De spagaat van Opland

Do svidanija, kapitan Rob!

Dat Rob Wout de belangrijkste politieke tekenaar van Nederland is geweest, daarmee vertel ik niets nieuws. Al blijft het de moeite waard even stil te staan bij de originaliteit, de durf, de chutzpa van een jongeman die het anno 1948, hartje Koude Oorlog, in zijn hoofd haalde om politieke prenten te gaan maken voor zowel de destijds nog solide paapse Volkskrant als voor de lichtjes fellow travellende Groene. Hoftekenaar zijn van Romme en de Derde Weg (die toen nog niet van Tony Blair was, maar even moedig als machteloos tussen Stalin en Truman heen trachtte te laveren), hoe kan dat nou? Opland heeft de spagaat volgehouden door helemaal niemand naar de mond te praten, maar zijn eigen koers te varen. Vermoedelijk was het niet uitsluitend zijn verdienste, maar toch wel een beetje, dat zijn beide vlaggenschepen elkaar in de jaren dat hij ze een smoel gaf ideologisch wat dichter zijn genaderd.

En godallemachtig, hij heeft zijn stempel op zijn tijd gezet! Politiek Den Haag sidderde voor de geestige moraliteiten waarop hij, op veilige afstand van het Binnenhof, maar met een feilloos gevoel voor wat zich daar afspeelde, de dames en heren politici dagelijks placht te trakteren. Nog dagelijks kom ik de sporen van zijn werk overal tegen. In het Den Uyl-archief, waar een Opland de voorkant van de index siert. In het net verschenen tweede deel van Giebels’ Soekarno-biografie, waar oom Luns, onder het toeziend oog van tante De Quay, het kleine Nieuw-Guineetje naar het Uno-weeshuis brengt. Veertig jaar oud, die prent, en nog steeds even leuk!

Waar ik hier echter speciaal aandacht voor wil vragen, is een iets minder bekend aspect van Oplands persoonlijkheid. Zijn grote liefde — en verdiensten — voor de Russische taal. Op dit punt mag ik een heel klein stukje van de eer opeisen. De Teleac-cursus die ik op mijn achttiende een paar maanden volgde, is dankzij Opland niet geruisloos aan feestvierend Amsterdam voorbijgegaan. Zdrastwoedje towarisj, (gegroet, kameraad), leerde je daar. Dat heb ik Opland een keer tijdens een Groene- borrel in zijn oor gefluisterd. De effecten waren oorverdovend. hij slingerde met luide stem het goed klinkende woord de ruimte in. Voortaan zou hij de talrijke redevoeringen en gezangen waarin hij excelleerde rijkelijk met flarden Russisch besprenkelen. Hij had daarvoor natuurlijk eigenlijk een hoge Russische onderscheiding moeten krijgen, onze eigen gereïncarneerde Gogol.

Had hij zijn liefde voor het verre Moederland niet al afdoende bewezen met de schitterende cover die hij in 1978 (gratis en voor niks, want dat deed hij, als je om een of andere reden aardig vond en je geen geld had) maakte bij die alleraardigste, bij de Socialistische Uitgeverij Amsterdam verschenen winkeldochter van Max van Weezel en mezelf, Ga dan zelf naar Siberië!!!?

Maar helaas, in het Kremlin zaten ze eerst te slapen en daarna stortte de boel daar gewoon in. Daarom bij dezen uit onze handen, waarde Rob, alsnog de Grote Rode Russische ster!

Ach nee, wat een onzin. Want het woord dat hier natuurlijk zou moeten volgen, is: Na zdarovje, gezondheid, proost. En dat hoeft niet meer.

Rob is niet meer bij ons, en ik was niet eens aan zijn ziekbed om do svidanija te zeggen. Verdomme gewoon allemachtig, weet je wel!

Tot ziens, lieve, lieve kapitein Rob!