Dode natuur

Te zien: tot en met 16 juli, iedere zondag om 17.00 uur in de Utrechtsedwarsstraat 28-bis te Amsterdam (aanbellen bij Gerrets.
Je zet op 4 mei de televisie aan om bij de dodenherdenking te zijn. Maar om bij de doden te zijn moet je ‘m snel weer uitzetten. Want op tv worden de jaarlijkse twee minuten stilte gecompenseerd door oeverloos gezwam ervoor en erna. De stemmige toespraken op de Dam worden door de nog stemmiger commenta- tor nog eens verdubbeld. Aankondigingen van kransleggers worden onmiddellijk herhaald en toegelicht, opdat er geen seconde stilte meer valt na de verplichte twee minuten. ,We hebben allemaal onze eigen gedachten’, zei burgemeester Patijn. Helaas verhindert de commentator met zijn non-stopalge- meenheden dat we zijn eigen gedachten of die van onszelf kunnen horen. We hebben monumenten opgericht als bewakers van de herinneringen. Maar de spreekbuis geeft deze beelden geen ruimte en geen tijd.

Mijn dodenherdenking vond de volgende dag plaats. In een andere huiskamer dan de mijne. Waar alleen een kachel stond, en een tafel met daarop een vaas met bloemen. Het was de studio van beeldend kunstenaar Boris Gerrets. Daar geeft mime-maker Rob List iedere zondagmiddag een performance, getiteld Natura morta. Letterlijk vertaald ‘dode natuur’. Maar het Nederlandse equivalent van dit begrip uit de schilderkunst is 'stilleven’. Aanvankelijk vond ik dat Nederlandse woord beter passen bij de performance dan het Italiaanse natura morta. Want wat List doet is het tot stilstand brengen van leven - het leven dat hij en zijn handjevol toeschouwers delen, op die zondagmiddag in die intieme, lege studioruimte. Dode natuur, dat zijn de bloemen in de vaas die op tafel staat, voor de neus van het publiek. Die vaas haalt List weg aan het begin van zijn performance. Hij gaat vlak achter de tafel staan, alsof hij in het beeld de plek inneemt van die bloemen.
De man achter de tafel staat niet meteen stil. Hij draait en keert, als een poes die zich een verkozen plek eigen maakt. Met zijn voeten trappelt hij luidruchtig op de houten vloer, misschien om de onrust die we van buiten meenamen, op de grond te vermalen. Dan verstilt hij, verzonken in een roerloos beeld. We zien hem op de rug. Achter zich raken zijn vingers onze tafel aan. De rest van zijn lichaam is naar voren gericht, naar de hoek van de witte ruimte. Daarmee markeert List de route die hij tijdens de performance zal afleggen: naar die hoek en weer terug tot voor de tafel. Hij doet dat in één beweging, die heel langzaam transformeert. Soms is die bewe- ging wat sneller en groter, schuift List met lange slagen van zijn hele lichaam over de vloer. Soms trekt de beweging zich in zijn lichaam terug, is geruime tijd nauwelijks waarneembaar om weer op te duiken bij een van de vingers.
De beelden die List neerzet en oproept, zijn nauwelijks te benoemen. Ze hebben een heldere vorm maar zijn anoniem, je ziet hem ook steeds op de rug. Aan de overkant aangekomen vlijt hij zijn lange lichaam rechtop in de hoek en keert zich voor het eerst naar de toeschouwers. Maar hij sluit z'n ogen en legt zijn hoofd achterover, zodat we hem niet kunnen aankijken. Hij ziet eruit als een dode die ligt opgebaard. Toch een natura morta. Na een paniekerige valbeweging roept List dat beeld opnieuw op, in een andere positie. Dan begint de zorgvuldige terugtocht. Eerst naar de tafel, en na de formele afsluiting van de performance terug naar het dagelijkse leven waar we stiltes ineens weer ongemakkelijk vinden.
Natura morta is een bescheiden zoektocht naar het evenwicht tussen abstractie en emotie, tussen eenvoud en veelvormigheid, tussen dood en leven. De performance ligt in het verlengde van de bewegingsstudies die List de afgelopen jaren met Fried Mertens maakte. Nu werkt hij alleen, en wat hij maakt is kwetsbaarder, maar ook zuiverder. MARIJN VAN DER JAGT