Economie

DNB-CBS: 1-0

Afgelopen donderdag ontstond er opschudding door een opmerkelijke studie van het CBS en door de assertieve mediapresentatie ervan door zijn hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen – hij schreef vorig jaar het boek Met ons gaat het nog altijd goed. Zijn longread begint met de zin: ‘Sinds enkele jaren bestaat het idee dat het inkomen van Nederlanders duidelijk achterblijft bij de groei van de economie.’ Wat volgt is een poging dat idee te ontkrachten.

Zijn boek had de ondertitel 8 sombere mythes over Nederland ontrafeld. Bij publicatie van de longread meldde Van Mulligen in de Volkskrant opnieuw dat hij ‘mythebestrijding’ als zijn taak ziet. Hij ontziet daarbij niemand, zelfs de president van De Nederlandsche Bank niet. ‘Ook bij mensen van wie je denkt, “die hebben er verstand van”, heerst nog vaak een beeld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid’, aldus de hoofdeconoom. Klaas Knot zei in zijn HJ Schoo-lezing vorig jaar september immers: ‘De afgelopen decennia is het besteedbaar inkomen van huishoudens namelijk minder hard gegroeid dan de economie als geheel.’

Het opmerkelijke is dat Knot daarbij dezelfde grafiek liet zien als Van Mulligen in zijn stuk (maar dan vanaf 1995; Van Mulligens cijfers gaan terug tot 1969). En het valt niet te ontkennen: het aandeel van het besteedbaar inkomen van huishoudens in het beschikbaar bruto binnenlands product daalde van 2001 tot 2008 en is nooit meer bijgetrokken. Knot had gelijk, Van Mulligen niet. En het gaat echt om veel geld. Had die daling niet plaatsgevonden, dan was het besteedbaar jaarlijks inkomen per Nederlander nu ruim 2500 euro, tien procent, hoger.

Ik raakte bezorgd over de status van het CBS

Van Mulligen keert zich in zijn stuk tegen een Rabobank-studie uit 2018 waarin gesproken werd van inkomens die al veertig jaar stilstaan. Dat klopt volgens zijn cijfers niet, en dat is natuurlijk een welkome correctie. Heeft hij in de opwinding daarover de achterstand sinds 2001 over het hoofd gezien? Nee, want hij gaat er uitgebreid op in. Kort gezegd: hij telt de gestegen ziektekostenpremies, waardoor het beschikbaar inkomen daalde, daar weer bij op. Je mag blij zijn, redeneert Van Mulligen, dat de staat daarvan zoveel zorguitgaven betaalde. Dat was eigenlijk inkomen in natura. Op die manier waren er volgens hem tóch geen achterblijvende inkomens, zoals hij ook behulpzaam toont in een aangepaste grafiek.

Ja, zo ken ik er nog één. We laten alle huishoudens de 8,5 miljard die het kabinet aan het onderwijs heeft toegezegd betalen, middels een nieuwe ‘klastaks’. We zullen het flink voelen in de portemonnee, maar niet geklaagd. De hoofdeconoom van het CBS telt dit fictief weer bij het inkomen op, zodat we onder de streep niets verliezen. Althans, in de aangepaste grafiek, want huishoudens hebben dan toch echt minder te besteden. Dit is dus de reden dat Knot, die hier nooit op kwam, een ‘beeld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid’ heeft, volgens de zelfbenoemde myth buster.

Op dit punt in de longread gekomen begon ik me echt zorgen te maken. Niet zozeer over de berekening van Van Mulligen, die wordt wel gecorrigeerd. Maar over de status van het CBS, waar we heel zuinig op moeten zijn. ‘De inkomens liepen achter op de groei, zo werd gedacht. Maar niet door het CBS’, kopte NRC Handelsblad daags na het verschijnen van de studie. Wacht even, dacht ik, het CBS? Nee, dit stuk werd geschreven door die man van ‘met ons gaat het nog altijd goed’. Het is natuurlijk heel vervelend dat ik zo denk, want als het goed is maken we geen onderscheid tussen het CBS als instituut en CBS-medewerkers die longreads schrijven voor het CBS. Maar Van Mulligen zet hier de teneur van zijn boekje voort, en al even weinig overtuigend. Want wat zegt de hoofdeconoom over de andere reden van die achterstand – het feit dat het gat na 2008 niet meer groeide, maar ook nooit meer gedicht werd, ondanks de lage werkloosheid? Niets. Alsof dit geen verklaring behoeft, hoewel economen hierover toch felle discussies voeren. In zijn aangepaste grafiek is het gat immers nooit ontstaan, dus dat het in de echte wereld zo hardnekkig was, daar buigt Van Mulligen zich niet over.

Gelukkig hebben we nog andere publieke figuren, zoals Klaas Knot, die het wel opmerken. Waarom hij wel? In de HJ Schoo-lezing zegt hij: ‘Ik was een jongen van een jaar of vijftien en zag avond aan avond op de televisie het nieuws over de faillissementen. En ik zag ook de sociale gevolgen, soms van heel dichtbij. Het was het begin van een levenslange interesse voor de economie.’ Toen die jongen een man geworden was, zag hij dat de inkomens van Nederlanders al decennia achterbleven, en zei het. ’t Is maar net wat je startpunt is.