We Gaan Ze Halen

‘Dit soort kampen zijn kerkhoven van verloren jaren’

De stichting We Gaan Ze Halen deed de staat een proces aan opdat Nederland eindelijk rond de tienduizend vluchtelingen uit Griekse kampen zal opnemen, zoals beloofd. Het vonnis komt op 20 juni. Op Internationale Vluchtelingendag.

Medium gettyimages 517259508
Athene, vluchtelingen worden per bus naar een kamp vervoerd © Omar Marques / Anadolu Agency / Getty Images

Allebei de Atheense taxichauffeurs – het team van de stichting We Gaan Ze Halen (wgzh) is net te groot voor één auto – hebben geen idee. Welke vluchtelingenkampen? Waar? Honderden mensen? Nee, ze kennen alleen de massakampen tussen de olieraffinaderijen aan de rafels van Piraeus, van die aan de rand van het centrum van Athene hebben ze nog nooit gehoord. Zijn die nieuw? Alweer?

‘Het houdt niet op, het zijn net zee-egels, je weet niet waar ze zijn tot je erop trapt, dan is het te laat’, grapt de een. De ander lacht. De drie keurige Nederlandse mannen – Rikko Voorberg (36), theoloog, dominee van de PopUpKerk, oprichter van de burgerbeweging, inmiddels stichting wgzh en zijn twee pro-deo-advocaten van het chique Amsterdamse advocatenkantoor Bergh, Stoop & Sanders – kijken verwonderd. Wat valt er te lachen? Geen tijd om te vertalen. De Griekse vrijwilligster Katarina moet de drivers via mijn telefoon uitleggen waar ze ons naartoe moeten brengen. ‘Zeg maar dat het is waar het stadion van Panathinaikos gebouwd zou worden dat er nooit kwam door de crisis, ik zie jullie daar, van de drie kampen is ’t het laatste, kamp Gamma.’ Iedereen kent die bouwput.

De drie mannen zijn naar Griekenland gekomen vlak voor het hoger beroep bij het Hof in Den Haag op 19 mei, waarmee ze de Nederlandse regering willen dwingen voor 27 september 8712 vluchtelingen uit Italië en Griekenland op te nemen. Dat aantal is namelijk vastgelegd in het EU-akkoord van september 2015 over verdeling van 160.000 vluchtelingen over alle EU-lidstaten. Een officieel bezoek bij een Grieks vluchtelingenkamp aanvragen is een mission impossible, laat staan als het in minder dan een etmaal moet. Alle hoop is daarom gevestigd op Katarina, een al jarenlang werkloze Griekse ex-ambtenaar die al haar tijd besteedt aan het helpen van vluchtelingen, en daardoor alle soldaten bij de kamphekken en -slagbomen kent.

Rikko Voorberg – op internet heeft hij soms de bijnaam ‘De Gekke Dominee’ – is een vluchtelingenellendeveteraan. Hij was al in mei 2015 op Lesbos met een groepje van zijn PopUpKerk. De beelden van de duizenden aangespoelde vluchtelingen, en kindjes met bebloede, beblaarde voeten die na de oversteek vanuit Turkije ook nog eens helemaal van de noordkust van Lesbos 92 kilometer naar de hoofdstad Mytilini moesten lópen, omdat het bij de Griekse wet verboden was sans papiers met taxi’s, auto’s of bussen te vervoeren, kreeg hij maar niet uit zijn kop. In Nederland vertelde hij aan wie het maar horen wilde over wat hij had gezien. Hij was toen vooral aangedaan over het gebrek aan internationale hulpverlening ter plekke en over de onverschilligheid van de wereld.

Pasen 2016 ging hij naar Idomeni, Noord-Griekenland, de grensovergang naar Macedonië. Vlak vóór zijn aankomst werden de grenzen gesloten. Eerst voor alle niet-Syriërs, ten slotte voor iedereen. Met geweld. De eerste vluchtelingen waren nét verdronken tijdens hun wanhopige poging de rivier bij Idomeni stiekem over te steken. ‘Voor deze vluchtelingen opende zich geen zee. Niemand kwam er meer door, overal prikkeldraad. We begrepen dat soldaten mepten op ouders die probeerden hun kleuters en baby’s door te geven aan familieleden die al aan de andere kant waren. Wat daar toen gebeurde was nog veel heftiger dan de hel die ik op Lesbos had meegemaakt. Hier was geen énkele hoop meer.’

Gert Jan van den Bergh (54) en Aad Stoop (45), Voorbergs raadsheren, luisteren stil naar hun cliënt terwijl we bij de ingang van kamp Gamma wachten op Katarina. Het is nog vroeg, maar industrieel transportverkeer raast aan alle kanten om ons heen. Eigenlijk is het de eerste keer dat de advocaten van hun cliënt zijn hele verhaal horen, er was nooit tijd voor een lang gesprek.

Verdoofd vloog Voorberg in de lente van 2016 van Thessaloniki terug naar huis: ‘Als je in ons land dieren behandelt zoals daar toen met vluchtelingen werd omgegaan, krijg je een boete. In het Nederlandse vluchtelingendebat stonden in no time “hooivorken” tegenover “knuffelaars”, en in die onvruchtbare strijd waren gezonde verontwaardiging en gerechtvaardigde boosheid in het verdomhoekje terechtgekomen’, herinnert hij zich. ‘Goede en terechte emoties werden vieze woorden. Terwijl beide partijen een gezamenlijke vijand hadden: een overheid die wegkijkt, niets doet, geen verantwoordelijkheid neemt. Ik dacht alleen maar: wat als we die twee rages eens bij elkaar zouden kunnen krijgen?’

Katarina is inmiddels gearriveerd, praat als Brugman met de bewakers, zwaait met de vorige avond in elkaar geflanste papieren die moeten bewijzen dat wij al maanden geleden op officiële uitnodiging van haar vrijwilligersorganisatie Panperiaki Protivoulia Gia Prosfigoon (Pan Pireus Initiatief Voor Vluchtelingen) besteld zijn om te komen kijken. De commandant vraagt of we koffie willen, een goed teken. De zon staat al hoog aan de hemel. Op het tot dan stille, vreemd verlaten kampterrein vol witte containers komen volwassenen en kinderen in slow motion tot leven. Dit is de behuizing voor zo’n 650 mensen – ’s winters ijskoud, in de zomer niet te harden zo warm, bij regen zo lek als een mand. ‘Omdat ze niets te doen hebben, staat iedereen hier zo laat mogelijk op’, legt Katarina uit: ‘Beter zo lang mogelijk slapen dan je wakker doodvervelen.’

De commandant wil zijn chef bellen voor toestemming om ons rond te leiden, Katarina kijkt paniekerig, bellen naar een meerdere in het Griekse leger is nooit een goed idee. Ik grijp in: ‘Deze heren doen de Nederlandse staat een proces aan opdat Nederland eindelijk rond de tienduizend vluchtelingen uit Griekse kampen zal opnemen, waarschijnlijk ook uit deze kampen. Een half uurtje maar? Dan zijn we weg. Dit bezoek gaat om het verlichten van júllie last.’ Niet helemaal waar, het gaat om zo’n vierduizend vluchtelingen uit Griekenland, maar het werkt.

Op weg naar de eerste container vertelt de man zwetend in zijn camouflage-uniform dat van de drie kampen die hier op een rij tussen stoffige loodsen en oude fabrieken liggen dat van hem het ergste is. De aangrenzende twee kampen, waar 1200 en 950 mensen zijn geregistreerd, zijn van de gemeente Athene, het zijne is van het leger. Dat laatste betekent minder geld, minder middelen, meer ellende. Waarom er verschil is begrijpt hij zelf ook niet. Hij wijst naar een ijzeren, in de zon fonkelende schutting die als Berlijnse Muur dienst moet doen en dit terrein van de buurkampen scheidt. Op onze tenen staand zien we hoe pal naast ons alles er frisser en beter uitziet. We komen langs een vrachtwagen van de beruchte cateraar van het Griekse leger, die drie keer per dag prutmaaltijden van zes euro per stuk levert, met alleen maar koolhydraten, nauwelijks fruit of groente. ‘INTERCATERING, Taste Of Excellence’ staat er met koeienletters op geschreven.

‘Kijk, daar lopen ze allemaal, we weten wie ze zijn, maar kunnen niets doen als we hen niet op heterdaad betrappen. Het is echte maffia, levensgevaarlijk’, zegt onze militair. ‘Ze’ zijn de mensensmokkelaars, het wemelt ervan rondom alle kampen. Omdat er in praktijk nauwelijks sprake is van herplaatsing en gezinshereniging – en dat ligt dus níet aan Griekenland, maar aan landen als Nederland en andere noordelijke EU-lidstaten – gaan sommige vluchtelingen uit wanhoop na twee jaar doelloos wachten dan toch maar wéér met smokkelaars in zee. Deze keer over land. Om aan geld te komen voor de traffickers prostitueren sommige vluchtelingen hun echtgenotes en kinderen. Uit volstrekte machteloosheid. Een vals paspoort kost tussen de drie- en vierduizend euro. Daar komt bij dat het aantal zelfmoordpogingen, en gevallen van zelfmutilering, soms met dodelijke afloop, sterk toeneemt. De dokterspost verderop weet er meer van, het personeel heeft helaas zwijgplicht.

De behuizing voor 650 mensen – ’s winters ijskoud, in de zomer niet te harden zo warm, bij regen zo lek als een mand

De commandant laat twee lege containers zien waar een paar dagen terug twaalf personen zijn verdwenen. Foetsie. Van de ene op de andere dag. Overdag zogenaamd even naar het centrum van de Griekse hoofdstad voor een verzetje, ’s avonds niet teruggekomen. Weg. Met smokkelaars natuurlijk.

Het kamp wordt alleen niet echt leger, want er komen er onmiddellijk twaalf bij. De advocaten slaan verwoed aan het rekenen. Ze worstelen al weken tijdens hun voorbereiding op het hoger beroep met het onbegrijpelijke argument van de Nederlandse staat ‘dat het aantal vluchtelingen in Griekenland niet toeneemt, en bovendien minder is dan oorspronkelijk ingeschat’.

Terwijl alle cijfers van de unhcr laten zien dat er nog steeds, ook na de Turkije-deal van maart 2016, wekelijks of dagelijks vluchtelingen op de eilanden aankomen. Hoe kunnen zulke grote aantallen mensen zomaar verdampen? Ze vinden de oplossing op hetzelfde moment en roepen in koor: ‘Dus het is niet zo dat er minder mensen bij ons geplaatst hoeven te worden, omdat er minder vluchtelingen zouden zijn, nee, het is omgekeerd. Omdát er niet genoeg aan relocatie wordt gedaan, dríjf je mensen in de armen van smokkelaars, waardoor er minder overblijven om te herplaatsen.’ Het zal een van de kernargumenten tijdens hun pleidooi worden. Van den Bergh: ‘We weten dat de komende rechtszaak vooral over cijfers zal gaan, tot achter de komma, alsof je mensen kunt decimeren.’

Rikko Voorberg heeft het allemaal al honderd keer gehoord en gezien, maar raadsheren Stoop en Van den Bergh zijn van ieder detail diep onder de indruk: de armoedige waslijnen in het troosteloze stof, de vele smoezelige kinderen die niet naar school gaan, de holle blikken in de ogen van de volwassenen, de treurige zitjes van op straat gevonden en meegesleepte afgedankte canapés en fauteuils bij wijze van tuinmeubels buiten voor de containers, de overvolle kamertjes binnen met te veel stapelbedden, het volstrekte gebrek aan privacy. Ze vragen familiehoofden en alleenstaande moeders via een in de haast opgetrommelde ‘tienervertaler’ de oren van hun hoofd.

Medium img 1750
Kamp Gamma © Foto’s adriaan stoop

Een Iraakse moeder met twee dochtertjes uit een platgebombardeerd dorp van wie de echtgenoot al met hun zoontje in Düsseldorf zit, vertelt dat ze al begin september 2016 te horen had gekregen dat ze inderdaad was toegelaten, maar sindsdien niets meer heeft gehoord, hoe vaak ze ook belt. Er is de saga van een Syrische man die al met vier kinderen in Frankrijk zit, en zijn vrouw die in dit kamp terechtkwam wil laten overvliegen, waar ook al maanden geleden toestemming voor is gegeven door de Franse autoriteiten, maar die wegens een in het kamp gebaard dochtertje niet kan reizen, omdat het kindje, inmiddels net een jaar oud – Katarina de Kleine, genoemd naar onze Griekse vrijwilligster die assisteerde tijdens de bevalling, nummer 26 van alle bevallingen waar ze bij was sinds 2015 – nog steeds geen geboortebewijs heeft. Een Iraanse jongen van zeventien heeft ook al toestemming gekregen, maanden geleden, om zich bij zijn vader in Hamburg te voegen – mama is tijdens de oversteek verdronken – maar hij wil zijn dertienjarige broertje niet alleen laten, dat tijdens de oversteek met mama op een andere dinghy op een ander eiland aankwam en van wie de gezinsherenigingsprocedure nog niet zo ver is. Enzovoort.

Ondertussen heeft zich nog een Griekse dame bij ons gevoegd, Fota, van het Griekse ministerie van Migratiebeleid, werkzaam bij de Dienst Registratie en Identificatie. Ze lucht eindeloos haar hart bij Katarina die eigenlijk alleen maar met haar peetkindje wil spelen. Dus wendt de rusteloze ambtenaar zich tot Van den Bergh en Stoop. Weten de heren wel dat zij sinds 5 mei plotsklaps, zonder enige waarschuwing, zelfs geen e-mail kon er af, zonder vertalers zit? Hun tijdelijke contracten waren afgelopen, werden niet vernieuwd, en er zijn kennelijk niet op tijd nieuwe mensen aangetrokken. Nu moet ze vertalers lenen van de naburige kampen. Ze heeft al tig keer gebeld, gemaild, maar krijgt van het leger maar geen antwoord. Kan die jongen die nu voor ons vertaalt haar niet helpen? Nee, ze kan hem niet betalen. Maar hij wil toch zeker wel zijn lotgenoten helpen? De knul knikt ja, maar hij werkt voor een zakcentje voor de gemeente Athene en reist de volgende dag af om te helpen met asielaanvragen in de kampen op Chios. Misschien daarna? Tja, wie weet. Kunnen de Hollandse raadsheren niet helpen? Ze zouden niet weten hoe. Fota geeft het op.

Het heeft veel langer geduurd dan een half uur. We moeten nodig naar onze volgende afspraak met de Atheense onderburgemeester voor Vluchtelingenzaken. De commandant staat erop van zijn eigen karige salaris alle dure cappuccino’s te betalen die door een snorder met een koelbox waren bezorgd. Ontroerende Griekse gastvrijheid, bedroefde omhelzingen, lusteloos vaarwelgezwaai.

‘Zoals Rodaan Algalidi zegt: dit soort kampen zijn kerkhoven van verloren jaren’, zegt Voorberg als we teruglopen naar onze taxichauffeurs die braaf hebben gewacht onder de inmiddels brandende zon. Van den Bergh prevelt bijna onverstaanbaar: ‘Wát een volstrekt deprimerende uitzichtloosheid.’ Stoop merkt op: ‘Het ergste vind ik nog die zitjes buiten voor de containeringangen, die keurig opgemaakte stapelbedden, het quasi-permanente karakter van de behuizing. Waren het maar tenten. Dat had ik denk ik minder erg gevonden.’

Lefteris Papagiannakis, de loco-burgemeester, jonge wolf uit een voorname Atheense politieke dynastie, is ons vergeten. We mogen echter aan een gammele tafel op de excellentie wachten. Tijdens de introductie kijkt hij niemand aan, wel de hele tijd op zijn horloge. Hij is duidelijk niet van ons gecharmeerd. Om de haverklap krijgt hij goedbedoelende dwazen over de vloer, organisatoren van de meest bizarre burgerinitiatieven en zweverige vrijwilligersorganisaties die ‘iets voor de vluchtelingen willen doen’. En what the hell is ‘We Gaan Ze Halen’? Voorberg neemt het woord. Hij vertelt hoe na de zomer van 2016 het idee werd geboren om met een grote groep Nederlandse chauffeurs zélf, met eigen auto’s, vluchtelingen uit de Griekse kampen te gaan halen. Omdat staatssecretaris Klaas Dijkhoff in september 2015 had getekend voor opname van 3797 vluchtelingen, met voorrang voor zwakken en mensen die voor familiehereniging in aanmerking kwamen, maar slechts zestien procent daarvan had waargemaakt. Een schamele 629 mensen waren inmiddels in Nederland, 84 procent minder dan op dat moment, begin november, al volgens de EU-richtlijnen volbracht had moeten zijn, waardoor het toen op de elfde plek stond vergeleken met andere EU-lidstaten. Daar kwam bij dat tientallen azc’s leeg stonden, en Dijkhoff coa-werknemers op grote schaal ontsloeg.

Hierdoor ontstond de ‘Boze Burgerbeweging’ ‘We Gaan Ze Halen’ in oktober vorig jaar. Helaas, het ludieke plan om met een karavaan auto’s vol met vluchtelingen toeterend en zingend van Griekenland naar Nederland te rijden bleek praktisch en juridisch onmogelijk. Hoe ter plekke vluchtelingen te selecteren en te laten instappen zonder dat de onherroepelijke achterblijvers in oncontroleerbare opstand zouden komen? Bovendien, het vervoeren van vluchtelingen zonder papieren was nog steeds verboden voor de Griekse wet. Dus verzonnen ze iets anders. Het werd een aanbod aan de Nederlandse overheid, een symbolische tocht. Zo’n zeshonderd bestuurders troffen elkaar met hun auto’s op 30 november op een parkeerterrein buiten Den Haag. Op verzoek van wgzh hadden alle chauffeurs zondagse kledij aan, ze kregen een rozet met daarop ‘Hof Chauffeur’, en hadden nepnummerborden gemaakt met daarop hun eigen kenteken die ze na een rustige tocht naar het Binnenhof aldaar moesten afleveren, bij wijze van verklaring dat zij bereid waren naar Griekenland te rijden.

‘Griekenland is het vluchtelingenafvalputje van Europa. Een vazalstaat die volloopt met vluchtelingen’

De stapel nummerborden werd op een lullig karretje naar het Binnenhof gehobbeld en ritueel aangeboden aan de directeur Vreemdelingenzaken, de plaatsvervanger van staatssecretaris Dijkhoff. Voilá, als júllie ze niet gaan halen, zet óns dan in, was de boodschap. De directeur stelde dat Nederland zich keurig aan de afspraken hield, want het ging helemaal niet om 3797 vluchtelingen uit Griekenland. Waarom niet? Omdat het aantal ‘plaatsbare vluchtelingen’ gestrand in Griekenland veel lager was uitgevallen dan oorspronkelijk ingeschat. Namelijk niet 64.000, maar 24.000. En dat Nederland op grond van dat ergens opgedoken nieuwe aantal er slechts rond de 1400 hoefde op te nemen, dus al bijna op de helft zat, en daardoor een van de beste jongetjes van de EU-klas was.

Maar er zitten tussen de 62.000 en 67.000 vluchtelingen ellendig vast in Hellas. Hoezo ‘maar’ 24.000? De directeur lachte minzaam. We zagen het helemaal verkeerd, het ging namelijk om ‘plaatsbare’ vluchtelingen, en dát waren er nu eenmaal, zo begreep Dijkhoff sinds kort, slechts 24.000. Hij bedankte de actievoerders hartelijk voor het vriendelijke gebaar. Hij zou de boodschap aan de staatssecretaris en de premier doorgeven.

Plof. Met een klap legt Gert Jan van den Bergh het nieuwe boek van de prestigieuze Britse hoogleraren Paul Collier en Alexander Betts op tafel: Refuge: How to Transform a Broken Refugee System. Verplichte kost voor iedere EU-politicus en -burger. Niet alleen een vlijmscherpe analyse van het tot nu toe falende Europese vluchtelingenbeleid, en over hoezeer het internationale vluchtelingenverdrag van 1951 dringend aangepast moet worden, maar ook een eye opening handboek voor hoe het wél kan. En zou moeten. De conclusie van dit boek is de enige juiste: er ís geen vluchtelingenprobleem, er is een vluchtelingenópvangprobleem in Europa.

Medium img 7844
Kamp Gamma © Foto’s adriaan stoop

‘Kent u dat? Ik ben bang dat geen Nederlandse bestuurder dit heeft gelezen. Ik doe het u graag cadeau. Dit boek heeft mij persoonlijk de ogen geopend. We laten er ons voor het komende hoger beroep door inspireren.’ De loco-burgemeester knikt. Hij kent het al. Hoezo hoger beroep?

De advocaten nemen het van Voorberg over. Ze wisten net als de meeste Nederlanders niets van de auto-optocht in november vorig jaar, hadden nog nooit van wgzh gehoord. Toevallig waren ze beiden diezelfde maand met een gezelschap kosmopolitische collega’s op een bijeenkomst in een burcht in Budapest, uitgenodigd door de Maltezer Orde, een voorname ooit Habsburgse katholieke organisatie. Een Hongaar in smoking vergeleek ongegeneerd het volgens hem idealiter te voeren EU-immigratiebeleid met het maken van kwalitatief hoogstaande, dat wil zeggen ‘homogene Hongaarse worst’. Je mocht er vooral geen vreemde elementen, vlees ‘van buiten’, in opnemen. De metafoor viel verkeerd, een doodse stilte daalde in de kasteelzaal neder. Vooral joodse lawyers uit New York wisten niet waar ze het zoeken moesten, sommigen liepen weg. Ze vernamen ook hoe Hongarije bezig was een proces tegen de EU aan te spannen teneinde onder het EU-akkoord over opname van vluchtelingen uit te komen. Geschokt togen de raadsheren huiswaarts. In het vliegtuig besloten ze ‘iets te gaan doen’.

Allereerst gingen ze op zoek naar informatie over het door Hongarije verworpen EU-akkoord. Ze kregen hulp van onder anderen Alexander Hoogenboom, specialist in Europees recht aan de Universiteit van Maastricht. Mede dankzij hem concludeerden zij dat Dijkhoff helemaal niet had getekend voor het opnemen van zo’n vierduizend mensen, waar de media voortdurend eensgezind over spraken, maar in totaal voor het absolute aantal 8712, de vluchtelingen uit Italiaanse kampen meegerekend. Dat was Nederlandse burgers nooit verteld. Daar verandering in brengen kan en mag alleen de raad van ministers van de EU. Dijkhoff en zelfs Rutte hebben daartoe geen enkele bevoegdheid. Tegelijkertijd keken ze naar verschillende tv-optredens van Dijkhoff en lazen ze in Kamerstukken wat hij het parlement voorspiegelde.

Hoe meer zij van het akkoord afwisten, des te beter begrepen ze dat de staatssecretaris voornamelijk onzin verkondigde. Ongestraft wisselde Dijkhoff continu van argumentatie: dan weer ‘er zijn minder vluchtelingen te verdelen dan verwacht’ (dankzij Turkije, hetgeen niet klopt), dan weer dat er sprake is van een percentage dat moet worden afgenomen (niet waar), dat er nooit gesproken zou zijn over het verdelen van absolute aantallen (quatsch), respectievelijk dat er wel degelijk gekeken mag en moet worden naar de performance van andere landen omdat Nederland immers niet het braafste jongetje van de klas moet willen zijn. Want, zo zei Dijkhoff, ‘daar gaat een verkeerd signaal van uit’.

‘Die man stelt dus eigenlijk dat Nederland vooral níet conform het akkoord moet handelen, zijn verplichtingen zoals afgesproken vooral níet moet nakomen, omdat volgens hem dan ándere Europese landen denken: o, Nederland knapt het wel op, waardoor ze nog minder aan hún verplichtingen zullen voldoen’, zegt Van den Bergh. ‘Daar is geen enkel bewijs voor. Het is ronduit schandelijk.’

Dijkhoff haalde zich bovenal de verontwaardiging van Voorberg op de hals met zijn bewering dat vóórdat de grenzen met Griekenland door Macedonië en Servië dichtgegooid werden vluchtelingen rustig naar Noord-Europa ‘door konden wandelen’. Dijkhoff bagatelliseerde niet alleen het vluchtelingendrama stelselmatig, maar hij spelde de kiezers ook op de mouw ‘dat we eerst maar eens af moeten wachten wat andere landen doen en dan verder zien’, dat ons land honderd vluchtelingen per maand opneemt om een ‘stabiel tempo te kunnen garanderen’, en daarmee keurig en netjes ‘meer dan andere landen zijn plicht deed’.

Papagiannakis knikt weer. Hij kent de argumenten. Stoop rondt de lange aanloop naar de afgelopen en aankomende rechtszaken kundig af: ‘Begin dit jaar besloten we dat het de moeite waard was de Nederlandse staat een proces aan te doen wegens nalatigheid met betrekking tot het EU-akkoord en het bewust langer dan nodig laten lijden van mensen in hoge nood’.

‘De landsadvocaat stond een paar keer met zijn mond vol tanden. De rechters hadden zich goed ingelezen’

De loco-burgemeester trekt zijn wenkbrauwen op. Hoorde hij het goed? Jazeker. Via-via kwam wgzh terecht bij een medewerker van de advocaten. Het eerste contact werd gelegd dankzij oud-minister Jan Pronk. Samen met oud-minister Hedy d’Ancona had hij al in oktober 2016 de noodklok geluid over het vluchtelingendrama. Wereldwijd zijn momenteel 65 miljoen vluchtelingen on the run. Het grootste aantal in de geschiedenis. Daar je ogen voor sluiten is onverantwoordelijk en desastreus. Ze hoopten de Nederlandse politieke partijen te kunnen beïnvloeden om ‘een rechtvaardig, humaan en intelligent EU- én nationaal vluchtelingenbeleid’ hoog op hun agenda te zetten. Want die waren toen bezig hun partijprogramma’s te schrijven, met het oog op de naderende verkiezingen. Niet één Nederlands medium, en ook niet één partij gaf gehoor aan de oproep van de beide oud-pvda-coryfeeën.

Het klikte meteen tussen Voorberg en de advocaten. Vanwege het beoogde kort geding moest de burgerbeweging een stichting worden, dat werd ze in februari, vlak voor de rechtszaak. Begin maart deed wgzh de autotocht naar Den Haag nog eens dunnetjes over. Deze keer naar Brussel. wgzh werd voor die gelegenheid omgedoopt in bringthemhere.eu. Op 24 maart jongstleden deed de rechter uitspraak.

Lefteris Papagiannakis is nu een en al oor. Zijn volgende bezoeker moet wachten. Ademloos luistert hij naar het vonnis van toen. ‘We kregen op drie punten gelijk, op één punt niet, en daarvoor gaan we 19 mei in hoger beroep’, vertelt Stoop. Van den Bergh legt het verder uit. De rechter oordeelde dat het inderdaad om 8712 mensen gaat, geen vluchteling minder, dat de Turkije-deal daarin geen enkele verandering brengt, dat dus ook mensen die ná 20 maart in Griekenland of Italië zijn aangekomen in aanmerking komen voor eventueel asiel in Nederland, dat indien de vluchtelingenstroom groeit Nederland meer mensen zal moeten opvangen, en tot slot dat Dijkhoff inderdaad geen bevoegdheid heeft daar wat dan ook in te wijzigen.

Medium img 7857
Kamp Gamma © Foto’s adriaan stoop

Alleen wilde de rechter de staat nog niet nalatigheid en onnodig menselijk leed verwijten. Dat was in zijn ogen te vroeg, omdat de staat de facto tot 27 september de tijd heeft om aan de EU-verplichting te voldoen. Van den Bergh: ‘Nederland heeft dus van september 2015 tot april 2016 1433 mensen uit de kampen gehaald, en zou tussen nú en 27 september opeens als de sodemieter meer dan zevenduizend mensen laten overkomen? Terwijl Dijkhoff blijft roepen dat er in het kader van een “stabiel tempo” niet meer dan honderd mensen per maand binnengelaten mogen worden? Een gotspe natuurlijk. Daarom gaan we straks in hoger beroep. Bij het Hof van Den Haag, met drie rechters in plaats van één. Hopelijk durven die meer dan één.’

De loco-burgemeester is om. Hij wil dat vonnis hébben. In veelvoud. Wat fijn dat ze een beëdigde Engelse vertaling bij zich dragen. Hij wil het naar de voorzitter van de Griekse Liga voor Mensenrechten sturen. En naar de media. Hoe kan het dat de Griekse kranten hier niets over bericht hebben? En de Nederlandse pers ook bijna niet? Dit vonnis is toch, behalve dat ene punt waarvoor het hoger beroep dient, al een aardverschuiving? Weten we wel dat ook in de kampen rondom en in Athene vluchtelingen die ná 20 maart aangekomen zijn, verteld wordt dat ze geen recht meer hebben op een asielprocedure, terwijl dat juridisch niet klopt?

Op het nippertje kunnen de advocaten hem nog de vraag stellen waarvoor ze eigenlijk kwamen: heeft Papagiannakis betere cijfers, meer in- en overzicht, zodat ze dat kunnen gebruiken tijdens het appèl? Hij schudt zijn hoofd. Niemand kent de exacte cijfers. Het Griekse ministerie van Migratiebeleid ook niet. Zelfs de unhcr niet. Te veel mensen verdampen met smokkelaars via de Balkanroute. Papagiannakis: ‘Dat niemand de precieze getallen weet, daar doen EU-lidstaten zoals Nederland die onder hun relocatieverplichting uit willen komen hun voordeel mee.’ Van januari tot februari kwamen er 55 mensen per dag Griekenland binnen, dat is inmiddels al weer 120 per dag, en in de zomer zal dat aantal nog meer toenemen. Iedereen weet: de Turkije-deal werkt níet. Dat er nu niet meer tienduizenden maar honderden mensen van Turkije naar Griekenland oversteken komt alleen maar doordat de vluchtelingentamtam wél werkt: mensen die hier in rattenkampen zitten, sms’en, Facebooken en whatsappen de achterblijvers dat ze vooral niet moeten komen, want de noordgrenzen zijn dicht, je strandt, moet jaren in zo’n kamp vertoeven, tenzij je geld voor een tweede smokkeltocht hebt. Bovendien is door de gesloten Griekse grenzen de vluchtelingenstroom verschoven naar de veel langere en dodelijker oversteek van Libië naar Italië, waar sinds de Turkije-deal nu duizenden mensen aankomen, en er meer vluchtelingen dan ooit op zee sterven.

De advocaten schrijven ijverig mee. In Athene is nu 23 procent van de bevolking migrant, horen ze. ‘Griekenland heeft zich decennialang niet om het migratieprobleem bekommerd’, vertelt Papagiannakis. ‘Er kwamen altijd veel mensen, ongeveer 45.000 per jaar, via ons Europa binnen. Maar die stroomden door, niemand wilde blijven. Sinds 2015 is alles veranderd, omdat er in dat jaar hier opeens meer dan 800.000 overstaken. En toen gingen de grenzen dicht. Griekenland heeft weinig ervaring met de opvang van migranten. En vergeet niet dat Griekenland in een diepe en uitzichtloze economische crisis zit. We zijn politiek instabiel, en schreeuwen in Brussel om betere en snellere opname volgens het EU-akkoord kunnen we ook niet, omdat we voortdurend over onze schulden moeten onderhandelen. We zitten aan álle kanten klem.’

We gaan met de taxi naar Kolonaki, waar Sotiris Felios, een bevriende Griekse zakenadvocaat, zijn chique kantoor heeft. Een paar maanden geleden heeft hij op verzoek van wgzh een minderjarige jongen die een zelfmoordpoging had gedaan persoonlijk uit een kamp gehaald. De jongen krijgt nu hulp op een betere plek. Dat schept een band. Felios heeft het wgzh-team uitgenodigd voor een late lunch in een driesterrentaverna.

Verontwaardigd zegt Van den Bergh: ‘Dat “rustig doorwandelen” wat Dijkhoff ooit zei, dat is toch te gek voor woorden? Die zalvende volksverlakkerij, die mentaliteit van doen alsof Nederland het allemaal zo kéurig aanpakt.’ Voorberg: ‘In Nederland is in totaal plek voor 45.000 mensen, maar de meeste azc’s zijn gesloten. We hebben de mogelijkheid voor dirécte opvang van negenduizend mensen. Hoezo “honderd per maand in een stabiel tempo”, waarmee Dijkhoff zich op zijn borst trommelt. Dat zijn dus van juni tot september zeshonderd mensen. Waarom kunnen die niet met een luchtbrug meteen overgebracht worden? Waarom moeten die mensen wachten, langer lijden?’ Stoop filosofeert: ‘Er is gewoon geen politieke wil, terwijl veel burgers het anders zien. Daarom zijn burgerbewegingen als wgzh in deze tijd zo belangrijk. Om te doen wat de politiek zou moeten doen, maar niet meer doet.’

In het peperdure restaurant is het even wennen: van een deprimerend kamp tussen de uitlaatgassen in een eetparadijs met schitterend uitzicht over de miljoenenstad. Maar Felios gebiedt ons te genieten, op zijn kosten: ‘Eet. Drink. Het leven is kort. Het is duidelijk dat Griekenland het vluchtelingenafvalputje is van Europa. Papagiannakis heeft gelijk, Griekenland heeft geen enkele zeggenschap meer. Alles wordt door de EU, vooral Duitsland, opgelegd. We hebben niet eens meer het recht zelf wetten te maken en in het parlement goed te keuren. We zijn marionetten van Brussel geworden, een vazalstaat die langzaam volloopt met vluchtelingen. Proost.’

Na het hoger beroep in Den Haag van 19 mei bellen de heren vanuit hun auto. Ze zijn enthousiast. ‘Ik heb er een goed gevoel over, veel beter dan tijdens het kort geding’, roept Van den Bergh. ‘De landsadvocaat, die nota bene geen enkel bezwaar heeft gemaakt tegen het vorige vonnis, en weer betuttelend uit de hoogte deed alsof Nederland voorop loopt wat betreft vluchtelingenopname, werd deze keer zeer kritisch ondervraagd. We hadden mazzel dat de EU net met een tussenreportage was gekomen, waaruit blijkt dat alleen Finland en Malta zich echt aan hun verplichting houden. Nederland helemaal niet, verre van. Het ging zoals we verwachtten vooral over cijfers, nauwelijks over onnodig leed door te lange wachttijden in de kampen waar Nederland mede voor verantwoordelijk is.’

Voorberg, vrolijk: ‘Het kan nog alle kanten uit, maar de landsadvocaat stond vanochtend een paar keer met zijn mond vol tanden. De rechters hadden zich goed ingelezen, stelden scherpe vragen. Ook aan ons. Dat aantal van 8712 is en blijft absoluut. Iedereen begrijpt dat Nederland zoals het nu handelt daar in september niet aan zal hebben voldaan. Kijk, als je honderden mensen in het water ziet spartelen die dreigen te verdrinken, dan zeg je toch ook niet “eerst eens zien wat m’n buurman doet, voordat ik er zelf in spring om er een paar te redden”. Nee. Dan red je zo veel mensen als je kunt. Zeker als je dat beloofd hebt te zullen doen. Fuck die buurman.’

Het vonnis komt op 20 juni. Van den Bergh: ‘Op Internationale Vluchtelingendag, hoe bestaat het!’ Voorberg zwijgt. Hij heeft, toen hij onlangs voorstelde op 4 mei in Amsterdam ook de vluchtelingen van nú te herdenken, een stortvloed van hatelijke kritiek over zich heen gekregen. Hij moest met z’n poten van ‘onze’ 4 mei-herdenking afblijven en zijn vermaledijde plannetje – drieduizend papieren kruisjes op het Rembrandtplein – maar voor de officiële Vluchtelingendag bewaren. Zou het vonnis op die dag dan misschien eindelijk dingen veranderen?