Hoe DENK Amsterdam Nieuw-West verovert

‘Diversiteit is een kracht’

De stormachtige opkomst van DENK is goed zichtbaar in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West, waar veel migrantenjongeren wonen. DENK weet hen te bereiken en blijkt ze haarfijn aan te voelen.

Medium plein 40 50 19
Amsterdam, 18 februari, Plein 40-45

Plein 40-45 in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West is voor een nieuwe groep sociale stijgers the place to be. Het is voor hen het Leidseplein buiten de Amsterdamse ring. Hier ontmoet een nieuwe generatie Amsterdammers, veelal met een Turkse of Marokkaanse achtergrond, elkaar in een van de alcoholvrije horecagelegenheden. Familierestaurants met gerechten uit de Turkse stad Konya of baklava uit Gaziantep – dicht tegen de grens met Syrië –, hippe hamburgertenten en steak houses. Obers, mannen en vrouwen, gekleed in trendy horecakleding, bewegen zich soepel in een modern interieur van hout, staal of glas. Het publiek is divers: van jong tot middelbaar, man en vrouw, met en zonder hoofddoek. Net als het bedienend personeel spreken ze een mengeling van talen: Nederlands, Turks, Berbers, Koerdisch, Arabisch.

Bij de parlementsverkiezingen vorig jaar schoot in dit stadsdeel de politieke beweging DENK stormachtig uit de startblokken. Ruim de helft van de inwoners (151.677) heeft een niet-westerse achtergrond. In een aantal wijken vergaarde DENK een krappe dertig procent van de stemmen. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen draait het, gezien de demografische ontwikkelingen, in nog belangrijker mate om de gunst van kiezers met voorouders van elders maar geboren en getogen in Nederland. Het zijn kiezers met een koppelteken én een moslimidentiteit, zoals de clientèle op het drukke Plein 40-45. Ze gaan uit en willen gezien worden. De vraag is of de landelijke trend zich voortzet: geven ze hun vertrouwen aan DENK en hoe groot is de groep die de gevestigde partijen nog steeds het voordeel van de twijfel gunt?

DENK is populair in moslimgemeenschappen, maar zeker niet iedere Turkse of Marokkaanse Nederlander, de twee grootste minderheidsgroepen, stemt erop – noch in Amsterdam, noch in de middelgrote steden. Een meerderheid vinkte vorig jaar een andere partij aan of bleef thuis. Blijft dat ook zo in lokale verkiezingen nu een nieuwe stem in het politieke krachtenveld zich onstuimig manifesteert en notoire thuisblijvers activeert? In Amsterdam staat DENK in de peilingen op twee van de 45 gemeenteraadszetels. Maar gemeten naar de resultaten van de afgelopen parlementsverkiezingen kunnen dat er ook zomaar drie of vier worden.

In Nieuw-West werd de grote naoorlogse stadsuitbreiding gerealiseerd onder leiding van de beroemde stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren en geïnspireerd op de Londense wijk Hampstead, een halve eeuw eerder. Het karakter van het tuindorp dat het ooit was, bleef behouden: grasveldjes, tuinen en parken lopen in elkaar over en omspoelen flatgebouwen. Zo anders dan bijvoorbeeld de Jordaan in de Amsterdamse binnenstad, met benauwde straten en nauwelijks groen. Maar wat vooral opvalt na anderhalve maand rondstruinen en een veelheid van gesprekken is dat het beeld van Nieuw-West in belangrijke mate wordt bepaald door inwoners met een niet-westerse achtergrond en de politieke discussies die zij voeren.

Ongeacht op welke partij ze stemmen, ze maken dezelfde analyse van de problemen waarmee ze worstelen. In hun jeugd gaan ze veelal naar de slechtste scholen; ze krijgen te vaak een laag schooladvies; ze komen moeilijk aan een stageplaats; ze lopen aan tegen discriminatie op de arbeidsmarkt en de werkvloer en ze worden geweerd uit het uitgaansleven. Ze voelen zich niet geaccepteerd waardoor de afstand tot Nederland groeit. Het verschil zit in hoe ze menen dat de problemen moeten worden aangepakt. Vanuit de moslimzuil die na 9/11 geleidelijk is ontstaan en waarvan DENK een exponent is, of vanuit bestaande partijkaders als pvda, GroenLinks, d66 of de SP die hún problematiek wel erkennen maar de oplossing ook deels op het bordje van de moslimmigrant zelf leggen.

‘Het is tegenwoordig in Nederland niet heel leuk om moslim te zijn’, zegt Sofyan Mbarki. Hij heeft een Marokkaanse achtergrond en staat tweede op de lijst van de pvda in Amsterdam. ‘En dat geldt zowel voor de Turkse als de Marokkaanse groep.’ Hij koppelt het verhaal van Nieuw-West waar DENK vorig jaar gemiddeld 19,4 procent van de stemmen binnenhaalde – met uitschieters in wijken als Slotermeer, waar ook Plein 40-45 ligt, van bijna dertig procent, tegenover de algemene score van de pvda van 7,3 procent – aan het landelijke beeld: ‘De opkomst van rechts heeft ervoor gezorgd dat ook de progressieve partijen naar rechts zijn opgeschoven.’ Maar zegt hij: ‘Ik ben geen socialist, geen liberaal, maar een sociaal-democraat. Ik zit niet alleen voor mezelf in de politiek, maar ook voor anderen die het minder goed hebben. De essentie van de sociaal-democratie gaat uit van de seculariteit van de staat, maar er is ruimte voor religieuze uitingen en verdieping.’

Hij schetst zijn jeugd in Slotervaart, een wijk in Nieuw-West: ‘Ik zat op het Hervormd Lyceum West. Dat was toen een gemixte school. En later ben ik daar docent geworden. Toen was die school in rap tempo verkleurd. Degenen die daar het meest last van hadden, waren de docenten. Die rouwden om de witte leerling die er niet meer naartoe ging. Ik heb daartegen geageerd: je doet de leerlingen te kort die er nu op zitten.’

Volgens Mbarki doet het ook geen recht aan een andere realiteit: in de verschillende etnische groepen zijn verschillende sociaal-economische klassen ontstaan. ‘Je hebt de kinderen van ondernemers en vastgoedjongens op Plein 40-45. Die zijn lid van sportverenigingen en krijgen bijles. En je hebt kinderen die in armoede opgroeien. Het is allesbehalve een homogene groep.’

Recente onderzoeken bevestigen dat een groot deel van de tweede generatie hoger is opgeleid en rijker is dan hun ouders. Dat geldt ook voor Amsterdam, al is er volgens bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek (ois) van de gemeente ook een alarmerende groep in de tweede generatie die achterblijft: veertig procent van de jongeren in Nieuw-West is laagopgeleid, dertien procent van hen verlaat zonder diploma de school tegenover respectievelijk 32 procent en acht procent gemiddeld in Amsterdam. Laagopgeleide Amsterdammers met een niet-westerse achtergrond vormen ook de groep die het minste vertrouwen heeft in de Amsterdamse politiek.

Yassmine El Ksaihi, nummer acht op de kandidatenlijst van d66 in Amsterdam met een Marokkaanse achtergrond, heeft hier wel een verklaring voor: ‘Menigeen zit alleen in het eigen etnische netwerk, waardoor ze de zaken moeilijk in perspectief kunnen zetten. Een dergelijke bubbel van gelijkgestemden zie je overigens ook bij veel andere religieuze groepen terug.’ DENK speelt daar, aldus El Ksaihi, bijzonder goed op in. ‘Ze weten haarfijn welke thema’s in hun achterban spelen. Maar er is ook een groep, en daar hoor ik bij, die zegt: ik vind wonen ook heel belangrijk en ik wil niet voortdurend aangesproken worden op mijn etnische achtergrond.’

d66-lijsttrekker Reinier van Dantzig hamert op de noodzaak van een tegengeluid. ‘Wat mij betreft zijn we allemaal Amsterdammers, Nederlanders. Het maakt me geen donder uit waar je opa vandaan komt, we accepteren je op je kansen. We kijken naar je toekomst, niet naar je afkomst. En is dat in de praktijk ingewikkeld? Ja, want discriminatie is een hardnekkig gif. Je kunt niet op een knop drukken en het verdwijnt. Het enige wat je kunt doen is het keihard aanpakken.’ >

Mourad Taimounti, lijsttrekker van DENK in Amsterdam met een Marokkaanse achtergrond, glimlacht als we hem in het partijkantoor in Nieuw-West spreken. ‘Ik heb jarenlang meegedaan aan de discussie dat je zelf verantwoordelijk bent voor je geluk, dat mensen met een biculturele achtergrond zich moeten invechten. Op een gegeven moment ging ik ook zo denken.’

‘Na tien jaar van racisme en islamofobie verwoordt eindelijk iemand wat moslims denken en voelen’

Met voorkeurstemmen werd hij in 2002 stadsdeelraadslid voor het cda in een wijk in Nieuw-West. Tot hij om zich heen ging kijken, onderzoeken doorspitte en concludeerde dat het probleem wel degelijk ook aan de andere kant zit. Het schort aan acceptatie. ‘Ik had er redelijk lang voor nodig om het licht te zien. Ik zeg niet dat alles aan witte Nederlanders ligt, het is een en-en-verhaal. Maar ik zeg wel dat we in de laatste fase van de integratie zitten. Wat nog ontbreekt is acceptatie. Op dat stukje acceptie zet DENK in.’ Hij onderkent dat bestaande partijen zich al jaren druk maken over zaken als discriminatie. ‘In stadsdelen als Nieuw-West vragen met name jonge kiezers zich af wat er met al dat praten is bereikt.’

DENK pompt een andersoortige energie in het electorale landschap van Nieuw-West. De nieuwe politieke beweging woelt bloot hoe complex en polariserend het is om de diverse verhaallijnen van de stad te tonen. 28 partijen doen er deze keer mee aan de gemeenteraadsverkiezingen, met Forum voor Democratie en DENK als extreme nieuwkomers.

‘DENK voorziet eerst en vooral in een psychologische behoefte: na tien jaar van racisme en islamofobie verwoordt eindelijk iemand wat moslims denken en voelen. Dat is hun primaire rol’, vertelt Tayfun Balcik als we met hem door het stadsdeel wandelen. Hij heeft een Turkse achtergrond, zet zich in voor een dialoog tussen Koerden en Turken in Nederland en woont al zijn hele leven in Nieuw-West. ‘De partij is het product van het falende Nederlandse systeem om nieuwkomers een plek te gunnen. Daarop heeft DENK gekapitaliseerd.’

De partij kanaliseert het groeiende ongenoegen van moslimmigranten, betrekt jongeren via de sociale media bij de politiek, legt het oor te luisteren bij moskeeën en etnische organisaties en geeft migranten met een niet-westerse achtergrond de publieke stem die hun wordt ontzegd. Dat dempt de pijn over de nonchalance waarmee hun problemen door de gevestigde orde worden gebagatelliseerd.

DENK maakt discussie mogelijk en geeft veel jongeren van Nieuw-West een eigen stem, zegt ook Mustafa Simsek van de jongerenafdeling van de Turks-islamitische beweging Milli Görüs. ‘Ze hameren op de voordelen van de dubbele nationaliteit. Dat wordt gewaardeerd door de achterban. Andere partijen worstelen daarmee. Ze hebben geen visie op vraagstukken van burgers met een biculturele nationaliteit. Mensen zoals ik die zowel trots zijn op hun Turkse achtergrond als hun Nederlanderschap. Veel partijen zijn in de retoriek van de rechtse pvv van Geert Wilders meegegaan, waardoor onze tweede nationaliteit wordt geproblematiseerd.’

Volgens Omer Karaca, eveneens van Milli Görüs, is de balans zoek. ‘Moslimjongeren krijgen het gevoel dat ze moeten assimileren om geaccepteerd te worden. DENK zorgt voor een nieuwe balans in de discussie door aan te geven dat het draait om wederzijdse acceptatie en participatie.’

Recep Konuksever, voorheen bestuurder van de jongerenafdeling en nu lid van het algemene bestuur van Milli Görüs Noord-Nederland, vindt het verfrissend dat hij zich nu kan identificeren met politici in de Tweede Kamer. ‘DENK benadrukt in de belangrijkste politieke arena dat we zijn wie we zijn en dat jij ons dient te accepteren. Ze vechten voor onze plek. Wij gaan ons niet aanpassen op basis van de vooroordelen die over ons leven. Dat wij de veroorzakers zouden zijn van de problemen. Wij stellen eisen.’ DENK-lijsttrekker Taimounti: ‘Deze generatie zegt: ik heb rechten, ik ben hier geboren en opgeleid, ik doe mijn stinkende best en mag ik dan ook mijn mening ventileren, meebeslissen? In die fase zitten we nu. Onderschat niet wat voor talenten er in deze generatie zitten.’

We horen het steeds, van voor- en tegenstanders: DENK blaast weer leven in het politieke bewustzijn van menigeen in Nieuw-West. Het viel jongerenorganisatie Argan vorig jaar bij de parlementsverkiezingen al op. ‘Dat had vooral te maken met de slimme strategie van DENK’, legt projectleider Hasna Elbaamrani uit. ‘Ze maakten intelligent gebruik van sociale media.’ Argan houdt de sociale media goed in de gaten om te weten wat er in de stad speelt. Er was voor de verkiezingen zoveel activiteit rond politieke onderwerpen, dat had Elbaamrani nog niet eerder gezien. ‘In de wekelijkse vlogs van DENK zat veel humor. Het maakte ze menselijk en dat spreekt aan. Jongeren zien politici als afstandelijk en kil, maar DENK is dat juist niet, is benaderbaar. Ze kennen de leefwereld van deze jongeren en spelen daar via sociale media heel goed op in.’

Ook Aslihan Öztürk, studente aan de UvA en opgegroeid in Nieuw-West, merkte hoe gretig migrantenjongeren zich overgaven aan de oproer die DENK veroorzaakte. De partij werd een trending topic in haar netwerken. Kennissen en oud-klasgenoten spraken haar erop aan. Iedereen was rond de parlementsverkiezingen nieuwsgierig naar wat de ander ging stemmen, wat ze van DENK vonden. De nieuwe politieke interesse vertaalde zich in een sterke stijging van het opkomstspercentage. In 2012 stemde iets meer dan zestig procent in Nieuw-West voor de Tweede Kamer, vijf jaar later was dat bijna 72 procent, een van de grootste stijgingen in de stad. ‘Je merkt dat jongeren uit deze buurt graag ergens bij willen horen’, is de verklaring van Elbaamrani van Argan. ‘Als je continu het gevoel krijgt dat je wordt uitgesloten, zoek je naar verbroedering.’ Tegelijk is het electoraat van DENK kritisch en pragmatisch. De projectleider herinnert zich dat vorig jaar bij een debat met DENK-voormannen een jongeman met een Marokkaanse achtergrond opstond en zei: ‘Matig alstublieft de toon. Ik moet me continu verantwoorden waarom ik op DENK stem en dat wil ik niet.’ Maar, benadrukt ze, ‘ik spreek ook veel jongeren die zich juist heel erg kunnen vinden in die scherpe toon. Ze voelen zich al heel lang ongelijk behandeld en zijn klaar met dat zoetsappige. Ze hebben iemand nodig die zegt waar het op staat.’

Medium plein 40 50 10
Amsterdam, 18 februari, Plein 40-45

We kozen ook voor Nieuw-West om de stormachtige opkomst van DENK te duiden omdat het stadsdeel ontmoetingsplekken kent als Plein 40-45. Absoluut geen iconische blikvangers, maar op geheel eigen wijze klontert het immateriële hier samen met een nog grotendeels onderbelichte materiële werkelijkheid. Net zoals ze naar de opkomst van DENK kijken, typeren de bezoekers van Plein 40-45 ook hun sociale leven buiten de deur als het toppunt van integratie: je zondert je niet geheel af van de samenleving maar doet mee op eigen voorwaarden.

Yusuf Altuntas, bestuursvoorzitter van Milli Görüs Noord-Nederland, trekt een vergelijkbare parallel. ‘Als je na vijftig, zestig jaar geworteld raakt, zet je eigen instituten op. De eerste generatie paste zich aanvankelijk aan, maar werd na 9/11 geconfronteerd met islamofobie en buitenlanderhaat. De problemen stapelden zich op en er ontstond onvrede. En dan ga je zoeken naar een partij die dicht bij je staat. DENK heeft dat momentum goed aangevoeld’, zegt hij.

‘De Turkse bubbel in Nederland is inmiddels zo ver uitgegroeid dat menigeen autochtone Nederlanders niet meer nodig heeft’

Het stadsdeel kent een onbestemde mengeling van nieuwbouw en oudbouw, van hoge en lagere flatgebouwen. Autochtone Nederlanders trokken er een kwart eeuw geleden al grotendeels weg en geleidelijk ook de inwoners van Surinaamse origine. Nu wonen er vooral Turkse en Marokkaanse Nederlanders, aangevuld in de afgelopen jaren met een nieuwe instroom van studenten. Flatgebouwen in de sociale huursector worden opgesplitst in kamers, veelal boven winkelgalerijen. Hierdoor ontstaat een nieuw type segregatie. Maar het is er ook levendig, zoals op Plein 40-45.

Vooral Turks-Nederlandse ondernemers ruiken kansen. De etnische markt is klaar en draagkrachtig genoeg voor horeca met een duidelijke moslimsignatuur: zonder alcohol en met waterpijpen. Het is inmiddels booming business nu meer en meer jongeren zowel willen meedoen in de Nederlandse samenleving als hun eigenheid willen uitdragen. Gevechten om de beste plekken rond Plein 40-45 worden tot in de rechtbank uitgevochten. Ook etnische ondernemers zijn gefocust op het hedendaagse belang van design als onderscheidende blikvanger. Hoe het eten wordt opgediend, hoe het interieur eruitziet. Daar nemen klanten foto’s van en die zetten ze op sociale media. Hé, ik ben op een leuke plek. Dat trekt nieuwe klanten aan. Vrienden en familieleden, tot aan Arnhem en Eindhoven, willen ook op Plein 40-45 gezien worden.

De Turks-Nederlandse studente Aslihan Öztürk vertelt: ‘Voor moslims is het vanzelfsprekend dat ze in gelegenheden willen rondhangen waar geen alcohol wordt geschonken en waar halal wordt gegeten.’ Menigeen komt het stadsdeel dan ook nauwelijks nog uit om in het centrum van Amsterdam met vrienden koffie te drinken. Öztürk ziet het als een interessante en positieve wending. ‘Het was niet vanzelfsprekend voor moslimjongeren om tot laat in de avond op straat te zijn. En nu doen ze dat gewoon in hun eigen wijk. Op loop- en fietsafstand van hun huis. Het mag zelfs van hun ouders.’

Wat de horecabezoekers op Plein 40-45 bindt en deels samenbrengt met DENK is hun moslimidentiteit, maar het is allerminst een homogene groep. Het plaatje is zelfs redelijk complex. De belangrijkste scheidingen lopen langs etnische lijnen. De integratie van Turkse Nederlanders gebeurt volgens Altuntas, bestuursvoorzitter van Milli Görüs Noord-Nederland, in tegenstelling tot Marokkaanse Nederlanders niet op individuele basis maar collectief. De Turks-Nederlandse gemeenschap kent een rijke en brede organisatiestructuur. ‘Zo ruziën we bijvoorbeeld niet langer met de bestaande politieke partijen waarom kandidaten met een Turkse achtergrond geen echte kansen krijgen, maar organiseren we onderling dat ongenoegen.’

Sofyan Mbarki van de Amsterdamse pvda merkte dat al toen hij voor de klas stond. ‘Turks-Nederlandse jongeren zijn zelfvoorzienend. In no time hebben ze een stageplek in het dynamische Turks-Nederlandse ondernemerscircuit. Voor Marokkaanse leerlingen is dat toch echt een probleem.’ Stellig: ‘Marokkaanse leerlingen ervaren veel meer discriminatie. Ik denk dat Turkse jongeren minder beschadigd zijn dan Marokkaanse jongeren. De Turken hebben een ander probleem: zonder de gemeenschap hebben ze veel moeite om aan te haken bij Nederland in den brede. Er bestaat inmiddels echt een Turkse zuil waarin je je onder kunt dompelen. Zeker tot je achttiende. Er zijn stageplekken, Cito-ondersteuning, huiswerkbegeleiding.’

Waarom wordt de individuele manier waarop Marokkaanse Nederlanders integreren maar niet opgepikt? ‘Omdat het integratievraagstuk de afgelopen jaren heel erg benaderd werd vanuit het idee: van wie hebben we het meest last?’ meent Mbarki. ‘We kwamen tot de conclusie dat de Marokkaanse groep blijkbaar het slechtst is geïntegreerd. Maar als je echt kijkt, dan zie je dat juist de Marokkaanse jongeren meedoen. En als je meedoet, ontstaat wrijving.’

Die groeiende zelfvoorziening onder Turkse Nederlanders kent ook schaduwkanten. ‘De Turkse bubbel in Nederland is inmiddels zo ver uitgegroeid dat menigeen autochtone Nederlanders niet meer nodig heeft’, zegt Nazmi Türkkol, advocaat in Amsterdam met een Turkse achtergrond. ‘Ze hebben Turkse slagers, winkeliers, advocaten, artsen, noem maar op.’

Medium plein 40 50 11
Amsterdam, 18 februari, Plein 40-45

Religie als bindende factor, het blijft zich opdringen. Tayfun Balcik spreekt liever van moslimsolidariteit binnen de Nederlandse context. DENK dient de belangen van conservatieve moslims, de wortels van de partij liggen in sterke mate in het conservatieve deel van de Turks-Nederlandse religieuze gemeenschappen. Die zijn, in tegenstelling tot de Marokkaans-Nederlandse moslims, bijzonder goed georganiseerd via Turks-islamitische koepels.

‘In de moskee praat je met honderden mensen tegelijk’, zegt Türkkol. ‘Hoe wil je het als politicus beter hebben?’ Bovendien is er al enige jaren en zeker na de mislukte coup in de zomer van 2016 een zekere verbroedering aan de gang in het Turks-islamitische landschap. De sterke rol van de regerende AK-partij in Turkije als paraplu voor niet alleen de religieus-conservatieve maar ook voor de nationalistische stem heeft dat proces versterkt – ook hier in Nederland.

Recep Konuksever van Milli Görüs: ‘De scheidslijnen waren keihard, maar in onze generatie is dat anders. Wij kunnen best omgaan met verschillen.’ De rode draad is religie, er is een groeiende behoefte aan kennis over de islam onder moslimjongeren, maar ook aan emancipatie. ‘Je wilt ook iets bijdragen aan de samenleving. Bijvoorbeeld een schoonmaakactie in de wijk.’ De islamitische koepels, zowel de Marokkaans- als de Turks-Nederlandse, geven publiekelijk geen stemadvies. Ook niet voor DENK. Konuksever: ‘We hebben geen idee hoe de partij zich ontwikkelt. We willen dan ook niet met hen worden verknoopt. We wijzen erop dat stemmen een maatschappelijke verantwoordelijkheid is.’

Volgens advocaat Türkkol is dat ook niet nodig, de tamtam is krachtig genoeg. Hij stapte vorig jaar rond de parlementsverkiezingen in een taxi van een chauffeur met een Pakistaanse achtergrond die hem toevertrouwde ervoor te hebben gezorgd dat zijn hele moskee op DENK stemde. ‘Hij was niet voor DENK of zo, maar wilde wel dat er moslims in de Tweede Kamer komen.’ Wat de DENK-jongens hebben laten zien, beargumenteert hij, is dat ze georganiseerd zijn, netwerken hebben en geschoold zijn. ‘Ze weten waar ze het over hebben. Ze hebben het momentum haarfijn aangevoeld.’

Dat juist een partij als de PvdA de emancipatie van migranten heeft losgelaten, de verheffing van onderop, hun kroonjuweel...

Vooralsnog is er voor al deze migrantenkrachten een plek binnen DENK. Ze passen naadloos in het profiel dat politicologen schetsen van hun achterban. Enkele grote lijnen: de partij is met name populair onder islamitische jongeren die op sociaal-cultureel gebied een conservatieve inborst combineren met progressieve denkbeelden over globalisering en diversiteit. De DENK-stemmer woont vooral in wijken met een hoge concentratie bewoners van Turkse en Marokkaanse afkomst, waar migrantenorganisaties en moskeeën garant staan voor een brede achterban en een sterke mobilisatiekracht.

Maar voor hoeveel binding religie ook zorgt, de etnische verschillen tussen de grootste moslimminderheidsgroepen in Nederland, de Turks-Nederlandse en de Marokkaans-Nederlandse, rechtvaardigen de vraag of DENK niet een gelegenheidshuwelijk is. Beschikt de partijleiding op termijn over genoeg stuurkracht om al die onderscheidende belangen te verenigen en te dienen?

Projectleider Hasna Elbaamrani van jongerenorganisatie Argan heeft er een hard hoofd in: ‘Het zijn twee aparte gemeenschappen. Ze hebben elkaar gevonden in DENK, maar verder is het los zand.’ Dat zien ze bij Argan ook terug in de jongeren die er komen. ‘Het is moeilijk om jongeren van Turkse afkomst te bereiken, dat gaat niet vanzelf. Ook de samenwerking met Turkse organisaties is een uitdaging.’ Voor haar is het bovendien een redelijk raadsel waarom politici in de gevestigde politieke partijen, zoals bijvoorbeeld Mbarki van de pvda – ‘een topvent, ik beschouw hem als heel oprecht’ – maar niet over het voetlicht krijgen dat ze dezelfde problematiek als DENK agenderen. ‘Maar dan wel op een andere toon.’

De populariteit van DENK in stadsdelen als Nieuw-West beïnvloedt de toon en inhoud van de campagne van de pvda in Amsterdam niet wezenlijk’, licht Sofyan Mbarki toe. ‘We nemen geen afstand van groepen met een deelbelang, maar we zijn geen one issue-partij. We vertegenwoordigen meerdere belangen.’ Hij gelooft dat er een kiezerspotentieel is dat zich thuis voelt bij dat bredere verhaal. ‘Wij zijn niet bezig met kortzichtig electoraal gewin. Wij hebben een visie voor de stad. Die is gebaat bij een zekere gemeenschappelijkheid.’ Hij vindt het mooi dat Mourad Taimounti, de lijsttrekker van DENK, roept dat het draait om acceptatie, maar ook naïef. ‘Daarmee zeg je: er zijn geen andere problemen. Er zijn écht problemen. In Nieuw-West is de jeugdwerkloosheid hoger dan elders. Als je dan zegt dat het gaat om acceptatie, dan zeg ik: niet alleen. Het is maar een deel van het verhaal. Steeds meer migranten zijn hoger opgeleid, maar een deel heeft geen enkel diploma. Acceptatie aan die groep aanreiken als oplossing is de grootst mogelijke onzin. Deze jongeren moeten bijgeschoold worden en een passende baan krijgen.’

Het potentieel van Nieuw-West wordt wel vergeleken met Kreuzberg in Berlijn of Brooklyn in New York, arme migrantenwijken die veranderden en verhipten. Na jaren van crisis wordt er volop gebouwd en gerenoveerd in het stadsdeel. Verspreid over de wijk zijn hotspots ontstaan, maar van een culturele infrastructuur is nog geen sprake. Het lijkt een kwestie van tijd. Debatcentrum Pakhuis de Zwijger opent er dit voorjaar een dependance en ook poptempel Paradiso zou plannen in die richting hebben. In onze zoektocht naar de brede achtergronden van de stormachtige opkomst van de DENK-stem spotten we de voorlopers van die mix van oorspronkelijke bewoners en nieuwe instroom. De onvermijdelijke gentrificatie van een veranderende bevolkingssamenstelling die leidt tot verdringing van de armere bewoners.

Ook vrijzinnige migranten blijven er hangen als ze zijn afgestudeerd en werken en tot de middenklasse gaan behoren. Nog zo’n realiteit in Nieuw-West die redelijk onder de radar blijft. Maar ook zij zijn gedesillusioneerd en teleurgesteld. Dat juist een partij als de pvda, waaraan hun (groot)ouders decennialang hun stem gaven, de emancipatie van migranten heeft losgelaten, de verheffing van onderop, hét kroonjuweel van de sociaal-democratie. In hun beleving is de pvda de afgelopen decennia met neoliberale politiek bezig geweest.

En ze zijn gekwetst door de koloniale houding van sociaal-democratische kopstukken als oud-ministers Lodewijk Asscher en Jeroen Dijsselbloem. Alsof migrantengemeenschappen enkel bestaan uit laagopgeleiden met een religieus-conservatieve inborst. Ze vragen zich af hoe het mogelijk is dat het de top van de rode familie is ontgaan dat er een nieuwe generatie is opgestaan van mensen die lezen, Engels spreken. Welbespraakte mensen die dwars door hun neerbuigendheid prikken en zien dat fractieleider Alexander Pechtold van d66 zich wel naar de interruptiemicrofoon rept als pvv-leider Geert Wilders fulmineert tegen moslims en migranten.

Emre Unver herkent de pijn. Hij groeide op in Geuzenveld, aan de rand van Nieuw-West, en zit sinds 2006 voor de pvda in de Amsterdamse raad, en kort als vervanger in de Tweede Kamer. Hij staat niet opnieuw op de kandidatenlijst. Na drie raadsperioden is het voor hem helder: ‘Als je vandaag de dag sukkelt op zo’n belangrijk thema als identiteitsvraagstukken, dan ga je onderuit.’ Maar ook dat het falen van links om de stem van de nieuwe, beter opgeleide en draagkrachtiger generatie moslimmigranten in te lijven ten koste gaat van mensen zoals hij. Mensen met een vrijzinnige geest, die wars zijn van de nationalistische en conservatieve denkbeelden in het geboorteland van hun (groot)ouders.

Volgens hem hebben partijen als de pvda te lang de verschillen tussen de kernwaarden van links en de conservatieve signatuur van de huidige DENK-stemmer genegeerd. ‘Een groot deel van deze groep stemde in Nederland voor een progressieve partij die opkomt voor minderheden, terwijl ze in Turkije precies het tegenovergestelde deden. Als pvda moet je alleen met je eigen overtuigingen de boer op. Je probeert mensen aan je te binden met progressieve ideeën. Als je conservatieve waarden hebt, prima, maar stem dan gerust op een andere partij.’

Zoveel gekrakeel in een stad die bekend stond om haar linkse signatuur en weinig gepolariseerde gemeenteraad: politieke versnippering lijkt nu onvermijdelijk. Nog sterker dan in de afgelopen raadsperiode gaat het politieke midden een cruciale rol spelen in het besturen van de stad. Op onderscheidende manieren sprongen GroenLinks en d66 vorig jaar al in dat gat. GroenLinks leidde mensen met een migratieachtergrond op om in de gemeentepolitiek te gaan en zo in de haarvaten van de stad te kruipen. d66-lijsttrekker Van Dantzig riep collega-politici van DENK in de hoofdstad op niet mee doen aan de polariserende toon van de voormannen Kuzu en Öztürk. ‘Dat past niet zo bij Amsterdam’, waarschuwt hij opnieuw in een gesprek. ‘Wij zijn al sinds jaar en dag één stad.’

Volgens hem is polarisatie op geen enkele manier een oplossing voor de problemen die Amsterdam kent. ‘Discriminatie op de arbeidsmarkt los je niet op door te benadrukken dat we verschillende groepen zijn. We moeten juist de positieve kanten benadrukken: we hebben allemaal talenten. Diversiteit is een kracht. Tijdens de afgelopen raadsperiode is de jeugdwerkloosheid hier gedaald. Helaas nog niet genoeg in migrantengroepen, en dat is iets wat ons met DENK verbindt.’

De politieke dromen van de horecabezoekers op Plein 40-45 reiken verder dan een oproep tot samenwerking. Ze hopen op een cultuur-sensitieve premier zoals Justin Trudeau in Canada. Zolang dat niet het geval is, is DENK hun ‘redelijk’ alternatief.


Dit verhaal kwam mede tot stand met steun van Fonds 1877