Dobberen

Een raadselachtig grijsgroen werk van Toon Verhoef doet denken aan de snotgreen sea van Joyce.

OF ER NA de concentratie op solide, stevige vormgeving (in minimal art en toch ook bij Duitse schilders als Baselitz of Lüpertz) een terugkeer gaande is naar opnieuw het informele vraag ik me af. In Eindhoven (Van Abbe) was ik bezig met de herinrichting van een tentoonstelling uit 1983, en er moest een schilderij van Lucio Fontana worden gehangen, Concetto spaziale – en daar schuin tegenover een diepblauwe, monochrome Yves Klein. Ik heb geduldig gekeken om goed te zien hoe verschillend ze waren. Het poederachtige blauw van Klein absorbeert zoveel licht dat het donker wordt in het blauw, en wazig. Het doek van Fontana (grijzig wit) is langs de verticale middellijn (en links en rechts) druk geperforeerd met kleine gaatjes. Het patroon van die gaatjes, die donker zijn en zo het vlak ook tekenen, lijkt op een gestalte met flodderige ledematen, maar is voornamelijk onbestemd. Aan die verticale figuur, hoe abstract en vaag ook, wordt toch enig volume toegevoegd door korte vegen witte verf, onregelmatig neergezet of eerder achtergelaten, van boven naar beneden. Meer gewicht krijgt het beeld nog door talrijke brokjes gekleurd glas die op het oppervlak geplakt zijn. Enkele brokjes liggen dicht tegen de as van de figuur aan, andere waaieren als een stralenkrans naar buiten. De figuratie van dit schilderij bestaat uit drie lagen die er fysiek ook zijn, en dus niet als visuele illusie: diepte (gaatjes), oppervlak (verf) en reliëf (stukjes glas). Een heuse constructie met en van een helder concept, maar met visueel geheimzinnig resultaat.
Ik bedacht dat zulke werken van Fontana mij vroeger zo trefzeker en beslist voorkwamen, vooral natuurlijk die beroemde schilderijen waarin hij met een scherp mes letterlijk het vlak ruimtelijk opent en spannend maakt. Maar nu zag ik, in Concetto spaziale met de dwarrelende brokjes glas, ineens een labiel beeld op een fragiel oppervlak. Ik bleef naar het ding kijken omdat het zo intens rusteloos is. Meer dan ooit viel mij het informele wezen van Fontana’s kunst op.
Daarom raakte ik zo geïntrigeerd door een raadselachtig nieuw schilderij, zonder titel, van Toon Verhoef. Het zijn twee vreemde vormen die los in elkaar grijpen, of een vorm die langzaam, als een grote klodder, van boven in een andere vorm zakt. Ze zijn gemaakt met lange halen dunne verf. Normaal, als je als kijker een vorm wilt definiëren, zoek je naar een vorm die erop lijkt, maar veel verder dan klodder of werveling kwam ik niet. De vormen worden dus, denk ik, door zichzelf gedragen: een vrijwel vormloze accumulatie van wat dobberende streken van de brede kwast. De vorm is onbeschrijflijk en verwarrend en doet behalve aan Fontana ook denken aan de informele schilder Jean Fautrier. Ondertussen bracht de grijsgroene kleur mij een onvergetelijke typering van James Joyce in herinnering: the snotgreen sea – en toen was ik al snel bij dobberen en kabbelen. Toch blijkt dit raadselachtige schilderij, dat ook een fictieve versie is van een informeel beeld, geheel kunstmatig in elkaar te zijn gezet.
Als je maar genoeg inzoomt op iets figuratiefs wordt het vanzelf onherkenbaar abstract. Zo ontstond dit beeld eerst in een losse aquarel naar aanleiding van een afbeelding die ergens in het atelier rondslingerde. Verhoef heeft toen de configuratie in de kleine aquarel, met die typische waterverfstreken, nauwkeurig vergroot en in olieverf nageschilderd op het grotere doek. Vervolgens heeft hij zo’n kopie ook gemaakt op een zeer dunne en doorzichtige acrylfolie, maar in spiegelbeeld. Daarna is de folie met beeld naar binnen op het doek geplakt. Door een flinterdunne folie heen zien we dus twee zweverige beelden die vrijwel samenvallen. In dat gevoelige proces is een lichte verschuiving ontstaan; hier en daar zijn de contouren diffuus geworden. Verder in deze wonderlijke alchemie: het beeld op het doek is in grijs geschilderd, dat op de folie is groen. Door de dunheid van de verfopdracht daar kon het grijs door het groen gaan schemeren.
De onberekenbare toevalligheid van art informel is later veel jongere schilders gaan storen als te vrijblijvend. Maar nu blijkt toch dat die geheimzinnige, onvoorspelbare morfologie in hun hoofd is blijven spoken. Kunst, zei mijn leermeester, is het niet eerder geziene zichtbaar maken. Dat is precies wat Verhoef in dit schilderij probeert af te dwingen. Het is een geheel gecontroleerde onderneming om een letterlijk en zichtbaar dubbelzinnig schilderij te schilderen, of zo te construeren dat het toevallig lijkt te zijn ontstaan.

PS Fontana en Klein zijn de komende maanden te zien in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Van Toon Verhoef hangt tot 24 december nieuw werk in Galerie Onrust te Amsterdam