Dode tsjech

Ze zijn bijna allemaal dood, de ‘helden’ van de Praagse Lente. Dubcek, Smrkovsky, Svoboda en Cisar - dat waren in 1967-68 politieke voormannen die het communistische systeem in Tsjechoslowakije ingrijpend wilden liberaliseren. Pelikan, Sik, Hajek en Mlynar behoorden tot de intellectuelen die als vooraanstaande leden van de communistische partij het neo-stalinistische bewind van binnenuit wilden democratiseren.

Na ruim dertig jaar worden ze in eigen land niet meer betreurd. Een berichtje van vier zinnen op het net van het Tsjechische persbureau CTK: Jiri Pelikan (76) in Rome overleden. Pelikan, al voor de Tweede Wereldoorlog actief communist, bepaalde het beeld dat Tsjechen, Slowaken en de buitenwacht kregen van het streven naar een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Als hoofd van de televisie schafte hij de censuur af en programmeerde veelbekeken brede maatschappelijke discussies. Deze vrijheid van meningsuiting, die culmineerde in het vlammende pleidooi van de schrijver Ludvik Vaculik voor een democratisering van alle maatschappelijke geledingen (Manifest van 2000 woorden), werd de aanleiding tot de gewapende eliminatie van het Tsjechoslowaakse hervormingsproces door de 'broeders’ van het Warschau Pakt. Na deze overval verliet Pelikan Tsjechoslowakije. Dubcek maakte hem op de valreep cultureel attaché in Rome. Nadat de nieuwe meesters in Praag hem in 1969 zijn Tsjechoslowaakse staatsburgerschap hadden ontnomen werd hij Italiaans onderdaan. In de Tsjechische Republiek van nu ziet men namelijk niets 'heroïsch’ meer in de Praagse Lente. Wijdverbreid is de opvatting dat het toen slechts ging om een machtsstrijd binnen de communistische partij. Door de naïviteit van Dubcek c.s. leidde dit tot de rampspoed van ruim twintig jaar 'normalisering’ zoals de rebolsjewisering na 1968 werd genoemd. En zo werd ook Jiri Pelikan alsnog schuldig verklaard en niet meer dan een voetnoot waard.