Dode kerstbomen

Ben ik de eerste die het opmerkt? Waarom heb ik er in mijn krant - Trouw - nog niets over gelezen? Trouw heeft elke dag, geen enkele andere krant heeft dat, minstens één artikel over de natuur, maar zelfs de groene journalisten schreven er nog niets over. Het begon met een rijtje dode sparren aan de uiterste rand van het Grundstück van buurman Werner in de Eifel. Of beter: het begon ermee dat ik zag dat Werner bezig was die sparren om te zagen en vervolgens ook de reden tot omzagen opmerkte: ze waren dood. Vanaf dat moment zag ik overal in de Eifel, in elk geval in mijn onmiddellijke omgeving, dode sparren. Heel soms een dode den. De loofbomen hebben allemaal blad.

Afgelopen week reed ik in een auto van de Eifel naar Münster. Een 270 kilometer lang spoor van dode sparren. En ik reed natuurlijk niet zelf, ik reed mee, vanwege mijn nog steeds rijbewijsloze bestaan. Ik had dus alle tijd en aandacht om te kijken. De helft van alle sparren in Duitsland is dood, dacht ik dramatisch. In Münster zelf vergat ik de naaldbomen omdat mijn lezing in een ruime volkstuin plaatsvond waar alle bomen, struiken en groenten het erg goed deden. Ik kreeg van de organisator een zak kersen mee, lichtrode kersen, nog lang niet eetbaar, maar het gebaar was vriendelijk. We kwamen te spreken over pijn die bomen al dan niet zouden kunnen voelen bij het afbreken of afzagen van een tak. Zou een spar voelen dat hij sterft? Dat is iets waar ik om lach, maar waar Peter Wohlleben een heel boek over vol kan schrijven. Van de tachtig lezingbezoekers durfden slechts vier hun hand op te steken toen ik vroeg wie Het verborgen leven van bomen had gelezen. ‘Schijterds’, zei de organisator later in de kroeg. ‘Minstens de helft heeft dat boek gelezen.’

De dag erop reden we van Münster naar Apeldoorn, waar ik op de trein naar Amsterdam zou stappen. Dat bleek een 170 kilometer lang spoor van dode sparren op te leveren. Dus niet alleen in Duitsland zijn sparren aan het sterven, ook in Nederland. En weer: zo her en der een dode den. Naaldbomen. ‘Wat is hier aan de hand?’ vroeg ik aan de bestuurder. ‘Weet ik veel’, zei hij. ‘Jij bent van de bomen.’ Hij is van de automerken. Hij weet bijvoorbeeld dat BMW Bayerische Motoren Werke betekent, of Fiat Fabbrica Italiana Automobili Torino. Seat: Sociedad Española de Automóviles de Turismo. Verbazingwekkend. Maar aan de andere kant is wat ik kan oplepelen over bomen voor hem waarschijnlijk verbazingwekkend. We wisten dus allebei niet wat er aan de hand was, of is. De bestuurder legde zijn mooie hand op mijn been. Misschien wilde hij me met dat gebaar geruststellen. Misschien bedoelde hij er iets anders mee.

Wat is er aan de hand met de naaldbomen? Is het een verder teken aan de wand voor de roerige klimatologische tijden waarin we leven? Hebben ze het afgelopen droge en warme jaar weten te overleven, maar leverde deze wederom tamelijk droge lente ze de nekslag toe? Voor de Eifel gaat dat niet op: wij hadden lekker veel regen dit voorjaar. De tuinslang ligt klaar, maar de kraan is nog nauwelijks open geweest. Nu pas - dus na het schrijven van het bovenstaande - komt het in me op eens op internet te kijken. Ik vind onmiddellijk het antwoord: het is inderdaad de droogte en het gaat om de fijnspar, de Picea abies. Dat is onze klassieke kerstboom. De droogte, en vervolgens de kevers. De letterzetter of de sparrenbastkever heeft snel door dat een boom verzwakt is en maakt het werk af. Er zijn in Nederland, maar wellicht gaat dat ook op voor Duitsland, of heel Europa, sparrenbossen die voor 80% (!) zijn afgestorven. Het hout van die wegens droogte en vraat afgestorven bomen is niets meer waard. Alles moet opgeruimd en alles moet herplant worden.

Eén ding lijkt me duidelijk: komende kerst géén kerstboom. Of een kunstkerstboom. Of natuurlijk een Abies nordmanniana, de - volgens een kwekerij die uitsluitend Nordmansparren kweekt - meest populaire kerstboom van dit moment.