Generatie Alles: Academische kennis gaat verloren

Doctorandus Bordenwasser

Afgestudeerden komen lang niet allemaal meer aan een baan op niveau. Met mbo-functies, stages en vrijwilligerswerk proberen ze zichzelf toch bezig te houden. ‘Sommigen zijn depressief.’

Medium groene hoogopgeleid

Miranda van Gelder (25) studeerde af op het moment dat de crisis volop losbarstte. In de culturele sector, waar zij aan de slag wilde, was het geld op. De subsidiekraan werd dichtgedraaid. ‘Stagiaires doen nu het werk dat vroeger werd gedaan door betaalde krachten. Van door­stroming is geen sprake’, zegt ze. Na theater-, film- en televisiewetenschappen kwam ze in een groot zwart gat terecht.

Dat gat vulde ze op met vele stages en vrijwilligerswerk, en tussendoor wat uitzendwerk om voor een grijpstuiver ‘ervaring op te doen’. In het weekend maakte ze bedden op en toiletten schoon in het bejaardentehuis waar ze voor en tijdens haar studie ook al werkte. ‘Zij hadden mensen nodig, ik geld.’ Als ze zuinig leefde, verdiende ze zo genoeg geld om maanden later weer een tijd als vrijwilliger te werken op een filmfestival.

Miranda staat niet alleen. De Raad voor Werk en Inkomen uitte in de Arbeidsmarkt­scan 2012 haar zorgen over de verdringing: ‘Aan de onderkant geldt dat de banen er wel zijn, maar lang niet altijd terechtkomen bij laagopgeleiden.’ Tachtig procent van de arbeid op laag niveau wordt gedaan door hoger opgeleide werknemers. Vooral in de verzorgende en administratieve beroepen is het zo dat hbo’ers en academici op middelbaar of zelfs lager niveau werken, en dat mbo’ers het ongeschoolde werk verrichten. Bovendien groeit het aantal hoger opgeleiden sneller dan de arbeidsmarktvijver waaruit zij vissen. Een op de drie werknemers in Nederland voelt zich onderbenut, blijkt uit onderzoek van tno en het Centraal Bureau voor de Statistiek. En kennis en vaardigheden die niet worden gebruikt verouderen en verslijten. De afdeling neurologie van het Academisch Ziekenhuis Maastricht deed er onderzoek naar. De conclusie is helder: van werken onder je niveau word je aantoonbaar dommer.

Volgens Miranda van Gelder is haar investering, een mbo-baantje en vrijwilligerswerk op festivals, een waardevolle. ‘Je moet bezig blijven, uiteindelijk levert het heus iets op. Ik had ook alleen in het bejaardenhuis kunnen werken en verder niks. Dan laat je je gezicht niet zien op de plekken waar dat ertoe doet, bouw je geen netwerk op en kom je niet verder.’ Kort geleden vond ze een baan die beter bij haar past: producent bij een bedrijf dat commercials maakt. Een klein stapje richting haar droombaan: hoofdprogrammeur op het filmfestival van Cannes.

‘Ik discussieer er vaak over met vrienden die in hetzelfde schuitje zitten’, zegt Miranda. ‘Er komt zo veel verdriet bij kijken, sommigen zijn depressief. Je moet gewoon niet denken dat je als vers afgestudeerd academicus zo een baan op niveau kunt vinden. Dat is voor slechts heel weinigen weggelegd, terwijl het wel “zo hoort” na een studie waarin je veel tijd en geld hebt geïnvesteerd. Ik heb moeten accepteren dat het niet lukte, dat maakte me in het begin echt heel boos.’

Na een aanvankelijke aarzeling besloot ook Vinh Giang (29) het lagerop te zoeken. Hij stroomde door, van mbo via hbo tot de master­opleiding communicatiewetenschap, die hij begin dit jaar afrondde. Hij wilde meer mogelijkheden. Na zijn afstuderen werd hij barista bij Starbucks. ‘Reageren op een functie die me niet aansprak, was lastig. Tijdens je studie heb je toch een bepaald beeld van wat je kan en wil. Het is ironisch dat zo’n universitaire master je meer mogelijkheden biedt dan een mbo-papiertje. Terwijl dat in de praktijk opeens verschrikkelijk bleek tegen te vallen. Hoewel je het al van heinde en verre aan ziet komen, is het toch een schok dat ook jij niet aan de bak komt. Mijn ambitie heb ik daarom noodgedwongen moeten bijstellen. Wiens passie is het nou om koffie te zetten? Daar hoef je toch geen academicus voor te zijn?’

Sophie Nooter (29, Engelse taal en cultuur) was een van de ruim zestienhonderd mensen die in januari bij het Rijksmuseum solliciteerden naar de functie van garderobe- en kassa­medewerker. Ze werd in februari uitgenodigd voor de sollicitatiedag. Met een rollenspel, groepsinterview en debat werden uit zestig kandidaten 32 medewerkers gekozen. Ze debatteerden over het Amsterdamse softdrugsbeleid, ‘blijkbaar essentiële kennis voor een toekomstige garderobemedewerker’. Ook de talen­kennis werd getest. ‘Ik zat in een groepje van vijftien academici, die allemaal reikhalzend uitkeken naar een baantje achter de kassa. Tachtig procent viel uiteindelijk af. Ik ben benieuwd welke raketgeleerde straks mijn jas ophangt als ik De Nachtwacht ga bewonderen.’

‘Tijdens je studie word je minimaal voorbereid op wat er daarna komen gaat’, vindt Michael van den Oudenalder (26). Een aantal maanden geleden richtte hij daarom zijn eigen bedrijfje op, dat trainingen geeft aan studenten hoe je doelen te bereiken. Die aanpak miste hij tijdens zijn eigen studie, hij haalde het bachelordiploma sociale psychologie met de hakken over de sloot. Te laat kwam hij erachter dat onderzoek doen zijn passie was. Toen waren zijn cijfers al te laag om nog toegelaten te worden tot de onderzoeksmaster. Zijn bedrijfje en baantje als trainer bij een softwarebedrijf leveren nog te weinig op. Daarom is hij op zaterdag post­bezorger. Werk dat hem steeds meer tegenstaat. ‘Ik kan zo veel meer dan dat.’

Miranda van Gelder had voor het helpen maken van commercials geen theater-, film- en televisiewetenschappen hoeven te studeren. Ze voelt zich bezwaard tegenover de mensen van wie ze het werk inpikte. ‘Om te beginnen is het doodzonde dat al die mensen die zo veel in hun mars hebben nu werken als winkelbediende of ober in een restaurant. Het zijn baantjes voor mbo’ers. We zitten in elkaars vaarwater. Bovendien is het zonde van alle kennis die zo ver­loren gaat.’ Hetzelfde geldt voor de stages. ‘Als student vond ik het altijd vreselijk oneerlijk dat die schaarse stageplekken werden bevolkt door afgestudeerden. Maar na mijn afstuderen pikte ik zelf de plek in van een student die daardoor vertraging opliep. Het kon niet anders.’