Movies that Matter: ‘The Other Side of Everything’

‘Dit land is niet normaal!’

Srbijanka Turajlic, voormalig hoogleraar, politiek activist en ex-minister, moeder van de documentairemaker Mila Turajlic © Movies That Matter

Joegoslavië is uiteengevallen, de geschiedenis is herschreven. ‘Maar mensen bewaren in hun huizen allemaal kleine stukjes geschiedenis.’ Zoals Mila en haar moeder in hun appartement.

‘Heb je nooit de impuls gevoeld om de sleutel om te draaien?’

‘Nee.’
‘Weet je wat er aan de andere kant is?’
‘Nee.’

In een appartement in Belgrado is een deur, en die deur is al zeventig jaar gesloten. De bewoonster, Srbijanka Turajlic, voormalig hoogleraar, politiek activist en ex-minister, poetst in de openingsscène het koperen beslag van deze tussendeur terwijl ze wordt ondervraagd door haar dochter Mila Turajlic, de maakster van de documentaire.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen Srbijanka Turajlic twee jaar oud was, marcheerde er een vrouw het appartement binnen. Ze droeg een leren jas en hoge laarzen, het uniform van de staatsveiligheidsdienst. Ze bekeek het appartement, sloot de schuifdeuren en zei: ‘Vanaf nu wonen jullie alleen in dit deel.’ De familie Turajlic – Srbijanka, haar broer, hun beide ouders, hun grootmoeder en een tante – bleef gechoqueerd achter. ‘De communisten vonden dat we te veel van alles hadden’, legt Srbijanka haar dochter uit. Ze spreidt daarbij de bouwtekeningen van het appartement uit op tafel. Haar overgrootvader liet het appartement, dat op een hoek ligt in het centrum van de stad, ooit zelf bouwen.

Gedurende de hele film The Other Side of Everything komen we als kijker dit appartement niet uit. We zitten er samen met Mila en haar moeder. De camera dwaalt door het appartement als door een geschiedenisboek, langs snuisterijen, serviezen, kantenkleedjes, foto’s, soms zwenkt de camera naar het raam, en zien we de straat waar de grofvuilophaaldienst langskomt, de oproerpolitie op demonstranten inslaat, jongeren na een verkiezingswinst met Servische vlaggen zwaaien. ‘Dit familiehuis staat in de frontlinie van de geschiedenis’, zegt de voice-over. De geschiedenis trekt aan het verdeelde huis voorbij, zoals de geschiedenis van Joegoslavië, en Servië, ook overal in het appartement en via de familie aan de kijker voorbijtrekt. Het is een prachtig gegeven in deze ver doorgevoerde pars-pro-toto-vertelling. Ook beide spelers in de film, de moeder en de dochter, staan elk symbool voor hun eigen generatie in het land.

Uiteindelijk werden niet de schuifdeuren maar de tussendeuren verderop afgesloten. Daarachter, in twee kamers van hun appartement, werd een familie uit de ‘arbeidersklasse’ geplaatst. Heel Belgrado werd, evenals andere grote steden in Joegoslavië, ooit op deze manier gescheiden; de bourgeoisie moest een deel van haar huizen afstaan aan het proletariaat. Er was, zo vertelt de moeder, geen enkel contact. Ze hoorden elkaars geluiden, maar het bleven al die jaren twee gescheiden werelden. En ook dat was in de hele stad hetzelfde. Srbijanka vermoedt dat ze vroeger via het spionnetje in de voordeur dat altijd openging als ze bezoek kregen, werden bespied door de andere familie. Ze waren namelijk in de ogen van de staat een onbetrouwbare familie: anticommunistisch, sociaal-democratisch en pro-Joegoslavisch.

Toen Mila in 1979 werd geboren was de deur al dertig jaar dicht, en ook daarna, gedurende het communisme, de dood van de communistische leider Josip Broz Tito in 1980, de burgeroorlog, het uiteenvallen van Joegoslavië begin jaren negentig, de Navo-bommen in 1999 op de stad, de 5-oktober-revolutie in 2000: de deur bleef gesloten. Tijdens de opnamen van de film woont de oude mevrouw Nada Lazarevic, die destijds als 25-jarige met haar man en twee kinderen in het appartement kwam, er nog steeds.

Mila heeft gedurende vijf jaar haar moeder gefilmd. Je ziet hoe ze wordt geïnterviewd door de televisie over de situatie in het land, je hoort haar praten aan de telefoon. De wereld komt het appartement binnen via vrienden die komen eten, via beelden op de televisie, maar meestal zijn we alleen met de moeder in het stijlvol ingerichte appartement waar de zon in stroken door de ramen schijnt, de rook van haar sigaret (Srbijanka rookt onophoudelijk) een wazige sfeer schept en elk voorwerp een verhaal lijkt te verbergen.

Zoals de ingelijste zwart-witfoto van het schilderij dat is gemaakt van het moment van ondertekening van de vereniging van Joegoslavië, in 1918, waarmee het ‘koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen’ ontstond, later het ‘koninkrijk Joegoslavië’. Mila’s betovergrootvader was er als minister bij. Hij staat tussen de ondertekenaars op het schilderij. (Servië was na de Eerste Wereldoorlog een van de drijvende krachten achter de eenwording van de Zuid-Slaven en de totstandkoming van het land Joegoslavië.) ‘Alles is bij deze betovergrootvader begonnen’, zegt Mila’s moeder terwijl ze het zilveren lijstje afstoft.

Srbijanka heeft ooit gezocht naar de originele schildering in het Servische parlement, maar die bleek achter een muur verdwenen. De geschiedenis is herschreven. ‘Maar mensen bewaren in hun huizen allemaal kleine stukjes geschiedenis’, zegt ze. Een mooie verwijzing naar de uiteindelijke onmogelijkheid delen uit het verleden uit te wissen, wat op dit moment in de hele regio op grote schaal wordt geprobeerd. (Later in de film zien we op de televisie op het nieuws hoe die muur in het parlement wordt afgebroken, het schilderij weer te voorschijn komt en dan blijkt dat vrijwel niemand weet welke historische scène hier wordt afgebeeld.)

Large other side of everything  the 2 1
Dit familiehuis staat in de frontlinie van de geschiedenis © Movies That Matter

Als er op een avond vrienden op bezoek zijn, bespreken ze aan tafel de reden van het uit elkaar vallen van Joegoslavië, waarom en wanneer het begon. Ze wijzen allemaal naar Slobodan Milosevic, naar het moment in 1989 dat hij Kosovo als autonome regio ophief. Toen zagen ze ook voor het eerst hoe idolaat mensen van hem waren. In 1992 vormde Servië samen met Montenegro een unie, datzelfde jaar viel Milosevic met het Joegoslavische leger Kroatië binnen, later brak de oorlog in Bosnië-Hercegovina uit. ‘Je weet nooit wanneer een oorlog begint, tot het begint’, zegt Srbijanka op een gegeven moment. Het ergste vond Srbijanka de dag dat de tanks naar Kroatië reden en dat mensen langs de weg stonden te juichen. De Serven zijn sindsdien verdeeld. Zoals alles in het land is verdeeld. Een deel van het land was tegen de oorlog, een ander deel was het ermee eens dat de grenzen moesten worden beschermd en dat de zogenaamde historische plekken waar Serven woonden bij Servië hoorden. Srbijanka en haar familie hoorden bij de tegenstanders.

‘Ik heb alles gezegd. Het lot van alle revoluties: ze falen. Wat gebeurt er op dag nul. Dat is het punt’

Ze wijzen ook op de dubbele rol van het Westen. Tot het einde van de oorlog in Bosnië heeft het Westen Milosevic gesteund, als ‘bewaker van vrede en stabiliteit op de Balkan’, zegt Srbijanka. ‘Daarna was hij opeens de “slager van de Balkan” en gooiden ze bommen op ons.’ Tot 2000 golden er internationale sancties tegen Servië, onder meer vanwege schending van de mensenrechten door het regime van president Slobodan Milosevic.

Srbijanka Turajlic speelde in de jaren negentig een belangrijke rol in het verzet tegen het regime van Milosevic. In een lade vindt ze nog het fluitje dat ze gebruikte tijdens de demonstraties tegen hem. Als hoogleraar aan de universiteit was ze een van de leiders van de studentenbeweging Otpor! (Verzet!). ‘Ik droom ervan dat dit een vredig en democratisch land is…’, speecht ze op archiefbeeld tegen de menigte.

‘Waarom moest jij zo nodig op dat podium staan?’ vraagt haar dochter. ‘Waarom ben je toen niet naar het buitenland gegaan?’ Haar moeder antwoordt dat ze hier in alle omstandigheden wil kunnen leven, dat ze het als haar plicht ziet te strijden voor een beter land. ‘En we dachten dat als we niks deden jullie later zouden vragen: “Waarom hebben jullie niets gedaan?”’

De protesten leiden in 2000 tot ‘de revolutie van 5 oktober’ waarna het nationalistische regime van Slobodan Milosevic valt. Hierna wordt haar moeder minister van Onderwijs en Sport in de regering die het anders wil gaan doen, die een democratie wil opbouwen. Maar ze is ernstig teleurgesteld in het huidige Servië. ‘Ik heb mijn hele leven voor vrijheid gevochten’, zegt Srbijanka in een speech op archiefbeeld als ze een prijs voor haar rol in de protesten in ontvangst neemt. ‘Maar gezien het land waarin we nu leven, heb ik ernstig gefaald.’

Sinds 2017 is Aleksandar Vucic president van Servië, hiervoor was hij van 2014 tot 2017 premier van het land. Hij is een ultranationalist, die onder Milosevic diende als minister van Informatie. Hij krijgt steeds meer grip op het land en voert ondertussen een autoritair bewind, aan de oppervlakte democratisch, maar zijn controle over Servische instituties, zoals de media, is zo groot dat tegenstanders nauwelijks mogelijkheden hebben hun stem te laten horen.

Een aangrijpend thema in de documentaire is de discussie tussen moeder en dochter over wel of niet in opstand komen. Het komt gedurende de hele film terug. Haar moeder vindt dat het nu tijd is voor de volgende generatie. Maar de jongeren geloven niet meer in verzet. Die hebben gezien hoe de opstand tegen Milosevic hun uiteindelijk niets heeft gebracht. Hoe er nu weer een nationalistisch regime voor in de plaats is gekomen. Ook Mila, die midden dertig is, is gedesillusioneerd en woont in het buitenland, zoals veel van haar generatiegenoten. Iedereen wil weg.

‘Dit land is niet normaal!’ roept Mila ergens in de film uit.

‘Er is een nieuw dictatorschap’, antwoordt de moeder. ‘Je moet in opstand komen.’

‘Nee’, zegt de dochter. ‘Dat kan ik niet.’

Srbijanka heeft het verzet met de paplepel ingegoten gekregen. Ze wilde ooit net als haar ouders en grootouders rechten studeren, maar haar vader had gezegd dat ze beter wiskunde kon doen, omdat ze niet in een rechtsstaat leefden en ze vast en zeker in de problemen zou komen en ontslagen zou worden. Door haar betrokkenheid bij Otpor! werd ze in 1999 alsnog door de universiteit ontslagen. ‘Ik ging met mijn ontslagbrief naar het graf van mijn vader’, vertelt ze Mila, ‘en zei tegen hem: “Het maakte niets uit.”’

Voor Mila is dat anders. Hun gesprek hierover is ontroerend: hoe Mila wil dat haar moeder blijft vechten, want als zij het niet meer doet, is alle hoop weg, terwijl ze het zelf niet opbrengt. Net zo min als haar generatiegenoten. Zoals die keer dat Srbijanka weigert een speech te houden voor de viering van het jubileum van 5 oktober. ‘Waarom doe je het niet?’ vraagt Mila als haar moeder heeft opgehangen. ‘Ik heb er niets meer over te zeggen. Ik heb alles gezegd. Het lot van alle revoluties: ze falen. Die van 5 oktober ook. Een gefaalde revolutie! Wat gebeurt er op dag nul. Dat is het punt. Milosevic was weg, de revolutie leek geslaagd. Maar dan?’

Wanneer Vucic’ partij bij verkiezingen bijna vijftig procent van de stemmen wint en het ‘blok 5 oktober’ de grootste verliezer is, huilt Mila daarna in de armen van haar moeder. ‘Waarom vecht je?’ vraagt ze haar moeder. ‘Er is niet meer dan een bus met mensen zoals wij, de rest van het land is blij als we weg zijn.’ ‘Je moet vechten voor verandering’, reageert haar moeder. ‘Jij wacht op iemand die het voor jou doet.’

En dan sterft de buurvrouw, Nada Lazarevic. De tussendeur wordt opengewrikt. Het appartement is weer één, zoals het was voor de communistische tijd. Srbijanka Turajlic kijkt rond. Aan de andere kant ziet ze hun oude kroonluchters nog aan het plafond hangen. ‘Het is over’, zegt ze als ze ten slotte terugloopt naar haar eigen deel.