Het nieuwe boeren

‘Doe altijd het tegenovergestelde van wat de overheid adviseert’

Landbouw en natuur staan vaak tegenover elkaar. Wat als ze elkaar zouden versterken? Een nieuwe beweging, gepersonifieerd door de Amerikaanse boer Joel Salatin, pleit voor natuurinclusieve landbouw, wat meer betekent dan biologisch.

Medium gettyimages 468191964
Joel Salatin op zijn bedrijf Polyface Farms in Swoope, Virginia © Greg Kahn / GRAIN / The Washington Post / Getty Images

Hij lijkt een beetje op Dr. Phil, maar dan in de gedaante van een boer. Een charismatische boer. Belezen, gevat en met een natuurlijke autoriteit geeft de bekendste bioboer van Amerika, Joel Salatin, feedback aan ondernemers die met hun vragen bij hem komen. Vriendelijk doch streng geeft hij aan dat ze anders moeten denken dan ze tot nog toe deden. Op een bijeenkomst op de Hogere Agrarische School in Den Bosch fileert hij een jonge boerin uit Ede.

‘Dus jullie hebben meer grasland nodig om te groeien, maar dat kan niet vanwege de bestemmingsplannen?’ vraagt hij. ‘Dus jullie voelen je gefrustreerd over al die mensen in jullie buurt die jullie niet begrijpen?’ Ja, knikt de melkveehoudster, zo voelt het inderdaad. ‘Maar vergeet je dan niet dat je die mensen nodig hebt om geld te verdienen? En dat het zonde is van je energie om na te denken over onmogelijkheden?’

Terwijl de boerin zenuwachtig heen en weer schuifelt op haar stoel pakt Salatin er even een kladblok bij. ‘Je hebt dus 65 koeien op tien hectare. Hm. Ecologisch is die balans natuurlijk niet rond te krijgen. Je pleegt roofbouw op je grond en je hebt een enorm mestoverschot. Geen wonder dat ze jullie lastig vinden. Wat als je teruggaat naar twintig? Dan heb je genoeg aan je eigen gras. Denk je niet dat de mensen om je heen dan een enthousiaste achterban worden?’ Ja, misschien wel, ja. Maar dat kan toch nooit uit? ‘Verkoop alle machines behalve je tractor en betaal je schulden af.’ Salatin rekent voor. ‘Denk eens vanuit de omwonenden. Zouden die mensen geen natuurvriendelijke melk willen? Hoeveel levert dat op? En een leuk diner bij de boer, en feestjes voor de kinderen? En lokale eieren, zou je dat erbij kunnen doen?’

De boerin is zichtbaar in verwarring. Het sommetje komt uit. Dat is vreemd, zo heeft ze het nog nooit bekeken. Tja, zo’n bedrijf zou veel leuker zijn. Hoe gaat ze dit vanavond in hemelsnaam uitleggen aan haar man? Maar ook over dat vraagstuk heeft Salatin advies. Hij praat net zo makkelijk over de kwaliteit van gras als over goede communicatie in een huwelijk. Dat is precies zijn geheim. Zijn werkwijze is niet gebaseerd op een vastomlijnd concept, maar op relaties.

Het gaat niet om wel of niet biologisch, legt de zestigjarige Salatin uit aan zijn boerengehoor. Het stijgt ver boven deze hokjes uit. Je kunt namelijk ook biologisch boeren en ondertussen alleen op winstmaximalisatie letten. Salatin, door Time Magazine eens de ‘meest innovatieve boer ter wereld’ genoemd, gaat uit van een benadering die radicaal is gericht op relaties, met de natuur maar ook met mensen. Dat het ook echt kan bewijst hij met zijn bedrijf Polyface, in de vallei van de Shenandoah, Virginia. Daar verkoopt hij melk, eieren, vlees, groente en fruit. Maar ook hout, konijn, kalkoen, jam, en nog veel meer.

Kijk naar de natuur, zegt Salatin. ‘De natuur verspreidt haar afval en zet het opnieuw in. Ze exporteert geen koolstof naar het buitenland, maar gebruikt het. Ze put de bodem niet uit, maar verrijkt de bodem. Ze geeft niet 365 dagen per jaar dezelfde opbrengst. Ze groeit toe naar meerjarige gewassen, enzovoort. Dat zijn allemaal principes die ons de weg wijzen naar een gezonde landbouw.’ In plaats van een monocultuur van gras, waar kunstmest voor nodig is en krachtvoer als aanvulling, teelt hij liever een zogenaamde ‘salad bar’ van planten en kruiden, wat niet alleen meer weidevogels oplevert, maar ook gezondere koeien en betere melk. De koeien grazen niet overal, maar eten eerst een kleine oppervlakte kaal voordat ze naar de volgende strook mogen. Met slimme systemen, zoals mobiele kippenrennen, konijnen die wormen kweken, en varkens die in de koeienstal mogen wroeten, weet Salatin betere mest en beter gras te krijgen. Hij is altijd op zoek naar win-winsituaties om zo veel mogelijk uit de natuur te halen.

Maar dat werkt alleen doordat hij dat ecosysteem tegelijkertijd onderhoudt en versterkt. ‘We hebben een aanpak waar de bodem rijker van wordt, en waarbij we alleen afval produceren dat we zelf kunnen verwerken. En we geven ruimte aan de eigenheid van soorten. Een varken heeft een eigenheid. Het is geen ding dat je naar believen mag manipuleren, het is een varken. In plaats van onderzoek doen naar hoe je varkensgenen kunt veranderen zodat ze minder stressgevoelig worden en wij ze meer kunnen misbruiken, stel ik de pigness of pigs centraal, zodat hij beter tot zijn recht komt.’ Dat is beter voor de hele gemeenschap.

De sociale gemeenschap is net zo goed deel van het ecosysteem, zegt Salatin. ‘Dat is lastig voor boeren’, grapt hij. ‘Wij houden vaak niet van mensen. Neem mijn vrouw, die zou het niet erg vinden om haar hele leven niemand tegen te komen. Maar uiteindelijk heb je mensen nodig, alleen al voor je inkomsten. Ik wil dat ze me weer als partner gaan zien. Ik verkoop alleen aan mensen die binnen een straal van drie uur van me af wonen. New York valt daar buiten. Fijn, hoef ik me daar dus ook niet druk om te maken! Grenzen zijn bevrijdend.’

Dat Joel Salatin naar Nederland is gehaald is geen toeval. Een groep boeren en organisaties die zich bezighouden met duurzame landbouw heeft zich verenigd in een nieuw netwerk, ‘natuurinclusieve’ landbouw. Het is een bonte beweging van mensen die zich niet zo fijn voelen bij de bestaande hokjes maar nog niet helemaal een goed bekkende term hebben bedacht. Boeren die ijs verkopen, boeren die een camping runnen, beheerders van voedselbossen, bioboeren, of gewoon reguliere boeren die wat extra’s doen voor weidevogels – allemaal zoeken ze manieren om anders om te gaan met natuur en mensen. Want het gaat niet goed, volgens deze mensen.

Het pad dat de landbouw op dit moment volgt is desastreus, zegt Salatin: ‘Meer gif, meer mest, minder bodemkwaliteit en minder diersoorten. Ook in Nederland, ik zie en ruik het als ik hier kom. Het goede nieuws is wel dat ik twee jaar terug nog moeite had mensen hiervan te overtuigen. Ik merk nu veel meer urgentiegevoel in Nederland. We hebben een regeneratieve landbouw nodig, een landbouw die heelt, in plaats van een landbouw die inteert op de bodem, het water, de diersoorten, de gemeenschap.’

‘De natuur verspreidt haar afval en zet het opnieuw in. Ze exporteert geen koolstof, maar gebruikt het’

Het bijzondere van Salatin is dat hij de taal van boeren spreekt. Hij heeft de lachers op zijn hand met zijn grappen en anekdotes. Hij mag spreken op gewone landbouwhogescholen. Hij doet niet links en hij doet niet elitair. Hij houdt van vieze handen en hij houdt niet van regels. ‘De overheid reguleert alles kapot’, zegt hij herhaaldelijk.

Als we hem dan toch een stempel willen geven, doe dan maar ‘christelijke libertaire kapitalistische ecologische gek’, vertelt hij tijdens de lunchpauze. ‘Die elementen bieden me allemaal iets, maar hebben ook hun valkuilen. Daarom haal ik overal wat uit. Uit het christelijk geloof haal ik het idee van rentmeesterschap, het idee dat het ertoe doet wat we kiezen, omdat we er later verantwoording over moeten afleggen aan God. We hebben de aarde niet in bezit, we zijn rentmeesters. Het nadeel is dat het christendom veel mensen het idee heeft bezorgd dat je met de aarde alles mag doen wat je wilt.’

Hetzelfde geldt voor het predicaat libertair. ‘Ik geloof in een kleine overheid. De overheid maakt ons vernietigers, door kunstmest, pesticiden en schaalvergroting te stimuleren. Het is makkelijker om iets te verkopen aan een Braziliaan dan aan mijn buurman. De overheid ondermijnt de lokale gemeenschap. Ik ben overtuigd libertair. Maar het gevaar is wel dat je met je vrijheid soms je buurman of de natuur kunt schaden.’

Medium hh 58894075
Hoogeloon, de biologische varkensboerderij De Beukentuin in Zuidoost-Brabant © Tom van Limpt / HH

Salatin zoekt altijd de randjes op van de wet, of gaat er overheen. ‘Ik probeer altijd dingen te bouwen die de overheid niet begrijpt. Een mobiele kippenren bijvoorbeeld, dat is heel handig omdat je de kippen dan op verschillende percelen kunt laten rondscharrelen, waar de koeien al zijn geweest zodat ze alleen de jonge scheuten gras krijgen. Perfect voor de bodem bovendien. Maar het voordeel is ook dat ik daarmee geen bestemmingsplannen overtreed. De overheid verbiedt elke innovatie. Ook een vreemde wet: het enige gebouw dat ik mocht neerzetten, was een jagerskamp. Ik heb dus maar een jagerskamp neergezet. Daar jagen mijn medewerkers op de waarheid, haha! Maar ze wonen er ook.’ Een van Salatins vele boeken heet niet voor niets Alles wat ik doe is illegaal.

Salatin praat met volle mond, want hij moet nog snel zijn broodjes verorberen voordat zijn volgende praatje begint. Het belet hem niet om er in rap tempo zijn hele filosofie uit te gooien. ‘Een derde inspiratiebron voor mij is het ecologische denken. Daarvan heb ik geleerd hoe verweven we zijn met de natuur, het nest om ons heen. Wat ik soms wel mis is dat de milieubeweging vaak heel top-down denkt, in plaats van gebaseerd op mensen. Ik ga uit van mensen, die mogen een rol spelen in de natuur.’ >

En daarom is hij, ten vierde, ook een kapitalist. ‘Oplossingen moeten commercieel haalbaar zijn. Business is iets moois. Zonder winst kun je niet duurzaam ondernemen. Ik zoek altijd slimme oplossingen. Bijvoorbeeld: hoe kan ik in het laagseizoen toch nog wat verdienen? Dan verzin ik iets met kalkoenen, of konijnen, of hout.’ Maar winst mag je nooit te beperkt zien. ‘Wat is winst? Het probleem van het kapitalisme is dat het winst meestal definieert in termen van eigenbelang. Maar als je het belang van anderen vergeet, en van de gemeenschappelijke hulpbronnen, dan wordt het immoreel.’

De laatste veer waarmee hij zichzelf tooit is ‘gek’. ‘Ik houd van plezier maken. Mensen vinden me raar omdat ik alles anders doe. Nou, dan ben ik maar raar.’ Hij is inderdaad wel gek, schreef The New York Times eens, maar wel zo gek als een vos. Een gekke, geslepen vos wiens innovaties en voorbeelden door vele boeren in Amerika worden overgenomen. Gratis uiteraard, want patenten passen niet bij Salatins principes.

Niet alleen in Amerika wordt Joel Salatin nagevolgd. Ook in Nederland zijn er boeren die niet tevreden zijn met de conventionele manier van denken. Zoals Roel van Buuren, een jonge zuivelboer van 25 die net een nieuw bedrijf begonnen is in Maasland, net onder Delft. Zijn bedrijf staat op een bijzonder stukje platteland. Aan alle kanten staat de horizon vol met de ronkende fabrieken van de Maasvlakte en de kassencomplexen van het Westland.

In de oude boerderij van zijn grootouders drinkt Van Buuren een kop thee, door oma gezet. Aan het prikbord hangt een bijbeltekst. Van Buuren vertelt hoe hij na de Hogere Agrarische Landbouwschool in Dronten voor een fundamentele keuze stond. ‘Óf ik moest het groot gaan aanpakken, maar dan ook goed, compleet met ligboxstallen. Óf ik moest alles anders doen, alles anders dan wat ik had geleerd. Ik besloot om die kant op te gaan. Ik wil een boerderij die een positieve invloed heeft op mijn omgeving. Ik wil dat de dieren gezond zijn, dat er bijen en vogels leven. En dat het ook goed is voor mensen die er komen. Zoals die jongen van dertien, die ik begeleid bij klusjes hier op het bedrijf. Hij heeft persoonlijke problemen, maar hier knapt hij echt op. Zo’n bedrijf wilde ik.’

‘Voor sommige boeren is biologisch gewoon een manier om meer geld te verdienen, en verder maakt het ze niks uit’

Van Buuren had geluk dat zijn grootouders nog land hadden, dertig hectare. Hier kon hij een nieuw melkveebedrijf beginnen. Hij koos voor een onconventioneel ras: de Jersey-koe. ‘De dieren zijn niet doorgefokt en zijn daarom heel sterk. Ze zijn nauwelijks ziek. Ik laat de horens groeien, dat heeft effect op hun spijsvertering. De Jerseys geven misschien niet de maximale hoeveelheid melk, maar de kwaliteit ervan is veel hoger. Het is zogenaamde A2-melk, die eiwitten bevat die door mensen beter verteerbaar zijn. Ik kan er een betere prijs voor krijgen.’

In de oude potstal van zijn opa staan een stuk of veertig pinken in het stro. Een deel van de stal is speciaal gereserveerd voor de stiertjes. Met hun nieuwsgierige koppen, breder dan die van hun zusjes, snuffelen ze tussen de balken door aan hun baasje en de vreemde bezoeker uit de stad. ‘Melkboeren hebben niks aan stieren en daarom worden ze na twee weken verkocht. Maar ik wil ze gebruiken. Het zijn officieel geen vleeskoeien, maar ik laat ze iets minder dan een jaar rondlopen en dan verkoop ik het. Het blijkt fantastisch kalfsvlees te zijn. Niemand in de regio verkoopt biologisch kalfsvlees.’

Van Buuren graaft met zijn handen in een grote zak kruidig voer. ‘Ik heb een kruidenmannetje gevonden in Duitsland. Dit is pas goed voor koeien. Ruik maar, er zitten dertig kruiden in, van zonnebloem tot calendula. Ik wil dat dit soort kruiden in het land gaan groeien. Cichorei, weegbree, duizendblad, die zaai ik zelf in. Waarom zou je puur gras laten groeien en dan bijvoeren met krachtvoer? Koeien krijgen soms wel tien kilo krachtvoer per dag. Dat kost kapitalen. Maar als ik kruiden inzaai, wordt alles beter. Plus klaver, want dat bindt de stikstof en verrijkt dus de bodem. Dat trekt weer bijen en vogels aan. Maar ook de koeien worden gezonder. Mijn dieren vreten nog maar twee kilo krachtvoer. Net als mensen hebben dieren ook een gezond, natuurlijk dieet nodig. De melk wordt lekkerder, bevat meer vet en eiwit en is nog langer houdbaar ook.’

Terwijl Van Buuren door de modder waadt om zijn weiland te laten zien, vertelt hij dat gewone boeren weidegang vaak te moeilijk vinden. ‘Na vier dagen op hetzelfde stuk komen de koeien weer bij de stal staan, zeggen ze dan. Natuurlijk, koeien zijn autistisch. Ze komen het zelfs melden als de draad verkeerd hangt. Ze komen dus ook terug als het gras slecht is.’ Van Buuren heeft daarom gekozen voor stripbegrazing, net als Salatin. Daarbij moeten ze eerst een perceel kaalvreten voordat ze weer verder mogen naar het volgende groene veldje. ‘Dat zorgt ervoor dat het goede gras veel beter verdeeld wordt over de tijd.’

Medium schermafdruk 2017 02 02 13.42.30
Roel van Buuren tussen zijn Jersey-koeien © Bernhard Vreugdenhil

Meteen vooraan in het land staat een bijzondere tent, een soort kas, die Van Buuren zelf heeft gebouwd van doorzichtig folie dat over een geraamte gespannen is. Er liggen een stuk of dertig koeien doodgemoedereerd te kauwen. ‘Ik mocht hier geen stal bouwen, dus ik heb maar een tussenoplossing bedacht. Het kost bijna niets. Boeren die hier komen zijn jaloers omdat het er zo mooi en licht uitziet. Voor de koeien is dit fantastisch.’ Door de extra dikke laag stro krijgt de mest een veel betere kwaliteit.

‘Ik wil aansluiten bij hoe de natuur werkt’, zegt Van Buuren. ‘Doordat mijn koeien buiten leven, kalven ze gewoon weer in het voorjaar, zoals vroeger. Ze volgen de natuurlijke seizoenen. Dat is veel efficiënter, ik heb maar één keer kalfjes en die komen precies als het gras op z’n best is. En omdat mijn koeien zo sterk zijn, slijten ze niet na de bevalling, zoals in de reguliere landbouw vaak wel het risico is.’ Net als Salatin wil Van Buuren kippen houden die de koeien volgen door het weiland. Hij heeft al een aanhanger die hij tot kippenwagen gaat ombouwen. ‘Dat is goed voor het gras, dat klauwen ze uit elkaar. De eieren worden gezonder. En door het natuurlijke voedsel en de beweging wordt hun eigen weerstand ook beter.’

Van Buuren begint eigenlijk nog maar net. Hij zit nog volop in de experimenteerfase. ‘Mijn melk gaat nog naar de fabriek, maar uiteindelijk wil ik mijn melk het liefst aan de deur verkopen. Ik wil het ook gaan verwaarden, door er eerst yoghurt of kaas te gaan maken.’ Voor het vlees heeft hij een leuke slager gevonden, in Maassluis, die het in de vorm van hapjes als streekproduct verkoopt. Maar eerst moet Van Buuren een nieuwe potstal bouwen. En dan een eigen huis, zodat hij zijn huis in het dorp kan opgeven. En daarna? Hij heeft nog veel meer plannen. Een boomgaard. Bijenkasten. Schapen. ‘Misschien wil ik nog ergens een stuk land dat ik onder water kan zetten. Dat is goed tegen de bodemdaling. Daar kun je cranberries verbouwen, of rijst.’ Veel meer koeien wil hij niet. ‘Meer dan vijftig geeft me te veel kopzorgen.’

De grote vraag voor boeren die het anders willen, is: hoe kom je financieel uit? ‘Ik heb daar wel vertrouwen in. Ik krijg bioprijzen voor mijn producten. Verder heb ik weinig krachtvoer nodig. Ik heb heel weinig klauwproblemen en andere ziektes, ik heb al sinds de zomer geen antibiotica meer hoeven geven. Ik werk ook bij een reguliere boer, die help ik bij het melken, maar daar moet de veearts elke week wel één of twee keer komen.’ En het grote voordeel is natuurlijk het land. ‘Dat is van mijn opa, dus ik hoef me niet meteen in grote schulden te steken.’

Het is lastig om met woorden te omschrijven wat voor werkwijze Van Buuren precies heeft. ‘Er is niet echt een naam voor. Het is in elk geval veel meer dan biologisch. Voor sommige boeren is biologisch gewoon een manier om meer geld te verdienen, ze houden zich alleen aan de regeltjes – of soms niet eens – en verder maakt het ze niks uit. Ik ken wel jonge boeren die hier iets aan willen veranderen. Je zou onze benadering natuurinclusief kunnen noemen, of holistisch. Maar we missen nog een beetje de voorbeelden. In het onderwijs hebben ze er geen aandacht voor. En de overheid begrijpt het al helemaal niet. Wethouders zijn enthousiast, maar ambtenaren houden uiteindelijk alles tegen, die maken het me echt heel moeilijk.’

Er is één vraag die hij keer op keer krijgt, vertelt Joel Salatin in Den Bosch: kun je met zo’n lokale, holistische benadering wel genoeg voedsel produceren voor de hele wereld? Er zijn verschillende antwoorden op, zegt hij. ‘Ten eerste moeten we niet de hele wereld wíllen voeden. Ieder land kan zichzelf voeden, en zou dat ook moeten doen. Wereldhandel lost de honger namelijk niet op, honger kun je alleen oplossen met veerkrachtige, lokale systemen, die de bodem en het drinkwater verbeteren.’ Maar los daarvan moeten we niet vergeten dat industriële systemen met hun monoculturen en chemische input helemaal zo efficiënt niet zijn als we denken. ‘Ik produceer echt drie of vier keer zo veel als de grootschalige bedrijven.’ En we kunnen nog veel meer doen, als we zouden willen. ‘Bijna de helft van al het eten op aarde wordt verspild of weggegooid. Er is wat dat betreft eerder te veel eten dan te weinig. Als we het zouden gebruiken als veevoer zouden we er misschien wel een kwart van onze kippen en varkens mee kunnen voeden.

In de kern is het angst. Mensen denken tegenwoordig dat alles alleen maar naar de filistijnen gaat. Dat het allemaal toch niet mogelijk is. Ik zie een grote angst, die ons afhoudt van een manier van zakendoen die gebaseerd is op de omgeving, op biodiversiteit en op mensen. Maar angst verdwijnt door geloof. Geloof in de overvloed die de aarde biedt. Geloof in de integriteit van gezond voedsel, in goedheid, in genade. En ook geloof in andere mensen. Dat ze je zullen helpen als je dingen doet waar ze blij van worden.’

Dat is per definitie niet te gieten in een strak concept waar je een keurmerk ‘goede landbouw’ op kunt plakken. Het is een permanent zoeken en innoveren, en zorgen voor alle relaties die je als boer met je omgeving hebt. Maar één ding heeft Salatin wel geleerd in al die jaren: ‘Doe altijd het tegenovergestelde van wat de overheid en de industrie je adviseren.’ Hij lacht uitbundig. ‘Wat het conventionele advies ook is, het is altijd verkeerd. Echt altijd.’