Dode historici

JO TOLLEBEEK
FREDERICQ & ZONEN: EEN ANTROPOLOGIE VAN DE MODERNE GESCHIEDWETENSCHAP
Bert Bakker, 283 blz., € 29,95

‘Men kan zich moeilijk een historicus voorstellen die bezig is de liefde te bedrijven. Hoe zou hij die zich uit roeping gewijd heeft aan het vertellen van de belevenissen van anderen deze zelf kunnen meemaken?’ Hoewel er, in weerwil van deze opmerking van Henry de Montherlant, genoeg historici zijn die een bloeiend liefdesleven hebben, is het vak van historicus niet het meest opwindende beroep dat je kunt bedenken. Historici die zich voornamelijk bezighouden met dode historici moeten dan ook welhaast het toppunt van saaiheid zijn.
Wie wel eens een boek van de Leuvense cultuurhistoricus Jo Tollebeek heeft gelezen, weet echter dat dit onzin is. Na De toga van Fruin (1990) heeft hij veelvuldig gepubliceerd over de wijze waarop historici het verleden hebben verbeeld en geschapen. Zijn artikelen en boeken getuigen niet alleen van een enorme eruditie, maar tevens van een zeer inventieve aanpak en een groot gevoel voor stijl. Dat geldt ook voor zijn nieuwste studie, over de Belgische historicus Paul Fredericq (1850-1920).
Dat dit boek interessant is komt niet doordat Fredericq zo’n vreselijk boeiend leven heeft geleid, of een geweldig groot historicus was. Het belang ervan ligt in de methode, die Tollebeek zelf typeert als de antropologische benadering van de historiografie. Alsof het gaat om een uitheems volkje op een afgelegen eiland bestudeert Tollebeek de Alltagsgeschichte van de ‘stam der historici’. Hij doet dit aan de hand van het persoonlijk archief van Fredericq, een monomane dagboekanier, chroniqueur en notulist.
Fredericq behoorde tot de historici die van hun vak een echte wetenschap wilden maken, die werkten in een tijd dat gestreefd werd naar het ontwikkelen van strenge methodes en waarin sprake was van professionalisering van het historische bedrijf. De boektitel verwijst al naar die bedrijfsmatige kant van de academische geschiedbeoefening. Bovendien wordt duidelijk dat het hierbij ging om een familiebedrijf. Niet in letterlijke zin, maar de vele (oud-)studenten en -assistenten werden wel gezien als leden van een soort extended family, waarbinnen loyaliteit en aanpassing belangrijk waren.
Tollebeek laat zien dat de manier waarop de geschiedschrijving georganiseerd werd invloed had op de habitus, aanpak en onderwerpkeuze van de historicus. Hoewel de wetenschappelijke geschiedschrijving zich aandiende als een zuiver rationele discipline, waarin methodiek, afstandelijkheid en systematiek centraal stonden, blijkt uit Fredericq & Zonen dat emoties wel degelijk een grote rol speelden.