De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Dit wit fluistert

Wie langer kijkt naar de schilderijen van Jerry Zeniuk, merkt dat de ronde kleurvlekken langzaam tot stand zijn gekomen en dat ze daar langzaam hangen. Zo stralen ze hun kleur uit.

Jerry Zeniuk, Untitled, 2019. Olieverf op linnen, 160 x 160 cm © Peter Cox, Eindhoven / courtesy Slewe Gallery
Elk schilderij heeft in het verloop van de vertelling een regelmatige interpunctie

De ronde vlekken kleur maken in het schilderij dat eerst gedempt grijs was meeslepende bewegingen van licht. Dat is wat schilderijen altijd al deden, licht maken. In die zin volgen ze eeuwenlang al de dageraad als uit de nacht het licht opdoemt. Bij Jerry Zeniuk gaat dat niet anders. Dat zijn geen abstracte gedachten maar is gewoon de werkelijkheid. Het is een gevoelig handwerk, met kwast en verf gemaakt. Kunstenaars hebben het zelden over abstractie – dat zijn woorden van kunstcritici omdat die allerlei verschillen moeten beschrijven.

Ooit heb ik de statige, rechthoekige, betonnen werken van Donald Judd in de droge woestijn, omdat ze zo ongewoon uitzonderlijk zijn, utopisch genoemd. Dat kan hij wel vinden, zei Judd, maar voor mij zijn ze gewoon de werkelijkheid. Of anders Mondriaan die rond 1915 uitkwam bij abstracte schilderijen – dat typische schuiven met rechthoeken en lijnen en uiteindelijk maar enkele kleuren; maar dat alles ook strak gepast in vlakken van wit. Zo zitten de schilderijen van Mondriaan vooral vol met heel helder licht. Hij heeft de schaduw uit de kunst gehaald, zei Jannis Kounellis. Die totale helderheid van licht is in Mondriaans kunst misschien wel het meest indrukwekkend, ook het nieuwste. Het was het licht van de vroege ochtend dat Mondriaan kende van de strand- en zeeschilderijen uit Domburg, maar nu nog helderder en witter gemaakt. Misschien, ik opper het maar, is in de schilderijen de abstracte bouw met simpele rechthoeken wel daarom zo overzichtelijk – om het witte licht de ruimte te geven.

Jerry Zeniuk, Untitled, 2019. Olieverf op linnen, 160 x 160 cm © Peter Cox, Eindhoven / courtesy Slewe Gallery

De beeldvertelling in de schilderijen van Jerry Zeniuk is ruimtelijk eenvoudig vooral vanwege de kleuren. Die moeten niet in de war raken. Op krijtwit geveegd linnen, vierkant van formaat, en met een open arrangement erop van min of meer ronde vormen kleur, met gelijksoortige afstanden ertussen – zo maakt Zeniuk, zolang ik hem ken, zijn schilderijen. Elke kleur is gematigd helder want ook met zachte bewegingen en behoedzame toetsen geschilderd. Omdat er een licht soort beving in de kleuren zit (van een voorzichtige hand) ben ik hun karakter als hun unieke timbre gaan zien. Op een dag heeft de schilder dat handschrift in verf zo gevonden en daarmee ook zijn idioom. Hij wist toen dat zijn schilderijen er niet anders uit konden zien dan ze waren. Ze zijn vierkant. Dat is een rustig formaat zonder opwinding. Daarbinnen, in die stille ruimte tussen vier gelijke randen, begint in zijn langzaam beschouwelijke idioom het schilderij te ontstaan. Het linnen is lichtbruingrijs, zandkleurig, maar eigenlijk onbestemd van kleur. Dat wordt dan met gesso geprepareerd, een vaalwitte, krijterige grondverf. Dat is ook de eerste schildering van de hand van de schilder. De verf werd verdund opgebracht – in losse korte vegen met een buigzame kwast, zodat op het linnen het wit er gevlekt uit begon te zien. In de ondergrondschildering kwamen al kwastbewegingen terecht. Toen de verf droogde, kwam de kleur, eerder grijs dan wit, tot rust. Niet zo helder als bij Mondriaan – werd het wit maar eerder bestorven. Ik had het over het timbre van de kleur. Dit wit fluistert. Het zijn onrustig flakkerende vegen van wit en grijs. Op die vierkante ondergrond kan het niet anders of ook de ronde vlekken kleur beginnen te wiebelen als ze daar terechtkomen.

Eigenlijk worden verschillende kleuren over het doffe grijswitte oppervlak verstrooid. Zeniuk kiest de kleuren impulsief. Geel, rood, groen, bruin, blauw – in wisselende helderheden. Er overheerst in de ruimtelijke kleurverdeling geen patroon of schema. Maar steeds is er een stil evenwicht in de verdeling. De gekleurde vlekken houden een bepaalde afstand tot elkaar. Elke kleur is een kleur op zich. Elk schilderij heeft in het verloop van de vertelling zoiets als een regelmatige interpunctie. Als je er lang naar kijkt, begin je die ook te zien. Je merkt dat de ronde kleurvlekken langzaam tot stand gekomen zijn en dat ze ook langzaam daar hangen. Omdat ze worden vastgehouden door de randen van het vierkante schilderij, hangen ze ook stil. Zo stralen ze hun kleur uit. Zelfs als die donker zijn, heel donker groen of zwartblauw, maken ook die kleuren in de dof witgrijze ruimte toch adembenemend licht – onvoorspelbaar ook, als daglicht dat begint te gloren uit het donker van de nacht. Het timbre is onbeschrijflijk.


PS Jerry Zeniuks schilderijen zijn te zien bij Galerie Slewe in Amsterdam