Djinns uit de fles in Gaza

Gaza Stad - Ze kwamen in de lente als vuurvliegjes, die uit het carbon van de nacht leken te zijn geknipt. Duizenden djinns bezetten de straten, de huizen en de prikkeldraadversperringen van de Gazastrook. Het begon op 1 april 2010. De vijftigduizend inwoners van Deir al-Balah, een kuststadje in het midden van Gaza, werden opgeschrikt door onverklaarbare nachtelijke branden. Verschillende huizen gingen in as op. Nu zijn vuur en branden geen onbekend fenomeen want het stadje is een gewild doelwit voor Israëlische beschietingen en militaire aanvallen; niet in de laatste plaats omdat bewoners af en toe een Kassem-raketje op Israël afvuren. Maar Israël had met dit verhaal niets te maken. Volgens de Palestijnse nieuwsdienst Palpress waren boze djini’s - djinns in het Arabisch - de Gazastrook geïnfiltreerd.
In het islamitische Midden-Oosten geloven velen dat de wereld bevolkt wordt door geesten die we doorgaans niet kunnen zien. Volgens de koran zijn deze djinns, die al voor de mensheid bestonden, door God geschapen uit rookloos vuur. Er zijn goede en slechte djinns. In Gaza heeft men djinns die met kinderen spelen maar ook slechteriken die ongelukken veroorzaken en in het ergste geval mensen bezitten. In het tot de bedelstaf veroordeelde Gaza zijn de vernietigende acties van slechte djinns als een lopend vuurtje van dorp naar dorp gegaan en het regent klachten van onverklaarbare aard.
Maar er is licht aan het einde van de tunnel. Overal in Gaza rijzen de in exorcisme gespecialiseerde koranklinieken als paddenstoelen uit de grond. Voor een buidel sjeikels kan men zich laten behandelen voor hoofdpijnen, psychosen, onvruchtbaarheid en de uitdrijving van djinns, die volgens de helers de boosdoeners zijn van al het kwaad. Volgens Hamas, die in Gaza de scepter zwaait, zijn die helers charlatans en de Hamas-politie heeft er al dertig opgerold.
Een jaar later en het is weer lente. Op een slonzig bed ligt een magere, wat oudere man op zijn rug. Worstelende benen, voeten iets naar buiten gekeerd, zijn armen wurgen zijn romp. De geur van wierook zweeft als een zoet parfum door de schemerige ruimte. Een exorcist buigt zich over de man en slaat hem met een stok in zijn zij en tegen zijn voeten. De patiënt kreunt. ‘Er is geen andere God dan Allah. In de naam van Allah, verlaat hem, jij djinn!’ dreigt de heler. Eens zal Gaza vrij zijn van alle natuurlijke en bovennatuurlijke bezettende machten, bidden de Gazanen. Vooralsnog herinnert de kartonnen doos op de formica tafel naast de deur aan concretere beden. 'Vergeet u niet te betalen?’ staat er op het handgeschreven kaartje.