‘Het was een dag als alle andere.’ Krzysztof Stepniak is een vriendelijk ogende man van 56 met een stoppelbaardje en een bril. Hij vindt het zichtbaar moeilijk om te vertellen over die ochtend in december 2019. ‘Ik haalde een stapel hout van de lopende band en merkte opeens dat ik het niet meer kon weggooien. Ik kon mijn arm niet meer bewegen.’ De Poolse tolk kan hem soms lastig verstaan, omdat hij sinds die dag moeite heeft met articuleren. ‘Voordat ik het wist lag ik op de grond.’

Zijn collega’s bij het vuilverwerkingsbedrijf in het Brabantse Best helpen hem omhoog. ‘Iedereen zei dat ik heel bleek zag, veel meer kan ik me niet herinneren. Ik was in shock.’ In plaats van een ambulance te bellen, belt iemand de coördinator van uitzendbureau 1ToDrive, waar Krzysztof in dienst is. Hij krijgt de telefoon aan zijn oor: ‘Blijf daar maar tot de volgende dienst start, ik kan nu niet komen.’ Pas vier uur later wordt hij opgehaald door iemand van het uitzendbureau. Die brengt hem echter niet naar het ziekenhuis, maar terug naar zijn woonlocatie in Best. ‘Ik bleef maar zeggen dat ik naar het ziekenhuis moest. Maar ze zei: “Je ziet er goed uit. Volgens mij gaat het gewoon goed.”’

Een uur later valt hij weer om. Zijn huisgenoot en de beheerder van de woonlocatie handelen wel snel en bellen een ambulance. Met gillende sirenes wordt hij naar het ziekenhuis in Eindhoven gebracht. Twee herseninfarcten, luidt de diagnose. Krzysztof veegt wat tranen achter zijn bril weg: ‘Het tweede infarct was erger dan het eerste, zeiden ze. Ik heb geluk dat ik het überhaupt heb gered.’

Van het uitzendbureau hoort hij niets meer, zijn contract loopt af terwijl hij in het ziekenhuis ligt. Dezelfde middag haalt een werknemer van het uitzendbureau zijn kamer leeg, om ruimte te maken voor een nieuwe bewoner.

Op 22 juli knipt demissionair staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken een groot lint door in een zaal in het Venlose VieCuri Medisch Centrum. Het is de feestelijke opening van een nieuwe huisartsenpraktijk, speciaal voor arbeidsmigranten. De assistenten zijn allemaal Pools of Roemeens en brengen schalen met Oost-Europese hapjes rond. Hier in Noord-Limburg zijn de bedrijven afhankelijk van arbeidsmigranten, zegt Knops. Dat geldt ook voor de rest van het land: al ruim vijftien jaar doen Oost-Europeanen het werk waarvoor Nederlanders te duur zijn. Ruim vierhonderdduizend werken er nu in Nederland, maar dit is de eerste kliniek die zich speciaal op hen richt. ‘Beter laat dan nooit’, zegt de staatssecretaris.

Op papier is de zorg voor arbeidsmigranten keurig geregeld en zijn gespecialiseerde praktijken niet nodig. Ze hebben hetzelfde basispakket als iedere Nederlander en recht op huisarts- en ziekenhuisbezoek. Maar in de praktijk krijgen ze voor dezelfde premie te laat, minder of zelfs geen zorg, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer en Trouw.

We spraken met verschillende (oud-)werknemers uit de uitzendbranche om te achterhalen hoe het er achter de schermen aan toegaat. Zieke werknemers zijn simpelweg een kostenpost, horen we: doktersbezoeken zijn duur en kosten tijd. Als het niet anders kan regelt het uitzendbureau een busje van het bungalowpark naar de dokterspraktijk en gaat er een medewerker als tolk mee naar het gesprek. Indien het uitzendbureau moet opdraaien voor de kosten, worden werknemers ontslagen of geïntimideerd om zelf ontslag te nemen. Omdat de werkgever hen voorzag van een huis én een zorgverzekering belanden ontslagen zieke of gewonde werknemers soms onverzekerd op straat.

Sommige uitzendbureaus blijken ook nog aan de zorgpremie van hun uitzendkrachten te verdienen, door bijvoorbeeld arbeidsmigranten niet te verzekeren, maar wel vanaf dag één zorgpremie in te houden.

We vonden ook een merkwaardige bepaling in het contract van veel uitzendkrachten: daar staat letterlijk dat hun baan ophoudt zodra ze zich ziek melden. De rechter oordeelde vorig jaar dat zo’n bepaling tegen de wet is, maar ze staat nog steeds in de uitzend-cao. Dus gaan mensen ziek, geblesseerd of gewond aan het werk, alles om te doen waarvoor ze naar Nederland kwamen: geld verdienen.

Al ruim vier jaar doet Investico onderzoek naar arbeidsmigranten en uitzendbureaus. Op vervallen bungalowparken en in afgeleefde hotels vertelden mensen hoe ze met gebroken enkels en gezwollen handen weer aan het werk gingen. We zagen soms afschuwelijke foto’s van etterende wonden en verbrande huid. Maar flexmigranten doen nu eenmaal zwaar lichamelijk werk, onder hoge druk, daarbij gebeuren ongelukken. Bovendien spreken ze slecht Nederlands, wat niet helpt als je doktersadvies zoekt. Hoe kom je erachter wat incidenten zijn en waar er meer aan de hand is?

Naast zo’n bungalowpark of op een industrieterrein langs de snelweg staat vaak een kantoortje. Daar werken de roosteraars, de planners, de facilitators: de mensen die de werkmachine iedere dag in stand houden. Omdat ze dagelijks moeten communiceren met de uitzendkrachten, zijn ook zij vaak Pools. Ze worden als eerste gebeld wanneer iemand ziek is of geblesseerd raakt op het werk. Voor dit verhaal konden we voor het eerst met drie van hen praten.

Monika Trzebiatowska besloot aan het begin van de coronacrisis een boekje open te doen, toen ze bij uitzendbureau Efficient at Work werkte. Ze was toen al meer dan vijftien jaar actief in de uitzendsector en hield zich ook bezig met ziekte en verzuim. ‘We gingen langs bij een zwangere vrouw ’, vertelt ze. ‘Ze moest inloggen op haar werkapp. Ik was erbij toen zo’n grote bodyguard naar het vakje “beëindigen overeenkomst” wees en zei: “Hier tekenen.” Twee dagen had ze om weg te gaan. Ik schrok enorm, maar ik durfde op dat moment niks te zeggen.’ Monika stapt later naar haar baas bij het uitzendbureau om er wat van te zeggen. ‘“Zo doen we het hier”, was zijn antwoord. Toen besloot ik: ik stop ermee. Het gaat over mijn landgenoten, snap je?’ Uitzendbureau Efficient at Work ontkent dat het zwangere vrouwen dwong om ontslag te nemen.

Monika vertelt hoe ze een man bewusteloos op zijn kamer aantrof. ‘Die had zijn rug gebroken toen hij op zijn werk van grote hoogte naar beneden viel. Hij was gewoon naar huis gestuurd’

Naast Monika spreken we nog twee van oorsprong Poolse vrouwen die ook lang in de uitzendsector werkten of dat nog steeds doen. Wiktoria en Agnieszka zullen we ze noemen: met uitzondering van Monika spreken de vrouwen op voorwaarde van anonimiteit. Afzonderlijk van elkaar vertellen ze vergelijkbare verhalen.

‘Ziekteverzuim van arbeidsmigranten is een soort sport’, zegt Wiktoria, die ruim vijftien jaar bij verschillende uitzendbureaus werkte. Bij elke uitzendorganisatie werken mensen die het verzuim zo laag mogelijk moeten houden, vertelt ze. ‘Elke dag belden we de zieke medewerker. Hoe voel je je? Ben je wel echt ziek? Kun je werken? Wanneer kun je wel weer werken? Ik heb dat ook gedaan.’ Verzuim leidt uiteindelijk tot ontslag, zegt ze: een nieuwe werknemer vinden is een stuk makkelijker dan een zieke arbeidsmigrant reïntegreren. ‘We moesten onder de twee procent ziekteverzuim zitten, dat was de prioriteit.’

Veel arbeidsmigranten staan niet ingeschreven bij een huisarts en dan kost het veel tijd om een afspraak te regelen. ‘Dus vertelden we mensen van tevoren al dat er geen plek was bij de dokter’, zegt Wiktoria. Coördinatoren gaan dan zelf voor dokter spelen. ‘Vaak raadden we een paracetamol aan. Met de boodschap: dan gaat het vast wel weer over.’ Dat gaat soms flink mis. Bijvoorbeeld toen iemand een blindedarmontsteking bleek te hebben, vertelt Wiktoria. ‘Of toen iemand haar been had gebroken. De coördinator zei toen: “Doe er maar wat ijs op.”’ Monika vertelt hoe ze een man bewusteloos op zijn kamer aantrof: ‘Die had zijn rug gebroken toen hij op zijn werk van grote hoogte naar beneden viel. Hij was gewoon naar huis gestuurd.’

De gewonde magazijnmedewerker of de zieke tomatenplukker die wel bij de dokter terechtkomt, loopt tegen een nieuw probleem aan. Bij de huisarts is meestal geen tolk beschikbaar en de arbeidsmigranten spreken vaak geen Nederlands en slecht Engels. Dus gaat de coördinator van het uitzendbureau mee om te vertalen. ‘Dat is aan de ene kant natuurlijk positief’, zegt Wiktoria, ‘want de patiënt moet geholpen worden. Maar aan de andere kant weet de coördinator dan opeens jouw hele geschiedenis en alles over jouw gezondheid.’

De verhalen van de (oud)-werknemers uit de uitzendsector bevestigen wat we uit andere bronnen weten. Zo blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoeksrapport van Jan Cremers van de Universiteit van Tilburg dat flexmigranten de weg naar de zorg niet goed weten te vinden. Cremers werkte mee aan een peiling onder ruim zeshonderd buitenlandse werknemers, al waren uitzendkrachten ondervertegenwoordigd, zegt hij: ‘Ruim de helft van de ondervraagden had een vast contract. Maar dat maakt de resultaten des te zorgwekkender. Van de uitzendkrachten zei bijna de helft dat hun gezondheid tijdens hun werk achteruit was gegaan. En meer dan de helft van hen stond niet ingeschreven bij de huisarts.’

En wie niet staat ingeschreven bij een huisarts krijgt de dokterskosten vaak niet meteen vergoed. Arbeidsmigranten moeten ter plekke afrekenen en kunnen dat geld later terugvragen bij hun zorgverzekeraar. Dat leidt tot uitstelgedrag. Eind augustus trof Annemarie Cappellen-De Zeeuw een huilende Poolse man aan in een huisvestingslocatie in Boskoop. Ze was daar als Poolse tolk mee op werkbezoek met SP-Kamerlid Bart van Kent. ‘Die jongen was een week eerder al naar de huisarts geweest, maar kreeg voor zijn medicijnen meteen een rekening van 31 euro’, zegt ze. ‘Dat kon hij niet nog een keer betalen, dus liep het uit de hand.’ Eenmaal bij de huisarts – Kamerlid Van Kent betaalde – bleek dat hij met spoed naar het ziekenhuis moest. Hij was enorm ziek geworden van een niet behandelde herpesinfectie.

‘Mensen wachten met zorg zoeken tot ze salaris krijgen’, zag ook Wiktoria. ‘Als er woensdag iets gebeurt, wachten ze tot vrijdag. En soms is dat gewoon te laat. Dan moeten ze in het weekend met spoed naar het ziekenhuis.’

Het uitzendbureau regelt ook vaak de zorgverzekering van arbeidsmigranten. Iedereen die in Nederland werkt moet verzekerd zijn, maar iemand die net uit de bus uit Polen stapt zal vaak niet weten waar te beginnen. Daarom bieden uitzendbureaus een verzekering aan waarvan de premie automatisch wordt ingehouden op het loon. Zorgverzekeraar HollandZorg richt zich specifiek op arbeidsmigranten, met polissen speciaal voor uitzendwerkgevers.

Maar dat betekent dat arbeidsmigranten ook hun verzekering verliezen als ze hun werk kwijtraken. Dat is extra problematisch omdat ze juist vaak worden ontslagen als ze ziek zijn. ‘Wij worden regelmatig gebeld door zieke werknemers die hun baan kwijt zijn’, zegt Kasia Dojka van Stichting Barka, die dakloos geraakte arbeidsmigranten bijstaat en hen soms helpt terugkeren naar Polen. De meesten zoeken een andere uitzender of gaan terug naar huis, zegt ze. ‘Maar een deel is te ziek om een andere baan te zoeken of heeft in het thuisland ook niets. Dan belanden ze op straat.’

Zelfs flexmigranten die wel een baan hebben, moeten nog maar hopen dat hun uitzendwerkgever hen daadwerkelijk verzekert. Zofia betaalde bijvoorbeeld elke maand keurig honderd euro zorgpremie, maar bleek onverzekerd toen ze naar de huisarts moest. ‘Na lang aandringen bleek dat het uitzendbureau me helemaal niet had doorgegeven bij de verzekering. Ik was zo van slag! De dokter zei ook dat dit compleet onacceptabel is.’ Ze had genoeg geld om de afspraak en de medicijnen te betalen, maar ze heeft meer zorg nodig, die nog duurder zal worden. ‘Ik vroeg wanneer het uitzendbureau het ging oplossen, maar degene die erover gaat was niet beschikbaar, zeiden ze.’ Omdat ze hoopt dat haar verzekering alsnog wordt geregeld, wil ze niet met haar echte naam in de media. ‘Ik heb al die maanden voor niks betaald en liep onverzekerd rond. Maar als ik geen klachten had gekregen, had ik dat nooit geweten!’

De Inspectie Sociale Zaken onderzocht de afgelopen jaren ook meerdere meldingen van flexwerkers die zeggen niet verzekerd te zijn, blijkt uit documenten die openbaar werden na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur door onderzoeksprogramma Pointer: ‘Toen ik naar de dokter ging, bleek dat ik niet verzekerd was en zelf moest betalen, maar er worden wel premies voor een zorgverzekering in rekening gebracht’, luidt een van de klachten. Iemand anders meldt dat het uitzendbureau geld rekent voor de verzekering, ‘maar dat ze ons niet verzekeren.’ Ook oud-SP-leider Emile Roemer kwam deze situaties tegen toen hij afgelopen jaar een team leidde dat de positie van arbeidsmigranten in Nederland onderzocht. ‘Een vorm van oplichting’, noemt hij het in zijn rapport.

‘Zodra de opdrachtgever geen klussen meer heeft, wil die makkelijk van de uitzendkracht af en eindigt het contract. Dat is opgerekt naar: als je ziek bent eindigt het contract. Zo lozen ze werknemers’

Zolang je een verzekering niet nodig hebt, ben je er simpelweg niet mee bezig, zeggen onze bronnen in de uitzendwereld. Dus worden uitzendkrachten nogal eens te laat verzekerd, zegt Wiktoria, die onder andere verantwoordelijk was voor het regelen van die verzekeringen. ‘Het duurde soms vier weken tot de verzekering geregeld was. Het was heel vervelend als iemand dan toch eerder naar de dokter moest.’

HollandZorg laat weten dat hun administratiesysteem vaak gekoppeld is aan het salarispakket van de werkgever en dat een nieuwe werknemer zo automatisch wordt verzekerd. Het komt volgens de verzekeraar ‘zeer beperkt’ voor dat arbeidsmigranten met terugwerkende kracht worden verzekerd. De zorgverzekeraar zegt bovendien dat een flexmigrant die haar baan verliest nog een maand lang haar verzekering houdt. Branchevereniging voor uitzendbureau’s abu zegt niet te herkennen dat haar leden arbeidsmigranten niet verzekeren en wel premie opstrijken: ‘Als dat wel zou gebeuren, kan dat in het uiterste geval leiden tot royering.’

Opmerkelijk is de breed geaccepteerde manier om van zieke arbeidsmigranten af te komen. Een uitzendbureau kan ervoor kiezen om een zogenoemd ‘uitzendbeding’ in iemands contract op te nemen. Die bepaling stelt dat het contract eindigt zodra diegene zich ziek meldt, al is het maar voor een griepje. Volgens de uitzend-cao mag dat gewoon: de werknemer gaat vervolgens meteen de ziektewet in en krijgt tijdens de ziekteperiode tot negentig procent van het loon doorbetaald door het uwv.

‘Die bepaling is ooit bedoeld om bedrijven meer flexibiliteit te bieden’, zegt Niels Jansen, die als universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar deze regeling. ‘Zodra de opdrachtgever geen klussen meer heeft, wil die makkelijk van de uitzendkracht af kunnen en eindigt ook het contract met het uitzendbureau. Dat is althans het idee. Uitzenders hebben dat opgerekt naar: als je ziek bent eindigt het contract. Zo lozen ze zieke werknemers in collectieve regelingen en schuiven ze verantwoordelijkheden af.’

Eigenlijk is dat illegaal, want het is in Nederland verboden om een zieke werknemer te ontslaan. Dat was ook het oordeel van het Gerechtshof in Den Haag in september vorig jaar: ‘Die bepaling in de cao is in strijd met het opzegverbod bij ziekte’, zegt persrechter Rick van Coevorden van het Haagse hof. Eerder mochten uitzendwerkgevers van dat verbod afwijken, maar sinds 2015 is dat niet meer toegestaan. ‘Het is eigenlijk heel helder’, zegt hij: ‘Die bepaling is nietig, het mag niet meer van de rechter.’

David Lagarrigue is de advocaat van uitzendbureau Solutions dat de zaak verloor bij het Haagse hof en gaat in cassatie bij de Hoge Raad, zegt hij. ‘Maar voordat die naar de zaak heeft gekeken, ben je zo anderhalf jaar verder.’ Lagarrigue staat veel uitzendbureaus bij en is het niet eens met de uitspraak: ‘Je mag een contract inderdaad niet opzeggen als iemand ziek is, maar het gaat hier niet om eenzijdig opzeggen; door het toepassen van het uitzendbeding eindigt het contract automatisch. Dat is juridisch gezien iets heel anders.’

Sinds de uitspraak van de rechter is er niets veranderd: de cao is niet aangepast en zieke arbeidsmigranten worden nog steeds meteen naar het uwv gestuurd. Ondertussen zoeken uitzenders wel naar nieuwe manieren om hun personeel zo flexibel mogelijk in te zetten. ‘Wij adviseren onze klanten om series van contracten van vier weken te gebruiken’, zegt Lagarrigue. ‘Dan heb je ook veel flexibiliteit.’

‘Het is een van de belangrijkste regelingen die uitzendwerk veel onzekerder maken dan normaal werk’, zegt Nuna Zekić, universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de Universiteit van Tilburg. ‘Je gewoon ziek melden kan niet, dan wordt je contract automatisch beëindigd. Dan gaan mensen dus ziek aan het werk. Met covid is dat al helemáál een slecht idee.’

Als er al zes jaar een illegale bepaling in de uitzend-cao staat, waarom horen we de vakbond daar dan niet over? Omdat uitzendkrachten in het huidige systeem eigenlijk beter af zijn met die bepaling dan zonder, zegt Erik Pentenga, die voor vakbond fnv over de uitzend-cao onderhandelt. In ruil voor de extra onzekerheid dat het contract wordt ontbonden bij ziekte, krijgen uitzendkrachten namelijk een aanvulling op hun ziekte-uitkering zolang ze ziek zijn. Bij de series kortere contracten die advocaat Lagarrigue als uitweg noemt, houdt die aanvulling veel sneller op. De vakbond pleit natuurlijk voor meer zekerheden voor uitzendkrachten, zegt Pentenga, maar alleen deze bepaling schrappen helpt niet. Heel het uitzendsysteem moet daarvoor op de schop, en daar zitten de uitzendbureaus niet op te wachten. Het resultaat is een impasse: iedereen heeft zijn eigen redenen om niets aan de cao te doen, en voor zieke uitzendkrachten verandert er niets.

Zieke werknemers worden in Nederland beter beschermd dan waar ook in Europa: ze krijgen bij wet twee jaar lang loon doorbetaald en hun werkgever is verantwoordelijk voor hun reïntegratie. Als ze een vast contract hebben tenminste, buitenlandse werknemers in onzekere uitzendconstructies lopen al die bescherming mis. Zij denken dus wel drie keer na voor ze zich ziek melden. ‘Arbeidsmigranten leven op het randje’, zegt Wiktoria. ‘Je verdient geld en stuurt een deel terug naar huis. Als één declaratie niet op tijd betaald wordt, zorgt dat voor een kettingreactie tot in Polen.’

In een huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten in het Zuid-Hollandse Boskoop wordt duidelijk wat dat betekent. Iedereen heeft hier wel wat te vertellen. Zoals de man die een bedrijfsongeluk had in een distributiecentrum van Albert Heijn Online. Hij durfde niet naar de dokter: ‘Ik sprak geen Engels en niemand wilde me helpen. Mijn ene hand was twee keer zo groot als de andere, toen heb ik mijn eigen botten maar rechtgezet.’

Een meisje in de gang vertelt hoe ze besmet raakte met corona toen ze in Rotterdam woonde: ‘Ik moest tien dagen in quarantaine in een huisje in Gouda. Ik werd steeds benauwder en was heel bang.’ Ze belde het uitzendbureau en vroeg of ze haar naar de dokter konden brengen. ‘Ze zeiden dat ik zelf maar een afspraak moest maken.’ Een andere jongen staat buiten te roken. Met een pijnlijk gezicht vertelt hij dat hij een liesbreuk heeft opgelopen. ‘Ik ben al twee maanden aan het wachten op een operatie, maar ik heb geen idee wanneer ik terecht kan. Mijn contract loopt tot november. Ik hoop dat het daarvoor geregeld is.’

Krzysztof bracht na zijn herseninfarct maanden door in een revalidatiecentrum. Trots laat hij zien dat hij zijn hand weer kan optillen. Hij woont nu weer in dezelfde huisvestingslocatie in Best waar hij zijn herseninfarct had. Niet als tijdelijke uitzendkracht, maar privé voor onbepaalde tijd. Stichting Barka hielp bij het vinden van de woning en regelde ook een zorgverzekering voor hem. ‘De arbo-arts zegt dat ik nooit meer kan werken. Ze zeiden dat ik niet meer kon functioneren.’ Uitzendbureau 1ToDrive laat weten dat ‘de situatie zoals beschreven feitelijk onjuist is’, maar kan niet inhoudelijk reageren ‘vanwege de privacy van Krzysztof’.

‘Ik heb weleens gedacht om een rechtszaak aan te spannen tegen het uitzendbureau’, zegt Krzysztof. ‘Maar dat werd mij afgeraden, het kost te veel energie. Natuurlijk denk ik nog vaak hoe ik er nu bij had gezeten als ik eerder geholpen was. Toen een jongen zijn hand verloor tijdens een bedrijfsongeval werd er wel een ambulance gebeld. Waarom voor mij niet?’ Hoe hij naar de toekomst kijkt? ‘Waar moet ik beginnen’, zucht hij. ‘Ik ben invalide voor de rest van mijn leven.’


De echte namen van de anonieme bronnen zijn bij de redactie bekend
Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten