Docters, adieu!

In tijden van nood leert men zijn vrienden kennen. Arthur Docters van Leeuwen blijkt er nog best wat te hebben. De geslepen jurist werd tot voor kort door de media onveranderlijk getypeerd als een spijkerharde provocateur, ambitieus, hoekig, dominant, arrogant, dictatoriaal, ongenadig, lomp, meedogenloos, een drammer. Sinds hij in ongenade viel bij Sorgdrager en als een gebroken man Den Haag verliet, ondersteund door politieagenten, is de stemming opeens radicaal omgeslagen. Het underdog-effect bleek weer eens tot wonderen in staat. De vaderlandse pers blijkt opeens vrij massaal achter Docters te staan.

Het opvallendst was Harry van Wijnen in NRC Handelsblad. In een commentaar op de paleisoorlog van Justitie kwam de commentator met een emotioneel getoonzet huldeblijk aan de verdrukte procureur. Deze was, zo begrepen we van Van Wijnen, helemaal niet de polderkruising tussen Beria en J. Edgar Hoover waarvoor hij zo vaak gehouden is. Integendeel, Van Wijnen omschreef Docters als ‘een democraat in hart en nieren’, een man voor wie de principes van de rechtsstaat zijn persoonlijke religie zijn, even hartverwarmend als sympathiek. Het was een opvallende reddingspoging van de kant van de liberale avondcourant, al heeft het, zoals we inmiddels hebben kunnen zien, niet tot het gewenste resultaat geleid.
Natuurlijk, er mag wat water worden gedaan bij de wijn die Van Wijnen heeft geschonken. Enige jaren geleden kwam deze uiteindelijk ook al met het opmerkelijke boek De prins-gemaal op de proppen, waaruit duidelijk moest worden dat ook prins Bernhard een democraat in hart en nieren is die slechts vanwege de verkeerde adviezen van de respectievelijke regeringen in Den Haag afgleed tot de diepten van het Lockheed-schandaal, dat er volgens Van Wijnen trouwens eigenlijk ook niet was geweest.
Niettemin lijkt de toon die Van Wijnen heeft gezet door de collega-media te worden opgepikt. Het aantal commentatoren dat inmiddels de zijde heeft gekozen van Docters van Leeuwen en zich fel richt tegen het vermeende schrikbewind van 'Winnie de Verschrikkelijke’ is inmiddels niet meer op de vingers van twee handen te tellen. Ook in het parlement gaat de stemming die kant op. Zelfs Jan Marijnissen schijnt te menen dat Sorgdrager inmiddels 'wild om zich heen slaat’.
Kortom, in plaats van de nodige opluchting die zou kunnen worden geventileerd over het vertrek van de voormalige BVD-chef uit de top van het Openbaar Ministerie, schijnt er een soort algehele rouw te zijn uitgebroken bij het gedwongen vertrek van een steunpilaar van onze rechtsstaat. Inderdaad, het Openbaar Ministerie zal heel wat van zijn kleurigheid moeten missen met het vertrek van Docters. Hij was toch een soort aartsromanticus, een dichter in het diepst van zijn gedachten, die een zeker poëtische lustbeleving ontleende aan de betere intrige. Docters hebben wij leren kennen als een barokke persoonlijkheid, die, getuige zijn dichterlijke escapades onder de bedachtzaam gerimpelde hersenpan, een broeierige, erotomane geest met zich meedroeg. Een heel verschil met de strakke padvindershoofden die de top van Justitie voor het merendeel bevolken. Maar om hem nu gelijk af te schilderen als een democratische steunpilaar is toch niet minder dan een gotspe. Daarvoor zijn er onder het toeziend oog van Docters te veel BVD-dossiers op illegale wijze door de papiermolen gehaald, en te veel handen boven het hoofd gehouden van mensen die dat in het geheel niet verdienden.
Het strekt Docters overigens tot eer dat hij niet à la zijn al even onfortuinlijke als barokke collega-procureur Van Randwijck zit te soebatten om een oprotpremie van twee miljoen gulden en zijn ambtelijke carrière elders wil voortzetten. Sorgdrager beloofde hem daarbij te assisteren. Als het maar niet als hoofd van de postkamer wordt. Respect voor het briefgeheim is nooit Docters’ sterkste punt geweest.