Dode schrijver

Dirk van Weelden, Antonius Servadac. Uitg. De Bezige Bij, 79 blz.. Voor Ÿ 7,95 verkrijgbaar bij De Slegte. ..LE Het is een fascinerend boekje, de novelle Antonius Servadac van Dirk van Weelden. In 1994 uitgegeven, nu voor een prettig prijsje in de dolle dwaze uitverkoop. Een novelle, heet het. Een biografie, is het. De biografie van, inderdaad Antonius Servadac, schrijver. Te jong gestorven, op zijn drie‰ndertigste, onder verdachte omstandigheden.

Dirk van Weelden vertelt het verhaal van het leven en het werk van de jonge auteur. Uit gesprekken met Servadacs vrienden en familie, en met behulp van brieven, dagboeken en nagelaten literair werk, tracht hij een beeld te vormen van ‘een man die eropuit leek zijn leven en dat van zijn vrienden al schrijvend te slopen, in de hoop op een schoon en nieuw begin’.
Wat dreef hem voort? En wat is precies de toedracht van zijn raadselachtige dood? Hoe gewetenloos is een schrijver? Deze vragen, zo prikkelt het achterplat, vormen de leidraad voor dit intieme portret.
En intiem, dat is het. Van Weelden dringt steeds verder door in een leven dat niet het zijne is, maar dat, zo valt te lezen, misschien wel het zijne had kunnen zijn. Want de schrijver is in het geval van Antonius Servadac meer dan alleen biograaf. Hij is tegelijkertijd pleitbezorger van het oeuvre van de geportretteerde, en hij bouwt een monument voor een schrijver die, volgens hem, niet in de vergetelheid mag verdwijnen.
’“Een kunstenaar onder ede” is de biograaf wel eens genoemd, omdat hij zijn literaire verbeelding wel mag gebruiken voor de manier waarop hij het leven van zijn onderwerp presenteert, maar niet voor de feiten waaruit het bestaat. Nu ga ik mezelf natuurlijk niet op voorhand van meineed beschuldigen, maar het boekje dat ik geschreven heb voldoet vast en zeker niet aan de hoge eisen die aan een echte, verantwoorde biografie mogen worden gesteld. Het is geen definitieve biografie, maar een als minibiografie vermomd literair portret van Victor Anyo alias de jong overleden Nederlandse schrijver Antonius Servadac.’
Met Servadacs dood is, schrijft Dirk van Weelden, een interessant onderdeel van de literaire toekomst van dit land opgehouden te bestaan. Vervolgens probeert hij zich voor te stellen hoe hij zou zijn uitgegroeid. Dat doet hij met zoveel betrokkenheid bij zijn onderwerp, met zoveel inlevingsvermogen en zoveel liefde voor Servadacs werk dat je bijna gaat geloven dat Antonius Servadac echt bestaan heeft.