Economie

Do the right thing

‘You can always count on Americans to do the right thing - after they’ve tried everything else.’ Wie de onderhandelingen in Washington over het schuldplafond volgt, zal niet begrijpen dat Churchill zo'n vertrouwen heeft gehad. Het is onbegrijpelijk dat Amerikaanse politici en met name de Tea Party-aanhangers de onderhandelingen zo op de spits durven drijven hoewel het mislukken ervan gevolgen heeft die niet te overzien zijn. Maar ze hebben het vertrouwen van Churchill niet beschaamd.

Het vertrouwen van Churchill in Amerikaanse politici bewaar ik voor Europese politici. Altijd lijkt Europa op het laatste moment en onder de grootst mogelijke druk op te staan, als er voor de politici geen andere mogelijkheid dan een historische doorbraak meer is. Zo is ook het akkoord over de aanpak van de (Griekse) schuldencrisis tot stand gekomen. De opluchting over het bereiken van een akkoord is groot geweest, bij de Europese leiders maar ook in de diverse media. Maar is het een historisch doorbraak? De Europese politici wekken graag de indruk van wel; zij worden niet moe om het belang van het akkoord te benadrukken. Mark Rutte is hierop geen uitzondering.

‘We hebben goede zaken gedaan’, concludeerde Rutte na afloop van de Europese top. Dat is nog geweest vóór zijn ontdekking dat de belastingbetalers niet 55 maar 109 miljard tot 2014 zullen bijdragen en nog vóór het nieuws dat de garanties aan de Europese Centrale Bank van zo'n 35 miljard er nog bij komen. Maar Mark Rutte zal zijn conclusie overeind houden. Die is vooral ingegeven door de bijdrage van banken. Zij zullen vrijwillig oude, kortlopende leningen in nieuwe, langlopende leningen omzetten en daarmee zo'n 54 miljard aan de financiering van de Griekse schulden bijdragen. Dit is in de media als belangrijkste onderhandelingswinst van Mark Rutte en zijn rechterhand Jan-Kees de Jager erkend. Die winst moet het verwachte verlies voor de belastingbetaler verzachten.

Maar de smart van de belastingbetaler wordt niet gedeeld door de banken. Tenminste niet vrijwillig. Jan-Kees de Jager heeft steeds aangedrongen op drang en zelfs dwang voor banken. Daarin heeft hij gelijk gekregen. De werkelijke, vrijwillige bijdrage van de banken is niet af te meten aan de omvang van de nieuwe leningen. Interessanter is de vergelijking tussen de marktwaarde van oude en nieuwe leningen. Dat laat zien hoeveel kosten de banken per saldo maken om te blijven lenen aan Griekenland. Volgens het IIF, het instituut dat de onderhandelingen namens de banken heeft gevoerd, moeten de banken zo'n 21 procent op de waarde van de oude leningen afboeken. Dat zou een aanzienlijke bijdrage genoemd mogen worden. Maar ook deze 21 procent is geen hard cijfer uit onverdachte hoek. Bij herberekening blijkt het niet meer dan een aanname te zijn dat de marktwaarde van de oude leningen hoog is, en van nieuwe leningen laag. Die aanname is nog niet zo vanzelfsprekend of redelijk. Terwijl van de oude leningen hoogst onzeker is dat Griekenland deze kan en zal terugbetalen, is van de nieuwe leningen de hoofdsom gegarandeerd. De looptijden van de leningen zijn verlengd maar het risico van wanbetaling is flink verkleind. Per saldo zijn banken nauwelijks slechter af of zelfs beter af, zo is de inschatting.

De smart van de belastingbetaler wordt nog vergroot als zal blijken dat de miljarden aan leningen geen soelaas bieden. Een structurele aanpak van de Europese schulden moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de schuldenlast van sommige landen omlaag en moet de groei in die landen omhoog, door hervormingen in combinatie met investeringen. Aan die voorwaarden voldoet het akkoord bij lange na niet. Zelfs Griekenland ziet de schuldenlast niet omlaag gaan. Het akkoord regelt hooguit dat de schuldenlast minder snel zal oplopen doordat de rente omlaag is gebracht. Maar dit maakt het niet waarschijnlijker dat Griekenland wel de schuldenlast kan dragen. Ondertussen ontbreekt het perspectief op Griekse groei. Als na twee lange jaren de economische krimp dit jaar tot een einde komt, zou dat al een prachtig resultaat zijn. Ondertussen groeit het verschil tussen het rijke en het arme Europa. Zonder een structurele en gezamenlijke aanpak blijft het probleem van Europese schulden doorzieken en blijft het gevaar van besmetting van grote landen als Italië en Spanje bestaan.

De Europese leiders hebben met het akkoord weten uit te stellen wat niet is af te stellen, namelijk een historisch akkoord over een structurele en gezamenlijke aanpak van de schulden in de eurozone. Maar het heeft mijn vertrouwen in Europese politici nog niet aangetast. Het is duidelijk dat Europa nog lang niet alles geprobeerd heeft. Het is duidelijk dat het nog te vroeg is voor een historische doorbraak. Maar het moment 'to do the right thing’ komt snel dichterbij.