Doe er nog maar een

De conclusie na inmiddels behoorlijk wat seizoenen Idols, X-Factor en al die andere programma’s met een kandidaat, een jury en al dan niet een stip of een roterende stoel is toch echt: het rendement is minimaal.

Medium muziek

Dat klinkt wel plat, ‘rendement’, maar wanneer je popmuziek beschouwt als een wedstrijd met winnaar en verliezers, dan is rendementsdenken welhaast de enige complementaire denktrant. Het is niet zo dat er nooit winnaars zijn geweest met talent. Maar dat talent was dan van een dergelijke aard dat het via de omweg van de popmuziek leidde naar de musicalwereld (Jim, Jamai – in deze wereld bestaan alleen voornamen). Of het ontbeerde een eigen geluid, zodat de aanvankelijk verse volksheld bleef zwalken en zoeken (Boris, inmiddels Bo Saris), of terechtkwam in het Holland Casino-circuit (Ben Saunders). Er zijn uitzonderingen, maar die zijn schaars. Die heten Waylon.

En er is een programma dat wel degelijk afwijkt qua opzet, criteria en muzikale definities (en overigens door dat alles ook qua kijkcijfers): De beste singer-songwriter van Nederland. De naam die het sterkst verbonden is met het programma is die van zangeres Maaike Ouboter. In haar optreden in het televisieprogramma, inmiddels twee jaar geleden, cumuleerden enkele wetten van televisie en van publiek succes. Het liedje waar ze mee optrad, Dat ik je mis, ging over het gemis van haar overleden ouders. Autobiografisch verdriet en een authentiek gevoelsleven, en dat ook nog eens in combinatie met de ijzeren televisiewet van juryprogramma’s, waarbij de kijker de emotie ervaart vía die juryleden. En die waren zichtbaar diep ontroerd: de tranen stonden in hun ogen. Ouboter had een hit en wás een hit.

Het punt is dat onder die omstandigheden zelfs een draak van een nummer nog een hit was geworden, maar dat die wetenschap het nummer zelf zwaar tekortdoet: Dat ik je mis was in al zijn sobere eenvoud, zijn tekstuele directheid en in zijn verheugend gebrek aan dramatische overzang een erg mooi nummer. Het maakte ook nieuwsgierig naar een volledig album en daar heeft Ouboter de tijd voor genomen. Haar debuut En hoe het dan ook weer dag wordt klinkt als een album waar zorgvuldig aan is gewerkt. Het risico daarvan is een geluid dat ronduit gelikt is. In zekere zin is dat gebeurd: dit is een verzorgd, áf album; de weinige randjes zitten in de momenten waarop ze haar teksten weigert in te korten ten bate van de melodielijnen. Maar het is nauwelijks bezwaarlijk. Ouboter liet zich bijstaan door Joost Zweegers, alias Novastar, en die weet hoe je een popliedje laat klinken. Hoe zo’n Smoor na twee minuten teruggrijpt naar dromerige sixties-_invloeden: zeer fraai. Want al mag de titel van het album de suggestie van kleinkunst wekken, dit is een pópalbum. Die titel is wel exemplarisch voor haar teksten: ze zweven tussen anekdotiek en bespiegeling, naderen in de metaforen soms de tuttigheid, maar veel vaker zijn ze raak. Zoals in _Maarten, haar ode aan de betreurde Maarten van Roozendaal: ‘Het is al godvergeten laat, zeg je, maar doe er nog maar een.’


Maaike Ouboter, En hoe het dan ook weer dag wordt


Beeld: (1) Maaike Ouboter (Aisha Zeijpveld)