Dit wordt erg confronterend

De kunstenaar heeft het niet makkelijk, maar heeft het zich makkelijk gemaakt. Hoorde je vroeger een kunstenaar op de radio, dan raakte je geboeid en wilde je ook kunstenaar zijn. Als je tegenwoordig een schrijver hoort - ik beperk me maar even tot schijvers - voel ik het schaamrood op mijn kaken. De wereldkampioenschappen saaiheid zijn donderdag in Oslo dan ook weer gewonnen door een schrijver. Dit keer was het een Japanner, geloof ik, en vast met boeken die weer niet over de Tweede Wereldoorlog gaan.

Maar goed. Een geacht collega van mij heeft een televisieprogramma over literatuur dat onlangs een kijkcijfer had van twintigduizend. Ik bedoel: daar keken slechts twintigduizend mensen naar. Onderzoek heeft uitgewezen dat eigenlijk helemaal niemand naar dat programma keek; die twintigduizend mensen waren lieden die, zodra ze een schrijver in beeld kregen, onmiddellijk in slaap vielen en daarom niet konden zappen of hun televisie uitzetten.
Ik huil niet mee in het koor dat Michael Zeeman slecht vindt - het ligt aan de auteurs en de VPRO.
Nog een voorbeeld.
Voor de Vereniging van Letterkundigen, zeg maar de vakbond voor schrijvers, trad laatst tijdens een feestje de bekende hypnotiseur Rasta Rostelli op. Mijnheer Rostelli loopt het toneel op, ziet een zaal vol schrijvers en wat denkt u? Precies, mijnheer Rostelli viel pardoes in slaap. Ze hebben van alles gedaan om hem wakker te krijgen. Op het moment dat hij een oog open had, zei A. F. Th. van der Heijden: ‘Is alles goed met u, mijnheer Rostelli?’ - en hup, onmiddellijk sliep de hypnotiseur weer vast en stevig.
Dat wordt aanstaande zaterdag een leuke uitzending bij Sonja Barend als de Ako-prijs wordt uitgereikt. Ik kan me nu al verheugen op het gesprek tussen Sonja en Patricia de Martelaere. Kent u het boek van Patricia de Martelaere? Nog nooit van gehoord? Ik ook niet, ik sliep.
Eigenlijk wil ik het hier helemaal niet over hebben. Ik wil het hebben over ons. Interviewers. Ik wil eens de hand in eigen boezem steken, want er is onder interviewers ook een vorm van artistiek gedrag die me niet bevalt. Het is iets wat ik heb gehoord en wat ik verafschuw. Het is het begrip 'con-fron-te-rend’. Redacties bellen je met de vraag of je iemand wil interviewen en dan zeggen ze erbij: 'Het moet wel een con-fron-te-rend interview worden.’
Hoe vaak hoor je niet: 'Mag ik u een confronterende vraag stellen?’
Alles moet maar confronterend zijn. 'Ischa was weer lekker confronterend.’ 'Witteman was weer confronterend, vond je niet?’
De confrontatie als journalistieke lekkernij.
Wat een misvatting! Die confrontatie is juist de reden dat alles zo godvergeten saai is geworden.
Onlangs werd ik geinterviewd door een radioomroep en reeds bij het betreden van de omroepcel hoorde ik iemand tegen mij zeggen: 'Het wordt een confronterend interview, dat vind je toch niet erg, he?’
'Dat moet jij weten’, zei ik.
Afijn, uitzending begint, band loopt, vraag een: 'Je bent alleenstaand, is het niet? Hoe komt het dat je geen vrouw kunt krijgen?’
En daar zat ik, als bier in een vet glas. Het interview liep van geen kanten: lange stiltes, ik stotterde en pruttelde, en toen de pieps gingen moest ik de man die mij interviewde wakker schudden, alsmede de technicus, want ik wilde weten waar ik mijn reiskosten kon declareren.
Confrontatie. Dat is de reden waarom onze cultuur zo godvergeten saai is geworden. Iedereen moet maar met alles geconfronteerd worden. Hoe pijnlijker hoe beter. Bent u vaak door uw vader geslagen? Heeft uw moeder u geneukt? NSB'er geweest op uw tiende? Homoseksueel geworden op uw veertigste? En heeft u niet ergens een moord gepleegd?
Het is allemaal waar, maar het slaat je dood.
Moet u eens opletten wat een levendige gesprekken je krijgt als je niet confronteert.