Economie

Dodemansknop

Het was een knap optreden van de president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, in Buitenhof afgelopen zondag. Zichtbaar getergd door oplaaiende euroscepsis onder Nederlanders die geen waardering hadden voor de moeite die Van Rompuy en de zijnen zich hadden getroost om de euro te redden, wist hij met twee manke haiku’s de kritiek snel te smoren.

‘U mag het niet voorstellen alsof ik daar als kleine dictator te werk ga’, was de eerste. En ‘Vele regeringsleiders doen het voorkomen dat de moeilijke besluiten die zij moeten nemen eigenlijk uit Brussel komen’ de tweede.

Na een week eerder Frans Timmermanste hebben horen verkondigen dat het kabinet de groeiende euroscepsis eigenlijk onderschreef maar weinig kon uitrichten omdat die vermaledijde Van Rompuy nu eenmaal een begrotingsunie afdwong, kaatste Van Rompuy de bal snoeihard terug. Niet hij of Brussel dwingt tot federalisering, de regeringsleiders doen dat: het is niet mijn federaliseringsproject, maar dat van hun.

Mijn timeline barstte bijna uit zijn voegen over deze meesterzet. Die idioten van het burgerforum hadden er maar mooi geen reet van begrepen. Schelden en schoppen op en tegen de ongekozen technocraat Van Rompuy terwijl de eigen democratisch gekozen politici er verantwoordelijk voor zijn. Hoe dom kunnen jullie (wij dus) zijn? Hoezo democratisch tekort!? Hoezo begrotingsunie ingerommeld!? Hoezo natte technocratendroom!?

‘Scapegoating’, of in slecht Nederlands: zondebokken, is een bekend fenomeen in de wetenschappelijke literatuur over de Europese Unie. Gemunt door de Amerikaanse socioloog Andrew Moravcsik in 1994 om het verschijnsel van verantwoordelijkheidsafschuiving in tweelagige politieke stelsels aan te duiden, is het sindsdien uitgegroeid tot een soort EU-cliché. De afnemende legitimiteit van Europese instituties zou komen doordat nationale politici impopulaire maatregelen toeschrijven aan fictieve Brusselse oekazes en, omgekeerd, populaire maatregelen op eigen conto schrijven. Volgens deze literatuur is er niks mis met Brussel en alles met die laatste bolwerken van ouderwets nationalisme, de politieke hoofdsteden van de natiestaten die tegen heug en meug aan het opgaan zijn in de postnationale utopie van de EU. En ligt de lage opkomst bij Europese parlementsverkiezingen niet aan Brusselse technocraten maar aan opportunistische regeringsleiders.

Tot zo ver illustreerde het enthousiasme slechts het sociaal-wetenschappelijk analfabetisme van het Twitter-koor. Wat geen lid van dat koor in de smiezen had, was dat Van Rompuy het zondebokargument jezuïtisch sluw had omgedraaid. Met het verwijt dat de Timmermansen van deze wereld hem als zondebok gebruikten, maakte Van Rompuy van de weeromstuit Timmermans tot zondebok van het electorale verzet tegen het federalisingsbeleid. Omdat niet Brussel aanstuurt op federalisering maar de lidstaten het zelf doen, moet U dus niet bij mij zijn met Uw klachten maar bij Uw eigen politici.

En zo is de kiezer na twee weken eurobabbel bij Buitenhof geen spat wijzer geworden. Het kabinet zegt bij monde van Timmermans de electorale zorgen over de begrotingsunie te delen en wijst met schuwe maagdenblik naar Brussel. Terwijl de man in Brussel getergd riposteert dat niet hij maar Den Haag, Parijs, Helsinki, Berlijn, Wenen de kwade genius is.

Van het kastje naar de muur, heet dat. Het hoeft geen betoog dat het de duidelijkheid over de democratische verantwoordelijkheid voor de verregaande stappen die momenteel richting politieke unie worden gezet niet vergroot. Integendeel, het gevaar dreigt levensgroot dat de boze, geërgerde, geïnteresseerde of bezorgde burger in dit labyrint van verweesde verantwoordelijkheden hopeloos verdwaalt. En het erge is dat ondertussen de verbouwing doorgaat. Juni 2013 presenteert Van Rompuy uitgewerkte voorstellen voor zijn begrotingscontracten. Alsof er niets aan de hand is.

Hoe kan het dat we ons nog altijd op die voortdenderende trein zonder dodemansknop bevinden, terwijl niemand dat zegt te willen en iedereen naar de ander wijst als de schuldvraag klinkt? Het begin van een antwoord ligt besloten in Van Rompuys antwoord op de eerste vraag van Driehuis: ‘U mag het niet voorstellen alsof ik daar als kleine dictator te werk ga.’

Het Verdrag van Maastricht is, met zijn convergentiecriteria voor lidstaten met sterk verschillende economieën, uitgegroeid tot een federaliseringsmachine zonder weerga. Met de crisis als brandstof kunnen regeringsleiders niet anders dan Van Rompuy en Barroso eindeloos federaliseringsplannen laten schrijven, die steeds sneven, maar tegelijk, stap voor stap, naar die door niemand gewenste unie leiden. Want anders dreigt, in de woorden van Van Rompuy, depressie.

De euro is onze eigen ‘Doomsday Machine’ geworden, ‘designed to trigger itself automatically (…) to explode if any attempt is made to untrigger it’.