the nation known for it’s relaxed tolerance», zoals The Guardian memoreerde, plaatsvond, is heel West-Europa tot lotgenoot gemaakt van landen als Egypte, waar al in 1992 de schrijver Farag Fouda om zijn mening werd vermoord door een radicale moslim.

De conclusie die de Franse media willen vermijden is dat dader noch slachtoffer het drama typisch Nederlands maakt en dat de omstandigheden waaronder de aanslag plaatshad ook in Parijs gelden. Dit had overal kunnen gebeuren.