Jonge filmmakers infiltreren het Idfa

Documentaire op een mobieltje

Het Doc Next Network op het Idfa speelt met de conventies van de documentaire. Korte films, bedoeld voor het internet, geven een ander beeld van Europa. ‘Waarom blijven vasthouden aan regels en formats?’

‘DE BESCHIKBAARHEID van digitale technieken heeft de documentaire definitief veranderd’, zegt de jonge Britse filmmaker Alex Nevill. Op het Idfa is Nevills film Launderette te zien, een beschouwing van de nachtelijke bezoekers van een wasserette. 'Onze generatie is opgegroeid met heel veel digitale techniek ter beschikking, en daar proberen we zo veel mogelijk uit te halen. Ik film zelf tegenwoordig bijvoorbeeld veel met een Canon 7D-camera. Dat is een camera die eigenlijk voor fotografie gemaakt is, maar je kunt er ook mee filmen. Doordat digitale techniek zo toegankelijk en betaalbaar is geworden, kunnen we films maken waarvoor normaal geen budget zou zijn en zo worden verhalen verteld die het publiek anders niet bereikt zouden hebben. Verhalen vertellen is voor mij de belangrijkste reden om film te maken. Telling stories is what makes us human.’
Van de zeventien films die het Doc Next Network op het Idfa vertoont, komt Launderette het dichtst in de buurt van de documentaire zoals we die kennen. Er zijn ook films bij die bijna niet als documentaire te herkennen zijn. Neem bijvoorbeeld Tron (15M version). De film begint met een lijn tegen een zwarte achtergrond. Dreigende muziek klinkt. Dan komen de lijnen van alle kanten, ze vormen een raster, een stratenpatroon, een stad met wegen en hoge gebouwen. 'I get dreamy of a world I thought I’d never see’, zegt een stem. De muziek wordt voller, het raster maakt plaats voor beelden van mensenmassa’s op Puerta del Sol, het plein in Madrid dat in 2011 door tienduizenden aanhangers van de 15 mei-beweging werd bezet. De beelden van de demonstranten worden afgewisseld door beelden van politici, van een vader en een zoon, en van futuristische gedaantes. Het geheel duurt net iets meer dan vijf minuten.
Tron (15M version) bestaat voor een deel uit beelden van de Disney-productie Tron. De beelden van de Spaanse revolutie zijn gemaakt door verschillende mensen, maar maker Felipe González Gil filmde zelf helemaal niets. Net als bij sommige andere Doc Next-films zou je je kunnen afvragen: is dit een documentaire?
Vivian Paulissen van Doc Next Network denkt lang na. Dan zegt ze: 'Ik vind die vraag niet zo interessant. Deze film wordt vertoond op het documentairefestival, dus kennelijk wordt dit ook gezien als een nieuwe manier van documentaire maken.’ 'Remixer’ González Gil zegt zelf: 'Het gaat mij om het verhaal. Of het wel of niet een documentaire is, vind ik niet belangrijk.’

DOCUMENTAIREPLATFORM Doc Next Network is onderdeel van de European Cultural Foundation (ECF), een Nederlandse organisatie die zich inzet voor de uitwisseling van culturele en creatieve ideeën en uitingen binnen Europa. Vivian Paulissen is programmamanager Youth & Media bij het ECF en kreeg de opdracht een netwerk op te zetten, een faciliterend platform, waarin organisaties die op Europees niveau met jeugd en media werken de mooiste documentaires bij elkaar kunnen brengen. Doc Next Network verzamelt, maar produceert zelf niet. Paulissen: 'Het Doc Next Network is opgericht met de gedachte dat je de stem van jonge mensen serieus moet nemen als je het hedendaagse Europa wil begrijpen. De films die wij in onze collectie hebben, zeggen heel veel over hoe jongeren kijken naar hun land en werkelijkheid, en naar hoe die veranderen. We zoeken naar een nieuw soort maker, omdat we een ander en completer beeld van Europa willen presenteren dan je in de mainstream media ziet. Wij laten mensen aan het woord die normaal geen kans zouden krijgen om hun films op tv te laten zien, of jongeren uit landen als Georgië, die eigenlijk weinig in het nieuws zijn.’
Zoals Tron (15M version) schuren veel films in de collectie van het Doc Next Network tegen de grenzen van de documentaire aan. De kortste film duurt minder dan twee minuten, de langste iets meer dan een kwartier. De makers gebruiken alle media en digitale technieken die tot hun beschikking staan. Soms wordt bestaand materiaal opnieuw gemonteerd, video wordt gecombineerd met foto’s en tekeningen, er wordt gebalanceerd op de rand tussen documentaire en fictie. Zo is er bijvoorbeeld de film Wires van Jacob Dwyer, waarin een man op een dak loopt en zijn geheugen reconstrueert aan de hand van foto’s die er aan een lijn hangen als verse afdrukken in een donkere kamer. Of het fictie is of documentair, is uit de film niet af te leiden. Of er is de film View from My Window, 1968-1979 Chronicles, uit het project Videonotations van de jonge Pool Jakub Piatek. De film is een montage van veertig foto’s van de Poolse fotograaf Mariusz Hermanowicz. Het huidige uitzicht uit het raam verandert langzaam in dat van vroeger, waarbij de statische foto’s in beweging gebracht worden en het oude straatbeeld begint te leven. Het geheel duurt één minuut en vijftig seconden.
Piatek: 'Ik hou van documentaire, juist omdat het genre zo breed is. We moeten de grenzen ervan voortdurend blijven herdefiniëren. Je maakt een film niet omdat je nu eenmaal filmmaker bent en je brood moet verdienen met films, maar omdat je een verhaal wil vertellen. Onze wereld is vandaag de dag zo audiovisueel dat film een voor de hand liggend medium is. Iedereen kan tegenwoordig een film maken en de middelen daarvoor zijn beschikbaar en vrij goedkoop.’
Met een telefoon of eenvoudige camera kan iedereen tegenwoordig filmen, maar niet iedereen met een mobieltje is een documentairemaker, zegt Paulissen. 'De films van deze jonge makers hebben een heel andere dynamiek dan die van traditionelere makers. Sommige mensen zeggen dat het verschil in de kwaliteit zit. Films die gemaakt zijn voor verspreiding via internet in plaats van voor vertoning in een bioscoop, zitten anders in elkaar. Maar dat wil niet zeggen dat deze films geen kwaliteit hebben. De films die wij vertonen draaien om het documenteren van je omgeving. Het gaat om persoonlijke reflecties op de directe leefwereld, er is een grote betrokkenheid bij de samenleving. Met hun registraties willen ze iets vertellen aan de wereld en daarmee nemen ze een heel bewuste rol en positie in de maatschappij in.’
Net als in de muziekindustrie zijn het niet meer de grote maatschappijen en labels die de touwtjes in handen hebben. Hun media zijn niet gemaakt voor korte films, die met een klein budget gemaakt zijn en die via internet al voor iedereen beschikbaar zijn. 'Jonge makers zijn niet zo bezig met een overeenkomst met bijvoorbeeld Arte’, vertelt Paulissen. Hun werk staat al op Vimeo, een artistiekere variant van YouTube. 'Door nieuwe media en nieuwe manieren van kijken verandert ook de manier van documentaire maken. Dan kun je wel blijven vasthouden aan dat format van vijftig minuten of anderhalf uur waar omroepen en festivals mee werken, maar is dat nog relevant? We kunnen niet meer vasthouden aan oude normen, waarden, financiële stelsels, en ook niet aan vaststaande ideeën over hoe media eruit moeten zien en wie die maken. Voorheen waren we allemaal mediaconsumenten en waren een paar uitverkorenen de producenten. Nu kunnen mensen veel gemakkelijker zelf dingen produceren, consumeren, distribueren en alles door elkaar heen. Wij helpen traditionelere media het kaf van het koren te scheiden. Waar zit dan zo'n pareltje?’
Beeld heeft een nieuwe status, de maker een nieuwe positie en traditionele 'regels’ voor de documentaire hebben geen gezag meer. 'De meeste van onze filmmakers zijn do it yourself-filmmakers’, vertelt Paulissen. Ze zijn niet opgeleid tot filmmakers, maar zoeken naar manieren om hun verhalen met beeld van mobiele telefoon, film- of fotocamera of internet te vertellen. Ze leggen dingen vast, ze documenteren. Vaak gaan de verhalen over plekken of gebeurtenissen in de eigen directe omgeving, over local heroes of over de dorpsgek. De collectie van het Doc Next Network als geheel geeft daardoor een mooi beeld van het Europa waar de jongeren in leven. De verhalen over inwoners van Warschau die iemand zoeken die naast hen stond in de rij bij de supermarkt (I’m Looking for Someone) of over het beeld dat jonge Grieken hebben van de eurocrisis (Draw Me a Crisis) zouden we zonder deze films niet te zien krijgen. Paulissen: 'Het gaat niet over beter of slechter, beide vormen van documentaire maken zullen blijven bestaan. Wij willen met deze jonge makers infiltreren in het establishment, om een vollediger publieke opinie te krijgen en een completer beeld van Europa.’


Tijdens het Idfa staat er op het Rembrandtplein een Mini Cinema, waarin zeventien films van jonge Europese documentairemakers gratis te zien zijn. De collectie is ook te bekijken op www.vimeo.com.
Op 20 november is er Doc Next Industry Panel, een debat met filmmakers in Escape, Amsterdam