Economie

Divers onderwijs

Kan de overheidsschuld zomaar oplopen? Is de bitcoin geld? Zijn lagere lonen goed voor de economie? Is groei van de geldhoeveelheid de oorzaak van inflatie, of eerder de loongroei? En zijn stijgende aandelenkoersen een teken dat de economie goed draait? Over al deze vragen is er een meerderheidsopinie, maar zijn er ook andere antwoorden? Wie zich dat afvraagt, wil op een pluralistische manier over de economie nadenken. De anderen zijn econoom.

Grapje. Of toch niet? Geen enkele andere sociale wetenschap is zo monolithisch als de economie. Nergens is de dominantie van één theoretische school, de neoklassieke economie, zo groot. Nergens zijn de gatekeeping praktijken via publicaties en benoemingen zo sterk.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist ‘vooraanstaande’ economiefaculteiten in Nederland laag scoren als het gaat om pluralistisch onderwijs. Ik leerde dit uit een rondgang van de NRC bij de derde verjaardag van een rapport over onderwijsvernieuwing door Rethinking Economics, een club studenten en docenten die divers economie-onderwijs voorstaan. In 2018 rapporteerden ze dat 86 procent van het onderwijs naar één school in de economie gaat: de neoklassieke. Studenten horen daarnaast nog wel een beetje over gedragseconomie, minder over complexiteitswetenschap en ecologische economie, en vrijwel niets over scholen als de post-keynesianen, Oostenrijkers of marxisten. De vragen die binnen deze scholen aan de orde komen, en trouwens ook de antwoorden, duiken steeds weer op in beleid en debat, maar krijgen binnen onderwijs en wetenschap nauwelijks ruimte. Ze zijn onverminderd relevant, maar werden in 2018 nauwelijks onderwezen. Hoe staat het er nu mee?

‘Slechts weinig economen blijken het theoretisch pluralisme te beheersen’, las ik, alsof het om een bijzondere specialisatie gaat. Dat is niet vreemd, want economen zijn er niet in opgeleid. Tot ongeveer midden jaren negentig was een overzicht van economische scholen onderdeel van alle universitaire economiestudies. Je had dan in ieder geval een indruk van de belangrijkste theorieën over geld, groei en werkloosheid. Je had gezien dat ideeën opkomen en verdwijnen, meestal omdat de omstandigheden veranderen. En je begreep dus dat de communis opinio van dat moment niet in steen gebeiteld stond. Het zijn inzichten die latere generaties studenten onthouden werden. Dat uit zich in onbekommerd gepraat over ‘het’ model van dit of dat, en ‘de’ economie leert ons zus en zo.

Het doordenken van verwarring helpt studenten verder

Zoals alles wat normaal geworden is, wordt ook monolithisch onderwijs verdedigd. Zo hoor ik nogal eens dat studenten de eerste studiejaren nodig hebben om de neoklassieke theorie te beheersen, voordat ze nog even gaan snuffelen aan diversiteit van ideeën. Ik geloof daar niet in. Pluralisme helpt juist om te begrijpen waarom het bijvoorbeeld zo’n goed idee is om als startpunt de markt te versimpelen tot een bedrijf dat winst maximaliseert. Probeer het alternatief ook eens: beschrijf een markt als een samenspel van instituties, regels en belangengroepen, iets wat historisch evolueert. Je verliest de analytische eenvoud en de eenduidige evenwichtsuitkomsten. (Je wint er ook iets mee).

Een andere tegenwerping: pluralistisch onderwijs is verwarrend. Dat klopt. In iedere cursus komt er een moment waarop een student me vraagt: allemaal goed en wel, maar wat is het nu? Ik geef daar natuurlijk geen antwoord op. Dit is misschien wel het grootste leermoment van de cursus. Studenten ervaren verschillende gezichtspunten en de noodzaak te kiezen: precies wat ze straks in het echte leven ook gaan meemaken. Een betere voorbereiding daarop dan pluralistisch onderwijs is er niet. En omgekeerd: wil je in een toekomstige functie onaangenaam verrast worden door ideeën en tegenargumenten waarvan je nog nooit gehoord hebt? Wil je met lege handen staan als een van je aannames niet blijkt te kloppen? Ga dan 86 procent van je studietijd neoklassieke economie doen en verder gewoon snel je papiertje halen.

Die houding kom ik trouwens niet veel tegen. Ja, het is verwarrend – maar studenten snappen dat het doordenken van die verwarring hen verder helpt, ook als je concludeert dat de standaardtheorie volgens jou gewoon de beste is voor het onderhavige onderwerp.

In de evaluaties krijg ik van mijn studenten altijd verbeterpunten. En heel vaak lees ik ook: waarom heb ik dit niet eerder gehoord? Dat is inderdaad nog steeds de vraag.