Norbert Pek interviewt Micha Hamel

Dode eend op muziek

Voor de Prijsvraag -Beginnende Componisten werden gedichten van genomineerden voor de VSB Poëzieprijs op muziek gezet. Dichter-componist-dirigent Micha Hamel zat in de jury. De winnende stukken worden 24 april uitgevoerd. Hamel: ‘Een tekst moet niet té af zijn.’

Naast zijn leven als componist en dirigent heeft Micha Hamel (36) zich ontwikkeld tot een succesvol dichter. Hij debuteerde in 2004 met Alle enen opgeteld en eind vorig jaar verscheen Luchtwortels. Drie jaar lang gaf Hamel masterclasses over de combinatie van poëzie en muziek.Waar ligt momenteel je grootste passie? Componeren, dirigeren of dichten?

Micha Hamel: ‘Ik ben nu aan het componeren, dus ik ben de meeste passie daarin aan het stoppen. Ik dicht nu niet. Soms heb ik wel een idee dat ik opschrijf, drie woordjes bijvoorbeeld. Maar ik weet momenteel echt niet waar ik over moet schrijven. Als ik nu een gedicht zou maken zou ik iets herhalen. Nee, ik mis het nu niet.’

Is in de combinatie poëzie en muziek niet altijd één van de twee ondergeschikt aan de ander?

‘Nee, het kan op gelijke hoogte zitten. Daar zijn legio voorbeelden van. Schiller is een heel goede dichter en Mahler is een heel goede componist. Waar Mahler Schiller heeft gebruikt, komen die elkaar op gelijke hoogte tegen. Hetzelfde heb je bij Poulenc en Apollinaire. Je hebt meer van die tandems die dezelfde kwaliteit bieden. Je merkt wel dat hoe bekender het lied wordt, hoe meer die interpretatie er doorheen gaat schijnen. Niemand kan meer de gedichten van Wilhelm Müller lezen zonder daar Schubert bij te horen of te denken. Terwijl het ook zonder Schuberts muziek echt wel goede gedichten zijn.’

Waar moet poëzie aan voldoen om goed op muziek gezet te worden?

‘Voor mijzelf zou ik zeggen dat een tekst niet té af moet zijn. Het moet niet helemaal ingevuld zijn. Als iets heel specifiek en gedetailleerd beschreven wordt, is er vaak geen reden om dat te gaan zingen. Omdat het dan al dicht zit.

Wat ik ook moeilijk vind is gedichten die een situatie beschrijven. Gisteren las ik een gedicht van Jellema over een eend die dood op de weg ligt. Een prachtig gedicht, maar er zit een ontzettende stilte in omdat het over die verlaten dode platgereden eend gaat. Naast die stilte, waarin die taal al een soort fluisteren is, gaat het over iets wat je al ziet. Als je het op muziek zet, krijg je een zangeres die een dode eend staat te bezingen. Dat is toch een beetje vreemd.

Ik zet mijn eigen gedichten niet op muziek. Je moet een onafheid in een gedicht lezen en een interpretatievorm kiezen. Dat kan ik niet zo goed bij mijn eigen werk. Ik was juist te dienend bezig en had de neiging om een woordje te veranderen als ik niet uitkwam met m’n noten en een noot te veranderen als ik niet uitkwam met m’n woorden. Dan ben je opeens de baas over de hele speelgoedwinkel en dan weet je niet meer wat je moet doen. Te veel macht, hè. Dat is altijd gevaarlijk.’

Hoe ging de prijsvraag in zijn werk?

‘Ik houd ingezonden composities van beginnende componisten tegen het licht en probeer geheel stijlonafhankelijk te luisteren naar de compositorische prestaties. Of het nou een jazzliedje, een popliedje, een modern klassiek of cabaretachtig liedje is. Er is een aantal problemen in het componeren: hoe zorg ik ervoor dat iets tot expressie komt in muziek, dat hetzelfde niveau heeft als de poëzie.

Als je een gedicht hebt over een begrafenis ligt het niet voor de hand om een bossanova te kiezen. Het kán wel, maar dan stelt het dat gedicht in een bepaald daglicht. Aan de andere kant, als je een gedicht hebt over een begrafenis en je schrijft er alleen maar sombere gruizige noten bij, dan is dat gedicht er ook niet altijd bij geholpen. Omdat de dichter dat al op heeft geschreven. Dat heet madrigalisme, dat je zo goed mogelijk invult wat de tekst zegt. Een aloud recept, maar niet het enig mogelijke. Want een woord als “dood” kun je nog wel aanschouwelijk op muziek zetten, maar een woord als “caravan” kun je niet in muziek tot uitdrukking brengen.’

Is het beter als de componist zijn eigen tekst schrijft?

‘Het kan goed zijn, maar het is ook gemakkelijk om je eigen beperkingen te omzeilen. Als je een gitaar op je knie zet en “I love you, I want you” zingt, kom je zowel muzikaal als tekstueel niet zulke grote hobbels tegen – al zul je misschien merken dat jouw liedje de hitparade niet haalt, zonder dat je begrijpt waarom.

We hebben het over beginnende componisten en dan heb je het nog niet over fouten. Maar de grootste tekortkoming is dat mensen het gedicht niet goed genoeg lezen en daarom te vroeg hun vorm of materiaal kiezen. Terwijl ze nog niet hebben gekeken of dat wel het meest geëigende materiaal is om dat gedicht tot expressie te brengen. Wat de meeste mensen doen is het gedicht op de piano zetten, nadenken, ongeveer bepalen wat de sfeer is en dan aan de gang gaan.’

Waarom ben je eigenlijk gaan dichten, naast de muziek?

‘Omdat ik belangstelling heb voor hoe dingen werken, hoe ze in elkaar zitten. Ik wilde een keer een muziekstuk maken zonder muziek omdat ik de structuur van muziek wilde proberen te begrijpen. Toen heb ik een stuk gemaakt met woorden. Ik ging knippen en plakken en dan kom je heel andere dingen tegen, andere energieën. Ik werd enorm gegrepen.’

Als je aan het dichten bent, hoor je daar dan muziek bij?

‘Nee, helemaal nul.’

Wil je per se de beste zijn in alles wat je doet?

‘Ja, maar ten opzichte van mezelf. Ten opzichte van waar ik mee bezig ben. Ik ben niet zo heel erg bezig met of ik beter ben dan Erik Jan Harmens of zo. Dat is geen gedachte. Ik wil wel zo hard mogelijk werken en er alles uithalen wat er in zit.’

Ben je daar gelukkig mee?

‘Nee. Als mens ben ik gelukkig en heel dankbaar. Maar ik ben niet tevreden over mijn eigen prestaties. Ik ben categorisch erg ontevreden over wat ik zelf doe. Ik zie wel bepaalde kwaliteiten, ik ben niet helemaal gek, ik zie wel wat lukt en wat niet lukt. Het kost me ook geen moeite om te werken, omdat ik altijd op zoek ben naar iets wat nog beter is.’