De angst van Abdelkader Benali

Dobermann en paranoia

De beste manier van zelfbescherming is jezelf met huid en haar uit te leveren aan de krachten die het op je hebben gemunt. Zo weet ik dat honden het op mij hebben gemunt sinds ik op een dag door een dobermannpincher werd aangevallen. Hij had het niet op mij in het bijzonder gemunt, zijn aanval betrof een detailkwestie. Het ging hem om mijn genitaliën. Ik was in die periode net begonnen mijn genitaliën eens in de zoveel tijd te strelen. Ik koesterde ze, zoals een kip haar eieren koestert. De dobermannpincher werd gelukkig kortgehouden, anders was ik ze misschien kwijtgeraakt. Sinds dat moment begrijp ik dat het geen zin heeft om jezelf te verdedigen. Een dobermannpincher of hoe die beesten ook heten, ziet altijd wel een gaatje om doorheen te bijten.

Onze dobermannpincher heet paranoia. Ze staat klaar om je aan te vallen, om je met huid en haar te verscheuren. Eraan ontkomen of je ertegen beschermen is onmogelijk. De paranoia is als een ritje door het spookhuis. Hoe groter je angst wordt, hoe harder je schreeuwt. Hoe beter je je ertegen beschermt, hoe kwader de paranoia wordt. Het maakt de paranoia sterker omdat je domweg bezig bent de paranoia serieus te nemen.

Dat wil niet zeggen dat er geen reden voor paranoia bestaat. Alle grote rampen die de mens kunnen treffen, hebben de neiging in herhaling te vallen, dus het is verstandig ook op klaarlichte dagen een paraplu mee naar buiten te nemen, als je net daarvoor hebt meegemaakt hoe dikke grijze wolken over het land trokken. Wat niet verstandig is, is dit: wie verwacht dat het niet zal gaan regenen, maar wel dat het dobermannpinchers zal regenen die wild om zich heen zullen bijten, en daarom maar binnen blijft, die is bezig de eerste lichte trekjes van paranoïde gedrag te vertonen.

Wie binnen blijft, zal dan een gezelschapsspel gaan spelen, in plaats van door het park te lopen om te zien hoeveel mooie keurige honden aan de lijn lopen, hoe veilig het eigenlijk is in het park, zelfs al zijn er veel dobermanns die lijken op die ene uit dat angstwekkende jeugdmoment. Wie binnen gaat zitten in afwachting van een bui die nooit over zal trekken, is niet alleen onverstandig, maar ook gedoemd om achter de geraniums uiteindelijk te verrotten tot niks meer dan de oerstof van de paranoia zelf: een glimmend, zilverachtig vlekje dat nog voor het vallen van de avond probeert onder het tapijt te verdwijnen omdat het in de zonsondergang de gigantische contouren van zo’n wreedaardige dobermann ziet.

De dobermann zelf ziet helemaal niks. Het verschil tussen een zilvervisje en genitaliën is voor hem nihil.