Groen

Dode duif

Mijn ex-schoonzus heeft last van een duivenplaag. Plaag, want ze schijten haar auto onder. Mijn broer bracht een luchtbuks mee, en liet hem daar. Hun jongste zoon, twaalf jaar, liep een hele middag, terwijl ik in de tuin aan het snoeien en overplanten was, stoer met die buks rond en hij schoot aldoor mis. Daar was ik blij om. Tussen alle ordinaire duiven vlogen twee Turkse tortels rond. Ik zei dat hij die zeker niet mocht afschieten omdat ze helemaal niet schijten, en even leek hij dat te geloven. Tot één van de tortels op de schoorsteen ging zitten en heel bedaard de kalme dorpswereld in zich opnam.

Neefje legde aan, schoot, en de tortel verdween zonder al te veel stennis aan de andere kant van het dak. Vanuit een slaapkamerraam bekeek neefje het resultaat, en ik keek mee, want ik was bang dat de duif niet dood was. ‘Hartstikke dood, kijk, overal bloed’, zei hij. Mijn hele middag was verpest door de aanblik van die stille duif in de dakgoot, zijn vleugels als een lijkwade om zich heen getrokken.

Voor het eten zag ik in de krant een enorme foto van dooie koeien die, hangend aan één poot, onderweg waren naar de vleeszaag. Een schokkende foto, ik voelde het geweld van die enorme lijven, die op eventuele latere foto’s half zouden zijn, en nog weer later verdeeld in biefstuk, sudderlapjes en gehakt. Tijdens het eten liet neefje weten dat hij heel trots op zichzelf was. ‘Omdat je een dier hebt doodgemaakt?’ wilde ik weten. Nee, omdat hij raak had geschoten. Ex-schoonzus zei dat ze het ook allemaal vreselijk vond, maar dat ze een ondergescheten pas gewassen auto nóg vreselijker vond. De bami die we aten was trouwens vegetarisch en dat vond ik wel fijn.

Ik weet niet waar ik sta. Ik weet het echt niet. Ik ken de wetten van het platteland, de jonge katten van vorige week, lokeksters in eksterkooien, tableaus met geschoten eenden, hazen en fazanten, vijf jonge vossen met ingeslagen koppen, verdronken schapen. Vooralsnog ben ik iemand die hoopt dat er niet raak geschoten wordt.