Dochterliefde

De meeste vrouwen die ik ken houden meer van hun vader dan van hun moeder. Ik dacht aanvankelijk dat dat bij mijn generatie hoorde, een generatie van vrouwen die opgroeide in de beschutting van een traditioneel gezin, met een moeder die thuis was en een vader die eropuit ging. De moeder moest worden overwonnen, de vader veroverd. Maar ik zie het ook bij jongere vrouwen, dochters van zou je denken avontuurlijke moeders. Vraag ze naar hun vader: tranen. De vader is de soft spot. Komt de moeder ter sprake: haat, of tenminste ergernis.

Je hoeft echt geen freudiaan te zijn om te kunnen bedenken hoe dat zit. Al was het wel een freudiaan die mij op een idee bracht. Lang geleden interviewde ik de vorig jaar overleden Amsterdamse psychoanalyticus Louis Tas, expert in schaamte en ander onbehagen. We hadden lang gepraat, over rouw, en schuld, en het zogenaamde nut van opbouwende kritiek, ik was m’n jas aan het aantrekken toen hij zei dat uiteindelijk alle pijn te herleiden is tot een roep om goedkeuring van de ouder. Ik knikte meteen instemmend, ook een beetje blij. Altijd een opluchting als complexe zaken worden terug­gebracht tot hun kern. Terrorisme wordt geboren uit vernedering. Begeerte uit na-aperij. Dat werk. Maar ik was nog niet bij de tramhalte of ik dacht, narcistisch en egomaan: ik ga juist ten onder aan die goedkeuring. Ik ben een typisch geval van ‘heer ik ben niet waardig’. En die heer is dan niet meteen God, maar wel mijn vader.

Anders dan zonen – en ik denk dat Tas meer aan hen dacht – worden dochters a priori door hun vaders op handen gedragen. Zij zijn er de rest van hun leven mee bezig om die prinsesselijke status te verenigen met hun aardse doen en laten.

In de literatuur is dat het meest scherp en ontroerend beschreven door Jonathan Franzen in zijn roman The Corrections, waarin de betrekkingen worden ontleed tussen Enid en Alfred Lambert en hun drie kinderen. Anders dan haar beide broers levert dochter Denise geen gevecht met haar vader. Zij is alleen maar bezig om hem niet teleur te stellen, en probeert lange tijd door het leven te gaan als de volstrekt verstandige, oppassende dochter die hij in haar ziet. Franzen vangt de essentie van de vader-dochterrelatie in een scène, tegen het einde van zijn roman, die bijna niet met droge ogen te lezen is. Het is het moment dat Denise erachter komt dat haar vader altijd meer van haar wist dan ze dacht, en toch nooit ook maar iets van teleurstelling had laten blijken. Zij beseft, in tegenstelling tot haar broers, dat liefde voor hem niet een kwestie van dichterbij komen was, maar van afstand houden. Haar vader toonde zijn vertrouwen in haar door haar te nemen zoals ze zich voordeed: door te weigeren achter haar façade te gluren.

Achter iedere dochter gaat een vader schuil, die zowel haar beschermer is als de aanjager van haar ambities. Hij is haar autoriteit, haar baken en staat tegelijkertijd op afstand, is soms letterlijk onbereikbaar of afwezig. Hij is haar eerste onmogelijke liefde, de geheimzinnige beschermheer om wiens gunst het draait, voor wie de dans moet worden opgevoerd. Hij is ook de eerste liefde die verraden zal moeten worden, met alle gevoelens van dien. Schuld, schaamte, en een gevoel van tekortkoming dat nooit echt te boven gekomen kan worden.

Een niet uit te vlakken factor in de liefde van de dochter voor haar vader is geur: waar de moeder de lucht van beslapen beddengoed om zich heen heeft hangen, van lauwe melk en zoete paardenpis, ruikt de vader naar overzeese gebieden en kantoormeubilair. Zijn wangen prikken, zijn handen zijn groot, even geruststellend als ontzagwekkend.

Misschien draaf ik door, maar op dit vlak valt niet genoeg door te draven. Nog een belangrijke reden waarom dochters meer van hun vader dan van hun moeder houden: ze gaan eerder dood. In wezen vormen zij het zwakke geslacht, niet toegesneden op het uithoudingsvermogen dat vereist is om een leven uit te leven. Waar de moeders langzaam, o zo langzaam, interen, uitdrogen, verschrompelen tot ze de cirkel hebben rondgemaakt en in foetushouding de dood afwachten, vallen de vaders voortijdig om. Is de reus geveld? Ja, de reus is geveld, de geweldenaar heeft het moeten afleggen, de aderen, het hart, de hersens, ze konden geen weerwerk meer leveren. Wie ooit gevoeld heeft hoe koud het lichaam van een vader kan worden, weet dat het op een dag ophoudt voor iedereen.

Die combinatie van kracht en kwetsbaarheid maakt dat de liefde van de dochter voor haar vader gemengd is met medelijden. De vader is alwetend op ieder gebied, maar onbeholpen in de praktijk, kan niet voor zichzelf zorgen, het spreekwoordelijke ei nog niet bakken, is ten diepste alleen op de wereld, moet worden geaaid en geholpen. De liefde van de dochter voor hem is spiegelbeeldig aan die van de vader voor haar: bewondering gemengd met angst, vertrouwen gemengd met bezorgdheid. Medelijden vooral natuurlijk omdat hij is overgeleverd aan haar moeder.