Groen

Dode klimop

Wat mij opviel in de documentaire over De Groene die op 18 januari werd uitgezonden, waren niet zozeer de uitspraken van de hoofdrolspelers (hoewel ik moest glimlachen om het ‘Ik kan geen financiële jaarverslagen lezen, maar als ik intern als directeur was gevraagd…’ van telemarketeer Tiers Bakker), het elkaar de bal toespelen, het verzakkende pand aan het Westeinde of de sollicitatieprocedure voor een nieuwe directeur. Dat hoeft ook niet, dat zijn zaken waar ik niets mee te maken heb. Vanaf de zijlijn, nee niet eens de zijlijn, meer vanuit het uiterste verre veld bij honkbal, als een catcher in the rye, kan ik bezien, als ik daar zin in heb, hoe het reilt en zeilt bij De Groene. Wat ik zag was hoe de vorige directeur, die natuurlijk - zo begreep ik uit de documentaire - alles fout deed als manager, vergeefs aan een waterval van dode klimop stond te trekken. Ik stel me zo voor dat de documentairemaakster hem daartoe opdracht had gegeven: 'Ga jij nou eens flink aan die dode klimop rukken. Wie weet, komt de hele boel naar beneden.’ De natuur als metafoor. De stam van die Hedera was veel eerder al doorgezaagd, waarna de hele boel afstierf. Loskomen van de muur deden de dode, taaie hechtwortels echter niet, hoe hard de directeur ook trok. Nieuw beleid, frisse wind, maar resultaten boeken, de medewerkers meekrijgen, ho maar. Zoiets. Toch? Tijdens een zomerborrel kwam ik eens in de tuin van het pand. Dat was een traumatische ervaring die ik nog steeds niet helemaal verwerkt heb. Het was er vreselijk. Begrijpelijk, dat wel, als er geen geld is om een pand overeind te houden, is er natuurlijk helemaal geen geld voor een hovenier. Ik slokte razendsnel een halve fles wijn naar binnen en zei toen: 'Ik zou hier wel iets willen doen, dit is te erg voor woorden.’ Nou, dat zou fljn zijn. 'Maar dat gaat jullie flink geld kosten’, liet ik er, na de tweede helft van de fles, op volgen. Doodse stilte. Waarna Bas van Putten over zijn fijne tuin in Drenthe begon, en iedereen lustig verder at en dronk.