Media

Document humain

Het Nederlandse rechtssysteem staat onder druk. Aan de ene kant klinkt de roep om een zero tolerance-beleid, om zwaardere straffen - vooral voor jongeren en etnische minderheden - en zelfs om herinvoering van de doodstraf; aan de andere kant groeit de kritiek op het functioneren én op de functionarissen van het Openbaar Ministerie en de rechtbanken. Politici, die zich vanuit de idee van de scheiding der machten doorgaans onthielden van commentaar op gerechtelijke procedures, zien er vandaag de dag geen been in onverbloemd hun oordeel daarover te spuien, al dan niet met de hete adem van de media en verontwaardigde burgers in de nek.

De toenemende druk heeft aantoonbaar geleid tot zwaardere straffen, terwijl sancties die effectief zijn maar soft lijken, zoals taakstraffen, permanent onder vuur liggen. Scherpe, aanhoudende kritiek treft ook een ander strafrechtelijk instituut, tbs, de maatregel die de rechter kan opleggen aan mensen die zware delicten hebben gepleegd maar aan een psychiatrische ziekte of stoornis lijden. Incidenten rond tbs-gedetineerden blijken te leiden tot media hypes, steevast gevolgd door een nieuwe eruptie van gesundes Volksempfinden, met als refrein de oproep zulke misdadigers voor eens en voor altijd op te sluiten, of ter dood te brengen, zoals Spits-columniste Naima el Bezaz vorige week bepleitte naar aanleiding van een pedofiliezaak. ‘Ik geloof niet in het Nederlands strafsysteem. Criminelen hebben het in dit land beter dan hun slachtoffers.’
Dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de berichtgeving in de media en de publieke en politieke verontwaardiging over tbs-gerelateerde zaken werd een aantal jaren geleden al eens aangetoond in een bescheiden maar scherpzinnig rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Onderzoekers stelden vast dat er in de periode van 2000 tot 2005 jaarlijks ongeveer tachtig keer iets mis ging tijdens een tbs-verlof, op een totaal van vijftigduizend 'verlofbewegingen’. Slechts in enkele gevallen (minder dan vier per jaar) kwam het daarbij tot een misdrijf en dat aantal was eigenlijk al jaren redelijk constant. Niettemin verachtvoudigde tussen 2000 en 2005 het gemiddeld aantal krantenkoppen over dit soort zaken, met De Telegraaf als kampioen stemmingmakerij.
Deze opgewonden verslaggeving gaf publiek en politiek het idee dat de situatie flink uit de hand was gelopen. Het 'falend’ tbs-stelsel kwam als zodanig onder vuur te liggen, wat vervolgens weer extra aandacht genereerde. Het was precies deze dynamiek - een scheve beeldvorming, gevolgd door politieke spierballentaal - die de aanleiding van het RMO-rapport vormde: de titel, Ontsnappen aan medialogica, drukte de drijfveer erachter treffend uit. Om een zeker tegenwicht te bieden tegen dergelijke publicitaire ontsporingen, zo adviseerde de RMO, zouden de overheid en de tbs-instellingen kunnen beginnen meer inzicht te geven in de feitelijke werking van het stelsel.
Dat zo'n tegenstrategie ook werkelijk vruchtbaar kan zijn, bewezen Meral Uslu en Maria Mok twee jaar geleden al met hun krachtige en ontroerende documentaire over uitbehandelde tbs'ers, Longstay, in 2010 bekroond met de hoogste prijs voor achtergrondjournalistiek. Vorige week deed Ditteke Mensink iets vergelijkbaars in haar documentaire Tony - een observatie in het Pieter Baan Centrum, een diepsnijdend portret van een keurige, ernstige en niet onvriendelijke man, die niettemin een waslijst van misdaden, waaronder gewelddadige overvallen, op zijn kerfstok had. De film rekent niet alleen af met clichés van tbs'ers als volstrekt gestoorde en gevaarlijke criminelen, maar geeft ook een helder beeld van de zorgvuldige procedures die aan het stellen van een diagnose van ontoerekeningsvatbaarheid - en dus: veroordeling tot tbs - voorafgaan.
Net als Longstay vormt Tony een krachtig medicijn tegen de law & order-retoriek die sinds een aantal jaren in Nederland de toon lijkt aan te geven. Alleen om die reden al is het doodzonde dat Tony, zoals zo vaak in het geval van werkelijk belangwekkende programma’s, werd uitgezonden op een moment dat de meeste mensen al richting dromenland zijn afgereisd. Het lijkt erop dat de netmanagers van de publieke omroep aan dit soort overwegingen geen boodschap hebben, ze gedragen zich althans geen haar beter dan hun commerciële collega’s.
Het is immers niet alleen om redenen van politieke moraal waarom zowel Tony als Longstay het verdient door een groot publiek gezien te worden. Beide documentaires laten ook iets anders zien: een stelsel in de beste traditie die dit land van Erasmus en Coornhert kent. Geen eenzame opsluiting in duistere cellen, geen uitzichtloos verblijf in massale, gewelddadige gevangenissen, geen kampen of dwangarbeid, maar een omgeving waarin zieke criminelen iets van menselijke waardigheid kunnen herwinnen. In dat opzicht ontstijgen beide documentaires hun onderwerp, als document humain, maar ook als toonbeeld van humanisme.