Muziek in het werelddorp

Do It Yourself

Ondanks alle revolutionaire veranderingen die het internet heeft teweeggebracht, lijkt de muziekcultuur van de underground toch veel op die van de jaren tachtig.

EEN PAAR jaar geleden was ik in Oslo voor het by:Larm-festival. En ik zag een hoop hippe jongeren rondlopen met oversized goedkope plastic zonnebrillen en jaren-tachtig-retro-kleren. Het was wonderlijk - ze zagen er precies hetzelfde uit als de coole jongeren die ik in het Williamsburg-gedeelte van Brooklyn zag, hier in New York City. Op een of andere manier was een modetrend die begon in Williamsburg vrijwel direct zesduizend kilometer over de oceaan gevlogen naar Noorwegen, en naar een hoop andere landen. Overal op het westelijk halfrond zagen hipsters er precies hetzelfde uit, zonder ook maar de kleinste regionale variatie. Eindelijk had Marshall McLuhan helemaal gelijk gekregen: we leven in een global village, een werelddorp.
Tegenwoordig bezoekt iedereen dezelfde websites en pikt dezelfde aanwijzingen op over wat te dragen en waarnaar te luisteren. Het is een logische vraag of deze instant globalisering van de undergroundcultuur één groot geheel zal maken, waardoor unieke regionale scenes tot het verleden gaan behoren.
Maar dit is geen nieuw verschijnsel. Tot eind jaren tachtig en begin negentig hadden lokale scenes in de Verenigde Staten geen duidelijk idee van wat andere wereldjes deden wat betreft dansstijlen, kleding, kapsels en alle andere dingen die bij undergroundcultuur horen. Als gevolg daarvan had elke stad en elk dorp zijn eigen stijl. Maar toen begon MTV de alternatieve rockcultuur te populariseren en maakte die meer uniform in Amerika en zelfs in de wereld omdat nu iedereen zag wat alle anderen deden. Zoals Mudhoney-gitarist Steve Turner me vertelde voor mijn boek Our Band Could Be Your Life: Scenes from the American Indie Underground 1981-1991: ‘Het ging van elk stadje dat zijn eigen kleine verhaal had naar min of meer dezelfde groep mensen in elk stadje.’
Toch bleven lokale scenes gedijen na MTV: Seattle, Olympia, Omaha en andere steden droegen hun eigen smaak bij aan de wereldwijde undergroundcultuur. Zelfs in het internettijdperk zijn lokale scenes nog steeds levend in de VS - kijk bijvoorbeeld naar Baltimore. Heel veel goede bands zijn de laatste tijd uit die scene omhooggekomen: Beach House, Dan Deacon, Double Dagger, Future Islands, Lower Dens, Ponytail, Wye Oak en diverse andere briljante artiesten waar je (nog) nooit van hebt gehoord, zoals Celebration, Co La en Ed Schrader. Het is geen toeval dat ze allemaal van dezelfde plek komen - dat is omdat er een zeer levendige lokale scene in Baltimore is. Voor zo'n kleine stad - ongeveer 620.000 mensen - herbergt het veel DIY-ruimtes, Do It Yourself-plekken, en het kunstcollectief Wham City heeft een platenlabel opgezet en vijf jaar lang een zeer populair jaarlijks muziekfestival georganiseerd. Als er zo'n infrastructuur is, komen verschillende soorten kunstenaars bij elkaar om ideeën uit te wisselen en samen te werken.
Of kijk naar Portland, Oregon, of de grote kahuna van muziekwereldjes, Williamsburg. En dat zijn nog maar de grotere, meer bekende scenes; de meeste steden in de VS, vooral die met een grote universiteit, hebben hun eigen onafhankelijke kunstenaarsgemeenschappen. Onvermijdelijk zal een ervan binnenkort opborrelen in het algemene bewustzijn.
Lokale muziekwereldjes bieden niet alleen plekken om te spelen met zeer weinig artistieke of commerciële druk, maar ook vaak plekken om opnamen te maken, en zelfs plekken om te werken en plekken om te wonen. Dat krijg je allemaal niet van een website. Ondanks hogesnelheids-internetverbindingen en videoconferencing en YouTube en al die andere dingen die voor het moderne leven een revolutie betekenen, bestaat er geen substituut voor persoonlijke intermenselijke interactie, voor praten, drinken, dansen, luisteren, muziek maken in dezelfde fysieke ruimte als andere mensen met andere ideeën en ervaringen, van wie sommigen misschien werken in andere artistieke disciplines zoals design, literatuur, beeldende kunst, videokunst, mode, et cetera. 'Inspiratie en samenwerking en reële ervaring gebeuren niet op het internet’, zegt Andy Stack van Wye Oak. 'De ware evolutie van een scene en de uitwisseling van ideeën vinden plaats tussen echte mensen in real time.’

IN DE PERIODE die Our Band Could Be Your Life bestrijkt, was hetzelfde aan de hand. Undergroundbands in lokale muziekwereldjes konden beter en beter worden buiten het vernietigende schijnsel van de spotlights van de media, gesteund door lokale labels, universiteitsradiozenders, platenwinkeltjes, plaatselijke studio’s en kleine clubs en alternatieve plekken. Als ze goed genoeg werden, en populair genoeg, konden die bands verder doorgroeien en regionale en vervolgens nationale tournees doen. Het was dit grassroots-proces van carrière-ontwikkeling - en niet bergen geld gooien naar nieuwe, onbekende bands en dan maar hopen dat ze populair werden - dat de muziekindustrie zou moeten veranderen tijdens de enorme opbloei van alternatieve rock. Natuurlijk viel de muziekindustrie snel terug in haar oude gewoonten en nu is ze op weg om uit te sterven. Maar de lokale grassroots-scene heeft niet alleen alles overleefd, ze bloeit zelfs meer dan ooit.
Maar er is een groot verschil tussen de aard van lokale muziekwereldjes toen en nu - ze worden vaak niet meer geassocieerd met een bepaald geluid. Nu bloeien nieuwe genres als chillwave en dubstep op bepaalde delen van het web in plaats van bepaalde delen van de aardbol. Ze worden geboren en bloeien in de online gemeenschap. En dat zou de toekomst kunnen zijn - online kun je aanhangers vinden voor zelfs de meest obscure muziek, hoewel het vaak een zeer abstract succes is.
Dus hebben fysieke gemeenschappen steeds meer een andere en fundamentelere rol te spelen. Dankzij toegang tot allerlei soorten muziek zijn muzikanten en luisteraars veel breder georiënteerd wat hun smaak aangaat - ze kunnen allerlei soorten muziek waarderen en hoeven zich niet door de groep waar ze bij horen te laten voorschrijven waar ze naar luisteren of wat ze spelen. Zo klinken de bands die elkaar steunen in het muzikale Eden van Baltimore meestal niet hetzelfde maar zijn ze toch zeer betrokken bij elkaar; leden van zeer verschillend klinkende bands zetten vaak samen zijprojecten op.
Maar dat is slechts één interessant verschil dat het internet heeft gebracht in de underground-muziekcultuur. Het internet heeft ook de omvang van de metaforische megafoon vergroot die bands kunnen gebruiken. In de jaren tachtig hadden undergroundbands dezelfde soorten kanalen als de bands van vandaag: tijdschriften, goedkope opnamen, radio en tv, een landelijke keten van zalen, muziekruil. Het verschil tussen toen en nu is het internet, dat de macht van al die instrumenten veel en veel groter maakt dan we ons ooit konden voorstellen.
Fanzines moesten met de hand worden ingetypt, gefotokopieerd en verstuurd; nu zijn er blogs, die vrijwel gratis zijn om te produceren en distribueren en in theorie een oneindig groot aantal mensen op de hele planeet kunnen bereiken. In plaats van studentenradio is er internetradio, dat ook vrijwel gratis is om te produceren en wereldwijd te distribueren. In plaats van naar bescheiden plaatselijke opnamestudio’s te gaan kunnen muzikanten nu briljant klinkende albums opnemen met alleen een laptop en een paar microfoons.
In vroeger tijden maakten muziekfans met veel moeite cassettes met een mix van nummers - ik zal het niet beschrijven, maar het kostte enorm veel tijd, en je kon maar één exemplaar tegelijk maken. Tegenwoordig is het enige wat je hoeft te doen een paar namen van nummers in een Spotify-playlist zetten en opnieuw kunnen in theorie oneindig veel mensen over de hele wereld de muziek direct horen.
In de jaren tachtig brachten bands albums uit op indie-labels, maar die labels waren werkelijk independent, onafhankelijk: ze hadden niet het enorme voordeel van de distributiemogelijkheden van grote labels om platen, cassettes en cd’s naar alle mogelijke winkels te krijgen, om maar te zwijgen van de macht om ervoor betaald te worden. Nu zijn er in de VS enkele heel grote indie-labels: Matador, Merge en Sub Pop, onder andere, en die hebben de distributieovereenkomsten van grote labels. Soms scoren die labels nummer-één-platen of gouden albums, wat in de jaren tachtig volstrekt ondenkbaar was.
In de jaren tachtig verkochten indie-bands weinig platen. Er was maar een klein publiek voor de muziek en ze hadden geen uitgebreide distributie. Bovenal waren de boekhoudpraktijken van indie-labels vaak niet wat ze moesten zijn. Dus vertrouwden bands niet op inkomsten uit platenverkoop om de huur te betalen - in plaats daarvan toerden ze zich een slag in de rondte. Zoals Minutemen-bassist Mike Watt het zei: 'De plaat is de flyer voor het optreden.’ Met andere woorden, het uitbrengen van een album was simpelweg een excuus om te gaan toeren, en on the road verdiende je meer geld dan met platenverkoop. Dat veranderde in de jaren negentig, toen indie-muziek opeens veel commerciëler werd. En nu is het weer zoals het vroeger was: met dramatisch gedaalde platenverkoop vanwege piraterij verdienen de meeste bands niet langer serieus geld met platenverkoop. Opnieuw moeten ze op tournee. Dus vandaag is alles hetzelfde. Alleen is het anders.

TOEN DE uit Austin afkomstige band de Butthole Surfers bekend werd, eind jaren tachtig, was toeren nog steeds moeilijk en betaalde niet goed. Zoals wordt beschreven in Our Band Could Be Your Life moesten ze vijf bandleden en hun hond in een kleine auto proppen en zo het hele land rondtoeren. Ze verdienden zo weinig geld dat ze op straat flessen en blikjes moesten rapen en inleveren voor het statiegeld, waarna ze van dat geld blikken bonen kochten. Tegenwoordig hoeft een band die in de positie van de Butthole Surfers is dat niet te doen. Het is veel makkelijker om een tournee van kust tot kust te boeken zonder veel vrije avonden ertussen. Prijzen van kaartjes zijn behoorlijk hoog en professionele boekingsagenten zorgen ervoor dat de bands een correct deel van de recette krijgen.
Een andere grote verandering is licensering. In de jaren tachtig wilden mainstream media geen indie-rock uitzenden - dat klonk te rauw en was te obscuur. Tegenwoordig willen reclamemensen en filmmakers juist dat indie-geluid omdat het staat voor authenticiteit en aanslaat bij een gewenste doelgroep. En indie-bands doen graag mee - het verkopen van een song voor een commercial is veel makkelijker en vaak lucratiever dan op tournee gaan. Niet veel bands lijken een ethisch probleem te hebben met het gebruiken van hun uit hun hart afkomstige kunst om consumptieartikelen te verkopen, zelfs producten die schadelijk zijn voor de gezondheid of het milieu. De rechtvaardiging is dat het geld hen helpt om door te gaan met muziek maken.
Opnieuw zou dit in de indie-underground van de jaren tachtig ondenkbaar zijn geweest, niet alleen omdat de mainstream cultuur de muziek afwees, maar omdat veel bands ethische problemen hadden om deel te nemen aan de middelmatige en soms schadelijke mainstream cultuur. Zo is het Amerikaanse sodaproduct Mountain Dew, dat vol cafeïne en suiker zit, berucht omdat het de tanden van kinderen in het Amerikaanse zuiden aantast, maar contemporaine indie-bands als Matt and Kim of Neon Indian hebben geen probleem het spul aan te prijzen voor het Green Label Sound-platenlabel van Mountain Dew.
Maar ondanks alle voordelen die hedendaagse bands hebben is er nog steeds veel te doen als je wilt slagen. Met exponentieel makkelijker opnamen van muziek, een meer georganiseerd tourneenetwerk en digitale distributie, komen er exponentieel meer bands. En dus om op te vallen in een overrompelend vol veld moeten muzikanten vele uren besteden om te doen wat ze kunnen: blogs bijhouden, tweets sturen en pagina’s op sociale media updaten; ze maken platenhoezen, doen interviews met talloze blogs, nemen gratis bonustracks op voor fans, maken YouTube-clips, en toeren meer dan ooit. Zelfs in een global village is het hard werken om succes te krijgen.


Michael Azerrad is Amerikaans muziekjournalist en auteur van Our Band Could Be Your Life. Op 16 september geeft hij een DIY Conference op Festival Incubate in Tilburg. Zie incubate.org

Vertaling Rob van Erkelens